<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2018:5435</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-11-07T13:37:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-11-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-11-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/659596-17 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2018:5435">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2018:5435</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-11-07T09:50:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-11-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2018:5435 Rechtbank Midden-Nederland , 07-11-2018 / 16/659596-17 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2018:5435:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte heeft zich gedurende een periode van 6 maanden schuldig gemaakt aan uitkeringsfraude. Hij deed dit door voor de sociale dienst te verzwijgen dat hij werkzaamheden verrichtte in een hennepkwekerij en hiervan inkomsten had. Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met het strafblad van de man. Ook heeft de rechtbank gekeken naar de oriëntatiepunten voor fraudezaken. De rechtbank veroordeeld de man tot een taakstraf van 110 uur, waarvan 30 uur voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2018:5435:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/659596-17 (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 7 november 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] </emphasis>
        <emphasis role="caps">,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [1987] te [geboorteplaats] (Marokko),</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,  [adres] .</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>ONDERZOEK TER TERECHTZITTING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 24 oktober 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. G.A. Hoppenbrouwers en van hetgeen verdachte en mr. G.J. de Hosson, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>TENLASTELEGGING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de periode van 1 april 2015 tot en met 1 februari 2016 in Zeist bijstandsfraude heeft</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">gepleegd door meermalen opzettelijk geen opgave te doen of te verzwijgen dat hij werkzaamheden verrichtte ten behoeve van een hennepkwekerij en/of inkomsten daarvan had. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>VOORVRAGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>WAARDERING VAN HET BEWIJS</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. Zij  heeft wat de pleegperiode betreft aansluiting gezocht bij het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 februari 2018, waarbij verdachte veroordeeld is voor medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod in de periode van 1 augustus 2015 tot en met 1 februari 2016. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. De raadsman voert aan dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte het verstrekken van de benodigde gegevens ‘niet tijdig’ heeft gedaan. Verdachte was op het moment dat de hennepkwekerij in zijn woning werd aangetroffen, 1 februari 2016, nog in de gelegenheid (tijdig) te melden dat hij werkzaamheden verrichtte. Verdachte heeft bovendien nooit inkomsten gehad uit de hennepkwekerij.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewijsmiddelen</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_c9b3346f-4ad2-4539-9c94-33f9ebf404b7" />
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verdachte heeft een uitkering aangevraagd op grond van de Wet werk en bijstand (hierna: WWB) </emphasis>
        </para>
        <para>“Ik vraag op 15 september 2014 een uitkering aan op grond van de WWB.”<footnote-ref linkend="_9fcefabb-95b0-4b24-a006-249a35f28fcb" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verdachte ontving per 9 september 2014 een bijstandsuitkering op grond van de WWB en later op grond van de Participatiewet (hierna: PW). In het besluit op de aanvraag van de bijstandsuitkering is opgemerkt dat verdachte een inlichtingenplicht heeft, zodat verdachte verplicht is om direct alles te melden wat van invloed kan zijn op zijn uitkering.</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_a98c8e84-54ca-4fe6-a87d-db5283c99d5f" />
          <emphasis role="italic"> Voorts heeft verdachte hierover verklaard:   </emphasis>
        </para>
        <para>“Ik ontving in de periode dat ik een hennepkwekerij in mijn woning had een bijstandsuitkering  Ik weet dat wijzigingen die het recht op uitkering of de hoogte daarvan kunnen beïnvloeden direct moeten worden gemeld. Ik heb daarvan een brief gehad van de sociale dienst.”<footnote-ref linkend="_62fd6bfc-9c3b-4c8d-9090-cef1f930e83e" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De sociale recherche onderzoekt de statusformulieren van verdachte en concludeert:</emphasis>
        </para>
        <para>“Aan verdachte werd periodiek een statusformulier toegezonden. Dat formulier is bestemd om het recht op voortzetting van de uitkering te kunnen vaststellen. Verdachte kan op dat formulier aangeven dat de bij de sociale dienst bekende gegevens niet juist zijn. Verdachte heeft in de periode 1 april 2015 tot en met 31 december 2016 geen statusformulier ingevuld en ondertekend ingeleverd. Verdachte heeft geen wijzigingsformulieren ingevuld met betrekking tot het hebben van inkomsten uit een hennepkwekerij.<footnote-ref linkend="_b4ce7d5e-fa6c-4766-ba83-f793dd660a50" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">In de woning van verdachte is een hennepkwekerij aangetroffen</emphasis>
        </para>
        <para>“Op 1 februari 2016 werd door verbalisanten binnengetreden op het adres [adres] te [woonplaats] . Verbalisanten troffen in die woning een in werking zijnde hennepkwekerij aan.”<footnote-ref linkend="_2fdc64f3-17d3-41fb-a083-43bc572ae445" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verklaring verdachte </emphasis>
        </para>
        <para>Ik heb een kwekerij in mijn woning gehad. Ik heb de plantjes water gegeven en de kwekerij beheerd. De kwekerij is opgebouwd in augustus 2015.<footnote-ref linkend="_b0d1f9e0-8d77-4ad2-9819-569af65fa7ad" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ik heb de hennepkwekerij in mijn woning niet gemeld omdat ik wist dat het strafbaar was. <footnote-ref linkend="_6e7f97ec-05e3-467b-84fd-5e6663f30910" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het verweer</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank verwerpt het verweer dat het niet tot een bewezenverklaring kan komen, omdat verdachte zijn werkzaamheden voor, dan wel de inkomsten van, de hennepkwekerij nog (tijdig) kon melden en overweegt als volgt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Vast staat dat verdachte gedurende de tijd dat hij een bijstandsuitkering ontving, nooit een wijziging in zijn situatie heeft doorgegeven aan de sociale dienst. Meer specifiek heeft hij dit ook niet gedaan toen de hennepkwekerij in zijn woning werd opgebouwd (in augustus 2015) en ook niet toen hij werkzaamheden voor de hennepkwekerij verrichtte. Het betoog van de verdediging miskent dat verdachte <emphasis role="italic">direct</emphasis> verplicht melding moet maken van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de vaststelling en hoogte van zijn bijstandsuitkering in de zin van artikel 227b van het Wetboek van Strafrecht. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het betoog van de verdediging wordt derhalve verworpen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewijsoverweging</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op bovenstaande bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 1 augustus 2015 tot en met 1 februari 2016 in de gemeente Zeist opzettelijk heeft nagelaten om gegevens te verstrekken die van belang waren voor de vaststelling van zijn bijstandsuitkering dan wel voor de hoogte of de duur daarvan. De verdachte was in deze periode samen met anderen verantwoordelijk voor de exploitatie van een hennepkwekerij. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat verdachte partieel dient te worden vrijgesproken ten aanzien van de periode 1 april 2015 tot 31 juli 2015, nu geen bewijs voorhanden is dat de hennepkwekerij in die periode al in zijn woning aanwezig was.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van de verdenking dat verdachte tevens inkomsten uit de exploitatie van de hennepkwekerij heeft verzwegen, overweegt de rechtbank als volgt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft verklaard dat hij afspraken had gemaakt over zijn aandeel in de exploitatie van de hennepkwekerij en de vergoeding hiervoor. Verdachte zou € 2.000,00 krijgen en verder zouden de schulden van verdachte in zijn geheel worden afgelost. Verdachte heeft verklaard dat hij deze vergoeding nooit heeft ontvangen. Deze verklaring acht de rechtbank, mede gezien het ontnemingsvonnis en de overwegingen in dat vonnis waardoor verdachte de verplichting is opgelegd voornoemd bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel te betalen aan de staat, onaannemelijk. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op vorenstaande acht de rechtbank ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte inkomsten heeft gehad uit de opbrengst van de hennepkwekerij. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>BEWEZENVERKLARING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in  de periode van 1 augustus 2015 tot en met 1 februari 2016 in de gemeente Zeist in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten artikel 17 van de Participatiewet, opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, en dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf, terwijl hij, verdachte, wist dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes recht op een</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">verstrekking  te weten een uitkering krachtens de Participatiewet, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking  immers heeft hij, verdachte, opzettelijk geen opgave gedaan</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">van en/of verzwegen dat hij werkzaamheden verrichtte (in en/of ten behoeve van een hennepkwekerij) en inkomsten had (uit de opbrengsten van die hennepkwekerij)</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>STRAFBAARHEID VAN HET FEIT</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens verstrekken, terwijl het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf en terwijl hij weet dat de gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn recht op een verstrekking of tegemoetkoming dan wel de hoogte of de duur van een verstrekking of tegemoetkoming, meermalen gepleegd</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>OPLEGGING VAN STRAF</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een taakstraf van 110 uren, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 55 dagen hechtenis, waarvan een gedeelte van 30 uren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging bepleit dat, in het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, aan verdachte een geheel voorwaardelijke straf zou moeten worden opgelegd. Verdachte heeft al meerdere consequenties van zijn betrokkenheid bij de hennepkwekerij ondervonden. Hij is veroordeeld ter zake de Opiumwet, hij heeft een betalingsregeling moeten treffen met het CJIB in verband met de toegewezen ontnemingsvordering, hij is zijn woning uitgezet en de elektriciteitsmaatschappij heeft een forse claim bij hem neergelegd. Verder wordt een bedrag van ruim € 11.000 aan te veel ontvangen uitkering teruggevorderd. Er ligt in dat kader ook beslag op zijn inkomen. Hiermee ondervindt verdachte al zoveel gevolgen van zijn strafbare handelen dat dit zou moeten leiden tot een geheel voorwaardelijke straf voor het onderhavige misdrijf.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan uitkeringsfraude gedurende een periode van 6 maanden door voor de sociale dienst te verzwijgen dat hij werkzaamheden verrichtte in een hennepkwekerij en hiervan inkomsten had. Sociale voorzieningen zijn uitsluitend bestemd voor degenen die er recht op hebben en werkelijk daarvan afhankelijk zijn. In het verlengde daarvan moeten uitkeringsinstanties er op kunnen vertrouwen dat aan hen de juiste gegevens, waaronder wijzigingen in inkomsten, worden aangeleverd. De verdachte heeft door het verzwijgen van zijn inkomsten misbruik van het stelsel van sociale zekerheid gemaakt. De rechtbank rekent dit verdachte aan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de strafoplegging heeft de rechtbank rekening gehouden met het strafblad van verdachte. Hieruit blijkt dat hij bij arrest van het gerechtshof van 27 februari 2018 onherroepelijk is veroordeeld ter zake een misdrijf op grond van de Opiumwet. Deze veroordeling ziet op het aanwezig hebben van de hennepkwekerij in zijn woning, waarop in het verlengde daarvan ook de onderhavige uitkeringsfraude ziet. Dit betekent dat artikel 63 Wetboek van Strafrecht van toepassing is, aangezien het onderhavige feit tegelijk met de feiten van de Opiumwet hadden kunnen worden berecht. De rechtbank ziet in dit gegeven aanleiding om een deel van straf in voorwaardelijke zin op te leggen.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft voorts acht geslagen op de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS die zien op fraudezaken. De omstandigheid dat verdachte reeds op allerlei manieren is getroffen door de gevolgen van zijn handelen, zoals door de verdediging aangevoerd, onderscheidt hem niet van andere verdachten in dit soort zaken en is dan ook geen reden om af te wijken van oriëntatiepunten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf acht de rechtbank niet wenselijk. De eis van de officier van justitie doet recht aan de ernst van het feit en de persoon van verdachte. De rechtbank zal daarom een taakstraf voor de duur van 110 uur, waarvan 30 uur voorwaardelijk aan verdachte opleggen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 63 en 227b van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;</para>
    <para>- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; </para>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oplegging straf </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis> van <emphasis role="bold">110 (honderdtien) uren</emphasis>;</para>
    <para>- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 55 (vijfenvijftig) dagen hechtenis; </para>
    <para>- bepaalt dat van de taakstraf een gedeelte van <emphasis role="bold">30 (dertig) uren</emphasis>, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;</para>
    <para>- stelt daarbij een <emphasis role="bold">proeftijd van 2 (twee) jaar</emphasis> vast; </para>
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">algemene voorwaarde</emphasis> dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A. Blanke, voorzitter, mrs. K.J. Veenstra en C. van de Lustgraaf, rechters, in tegenwoordigheid van D.G.W. van de Haar-Kleijer, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 7 november 2018.</para>
      <para>Mr. Van de Lustgraaf is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te onderteken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage: de tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 april</para>
      <para>2015 tot en met 01 februari 2016 in de gemeente Zeist, althans in Nederland,</para>
      <para>in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde</para>
      <para>verplichting, te weten artikel 17 van de Participatiewet, opzettelijk heeft</para>
      <para>nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, en dit feit kon</para>
      <para>strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl hij, verdachte,</para>
      <para>wist, althans redelijkerwijze moest vermoeden dat die gegevens van belang</para>
      <para>waren voor de vaststelling van verdachtes of eens anders recht op een</para>
      <para>verstrekking of tegemoetkoming, te weten een uitkering krachtens de</para>
      <para>Participatiewet, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of</para>
      <para>tegemoetkoming, immers heeft hij, verdachte, opzettelijk geen opgave gedaan</para>
      <para>van en/of verzwegen dat hij, verdachte werkzaamheden verrichtte (in en/of ten</para>
      <para>behoeve van een hennepkwekerij) en/of inkomsten en/of tegoeden had (uit de</para>
      <para>opbrengsten van die hennepkwekerij);</para>
      <para>art 227b Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_c9b3346f-4ad2-4539-9c94-33f9ebf404b7" label="1">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 17 mei 2017,  opgemaakt door de Regionale Sociale Dienst Kromme Rijn Heuvelrug, doorgenummerd 1 tot en met 65. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9fcefabb-95b0-4b24-a006-249a35f28fcb" label="2">
    <para> Voornoemd proces-verbaal, pagina 11.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a98c8e84-54ca-4fe6-a87d-db5283c99d5f" label="3">
    <para> Idem, pagina 18 – 19. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_62fd6bfc-9c3b-4c8d-9090-cef1f930e83e" label="4">
    <para> Proces-verbaal terechtzitting, verklaring verdachte ter zitting 24 oktober 2018 (nader op te maken bij appel).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b4ce7d5e-fa6c-4766-ba83-f793dd660a50" label="5">
    <para> Onder voetnoot 1 genoemd proces-verbaal, pagina 4.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2fdc64f3-17d3-41fb-a083-43bc572ae445" label="6">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, pagina 24 en 25 van onder voetnoot 1 genoemd proces-verbaal.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b0d1f9e0-8d77-4ad2-9819-569af65fa7ad" label="7">
    <para> Los proces-verbaal van verhoor verdachte van 3 juli 2017, PL0900-2016034418-16, blad 3 en 4. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_6e7f97ec-05e3-467b-84fd-5e6663f30910" label="8">
    <para> Proces-verbaal van de terechtzitting van 24 oktober 2018 [<emphasis role="italic">nog op te maken</emphasis>]  </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>