<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2018:525</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-02-13T13:15:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-02-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">453848 / HA RK 18-29</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2018:525">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2018:525</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-02-13T13:11:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2018:525 Rechtbank Midden-Nederland , 09-02-2018 / 453848 / HA RK 18-29</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2018:525:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wrakingszaak.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2018:525:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="80303021-af3b-43a6-a53c-eb13eb928592" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="ebc84eaf-caf8-4c35-a637-3a43f18db13a" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beslissing</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Zaaknummer/rekestnummer: 453848 / HA RK 18-29 </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beslissing van 9 februari 2018 van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken, </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van: <emphasis role="bold">[verzoeker]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verder te noemen verzoeker.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hoofdzaak betreft de procedure geregistreerd onder zaaknummer 6300707 UC EXPL  17-12012. In het kader van die procedure heeft verzoeker bij bericht van 24 januari 2018 een verzoek tot wraking ingediend. Dit verzoek heeft het kenmerk 453848 / HA RK 18-29.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het wrakingsverzoek  </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker legt aan zijn verzoek ten grondslag dat de rechtbank kenbaar behoort te maken wie de behandelend rechter is en wie de advocaat van de wederpartij is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv)  kan elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Verzoeker heeft op 22 december 2017 in dezelfde procedure ook een wrakingsverzoek ingediend met als reden dat de rechtbank niet kenbaar heeft gemaakt welke rechter de hoofdzaak behandelt. Dit wrakingsverzoek is bij beslissing van 3 januari 2018 niet-ontvankelijk verklaard. Vervolgens is de procedure voortgezet in de stand waarin deze zich bevond voor het wrakingsverzoek. Bij brief van 28 december 2017, ter griffie ingekomen op 24 januari 2018, heeft verzoeker in de procedure met zaaknummer 6300707 UC EXPL 17-12012 (deels) verweer ingediend. Voorts staat in die brief dat het verzoek tot uitstel nog niet in behandeling is genomen. Bij brief van 24 januari 2018 dient verzoeker weer een wrakingsverzoek in. Dit luidt niet anders dan het eerder ingediende wrakingsverzoek en bevat dus geen nieuwe gronden die in de beslissing op het eerdere verzoek niet zijn beoordeeld. Daarom oordeelt de wrakingskamer dat het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op grond van deze kennelijke niet-ontvankelijkheid kan, overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 9.1, gelezen in samenhang met paragraaf 4 van het wrakingsprotocol van deze rechtbank, een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek achterwege blijven.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De wrakingskamer ziet aanleiding toepassing te geven aan artikel 39, vierde lid, Rv. Een volgend wrakingsverzoek van verzoeker, betrekking hebbend op de procedure met zaaknummer 6300707 UC EXPL 17-12012 , zal niet in behandeling worden genomen. Verzoeker heeft namelijk eerst op 22 december 2017 een verzoek tot wraking ingediend. Dit verzoek is niet-ontvankelijk verklaard. Nu dient verzoeker weer een wrakingsverzoek in. Dit is ongemotiveerd en zal om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard. Om in het belang van de voortgang van voornoemde procedure te voorkomen dat verzoeker door een hernieuwd wrakingsverzoek misbruik maakt van het wrakingsmiddel, zal worden bepaald dat  een volgend verzoek om wraking in de zaak met zaaknummer 6300707 UC EXPL 17-12012 niet in behandeling wordt genomen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te zenden aan verzoeker, alsmede aan de voorzitter van de afdeling Civiel recht en bestuursrecht en de president van deze rechtbank;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>bepaalt dat de procedure van verzoeker met zaaknummer 6300707 UC EXPL  17-12012 dient te worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>bepaalt dat een volgend verzoek om wraking in de zaak met zaaknummer 6300707 UC EXPL  17-12012 niet in behandeling zal worden genomen.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beslissing is gegeven door mr. S.C. Hagedoorn, voorzitter, mr. A. van Dijk en </para>
        <para>mr. H.A. Brouwer als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. R.H.M. den Ouden, griffier en in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2018.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>