<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2018:4984</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-10-16T08:56:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-10-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">467820 / HA RK 18-291</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Lelystad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2018:4984">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2018:4984</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-10-12T15:14:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2018:4984 Rechtbank Midden-Nederland , 12-10-2018 / 467820 / HA RK 18-291</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2018:4984:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wrakingszaak.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2018:4984:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>WRAKINGSKAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie: Lelystad</para>
      <para>Zaaknummer/rekestnummer: 467820 / HA RK 18-291</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">12 oktober 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek in de zin van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>(verder te noemen: verzoeker).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit: </para>
      <para>- een proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter van 7 september 2018;</para>
      <para>- het wrakingsverzoek, ingekomen op 28 september 2018.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De wrakingskamer heeft, gelet op het volgende, afgezien van een mondelinge</para>
        <para>behandeling.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het wrakingsverzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het verzoek tot wraking is gericht tegen mr. A.J. Reitsma als behandelend rechter (hierna te noemen: de rechter), in de zaak met het nummer 7089971 UV EXPL 18-204 LT/33864.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Verzoeker heeft vier punten aan zijn wrakingsverzoek ten grondslag gelegd:</para>
        <para>1- hij heeft de stukken voor de zitting van 7 september 2018 pas op 6 september 2018 tegen 14.33 uur ontvangen, terwijl hij de stukken 24 uur voor de zitting had moeten krijgen. Ondanks dat verzoeker de stukken te laat heeft gekregen, wil de rechter deze stukken toch toelaten;</para>
        <para>2- de rechter gaat voorbij aan de verplichting van een spoedeisend belang;</para>
        <para>3- de rechter heeft eiser niet gevraagd met bewijzen te komen; </para>
        <para>4- de rechter toont het document inzake zijn verzoekprocedure, die hij aan de rechtbank heeft verzonden en niet aan haar.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Artikel 36 Rv bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Artikel 37 lid 1 Rv bepaalt dat een wrakingsverzoek wordt gedaan zodra de in artikel 36 Rv bedoelde feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Uitgangspunt is dat een wrakingsverzoek op zitting wordt behandeld. Indien het</para>
        <para>wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk is kan van dit uitgangspunt worden afgeweken.</para>
        <para>De gevallen waarin dat mogelijk is zijn genoemd in onderdeel 9.1 a. t/m i. van het wrakingsprotocol van deze rechtbank.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Verzoeker heeft zijn wrakingsverzoek op 28 september 2018 ingediend. De bezwaren van verzoeker hebben uitsluitend betrekking op wat er tijdens de zitting van </para>
        <para>7 september 2018 is voorgevallen en meer in het bijzonder op de wijze waarop de rechter tijdens de zitting heeft gehandeld. Alle feiten en omstandigheden waarop het verzoek tot wraking is gegrond, waren verzoeker tijdens die zitting al bekend. Nu verzoeker het wrakingsverzoek pas 21 dagen nadat de aan de wraking ten grondslag liggende feiten of omstandigheden bij hem bekend waren geworden, heeft ingediend, is de wrakingskamer van oordeel dat dit niet tijdig is in de zin van artikel 37 lid 1 Rv. De ontijdigheid van het verzoek wordt onderstreept door het feit dat de dochter van verzoeker, [A] , die net als verzoeker als gedaagde partij op de zitting aanwezig was, op dezelfde gronden reeds op </para>
        <para>9 september 2018 een verzoek tot wraking van de rechter ingediend heeft. Dit wrakingsverzoek is op 28 september 2018 om 13.30 uur door de wrakingskamer behandeld. Dit betekent dat verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk is in zijn verzoek.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De wrakingskamer stelt bovendien vast dat [A] niet verschenen is bij de behandeling van haar hiervoor genoemde wrakingsverzoek, dat zij nadien pas op de rechtbank gekomen is, dat haar te kennen is gegeven dat de wrakingskamer haar verzoek al behandeld had en dat verzoeker daarna het onderhavige verzoek tot wraking heeft ingediend. Naar het oordeel van de wrakingskamer duidt dit op misbruik van het wrakingsmiddel door verzoeker. De wrakingskamer zal op de voet van artikel 39, vierde lid, Rv bepalen dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in deze zaak niet in behandeling wordt genomen. Dit betekent dat de behandelend rechter tegen wie verzoeker een verzoek tot wraking indient in voorkomend geval het onderzoek niet behoeft te schorsen ten behoeve van een behandeling van dat wrakingsverzoek door de wrakingskamer.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Op grond van deze kennelijke niet-ontvankelijkheid kan, overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 9.1, gelezen in samenhang met paragraaf 4 van het wrakingsprotocol van deze rechtbank, een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek achterwege blijven.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>verklaart het verzoek tot wraking kennelijk niet-ontvankelijk;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te zenden aan verzoeker, de gewraakte rechter, andere betrokken partijen, alsmede aan de president van deze rechtbank en de voorzitter van de afdeling Civiel recht en bestuursrecht van deze rechtbank;</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>bepaalt dat de procedure van verzoeker met zaaknummer 7089971 UV EXPL 18-204 LT/33864 dient te worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>bepaalt dat een volgende verzoek tot wraking van verzoeker in de zaak met zaaknummer 7089971 UV EXPL 18-204 LT/33864 niet in behandeling zal worden genomen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beslissing is gegeven door mr. S.C. Hagedoorn, voorzitter, mr. C.A. de Beaufort en </para>
        <para>mr. L.P. de Haas als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. K.F. van Dam, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2018.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>de griffier                                                                                                   mr. C.A. de Beaufort</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>