<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2018:4795</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-10-03T08:24:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-10-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/652633-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2018:4795">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2018:4795</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-10-03T08:23:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2018:4795 Rechtbank Midden-Nederland , 02-10-2018 / 16/652633-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2018:4795:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering 66a Wetboek van Strafvordering.</para>
      <para />
      <para>Voor eerste feit niet voldaan aan vereiste van 8-jaarsfeit. Voor tweede feit artikel 67a lid 3 sv van toepassing. Afwijzen vordering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2018:4795:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling strafrecht</para>
      <para>Locatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Parketnummer: 16/652633-18</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beslissing van de meervoudige raadkamer van 2 oktober 2018 op de vordering van de officier van justitie tot<emphasis role="bold"> gevangenneming op grond van artikel 66a van het Wetboek van Strafvordering</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte]
    </title>
    <parablock>
      <para>geboren op <emphasis role="bold">[1997]</emphasis> te <emphasis role="bold">[geboorteplaats]</emphasis></para>
      <para>thans verblijvende in <emphasis role="bold">PI Almere</emphasis></para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank betrekt het volgende bij de beoordeling:</para>
      <para>-het bevel gevangenhouding; </para>
      <para>-de overige stukken in het dossier;</para>
      <para>-hetgeen is besproken bij het onderzoek in raadkamer van <emphasis role="bold">2 oktober 2018</emphasis>;</para>
      <para>-de schriftelijke verklaring van de verdachte dat hij niet op de vordering wenst te worden gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Is voldaan aan de vereisten van artikel 66a van het Wetboek van Strafvordering?</emphasis>
      </para>
      <para>Uit de stukken blijkt dat de rechtbank op 30 augustus 2018 de gevangenhouding heeft bevolen voor 30 dagen in verband met ernstige bezwaren voor – kort weergegeven - :</para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>aanwezig hebben van verdovende middelen (harddrugs);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>handel in verdovende middelen (harddrugs).</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para>De tenuitvoerlegging van dit bevel is aangevangen op 1 september 2018 om 15.45 uur.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft verzuimd tijdig de verlenging van voornoemd bevel te vorderen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt allereerst dat de vordering ziet op de twee feiten waarvoor eerder de gevangenhouding is bevolen. Vastgesteld moet worden dat artikel 66a van het Wetboek van Strafvordering in ieder geval toepassing mist voor het eerste feit, nu dit geen feit is dat is bedreigd met een gevangenisstraf van tenminste acht jaar. </para>
      <para>De rechtbank ziet zich daarmee geplaatst voor de vraag of de vordering wel toewijsbaar is voor het tweede feit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De ernstige bezwaren</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank is allereerst van oordeel dat er nog steeds een ernstige verdenking is wat betreft dit feit, omschreven in het bevel bewaring. </para>
      <para>De rechtbank merkt daarbij op dat de rechter-commissaris de ernstige bezwaren voor feit 2 alleen aanneemt voor de dag van de aanhouding. De rechtbank zal dit ook als uitgangspunt nemen bij de beoordeling van de onderhavige vordering. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De gronden</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de grond(en) voor voorlopige hechtenis, genoemd in het bevel gevangenhouding, ook nu nog aanwezig is (zijn).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beroep op artikel 67a lid 3 van het Wetboek van Strafvordering</emphasis>
      </para>
      <para>Nu de vordering alleen nog betrekking kan hebben op feit 2, zoals hiervoor is vastgesteld, en uitgaande van het dossier zoals dat thans voorligt, zodat daarmee alleen ernstige bezwaren bestaan voor het dealen gedurende 1 dag, moet ernstig rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat de op te leggen straf of maatregel geen of minder vrijheidsbeneming meebrengt dan de duur van de voorlopige hechtenis die verdachte tot op heden heeft uitgezeten (artikel 67a lid 3 van het Wetboek van strafvordering).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit heeft tot gevolg dat de vordering van de officier van justitie dient te worden afgewezen. De rechtbank zal de voorlopige hechtenis waarin verdachte zich thans feitelijk bevindt, opheffen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>wijst af de vordering van de officier van justitie; </title>
    <para>
      <emphasis role="bold">heft</emphasis> op de voorlopige hechtenis.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan te Utrecht op <emphasis role="bold">2 oktober 2018</emphasis> door mrs. <emphasis role="bold">E.H.M. Druijf, </emphasis>voorzitter,<emphasis role="bold"> I.J.B. Corbeij </emphasis>en <emphasis role="bold">H.E. Spruit, </emphasis>rechters, in tegenwoordigheid van <emphasis role="bold">K. van Langen, </emphasis>griffier.</para>
      <para>De beslissing is door een van de rechters en de griffier ondertekend.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>