<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2018:4565</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-02-08T13:07:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-09-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-09-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">652479-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2018:4565">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2018:4565</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-02-08T11:41:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-02-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2018:4565 Rechtbank Midden-Nederland , 17-09-2018 / 652479-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2018:4565:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Poging tot doodslag, willekeurig slachtoffer, verdachte niet toerekeningsvatvaar, medicatie ontrouw, artikel 37 Sr van toepassing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2018:4565:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/652479-18 (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 17 september 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] </emphasis>
        <emphasis role="caps">,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [1992] te [geboorteplaats] (Zimbabwe),</para>
      <para>thans gedetineerd in Vught PPC.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>ONDERZOEK TER TERECHTZITTING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 3 september 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. M. Hoogendam en van hetgeen mr. C.H. Dijkstra, advocaat te Amersfoort, namens verdachte, alsmede hetgeen de benadeelde partij [slachtoffer] naar voren heeft gebracht.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>TENLASTELEGGING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Primair	</para>
      <para>op 22 mei 2018 te Amersfoort heeft geprobeerd [slachtoffer] van het leven te beroven;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair	</para>
      <para>op 22 mei 2018 te Amersfoort heeft geprobeerd [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>VOORVRAGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>WAARDERING VAN HET BEWIJS</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het primair tenlastegelegde feit is door verdachte begaan. Verdachte heeft het primair ten laste gelegde feit bekend. De raadsvrouw heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. </para>
        <para>De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 3 september 2018; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] van 22 mei 2018, genummerd PL0900-2018143421-1, opgemaakt door de politie Midden‑Nederland, pagina 3 tot en met 10; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een schriftelijk stuk, te weten een verklaring van 22 mei 2018 van een arts van de Spoedeisende Hulp van Meander Medisch Centrum te Amersfoort, pagina 15 tot en met 17; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] van 22 mei 2018, genummerd PL0900-2018143421-2, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, pagina 18 en 19;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] 22 mei 2018, genummerd PL0900-2018143421-5, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, pagina 20 en 21.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewijsoverweging</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht, gelet op voornoemde bewijsmiddelen, het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De bekentenis</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank stelt vast dat verdachte heeft bekend dat hij het slachtoffer op 22 mei 2018 in Amersfoort is tegengekomen en dat hij hem heeft aangevallen omdat hij stemmen hoorde die hem daartoe opdracht gaven. Ter zitting heeft verdachte bevestigd dat hij de keel van het slachtoffer heeft dichtgedrukt. Verdachte heeft ter zitting verklaard zich de andere ten laste gelegde handelingen niet te herinneren, maar de rechtbank ziet in de bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, voldoende wettig en overtuigend bewijs voor het bewezenverklaarde. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Opzet op doodslag</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of sprake is van (voorwaardelijk) opzet op het intreden van de dood.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank komt op grond van de aangifte, de getuigenverklaringen en de toestand van het slachtoffer na het incident, zoals die blijkt uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] en de medische verklaringen, tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte gepoogd heeft het slachtoffer van het leven te beroven.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat verdachte het slachtoffer in de rug heeft aangevallen, zijn arm om de nek van het slachtoffer heeft geklemd en, rollend over de grond, met het slachtoffer heeft gevochten. Daarbij heeft hij onder meer geprobeerd het slachtoffer te wurgen en hem  bewusteloos te maken. Het slachtoffer, fit en getraind in zelfverdediging, heeft de aanvallen van verdachte afgeweerd, maar, omdat verdachte bleef doorgaan, voelde het slachtoffer zijn kracht wegvloeien en dacht dat hij het niet zou overleven. Getuigen durfden niet tussen beiden te komen omdat het geweld zo extreem was. Een getuige verklaart dat zij blij was dat het slachtoffer om hulp bleef roepen omdat zij daardoor wist dat hij nog leefde. Een verbalisant heeft gerelateerd dat hij nog nooit iemand heeft gezien die zo agressief en onberekenbaar was als verdachte. </para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat het handelen van verdachte, beoordeeld naar zijn uiterlijke verschijningsvorm, en hetgeen aangever en getuigen daarover hebben verklaard, zozeer gericht is geweest op het uitschakelen van het slachtoffer dat niet anders kan worden gezegd dat verdachte de opzet had om het slachtoffer van het leven te beroven. </para>
        <para>Daarbij is volgens de rechtbank niet van belang dat de bewezenverklaarde handelingen los van elkaar gezien niet tot het intreden van de dood hoeven te leiden, zoals betoogd door de verdediging.   </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>BEWEZENVERKLARING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op 22 mei 2018 te Amersfoort, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf</para>
      <para>om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet met kracht</para>
      <para>meermalen</para>
    </parablock>
    <para>- in het gezicht, althans tegen het lichaam, van die [slachtoffer] heeft geslagen</para>
    <para>en</para>
    <para>- tegen het lichaam van die [slachtoffer] heeft geschopt en</para>
    <para>- de keel van die [slachtoffer] heeft dichtgeknepen en dicht geknepen gehouden</para>
    <para>en </para>
    <para>- met zijn, verdachtes, duim tegen de luchtpijp van die [slachtoffer] heeft geduwd</para>
    <para>en </para>
    <para>- met zijn, verdachtes, duimen in de ogen van die [slachtoffer] heeft geduwd en</para>
    <para>- met zijn, verdachtes, duim achter het oor van die [slachtoffer] heeft geduwd en</para>
    <para>- in het gezicht en op de rug van die [slachtoffer] heeft gekrabd en</para>
    <para>- in de balzak van die [slachtoffer] heeft geknepen en</para>
    <para>- in de rug van die [slachtoffer] heeft gebeten,</para>
    <para> zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>STRAFBAARHEID VAN HET FEIT</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">poging tot doodslag.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Over verdachte zijn de volgende rapporten opgemaakt:</para>
    </parablock>
    <para>- een rapport van 30 juli 2018, opgemaakt door H. Kondakçi, psychiater;</para>
    <para>- een rapport van 24 juli 2018, opgemaakt door M.F. Raven, GZ-psycholoog.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beide deskundigen hebben geadviseerd verdachte het tenlastegelegde, indien bewezen, in het geheel niet toe te rekenen. </para>
      <para>Beide deskundigen hebben bij verdachte een ziekelijke stoornis van de geestvermogens vastgesteld die ook aanwezig was ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde feit. De psychiater schat het recidiverisico zonder professionele behandeling en begeleiding hoog in. De psycholoog gaat uit van een matig tot hoog recidiverisico. </para>
      <para>Beide deskundigen adviseren tot het opleggen van klinische behandeling door plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis voor de termijn van 1 jaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is, op basis van de conclusies van de deskundigen H. Kondakçi en M.F. Raven, van oordeel dat het hiervoor bewezen verklaarde niet aan verdachte kan worden toegerekend en zij zal verdachte daarom ontslaan van alle rechtsvervolging. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>OPLEGGING VAN MAATREGEL</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte de maatregel van artikel 37 van het Wetboek van strafrecht op te leggen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte op grond van de deskundigenadviezen de maatregel van artikel 37 van het Wetboek van strafrecht dient te worden opgelegd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij het bepalen van de maatregel heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met betrekking tot de ernst van het bewezenverklaarde overweegt de rechtbank dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een ernstig gewelddelict, gericht tegen een willekeurig slachtoffer en gepleegd voor de deur van de basisschool. Het slachtoffer kwam toevallig nog een lunchtrommel brengen voor zijn dochter toen hij door verdachte werd aangevallen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft onder rubriek 7 reeds geoordeeld dat het bewezenverklaarde feit wegens een ziekelijke stoornis van de geestvermogens niet aan verdachte kan worden toegerekend. De rechtbank is op grond van de stoornis van verdachte, het ontbreken van ziektebesef en de ontrouw in het innemen van medicatie, van oordeel dat verdachte een gevaar oplevert voor de algemene veiligheid van personen en goederen. Om het herhalingsgevaar te verminderen vindt de rechtbank, overeenkomstig de deskundigen, klinische behandeling noodzakelijk. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het voorgaande acht de rechtbank, conform de eis van de officier van justitie, plaatsing van verdachte in een psychiatrisch ziekenhuis noodzakelijk, overeenkomstig artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht, voor de duur van 1 jaar.   </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>BENADEELDE PARTIJ</title>
    <para>
      [slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 2.609,23. Dit bedrag bestaat uit € 609,23 materiële schade en € 2.000,- immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte primair ten laste gelegde feit.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>9.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden toegewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft zich met betrekking tot de vordering gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Daarbij heeft de raadsvrouw verzocht de in het kader van de schadevergoedingsmaatregel op te leggen aanvullende hechtenis, voor het geval verdachte niet betaalt, te beperken tot maximaal 1 (één) dag. Verwezen is naar de financiële omstandigheden van verdachte. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Vast staat dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder rubriek 5 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze schade op € 2.609,23 en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 22 mei 2018 tot de dag van volledige betaling. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 2.609,23, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 22 mei 2018 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met maximaal 1 (één) dag hechtenis, waarbij toepassing van de hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing berust op de artikelen 36f, 37, 45, 287 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het primair ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;</para>
    <para>- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het onder rubriek 5 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; </para>
    <para>- verklaart verdachte voor het onder rubriek 5 bewezen verklaarde niet strafbaar en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging ten aanzien van dat feit; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oplegging van de maatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- gelast dat verdachte <emphasis role="bold">in een psychiatrisch ziekenhuis zal worden geplaatst</emphasis> voor een termijn van een jaar; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partij</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 2.609,23; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 mei 2018 tot de dag van volledige betaling; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 2.609,23 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 mei 2018 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met maximaal 1 (één) dag hechtenis;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Veenendaal, voorzitter, mrs. E.H.M. Druijf en Y.N.M. Rijlaarsdam, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.E. van Wiggen-van der Hoek, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 17 september 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Y.N.M. Rijlaarsdam is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage: de tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Primair</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 22 mei 2018 te Amersfoort, althans in het arrondissement</para>
      <para>Midden-Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf</para>
      <para>om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet met kracht</para>
      <para>(meermalen)</para>
    </parablock>
    <para>- in het gezicht, althans tegen het lichaam, van die [slachtoffer] heeft geslagen</para>
    <para>en/of (vervolgens)</para>
    <para>- tegen het lichaam van die [slachtoffer] heeft geschopt en/of (vervolgens)</para>
    <para>- de keel van die [slachtoffer] heeft dichtgeknepen en/of dicht geknepen gehouden</para>
    <parablock>
      <para>en/of de ademhaling van die [slachtoffer] gedurende enige tijd heeft belet of</para>
      <para>belemmerd en/of (daarbij)</para>
    </parablock>
    <para>- met zijn, verdachtes, duim tegen de luchtpijp van die [slachtoffer] heeft geduwd</para>
    <para>en/of (vervolgens)</para>
    <para>- met zijn, verdachtes, duim(en) in de ogen van die [slachtoffer] heeft geduwd en/of</para>
    <para>(vervolgens)</para>
    <para>- met zijn, verdachtes, duim(en) achter het oor van die [slachtoffer] heeft geduwd</para>
    <para>en/of (vervolgens)</para>
    <para>- in het gezicht en/of op de rug, althans op het lichaam, van die [slachtoffer] heeft</para>
    <para>gekrabd en/of (vervolgens)</para>
    <para>- in de balzak(ken) van die [slachtoffer] heeft geknepen en/of daar aan getrokken</para>
    <para>en/of (vervolgens)</para>
    <para>- in de rug van die [slachtoffer] heeft gebeten,</para>
    <para> zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 287 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 22 mei 2018 te Amersfoort, althans in het arrondissement</para>
      <para>Midden-Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf</para>
      <para>om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat</para>
      <para>opzet met kracht (meermalen)</para>
    </parablock>
    <para>- in het gezicht, althans tegen het lichaam, van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of</para>
    <para>(vervolgens)</para>
    <para>- tegen het lichaam van die [slachtoffer] heeft geschopt en/of (vervolgens)</para>
    <para>- de keel van die [slachtoffer] heeft dichtgeknepen en/of dicht geknepen gehouden</para>
    <parablock>
      <para>en/of de ademhaling van die [slachtoffer] gedurende enige tijd heeft belet of</para>
      <para>belemmerd en/of (daarbij)</para>
    </parablock>
    <para>- met zijn, verdachtes, duim tegen de luchtpijp van die [slachtoffer] heeft geduwd</para>
    <para>en/of (vervolgens)</para>
    <para>- met zijn, verdachtes, duim(en) in de ogen van die [slachtoffer] heeft geduwd en/of</para>
    <para>(vervolgens)</para>
    <para>- met zijn, verdachtes, duim achter het oor van die [slachtoffer] heeft geduwd</para>
    <para>en/of (vervolgens)</para>
    <para>- in het gezicht en/of op de rug, althans op het lichaam, van die [slachtoffer] heeft</para>
    <para>gekrabd en/of (vervolgens)</para>
    <para>- in de balzak(ken) van die [slachtoffer] heeft geknepen en/of daar aan getrokken</para>
    <para>en/of (vervolgens)</para>
    <para>- in de rug van die [slachtoffer] heeft gebeten,</para>
    <parablock>
      <para>zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;</para>
      <para>art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>