<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2018:4362</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-09-17T08:54:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-09-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-05-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/16/17/786 R</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Lelystad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2018:4362">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2018:4362</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-09-17T08:54:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-09-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2018:4362 Rechtbank Midden-Nederland , 17-05-2018 / C/16/17/786 R</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2018:4362:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank wijst een voordracht tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling af. De ontstane boedelachterstand is naar het oordeel van de rechtbank niet toe te rekenen aan schuldenares, maar aan haar beschermingsbewindvoerder. De beschermingsbewindvoerder heeft zonder overleg met de toezichthoudende kantonrechter en in het zicht van de wettelijke schuldsaneringsregeling geld van de beheerrekening overgemaakt naar schuldenares in privé. De rechtbank draagt de beschermingsbewindvoerder op ervoor te zorgen dat de boedelachterstand zo spoedig mogelijk wordt ingelopen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2018:4362:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</title>
    <para>Civiel recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Lelystad</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: C/16/17/786 R</para>
      <para>nummer verklaring: CDS1700815636</para>
      <para>uitspraakdatum: 17 mei 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak op grond van artikel 350 lid 3 van de Faillissementswet </para>
      <para>(“voorstel tussentijdse beëindiging schuldsanering”) </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>enkelvoudige kamer</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis van deze kamer van 13 december 2017 is de definitieve schuldsanering (Wsnp) uitgesproken ten aanzien van:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [schuldenares] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] -1985 te [geboorteplaats] (Polen),</para>
      <para>wonende [adres] [postcode] [woonplaats] ,</para>
      <para>hierna: schuldenares.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij openbaar verslag van 9 januari 2018 heeft de Wsnp-bewindvoerder (mevrouw [naam Wsnp-bewindvoerder] ) laten weten dat de beschermingsbewindvoerder (de heer [naam beschermingsbewindvoerder] ) het tegoed op de spaarrekening (€ 2.150,-) van schuldenares vlak voor de toepassing van de Wsnp heeft overgemaakt naar de privérekening van schuldenares. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 23 januari 2018 heeft mevrouw [naam Wsnp-bewindvoerder] het volgende laten weten:</para>
    </parablock>
    <para>- Medio november 2017 was het saldo op de spaarrekening van schuldenares </para>
    <para>€ 2.150,-. Schuldenares spaarde elke maand € 50,- en daarnaast zijn er belastingteruggaven op de spaarrekening overgemaakt. Tijdens de toelatingszitting op 13 december 2017 is aan [naam beschermingsbewindvoerder] gevraagd wat er met de belastingteruggaven is gebeurd; hier had hij toen geen antwoord op;</para>
    <para>- Op datum toepassing Wsnp (13 december 2017) stond er nog maar € 300,83 op de spaarrekening. De gelden zouden onder andere zijn besteed aan een boxspring-bed van € 696,50. De beschermingsbewindvoerder heeft inmiddels wel een bedrag van </para>
    <para>€ 400,- overgemaakt naar de boedelrekening;</para>
    <para>- Na aftrek van het boxspring-bed en het bedrag dat [naam beschermingsbewindvoerder] heeft overgemaakt naar de boedelrekening blijft er derhalve nog een bedrag van € 1.053,50 over wat naar de boedel moet, aldus [naam Wsnp-bewindvoerder] . ING zal het resterende bedrag van € 300,83 nog overmaken naar de boedelrekening.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 16 februari 2018 heeft [naam beschermingsbewindvoerder] desgevraagd gereageerd op de brief van [naam Wsnp-bewindvoerder] . Hij stelt dat de berekening van [naam Wsnp-bewindvoerder] niet juist is. Voorts zijn er alleen noodzakelijke uitgaven gedaan. Schuldenares moest verhuizen vanwege haar zwangerschap. Zij moest hiervoor geld lenen van de gemeente om de borg te kunnen betalen. Voorts moest er een complete inrichting worden aangeschaft. Vanwege lichamelijke klachten is er een duurder bed gekocht. Daarnaast is er geld besteed aan tandartskosten, aldus [naam beschermingsbewindvoerder] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 8 maart 2018 heeft [naam Wsnp-bewindvoerder] weer gereageerd op de brief van [naam beschermingsbewindvoerder] . Zij is mening dat de kwesties met betrekking tot de zwangerschap en de verhuizing reeds een jaar speelden en derhalve nu niet meer relevant zijn. Volgens de bewindvoerder gaat het erom dat het saldo op spaarrekening vlak voor toelating tot de Wsnp is afgenomen met </para>
      <para>€ 1.849,17.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 4 april 2018 heeft de rechter-commissaris de Wsnp-regeling voorgedragen voor tussentijdse beëindiging omdat schuldenares haar schuldeisers heeft benadeeld door kort voor de toelating tot de Wsnp een groot deel van het aanwezige saldo op de spaarrekening te besteden aan (consumptieve) uitgaven ten behoeve van zichzelf. Voorts heeft zij kennelijk getracht om de belastinggelden verborgen te houden door hiervan geen melding te maken op de toelatingszitting. Dit getuigt niet van een saneringsgerichte houding, aldus de rechter-commissaris. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 26 april 2018 heeft een terechtzitting als bedoeld in artikel 353 Fw plaatsgevonden. Op deze terechtzitting zijn verschenen schuldenares, de heer [naam beschermingsbewindvoerder] (en collega) en mevrouw [naam Wsnp-bewindvoerder] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam Wsnp-bewindvoerder] heeft ter zitting laten weten dat [naam beschermingsbewindvoerder] verantwoordelijk dient te worden gehouden voor de ontstane boedelachterstand (en dus niet schuldenares). Immers, het vermogen van schuldenares is onder bewind gesteld wegens lichamelijke of geestelijke toestand. [naam beschermingsbewindvoerder] heeft kort voor toelating Wsnp bedragen overgemaakt naar schuldenares, terwijl deze bedragen aan de boedel toebehoren. [naam beschermingsbewindvoerder] is hiermee tekort geschoten met betrekking tot zijn zorgtaak, aldus [naam Wsnp-bewindvoerder] . [naam Wsnp-bewindvoerder] pleit voor afwijzing van de voordracht tot tussentijdse beëindiging onder de verplichting dat [naam beschermingsbewindvoerder] de ontstane boedelachterstand moet inlossen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam beschermingsbewindvoerder] heeft ter zitting laten weten dat hij zich verbaast over de aantijgingen van [naam Wsnp-bewindvoerder] . Met het geld zijn alleen noodzakelijke spullen aangeschaft (boxspring-bed en gebitsprothese). In het verleden is er wel eens extra leefgeld overgemaakt, dit had misschien niet mogen gebeuren. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Motivering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van een boedelachterstand. Vaststaat dat het saldo op de spaarrekening van schuldenares medio november 2017 € 2.150,- bedroeg en dat het saldo op de dag van de toelating tot de Wsnp nog maar € 300,83 bedroeg (ING gaat dit bedrag nog overmaken naar de boedelrekening). Het verschil van € 1.849,17 komt in beginsel aan de boedel toe. Inmiddels is er een bedrag van € 1.015,- overgemaakt naar de boedelrekening. Dit houdt in dat er sprake is van een boedelachterstand € 834,17. [naam beschermingsbewindvoerder] heeft verklaard dat dit geld is uitgegeven aan een boxspring-bed en dat het eigen risico met betrekking tot de zorgverzekering is betaald. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht het zeer kwalijk dat [naam beschermingsbewindvoerder] zonder overleg met de toezichthoudend kantonrechter en in het zicht van de Wsnp gelden van de spaarrekening heeft overgemaakt naar schuldenares in privé. [naam beschermingsbewindvoerder] had zich ervan moeten vergewissen dat deze gelden mogelijk voor de schuldeisers gereserveerd hadden moeten worden. Hij had – naar het oordeel van de rechtbank – in ieder geval de toelating tot de Wsnp moeten afwachten. Na de toelating tot de Wsnp had hij vervolgens al het spaargeld moeten overmaken naar de boedelrekening. Voor (medisch) noodzakelijke uitgaven ten behoeve van schuldenares had hij vervolgens in contact moeten treden met de Wsnp-bewindvoerder en de rechter-commissaris (mogelijk kan hij dit alsnog doen). Door dit na te laten heeft [naam beschermingsbewindvoerder] in ieder geval de suggestie gewekt dat hij in het zicht van de Wsnp heeft getracht om gelden te onttrekken aan de boedel. Om die reden is de rechtbank van oordeel dat de boedelachterstand is toe te rekenen aan [naam beschermingsbewindvoerder] (en dus niet aan schuldenares). Immers, het vermogen van schuldenares is onder bewind gesteld vanwege haar lichamelijke of geestelijke toestand, waardoor zij niet in staat is ten volle haar vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen. Van een beschermingsbewindvoerder mag worden verwacht dat hij deze belangen voor haar waarneemt. [naam beschermingsbewindvoerder] heeft dat in dit geval nagelaten.  De rechtbank zal [naam beschermingsbewindvoerder] derhalve opdragen om het de boedelachterstand zo spoedig mogelijk <emphasis role="underline">vanuit eigen middelen</emphasis> te voldoen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Beslissing</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af de voordracht tot tussentijdse beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verstaat dat [naam beschermingsbewindvoerder] de boedelachterstand van € 834,17 zo spoedig mogelijk vanuit eigen middelen voldoet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.W.F. Houthoff en in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2018.<footnote-ref linkend="_6800c799-9d6f-477c-8126-7adc85c0110b" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_6800c799-9d6f-477c-8126-7adc85c0110b" label="1">
    <para>
      <emphasis role="bold">Hoger beroep tegen dit vonnis kan slechts worden ingesteld door een advocaat, bij het gerechtshof  Arnhem-Leeuwarden. De termijn van hoger beroep is acht dagen, te rekenen na de dag van de uitspraak van het vonnis. </emphasis>
    </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>