<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2018:3888</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-08-20T09:39:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-08-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-08-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16-705576-15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2018:3888">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2018:3888</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-08-20T09:38:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-08-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2018:3888 Rechtbank Midden-Nederland , 14-08-2018 / 16-705576-15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2018:3888:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>verlenging PIJ</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2018:3888:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling strafrecht</para>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/705576-15</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 14 augustus 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>Beslissing op de vordering tot verlenging van de maatregel</para>
      <para>van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen ex artikel 77t   Wetboek van Strafrecht</para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beslissing van de meervoudige raadkamer voor strafzaken, naar aanleiding van de vordering van de officier van justitie in het arrondissement Midden-Nederland van 9 juli 2018, strekkende tot verlenging met 16 (zestien) maanden van de termijn van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde]
        </emphasis>, </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,</para>
      <para>thans verblijvende te [verblijfplaats] aan de [adres] te [woonplaats] ,</para>
      <para>(hierna: [voornaam van verdachte] ).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De stukken</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken, waaronder:<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para>- een afschrift van het vonnis van deze rechtbank van 29 december 2015 waarbij [voornaam van verdachte] onder meer de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: PIJ) is opgelegd; </para>
    <para />
    <para>- het negende perspectiefplan van [verblijfplaats] te [plaatsnaam] over de periode 9 januari 2018 tot 5 juni 2018;</para>
    <para />
    <para>- het door mw. [A] , gedragswetenschapper en behandelcoördinator, uitgebrachte verlengingsadvies van [verblijfplaats] te [plaatsnaam] van 22 juni 2018, strekkende tot verlenging van de termijn van de maatregel met 16 maanden;</para>
    <para />
    <para>- de vordering van de officier van justitie van 9 juli 2018, die strekt tot verlenging van de maatregel PIJ met 16 maanden. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>2</nr>De procesgang<?linebreak?></title>
    <para>Het onderzoek heeft - met gesloten deuren - plaats gevonden ter zitting van 31 juli 2018, waarbij zijn gehoord de officier van justitie, [voornaam van verdachte] , raadsman mr. J.J. Bussink, advocaat te Utrecht (waarnemend voor mr. W. Ausma, advocaat te Utrecht) en de deskundige [A] , voornoemd, verbonden aan [verblijfplaats] te [plaatsnaam]</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het standpunt van de officier van justitie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de officier van justitie gevorderd de maatregel PIJ te verlengen met </para>
      <para>16 maanden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het standpunt van de verdediging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft zich aangesloten bij de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de maatregel met 16 maanden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [voornaam van verdachte] is bij vonnis van deze rechtbank van 29 december 2015 veroordeeld voor – kort gezegd – poging tot zware mishandeling, poging tot doodslag en vernieling. Bij genoemd vonnis is aan [voornaam van verdachte] onder meer een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel opgelegd. Met betrekking tot de duur van deze maatregel heeft de rechtbank overwogen dat de mogelijkheid bestaat deze te verlengen, omdat [voornaam van verdachte] is veroordeeld voor feiten die zijn gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het voormelde verlengingsadvies van [A] houdt - samengevat - het volgende in. [voornaam van verdachte] heeft de afgelopen periode grote stappen gemaakt. Na september 2016 hebben zich geen (gewelds)incidenten meer voorgedaan. [voornaam van verdachte] is leergierig en meewerkend. In verband met het vrijwel dagelijks overprikkeld raken van [voornaam van verdachte] , zijn er diverse vaktherapieën ingezet, is medicatie afgestemd en werd vanuit het mentorschap structuur aangeboden. [voornaam van verdachte] vertoont pro-sociaal gedrag, is in zijn identiteitsontwikkeling gegroeid en heeft nieuwe interesses op sportgebied. Tevens beschikt [voornaam van verdachte]  over het vermogen om zich terug te trekken uit spanningsopwekkende situaties. Momenteel richt de behandeling zich op het zelfstandig toepassen van technieken om tot rust te komen, deze kan hij later bij het Scholing- en Trainingsprogramma uitvoeren. [voornaam van verdachte] gaat meermalen per week op verlof. Ondanks alles blijft [voornaam van verdachte] kwetsbaar, is hij niet in staat om buiten een zelfstandig bestaan op te bouwen en zal hij in bepaalde mate afhankelijk van hulp blijven. Het lange termijn perspectief is dat [voornaam van verdachte] op Scholing- en Trainingsprogramma gaat en dan bij een begeleid wooninstantie verblijft met expertise in het begeleiden van jongvolwassenen met een licht verstandelijke beperking en autistische kenmerken. Geadviseerd wordt de PIJ-maatregel met 16 maanden te verlengen, waarbij rekening is gehouden met een Scholing- en Trainingsprogramma van 6 maanden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de verklaring van de deskundige [A] , afgelegd ter zitting van 31 juli 2018, blijkt </para>
      <para>– zakelijk weergegeven – het volgende. Er is sprake van een recente ontwikkeling. Naast de eendaagse onbegeleide verlofstatus die hij al had, heeft [voornaam van verdachte] kortgeleden toestemming gekregen voor ‘slaapverlof’ en hij heeft de afgelopen nacht bij zijn ouders geslapen.  Dit is goed verlopen. Dit verlof ziet nu nog op één nacht, maar kan in de toekomst worden uitgebreid. Vanuit de politie is aangegeven dat er geen dreiging meer aanwezig is, wat impliceert dat [voornaam van verdachte] zich vrij in Utrecht zou kunnen bewegen. Er moet gemonitord worden of [voornaam van verdachte] zich prettig voelt in de omgeving Utrecht en of hij, indien dat nodig is, de juiste  aangeleerde vaardigheden toe kan passen. Uiteindelijk is het de bedoeling dat [voornaam van verdachte] in staat is om ‘nee’ te zeggen tegen oude vrienden.  Tevens moet er gekeken worden naar een geschikte woonvoorziening. [voornaam van verdachte] heeft aangegeven in Hilversum te willen gaan wonen. De gemeente Hilversum toont zich bereidwillig om een geschikte plek te vinden.  Gelet op voornoemde omstandigheden is een verlenging van 10 maanden wenselijk. De overige 6 maanden zullen worden gebruikt om invulling te geven aan het Scholing- en Trainingsprogramma.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat uit voornoemd advies en de behandeling ter terechtzitting volgt dat de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel eist en verlenging tevens in het belang is van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van [voornaam van verdachte] . Gelet op artikel 77t van het Wetboek van Strafrecht is verlenging ook mogelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt dat een verlenging van de PIJ-maatregel voor de duur van 16 maanden in de rede ligt, zodat op zorgvuldige wijze gecontinueerd kan worden met de behandeling van [voornaam van verdachte] , er een geschikte woonvoorziening kan worden gezocht en invulling kan worden gegeven aan het Scholing- en Trainingsprogramma. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft gelet op de artikelen 77s, 77t en 77u van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verlengt de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van <emphasis role="bold">[veroordeelde]</emphasis> voor de termijn van <emphasis role="bold">16 maanden</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. A.C. van den Boogaard, voorzitter, tevens kinderrechter, mrs. E.J. van Rijssen en M.W.V. van Duursen, rechters, bijgestaan door mr. T.J. van der Waaij, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van deze rechtbank van 14 augustus 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>