<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2018:2889</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-31T13:31:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-06-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL17.13389</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2018:2889">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2018:2889</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-31T13:29:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2018:2889 Rechtbank Midden-Nederland , 28-06-2018 / NL17.13389</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2018:2889:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroepsfout advocaat? Vorderingen afgewezen; onvoldoende gesteld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2018:2889:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>vonnis</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">_________________________________________________________________ _</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL17.13389</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 28 juni 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,<?linebreak?>woonplaats [woonplaats] ,<?linebreak?>eiser, hierna te noemen: [eiser] ,<?linebreak?>advocaat G.C.L. van de Corput,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerder]
        </emphasis>,<?linebreak?>woonplaats [woonplaats] ,<?linebreak?>verweerder, hierna te noemen: [verweerder] ,<?linebreak?>advocaat W.A.M. Rupert.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>In de procedure zijn de volgende stukken ingebracht:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de procesinleiding</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het verweerschrift</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Op 24 mei 2018 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Toen heeft [eiser] nog een stuk ingebracht (mail 5 april 2016). Na de mondelinge behandeling is een proces-verbaal aan partijen beschikbaar gesteld. De advocaat van [verweerder] heeft bij brief van 5 juni 2018 een opmerking geplaatst bij de inhoud van het proces-verbaal.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft bepaald dat zij vonnis zal wijzen in deze zaak.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil en de beoordeling</title>
    <bridgehead role="italic">Inleiding</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Deze zaak gaat over de vraag of [verweerder] een beroepsfout heeft gemaakt toen hij  advocaat was van [eiser] . </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vordering van [eiser]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para> vordert een verklaring voor recht dat [verweerder] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen, dan wel onrechtmatig heeft gehandeld en dat [verweerder] op grond hiervan gehouden is tot vergoeding van de door [eiser] geleden schade, nader op te maken bij staat, met veroordeling van [verweerder] in de kosten van het geding.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feiten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [verweerder] is advocaat, gespecialiseerd in strafzaken. Hij heeft [eiser] vanaf 17 maart 2016 bijgestaan in een strafzaak. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op 17 maart 2016 is [eiser] aangehouden door de politie op verdenking van gewoonte witwassen, bankieren zonder vergunning, het voorhanden hebben van hennep en diefstal van gas en elektriciteit. Bij een doorzoeking van zijn woning heeft de politie onder andere een contant geldbedrag van € 374.215,- in beslag genomen. Ook zijn twee auto’s in beslag genomen. In het reservewiel van één van de auto’s werd 2 kilo hash aangetroffen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Op 31 maart 2016 heeft de behandeling van de vordering tot gevangenhouding van [eiser] plaatsgevonden. Dezelfde dag heeft de rechtbank de gevangenhouding van [eiser] bevolen voor een periode van 90 dagen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 1 april 2016 mailt [verweerder] aan de zaaksofficier van justitie: <?linebreak?><emphasis role="italic">“Cliënt wenst in te gaan op uw voorstel om een transactie ex artikel 74 Sr overeen te komen. Kunt u mij de overeenkomst doen toekomen zodat ik er zorg voor kan dragen dat cliënt heden de overeenkomst kan ondertekenen alsook dat er voor de betaling zorg gedragen kan worden. </emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">[…]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voor de goede orde en om misverstanden te voorkomen wens ik nog op te merken dat de transactie dus ziet om strafvervolging voor alle feiten in opgemelde zaak te voorkomen. Voorts heeft u mij toegezegd dat ook afgezien wordt van een ontnemingsvordering.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">[…]”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <parablock>
        <para>Daarop stuurt de zaaksofficier van justitie dezelfde dag de volgende mail aan [verweerder] :</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“[…] </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Kort samengevat zal de overeenkomst het volgende omvatten; </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- Nog te betalen transactiebedrag: €40.000,- </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- Afstand van ibn </emphasis>toevoeging rb: in beslag genomen]<emphasis role="italic"> geld en auto’s. </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- geen vergoeding 81 etc Sv </emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Daarvoor geen vervolging van de 4 feiten (witwassen, bankieren zonder vergunning, bezit hash en diefstal), alsmede geen ontneming, Tevens zal dit onderzoek naar uw client gestopt worden.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">[…]”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Op 1 april 2016 heeft de dochter van [eiser] € 40.000,- in contanten betaald aan het openbaar ministerie. Op 4 april 2016 is [eiser] in vrijheid gesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>In april 2016 heeft [eiser] een transactieovereenkomst getekend, waarin onder andere het volgende staat:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“De Officier van Justitie  bij het Arrondissementsparket  Midden-Nederland […]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">biedt  hierbij:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">[…]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [eiser]
          </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">[…]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">die wordt verdacht van de volgende misdrijven gepleegd in de periode  12-01-16 tot en met 17-3-16  te Utrecht:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Gewoonte witwassen  (art. 420ter Sr)</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">bankieren zonder vergunníng (art.2:3a Wft jo art. 1 en 2 WED)</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">voorhanden hebben hennep (art. 3 Ow)</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Diefstal gas en elektriciteit  (art. 311 Sr)</emphasis>
          </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">aan, overeenkomstig artikel 74 Wetboek van Strafrecht, dat hij niet vervolgd zal worden ter zake van de hiervoor vermelde misdrijven onder de volgende  voorwaarden:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">betaling aan de Staat van een bedrag van </emphasis>
            <emphasis role="bold italic">€ 40.000,-</emphasis>
            <emphasis role="italic"> ter voorkoming van de strafvervolging;  en</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">afstand ten behoeve van de Staat van de volgende voorwerpen die vatbaar zijn voor verbeurdverklaring en/of onttrekking aan het verkeer,</emphasis>
          </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">o  een geldbedrag van </emphasis>
          <emphasis role="bold italic">€374.215,--</emphasis>
          <emphasis role="italic">  (incl de rente op voornoemd bedrag)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">o  Volkswagen Golf; kenteken [kenteken]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">o  Volkswagen Touran, kenteken [kenteken]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verklaart  verder:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">van de Staat der Nederlanden niets meer te vorderen te hebben ter zake van de (gevolgen)  van de aanhouding en afstand te doen van zijn aanspraak op schadevergoeding of andere kosten in verband met zijn aanhouding en/of opvolgende voorlopige hechtenis en/of de kosten van rechtsbijstand in het kader van het strafrechtelijk onderzoek tegen verdachte.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Eerst door voldoening aan alle voorwaarden, verklaart de verdachte zich met de inhoud van deze transactie voor akkoord en komt zij tot stand.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">[…]”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>Eind april 2016 heeft [eiser] zich gewend tot een andere advocaat.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Oordeel rechtbank</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>De rechtbank vindt dat [eiser] onvoldoende onderbouwd heeft gesteld dat [verweerder] een beroepsfout heeft gemaakt. Dit betekent dat zijn vorderingen worden afgewezen. Hierna licht de rechtbank dit oordeel toe.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Maatstaf</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank moet beoordelen of [verweerder] bij het uitvoeren van de overeenkomst tussen hem en [eiser] de zorg van een goed opdrachtnemer in acht heeft genomen (artikel 7:401 BW). Dat betekent dat hij zich moet gedragen zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. In de situatie van [eiser] staat vast dat de officier van justitie hem een transactievoorstel heeft gedaan. In dat geval rust op de advocaat ( [verweerder] ) de plicht om zijn cliënt ( [eiser] ) in staat te stellen goed geïnformeerd te beslissen op zo’n voorstel. </para>
        <para>In deze procedure heeft [eiser] de plicht om voldoende onderbouwd te stellen (en zo nodig te bewijzen) dat [verweerder] niet heeft voldaan aan deze maatstaf.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13.</nr>
      <para>De rechtbank vindt dat [eiser] niet heeft voldaan aan zijn plicht om voldoende onderbouwd te stellen dat [verweerder] niet heeft voldaan aan de zorg van een goed opdrachtnemer. Het centrale verwijt van [eiser] aan [verweerder] is dat hij hem er niet duidelijk en uitdrukkelijk op heeft gewezen dat hij, met het accepteren van de transactie, afstand zou doen van een groot geldbedrag en twee auto’s. Ter feitelijke onderbouwing daarvan heeft [eiser] tijdens de mondelinge behandeling (samengevat) het volgende verklaard. [eiser] heeft met [verweerder] gesproken terwijl hij vastzat. [verweerder] heeft over het voorstel van de officier van justitie tegen hem gezegd dat zijn dossier vijf jaar open zou blijven en dat het bedrag van € 40.000,- was bedoeld als borg om vrij te komen. Er is volgens [eiser] niet gesproken over het doen van afstand van auto’s of geld. Toen de rechter hem vroeg wat hij bedoelt met dat het dossier vijf jaar open zou blijven, heeft [eiser] herhaald dat het dossier vijf jaar open zou blijven en dat hij vijf jaar zou hebben om de auto’s en het geld terug te krijgen. Later in april 2016 is [eiser] op het kantoor van [verweerder] geweest en heeft hij een briefje ondertekend. Dat briefje moest hij tekenen om de € 40.000,- terug te krijgen, aldus [eiser] . [eiser] verklaart dat hij het briefje niet heeft gelezen omdat het in de Nederlandse taal was. Met zijn vrouw en dochter heeft [eiser] alleen gesproken over de € 40.000,- die is betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.14.</nr>
      <para>Tegenover deze summiere en weinig gedetailleerde verklaring heeft [verweerder] , zowel in het verweerschrift als tijdens de mondelinge behandeling, een samenhangend, gedetailleerd en chronologisch relaas gegeven. [verweerder] heeft gesteld en verklaard dat de officier van justitie hem na de raadkamerzitting van 31 maart 2016 mondeling een transactievoorstel heeft gedaan. Volgens zijn verklaring heeft hij het transactievoorstel tot tweemaal toe met [eiser] besproken in de penitentiaire inrichting: de middag na de raadkamerzitting en de volgende ochtend, toen duidelijk was dat [eiser] in ieder geval nog 90 dagen in voorarrest zou blijven. Tussen deze twee besprekingen heeft [verweerder] naar eigen zeggen op de avond van 31 maart 2016 over het voorstel gesproken met de vrouw en dochter van [eiser] , dit op uitdrukkelijk verzoek van [eiser] . [verweerder] heeft gesteld en verklaard dat de vrouw en dochter van [eiser] een duidelijke voorkeur hadden voor het accepteren van het transactievoorstel. Die voorkeur heeft hij de ochtend erna overgebracht aan [eiser] . Tijdens de bespreking met [eiser] op de ochtend van 1 april 2016 heeft [verweerder] naar eigen zeggen nogmaals uitgelegd (in de moedertaal van [eiser] ) wat het voorstel inhield en wat de gevolgen daarvan zouden zijn: het betalen van een bedrag, afstand doen van het geld en de auto’s en in ruil daarvoor geen strafvervolging. Verder heeft [verweerder] verklaard dat hij, ter voorkoming van misverstanden, [eiser] heeft laten herhalen en uitleggen wat hij hem zojuist had gezegd. [verweerder] heeft verder toegelicht dat het politieonderzoek zich ook richtte tegen de schoonfamilie van [eiser] en dat [eiser] er dus een groot belang bij had dat justitie het onderzoek tegen hem zou stopzetten. [verweerder] stelt ten slotte dat hij de transactieovereenkomst heeft gemaild aan de dochter van [eiser] en dat hij die getekend retour heeft ontvangen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.15.</nr>
      <para>Tegenover deze gemotiveerde betwisting heeft [eiser] te weinig gesteld. Hij is in feite niet ingegaan op de gedetailleerde verklaring van [verweerder] en heeft in reactie daarop slechts herhaald wat hij eerder tijdens de mondelinge behandeling zei: dat zijn dossier vijf jaar open zou zijn en dat er niet is gesproken over het doen van afstand van geld en auto’s. Zo heeft [eiser] geen reactie gegeven op het verhaal van [verweerder] over de momenten waarop zij met elkaar over het voorstel zouden hebben gesproken en de taal waarin ze met elkaar zouden hebben gesproken. In de procesinleiding heeft [eiser] nog gesteld dat de officier van justitie het transactievoorstel heeft gedaan in een telefoongesprek op vrijdagochtend 1 april 2016, en [verweerder] heel snel daarna (in een mail van 12.02 uur dezelfde dag) het voorstel namens [eiser] heeft geaccepteerd. Tijdens de mondelinge behandeling is [eiser] op die stelling niet meer teruggekomen en heeft evenmin gereageerd op het uitgebreide en chronologische relaas in het verweerschrift en tijdens de mondelinge behandeling. Ook heeft hij niet gereageerd op de stellingen van [verweerder] over dat wat er met zijn vrouw en dochter zou zijn besproken. Dat had wel op zijn weg gelegen gezien de stelling van [verweerder] in het verweerschrift dat hij het transactievoorstel op uitdrukkelijk verzoek van [eiser] met zijn vrouw en dochter heeft besproken. [eiser] is ook niet ingegaan op de stelling van [verweerder] dat zijn schoonfamilie werd geraakt door het politieonderzoek en dat hij (en zijn familie) er dus een groot belang bij had(den) dat het onderzoek zou stoppen. Ten slotte legt [eiser] niet uit wat hij bedoelt als hij verklaart dat hij vijf jaar zou hebben om de auto’s en het geld terug te krijgen terwijl er in zijn visie niet was gesproken over het doen van afstand van het in beslag genomen geld en de auto’s.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.16.</nr>
      <para>Alleen al om deze reden moeten de vorderingen van [eiser] worden afgewezen. Als het zo zou zijn dat [verweerder] [eiser] niet goed heeft geïnformeerd (wat dus niet is komen vast te staan), dan zou bovendien het volgende gelden. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Causaal verband</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.17.</nr>
      <para>
        [verweerder] heeft als verweer gevoerd dat er geen causaal verband is tussen de gestelde beroepsfout en de gestelde schade. [eiser] zou, ook als hij had beseft dat hij met het transactievoorstel afstand deed van het geldbedrag en de auto’s, dezelfde beslissing hebben genomen: hij zou ook dan het transactievoorstel hebben aanvaard. Ter onderbouwing daarvan heeft [verweerder] gesteld dat er een langdurig onderzoek liep tegen [eiser] , waarbij hij lange tijd is geobserveerd en waarbij telefoongesprekken zijn afgeluisterd. De politie heeft onder andere een transactie waargenomen, waarbij een tas met geld door [eiser] aan een ander is overhandigd. Die andere persoon is aangehouden en bleek in het bezit te zijn van € 100.000,-, dat afkomstig was van [eiser] . Verder heeft [eiser] tot op heden geen aannemelijke verklaring gegeven voor de herkomst van het grote geldbedrag dat bij de doorzoeking is aangetroffen en evenmin voor de 2 kilo hasj die in een reservewiel van de auto van [eiser] is aangetroffen. Er bestond al met al een serieuze verdenking tegen [eiser] , aldus [verweerder] . Daarbij genomen dat het onderzoek zich ook richtte tegen de schoonfamilie van [eiser] , was het aanvaarden van het transactievoorstel op dat moment het enige juiste advies, aldus [verweerder] . De kans dat [eiser] een jarenlange gevangenisstraf zou hebben gekregen, was levensgroot volgens [verweerder] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.18.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser] heeft ook hier onvoldoende tegenover gesteld. De enige stelling die hij in de procesinleiding heeft ingenomen is dat als hij goed geïnformeerd zou zijn, hij niet met het transactievoorstel zou hebben ingestemd. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiser] daaraan toegevoegd, dat het maar de vraag is of hij zou zijn veroordeeld. Hij heeft erop gewezen dat er alleen maar een proces-verbaal van de voorgeleiding beschikbaar was en dat de nieuwe advocaat van [eiser] wel kansen zag in deze zaak. </para>
        <para>Daarmee heeft [eiser] onvoldoende gesteld dat als de (hypothetische) beroepsfout wordt weggedacht, hij het transactievoorstel zou hebben verworpen en er een gunstig resultaat in de strafzaak zou zijn behaald. [verweerder] heeft immers concrete feiten en omstandigheden gesteld die zijn standpunt onderbouwen dat er geen causaal verband bestaat tussen de gestelde beroepsfout en de gestelde schade. Van [eiser] , die (in tegenstelling tot [verweerder] ) beschikt over het strafdossier, had verwacht mogen worden dat hij door het stellen van concrete feiten en omstandigheden aannemelijk maakt dat een dergelijk causaal verband wel bestaat. Dit heeft [eiser] niet gedaan. Ook om die reden moeten de vorderingen van [eiser] worden afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.19.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft in deze procedure ongelijk gekregen en daarom moet hij aan [verweerder] de proceskosten vergoeden. De kosten van [verweerder] worden begroot op:</para>
      <para>- griffierecht	€	287,00</para>
      <para>- salaris advocaat	<emphasis role="underline">	1.086,00</emphasis> (2,0 punten × tarief € 543,00)</para>
      <para>Totaal	€ 	1.373,00</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [verweerder] tot op heden begroot op € 1.373,00,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eiser] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Brouwer en in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2018.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Coll.: AS/4601</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>