<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2018:2456</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-05T11:27:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-06-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">460705 / HA RK 18-173</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2018:2456">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2018:2456</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-05T11:27:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2018:2456 Rechtbank Midden-Nederland , 04-06-2018 / 460705 / HA RK 18-173</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2018:2456:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>wraking</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2018:2456:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="bcbff906-7d73-4652-8154-29b20421315f" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="18f85942-33df-4df2-8542-e0633d711e51" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>Beslissing</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>WRAKINGSKAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer/rekestnummer: 460705 / HA RK 18-173</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">4 juni 2018</emphasis>
      </para>
      <para>
        <?linebreak?>op het verzoek in de zin van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] , </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verder te noemen: verzoeker.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Verzoeker heeft bij brief van 16 mei 2018 een verzoek ingediend tot wraking van de wrakingskamer, bestaande uit mrs. A. van Holten, A.M. Koene en G.J.J.M. Essink, die op 6 november 2015 een beslissing heeft genomen op het door verzoeker ingediende wrakingsverzoek tegen mr. J. Sap. Dit wrakingsverzoek is geregistreerd onder nummer 460705 / HA RK 18-173.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De wrakingskamer heeft, gelet op het volgende, afgezien van een mondelinge behandeling.  </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Het middel van wraking is toegekend aan een partij die wenst te voorkomen dat een rechter die tegenover een partij een vooringenomenheid koestert, althans aan een partij die daarover vrees heeft die objectief gerechtvaardigd is, (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter een einduitspraak heeft gedaan omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om, wanneer de behandeling van de zaak is geëindigd door het wijzen van een einduitspraak, wraking te verzoeken van de rechters die deze uitspraak hebben gedaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De wrakingskamer, bestaande uit mrs. Van Holten, Koene en Essink, heeft bij beslissing van 6 november 2015 het tegen mr. J. Sap gerichte wrakingsverzoek ongegrond verklaard. Die beslissing is een eindbeslissing waarmee de behandeling van het wrakingsverzoek door mrs. Van Holten, Koene en Essink is geëindigd. Het wrakingsverzoek van 16 mei 2018 is na het wijzen van deze beslissing ingediend. Hieruit volgt dat mrs. Van Holten, Koene en Essink het tegen mr. Sap gerichte wrakingsverzoek niet meer behandelden op het moment dat het onderhavige wrakingsverzoek werd gedaan.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Het voorgaande leidt tot de conclusie dat verzoeker niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het onderhavige wrakingsverzoek. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Op grond van deze kennelijke niet-ontvankelijkheid kan, overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 9.1, gelezen in samenhang met paragraaf 4 van het wrakingsprotocol van deze rechtbank, een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek achterwege blijven.  </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verklaart het verzoek tot wraking niet-ontvankelijk;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te zenden aan verzoeker, de gewraakte rechters en aan de president van deze rechtbank. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <?linebreak?>Deze beslissing is gegeven door mr. C.A. de Beaufort, voorzitter, mr. M.C. Oostendorp en </para>
        <para>mr. H.A. Brouwer als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. L.C.J. van der Heijden en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2018.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De griffier is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>de griffier                                                                                                   	de voorzitter</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>