<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2018:1906</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-05-09T09:02:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-03-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/16/376780 / HA ZA 14-738</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2018:1906">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2018:1906</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-05-09T09:01:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2018:1906 Rechtbank Midden-Nederland , 28-03-2018 / C/16/376780 / HA ZA 14-738</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2018:1906:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gevolgen onttrekking advocaat in een procedure met verplichte procesvertegenwoordiging</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2018:1906:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="ad5be639-8c02-472c-b6b0-a4542bb4aee9" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="6a9f98d1-e13d-478a-953b-b1731bb0872a" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>handelskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/16/376780 / HA ZA 14-738</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 28 maart 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] (Gld),</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>advocaat mr. A. Kolder te Groningen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde sub 1] B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>advocaat mr. Rupert te Rotterdam heeft zich onttrokken op 5 april 2014</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. de naamloze vennootschap</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">REAAL SCHADEVERZEKERINGEN N.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Utrecht,</para>
      <para>gedaagden,</para>
      <para>advocaat mr. W.A.M. Rupert te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiser] , [gedaagde sub 1] en Reaal genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 20 december 2017, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte uitlating van [eiser] ,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte uitlating van Reaal.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In het vonnis van 20 december 2017 heeft de rechtbank [eiser] in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten welk belang hij heeft bij een vonnis in deze zaak. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat in de zaak, die is geregistreerd onder zaaknummer C/16/380191 HA ZA 14-859 (ECLI:NL:RBMNE:2017:6028) op 6 december 2016 (rechtbank: lees 2017) vonnis is gewezen, waarbij de vorderingen van [eiser] tegen [gedaagde sub 1] , die gelijkluidend zijn aan de vorderingen tegen [gedaagde sub 1] en Reaal in deze procedure, zijn afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft in zijn akte naar voren gebracht dat hij zijn zaak tegen [gedaagde sub 1] en Reaal in hoger beroep wenst voort te zetten. Daarmee heeft hij zijn belang bij een vonnis in deze procedure voldoende onderbouwd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Anders dan [eiser] betoogt is [gedaagde sub 1] (nog steeds) partij in deze procedure. Zoals de rechtbank in 2.6 van het tussenvonnis heeft overwogen, heeft [eiser] op 28 augustus 2014 Reaal en [gedaagde sub 1] gezamenlijk gedagvaard in deze procedure. De advocaat van Reaal, mr. W.A.M. Rupert heeft zich aanvankelijk voor beide gedaagden gesteld, maar op 5 april 2016 meegedeeld dat hij zich voor [gedaagde sub 1] onttrekt als advocaat. Er heeft zich geen nieuwe advocaat gesteld voor [gedaagde sub 1] . Als sprake is van een verplichte procesvertegenwoordiging zoals hier aan de orde heeft onttrekking van de advocaat tot gevolg dat de betreffende partij geen proceshandelingen kan verrichten, maar nadat een partij eenmaal is verschenen, wordt de procedure voortgezet op tegenspraak, ook al wordt deze partij na een onttrekking niet langer vertegenwoordigd door een advocaat. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De rechtbank zal de vorderingen van [eiser] afwijzen. In het vonnis van 6 december 2017 heeft de rechtbank de aansprakelijkheid van [gedaagde sub 1] afgewezen, zodat ook in deze zaak de vordering tegen [gedaagde sub 1] afgewezen moet worden. In deze zaak zijn immers dezelfde gronden aangevoerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Op grond van artikel 7:954 BW kan [eiser] van Reaal niet meer vorderen dan hetgeen [gedaagde sub 1] op grond van haar aansprakelijkheidsverzekering van Reaal te vorderen zou hebben. Bij het ontbreken van aansprakelijkheid heeft [gedaagde sub 1] geen vordering op Reaal, zodat ook de vordering van [eiser] tegen Reaal moet worden afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>
        [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. [eiser] heeft geen bijzondere feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan er aanleiding zou kunnen zijn de proceskosten ten laste van Reaal te laten komen, zoals [eiser] heeft verzocht. Het enkele feit dat hij het voornemen heeft om hoger beroep in te stellen is daarvoor uiteraard onvoldoende reden. Dit geldt eveneens voor het verzoek van [eiser] om de uitvoerbaarheid bij voorbaat van dit vonnis achterwege te laten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De kosten aan de zijde van Reaal worden begroot op:</para>
      <para>- griffierecht		608,00</para>
      <para>- salaris advocaat	<emphasis role="underline">	678,00</emphasis> (1,5 punt × tarief € 452,00)</para>
      <para>Totaal	€ 	1.286,00</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>De kosten aan de zijde van [gedaagde sub 1] worden begroot op nihil.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van Reaal tot op heden begroot op € 1.286,00 en aan de zijde van [gedaagde sub 1] op nihil.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] in de na dit vonnis voor Reaal ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat hij niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Slootweg en in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2018.<footnote-ref linkend="_f5d0bfbd-8453-40d7-a28f-09b6ae12fd97" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_f5d0bfbd-8453-40d7-a28f-09b6ae12fd97" label="1">
    <para>type:  SM/4183</para>
    <para>coll:</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>