<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2018:1534</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-29T10:31:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-04-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/705390-16 (ontneming)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2018:1534">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2018:1534</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-04-17T15:56:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2018:1534 Rechtbank Midden-Nederland , 17-04-2018 / 16/705390-16 (ontneming)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2018:1534:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontnemingsvordering. De rechtbank stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op 21.318,42 euro.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2018:1534:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/705390-16 (ontneming)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 17 april 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de ontnemingszaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
        <emphasis role="caps">,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,</para>
      <para>postadres: [adres] , [postcode] [woonplaats] .</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- de vordering van de officier van justitie ten bedrage van € 21.318,42 die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt;</para>
    <para>- het strafdossier onder parketnummer 16/705390-16, waaronder het proces-verbaal van opsporingsonderzoek 09DUIM met nummer PL0900-2016103089 (pagina 1 tot en met 1616);</para>
    <para>- het veroordelend vonnis van 17 april 2018 waaruit blijkt dat veroordeelde door de meervoudige strafkamer in deze rechtbank, is veroordeeld tot de in die uitspraak vermelde straf ter zake van (voor zover thans relevant):</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 3:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">medeplegen van voorbereidingshandelingen die betrekking hebben op de Opiumwet in de periode van 1 december 2015 t/m 5 april 2016 te Rotterdam/IJsselstein/Schijndel;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">-</emphasis>het ‘Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel’ (hierna: het rapport) van 10 maart 2017 met betrekking tot [verdachte] in het onderzoek 09DUIM, met bijlagen (pagina 1 tot en met 125);</para>
    <para>- de conclusie van antwoord van de raadsman van veroordeelde, mr. B.J. de Pree, advocaat te Utrecht, van 8 januari 2018</para>
    <para>- de conclusie van repliek van het Openbaar Ministerie van 2 februari 2018;</para>
    <para>- de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzitting en de overige stukken in het dossier.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 1 november 2016, 24 januari 2017, 25 april 2017, 1 juni 2017, 24 oktober 2017 en 13 maart 2018. De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 13 maart 2018. Het onderzoek in de zaak is gesloten op 3 april 2018.</para>
      <para>De officier van justitie en de raadsman zijn daarbij aanwezig geweest.</para>
      <para>De veroordeelde is op de bij de wet voorgeschreven wijze opgeroepen en is aanwezig geweest bij de inhoudelijke behandeling op 13 maart 2018.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het wederrechtelijk verkregen voordeel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, conform het ontnemingsrapport, geheel toe te wijzen, te weten een bedrag van € 21.318,42.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman van verdachte heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de verdediging (ten aanzien van feit 3) vrijspraak heeft bepleit, zodat primair de vordering tot ontneming moet worden afgewezen. Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen, omdat het in het rapport opgenomen bedrag van </para>
        <para>€ 26.642,27, bestaande uit diverse contante stortingen, verklaarbaar is en om die reden niet wederrechtelijk verkregen. De raadsman voert hiertoe aan dat deze geldbedragen afkomstig waren van door de (ex-)partner van veroordeelde verdiend inkomen uit zwart werk. Dit geld was ten behoeve van hun dochtertje. De (ex-)partner deed in die periode veel zwarte klussen als stratenmaker. Daarnaast heeft de vader, tevens medeverdachte [medeverdachte] , haar in die periode enkele bedragen ‘toegestopt’ welke zij vervolgens heeft gestort. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Het uitgangspunt voor de ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel vormt het onder 1 genoemde vonnis van 17 april 2018, waarbij veroordeelde onder meer is veroordeeld voor het plegen van voorbereidingshandelingen met betrekking tot de Opiumwet.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De voordeelsberekening in het rapport is gebaseerd op een eenvoudige kasopstelling, dat wil zeggen op de berekening van het verschil tussen de (bekende) (contante) uitgaven en de (bekende) beschikbare legale (contante) gelden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De onderzoeksperiode betreft 1 januari 2014 tot en met 5 april 2016.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de door de Belastingdienst verstrekte gegevens bleek dat van veroordeelde geen (contant) inkomen bekend was.<footnote-ref linkend="_eca5a659-6691-435a-baba-578acbcb3fe5" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Van de bankrekeningen op naam van veroordeelde werd in totaal € 15.520,- contant opgenomen.<footnote-ref linkend="_d98666a7-47c6-43a7-bcdd-f2e86919108b" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de gevorderde bankgegevens bleek voorts dat veroordeelde in totaal een bedrag van </para>
        <para>€ 26.642,27 contant op haar rekening heeft gestort.<footnote-ref linkend="_747fb280-74db-4d4b-9dae-fdc7cd157c70" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het onderzoek zijn geen specifieke feitelijke contante uitgaven door veroordeelde gebleken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Vervolgens is berekend welke kosten veroordeelde gedurende de onderzoeksperiode zal hebben gehad voor haar (dagelijkse) levensonderhoud en dat van haar dochtertje (geboren [geboortedatum] 2015). Hierbij is uitgegaan van de Nibudnorm.<footnote-ref linkend="_ac9e4115-10d3-4faa-8370-971396dd4299" /></para>
        <para>Om vast te stellen dan wel uit te sluiten dat er vlak voor de onderzoeksperiode contant geld werd opgenomen van de bankrekeningen van veroordeelde zijn de bankgegevens vanaf 1 december 2013 bekeken. Uit die afschriften blijkt dat er in die maand geen contante opnames zijn gedaan. Het beginsaldo is om die reden op nul gesteld.<footnote-ref linkend="_bafeb023-fc46-4358-8c91-4e42224c8d07" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel ziet er dan als volgt uit:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>a.</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para>Beginsaldo contant geld</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€          0,00     </para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>b.</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>+/+</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Legale contante ontvangsten inclusief bankopnamen</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 15.520,00</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>c.</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>-/-</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Eindsaldo contant geld</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€           0,00</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>d.</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para>Beschikbaar voor het doen van uitgaven</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 15.520,00</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>e.</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>-/-</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Werkelijk contante uitgaven (Nibud) inclusief bankstortingen</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 36.838,42</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>f.</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="bold">Verschil (wederrechtelijk verkregen voordeel)</emphasis>
                </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="bold">- € 21.318,42 </emphasis>
                </para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
        <para>Uit het voorgaande volgt dat veroordeelde meer heeft uitgegeven dan zij (legaal) aan (contante) inkomsten had, zodat kan worden aangenomen dat deze uitgaven ten minste gelijk zijn aan het verondersteld wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt aldus het bedrag dat veroordeelde aan wederrechtelijk voordeel heeft verkregen met toepassing van artikel 36e, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht vast op een bedrag van € 21.318,42.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verweer verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>Zoals hierboven omschreven heeft de raadsman van veroordeelde aangevoerd dat het bedrag van € 26.642,27, bestaande uit diverse contante stortingen, verklaarbaar is en om die reden niet wederrechtelijk is verkregen. </para>
        <para>De rechtbank verwerpt dit verweer. Naar aanleiding van de stelling van de raadsman is de (ex-)partner van veroordeelde, [A] , gehoord. De (ex-)partner van veroordeelde heeft de bewering betwist.<footnote-ref linkend="_4b84bb12-a9dc-4c35-861a-3ba7a4f9190a" /> Hoewel de verklaring van [A] in het licht moet worden bezien van de huidige – niet zo rooskleurige – verhouding tussen hem en veroordeelde, acht de rechtbank bij deze stand van zaken, zonder nadere onderbouwing door de raadsman, deze stelling niet aannemelijk geworden.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Toegepaste wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, zoals dit artikel luidde ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op </para>
    <para>€ 21.318,42;</para>
    <para />
    <para>- legt aan de veroordeelde, [verdachte] , de verplichting op tot betaling aan de Staat van een geldbedrag ter grootte van € 21.318,42 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.P. Schotman, voorzitter, </para>
      <para>mrs. R.L.M. van Opstal en H.F. Koenis rechters, </para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. R.S. Wijkstra, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 17 april 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_eca5a659-6691-435a-baba-578acbcb3fe5" label="1">
    <para> Blz. 5 van het rapport.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d98666a7-47c6-43a7-bcdd-f2e86919108b" label="2">
    <para> Blz. 5 van het rapport. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_747fb280-74db-4d4b-9dae-fdc7cd157c70" label="3">
    <para> Blz. 5 van het rapport. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_ac9e4115-10d3-4faa-8370-971396dd4299" label="4">
    <para> Blz. 5 van het rapport. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_bafeb023-fc46-4358-8c91-4e42224c8d07" label="5">
    <para> Blz. 6 van het rapport. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_4b84bb12-a9dc-4c35-861a-3ba7a4f9190a" label="6">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige [A] van 7 maart 2018 (aanvullend stuk in dossier 09DUIM).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>