<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2017:5349</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-10-26T09:23:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-10-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-07-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/659306-17 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Lelystad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_materieelStrafrecht">Strafrecht; Materieel strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2017:5349">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2017:5349</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-10-26T09:23:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-10-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2017:5349 Rechtbank Midden-Nederland , 12-07-2017 / 16/659306-17 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2017:5349:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan brandstichting. Zij heeft brand gesticht in haar kamer in de [naam instelling]. Aan verdachte is reeds een TBS-maatregel opgelegd, waarvan verlenging kan worden gevorderd en aan welke maatregel een soortgelijk gronddelict ten grondslag ligt. Het opleggen van een straf aan verdachte in onderhavige zaak dient naar het oordeel van de rechtbank geen enkel strafrechtelijk doel. De rechtbank bepaalt dat ten aanzien van het bewezen verklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2017:5349:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Lelystad</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/659306-17 (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 12 juli 2017</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [1984] te [geboorteplaats]<?linebreak?>gedetineerd te [verblijfplaats] .</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>ONDERZOEK TER TERECHTZITTING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de  terechtzitting van 28 juni 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. A.J.S. Visser en van hetgeen verdachte en mr. H. Gase, advocaat te Almere, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>TENLASTELEGGING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">primair:	</emphasis>op 24 maart 2017 te Almere opzettelijk brand heeft gesticht met gevaar voor   goederen en levensgevaar voor personen; </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">subsidiair:		</emphasis>heeft geprobeerd brand te stichten met gevaar voor goederen en levensgevaar voor personen; </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">meer subsidiair: </emphasis>op 24 maart 2017 te Almere goederen toebehorende aan de [naam instelling] heeft vernield.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>VOORVRAGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>WAARDERING VAN HET BEWIJS</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman stelt zich op het standpunt dat de rechtbank tot een bewezenverklaring kan komen van het primair ten laste gelegde feit. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewijsmiddelen</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_d52273fc-0f64-4f52-a95f-d5cff2d3dc09" />
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 24 maart 2017 opzettelijk brand heeft gesticht in de [naam instelling] met gevaar voor goederen en levensgevaar voor personen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft het primair ten laste gelegde bekend en de verdediging heeft geen vrijspraak bepleit. De rechtbank volstaat in die situatie met toepassing van het bepaalde in artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering met een opsomming van de bewijsmiddelen.</para>
      </parablock>
      <para>- de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 28 juni 2017;<footnote-ref linkend="_e228a8c8-774b-4bea-b689-e9d95891a1b7" /></para>
      <para>- proces-verbaal van aangifte van [aangever] ;<footnote-ref linkend="_48457be8-8156-4841-a72a-7219db4af8d7" /></para>
      <para>- proces-verbaal van bevindingen;<footnote-ref linkend="_53f64e9f-e10b-4737-95cc-7f34e2903cfd" /></para>
      <para>- proces-verbaal van sporenonderzoek.<footnote-ref linkend="_fdb5128b-b247-4f56-b592-0a69e242a0ff" /></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>BEWEZENVERKLARING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">primair</emphasis>
      </para>
      <para>op 24 maart 2017 te [woonplaats] opzettelijk brand heeft gesticht in kamer […] (afdeling</para>
      <para>
        […] ) in de [naam instelling] , immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk met een aansteker kleding en beddengoed en een stoel aangestoken, ten gevolge waarvan brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor (andere) goederen in die kamer en/of (andere) kamers en/of (andere) goederen in/van de [naam instelling] en/of (andere) goederen van medepatiënten en levensgevaar voor medepatiënten en medewerkers van de [naam instelling] te duchten was;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>STRAFBAARHEID VAN HET FEIT</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">primair: </emphasis>opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor een ander te duchten is.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij haar oordeel omtrent de strafbaarheid van verdachte acht geslagen op de Pro Justitiarapportage gedateerd 22 mei 2017, opgemaakt door [A] , rapporteur en psychiater i.o. en de Pro Justitiarapportage gedateerd 1 juni 2017, opgemaakt door drs. A. Witvliet, GZ-psycholoog.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De psychiater heeft geen direct contact gehad met verdachte en kan daarom geen uitspraak doen over het psychiatrisch toestandsbeeld van verdachte. </para>
      <para>Verdachte heeft na het eerste gesprek met de psycholoog aangegeven niet mee te willen werken met het onderzoek. Gezien het feit dat er wel sprake lijkt te zijn van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens en dit bovendien een rol kan hebben gespeeld bij het ten laste gelegde hebben de deskundigen overwogen te adviseren om verdachte te plaatsen in een klinische observatiesetting ter diagnostiek. Echter, verdachte is in 2016 geobserveerd in het Pieter Baan Centrum. Aldaar kon door het gemankeerde onderzoek geen conclusie worden getrokken omdat verdachte beperkt haar medewerking verleende. Er is wel geconstateerd dat er sprake is van een aanwezige ziekelijke stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling, echter kon de aard van de psychische/psychiatrische stoornis niet worden vastgesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoewel de rechtbank op basis van onderzoek naar de geestesgesteldheid van verdachte niet kan vaststellen in welke mate het bewezenverklaarde feit aan verdachte kan worden toegerekend is naar het oordeel van de rechtbank geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>OPLEGGING VAN STRAF EN/OF MAATREGEL</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het door hem bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden en dat aan verdachte tevens de maatregel van terbeschikkingstelling (hierna: TBS) met dwangverpleging zal worden opgelegd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman is van mening dat verdachte voor het bewezenverklaarde feit volledig ontoerekeningsvatbaar moet worden beschouwd en aan haar geen straf of maatregel moet worden opgelegd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij het bepalen van de straf of maatregel heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en met name de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft in aanmerking genomen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan brandstichting. Zij heeft brand gesticht in haar kamer in de [naam instelling] . Verdachte heeft met haar handelen niet alleen de betreffende kamer en de daarin aanwezige goederen beschadigd dan wel vernield, maar tevens gevaar veroorzaakt voor de overige kamers in het gebouw, de daarin aanwezige goederen en potentieel levensgevaar veroorzaakt voor de personen die zich ten tijde van de brand in het gebouw bevonden. Verdachte heeft het onderhavige delict gepleegd terwijl zij in het kader van een aan haar opgelegde TBS-maatregel met dwangverpleging in de kliniek verbleef. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voornoemde TBS-maatregel is aan verdachte opgelegd bij vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank Oost-Brabant van 15 juni 2016. Verdachte is in dit vonnis veroordeeld voor onder meer een vergelijkbare brandstichting in haar cel in de [gevangenis] te [vestigingsplaats] . Uit dit vonnis blijkt dat verdachte naar aanleiding van de brandstichting heeft verklaard dat zij moordlustig is en iedereen wil vermoorden. De rechtbank constateert dat verdachte ook in onderhavige zaak heeft verklaard dat zij de brand in de [naam instelling] heeft gesticht omdat zij extreem moordlustig is en iedereen dood wil maken. De rechtbank heeft, gelet op de verklaringen van verdachte, de inhoud van de Pro Justitia rapporten genoemd onder 7, de inhoud van het vonnis d.d. 15 juni 2016, maar ook de inhoud van het PBC rapport d.d. 23 mei 2016, geen reden om aan te nemen dat verdachte ten tijde van het plegen van onderhavig feit in een wezenlijk andere psychische/psychiatrische toestand verkeerde dan de toestand tijdens het plegen van de feiten in het vonnis van 15 juni 2016. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De ernst van het bewezenverklaarde feit rechtvaardigt op zichzelf beschouwd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Daarnaast kan de terbeschikkingstelling van verdachte worden gelast, nu bij verdachte tijdens het begaan van het feit een ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond, het door verdachte begane feit een misdrijf is waarop naar wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld en in beginsel de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen het opleggen van deze maatregel eist. In het onderhavige geval acht de rechtbank het opleggen van deze maatregel echter niet opportuun. Aan verdachte is reeds een TBS-maatregel opgelegd, waarvan verlenging kan worden gevorderd en aan welke maatregel een soortgelijk gronddelict ten grondslag ligt. Het opleggen van een straf aan verdachte in onderhavige zaak dient naar het oordeel van de rechtbank geen enkel strafrechtelijk doel. Daarnaast voorziet de lopende TBS maatregel reeds in preventie en het verminderen van recidivegevaar. Bij de tussentijdse toets van de lopende TBS maatregel kan ook dit strafbare feit in de totale beoordeling worden meegenomen. Gelet op de persoon van de verdachte, die -zoals ook ter zitting is gebleken- ernstig lijdt aan een ziekelijke stoornis, ziet de rechtbank ook vanuit het oogpunt van vergelding geen aanleiding om straf op te leggen. De rechtbank zal daarom volstaan met toepassing van het rechterlijk pardon.  </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing berust op de artikelen 9a, 157 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het primair ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;</para>
    <para>- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; </para>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar; </para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat ten aanzien van het bewezen verklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. N.E.M. Kranenbroek, voorzitter, mrs. W.S. Ludwig en M. Ferschtman, rechters, in tegenwoordigheid van drs. E.M.S. Arduin, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 juli 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. W.S. Ludwig is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage: de tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">primair</emphasis>
      </para>
      <para>zij op of omstreeks 24 maart 2017 te Almere, althans in het arrondissement</para>
      <para>Midden-Nederland, opzettelijk brand heeft gesticht in kamer […] (afdeling</para>
      <para>
        […] ) in de [naam instelling] , immers heeft verdachte toen aldaar</para>
      <para>opzettelijk met een aansteker kleding en/of beddengoed en/of een stoel</para>
      <para>aangestoken, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met</para>
      <para>kleding en/of beddengoed en/of een stoel, althans met (een) brandbare</para>
      <para>stof(fen), ten gevolge waarvan die kleding en/of dat beddengoed en/of die</para>
      <para>stoel geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is</para>
      <para>ontstaan,terwijl daarvan gemeen gevaar voor (andere) goederen in die kamer</para>
      <para>en/of (andere) kamers en/of (andere) goederen in/van de [naam instelling]</para>
      <para>en/of (andere) goederen van medepatiënten, in elk geval gemeen gevaar voor</para>
      <para>goederen en/of levensgevaar voor medepatiënten en/of medewerkers van de</para>
      <para>
        [naam instelling] , in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen, te</para>
      <para>duchten was;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">subsidiair</emphasis>
      </para>
      <para>zij op of omstreeks 24 maart 2017 te Almere, althans in het arrondissement</para>
      <para>Midden-Nederland, ter uitvoering van het door haar voorgenomen misdrijf om</para>
      <para>opzettelijk brand te stichten in kamer […] (afdeling […] ) in de</para>
      <para>
        [naam instelling] , terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of</para>
      <para>levensgevaar te duchten was, met dat opzet met een aansteker kleding en/of</para>
      <para>beddengoed en/of een stoel aangestoken, in elk geval met dat opzet (open) vuur</para>
      <para>in aanraking gebracht met kleding en/of beddengoed en/of een stoel, althans</para>
      <para>met (een) brandbare stof(fen), zijnde de uitvoering van dat voorgenomen</para>
      <para>misdrijf niet voltooid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">meer subsidiair</emphasis>
      </para>
      <para>zij op of omstreeks 24 maart 2017 te Almere, althans in het arrondissement</para>
      <para>Midden-Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk kleding en/of beddengoed</para>
      <para>en/of een stoel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan</para>
      <para>de [naam instelling] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan</para>
      <para>verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_d52273fc-0f64-4f52-a95f-d5cff2d3dc09" label="1">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal genummerd 2017088866, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 3 tot en met 2001. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e228a8c8-774b-4bea-b689-e9d95891a1b7" label="2">
    <para> Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 28 juni 2017.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_48457be8-8156-4841-a72a-7219db4af8d7" label="3">
    <para> Proces-verbaal van aangifte van [aangever] , pagina 1001 en 1002.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_53f64e9f-e10b-4737-95cc-7f34e2903cfd" label="4">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, pagina 1009. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_fdb5128b-b247-4f56-b592-0a69e242a0ff" label="5">
    <para> Proces-verbaal van sporenonderzoek, pagina 1029 en 1030. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>