<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2017:305</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-01-25T09:41:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-01-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-01-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/706107-14 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2017:305">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2017:305</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-01-25T09:28:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-01-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2017:305 Rechtbank Midden-Nederland , 24-01-2017 / 16/706107-14 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2017:305:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Een 39-jarige man uit Rhenen is door de rechtbank Midden-Nederland vrijgesproken van brandstichting in een pizzeria in Rhenen in 2014. Hij zou de brand samen met een ander hebben aangestoken. </para>
      <para />
      <para>In 2015 heeft het hof in Arnhem in hoger beroep een man veroordeeld voor het in de brand steken van de pizzeria. Deze man verklaart dat een 39-jarige man uit Rhenen ook schuldig is aan de brandstichting. De rechtbank spreekt de 39-jarige man vrij omdat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevat die deze verklaringen ondersteunen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2017:305:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Strafrecht</para>
      <para>Zittingslocatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/706107-14 (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige strafkamer van 24 januari 2017</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] (Afghanistan) op [1977] ,</para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres </para>
      <para>
        [adres] , [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 10 januari 2017. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. A.H.J.G. van Voorthuizen, advocaat te Ede. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op 14 september 2014 samen met een ander opzettelijk brand heeft gesticht in [pizzeria] te [vestigingsplaats] , terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en personen te duchten was.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat uit het onderzoek ter terechtzitting onvoldoende is komen vast te staan dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het dossier naast de verklaringen van de medeverdachte [medeverdachte] onvoldoende aanknopingspunten bevat die de verklaringen van [medeverdachte] ondersteunen om tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde te kunnen leiden. </para>
        <para>Nu de rechtbank het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen acht, dient verdachte te worden vrijgesproken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Ten aanzien van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partijen [benadeelde] en [pizzeria] te [vestigingsplaats] vorderen een schadevergoeding van respectievelijk € 535,29 en € 578,84 ter zake van het ten laste gelegde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd de vorderingen van de benadeelde partijen geheel toe te wijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard gelet op de bepleite vrijspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de rechtbank verdachte zal vrijspreken van het feit waaruit de schade is ontstaan, zal de rechtbank de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen en bepalen dat deze vorderingen bij de burgerlijke rechter kunnen worden aangebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank compenseert de kosten van partijen aldus, dat ieder de eigen kosten draagt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Gezien het voorstaande komt de rechtbank tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
      <para>Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van de vorderingen benadeelde partijen</emphasis>
      </para>
      <para>Verklaart de benadeelde partijen in hun vorderingen niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vorderingen bij de burgerlijke rechter kunnen worden aangebracht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Compenseert de proceskosten tussen de benadeelde partijen en verdachte in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. R.L.M. van Opstal, voorzitter,</para>
      <para>mrs. A.J.P. Schotman en V.H. Hammerstein, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. R.S. Wijkstra, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 24 januari 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. V.H. Hammerstein is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BIJLAGE : De tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>hij</para>
      <para>op of omstreeks 14 september 2014 te Rhenen, althans in het arrondissement</para>
      <para>Midden-Nederland</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen</para>
      <para>opzettelijk brand heeft gesticht in een (bedrijfs)pand ( [pizzeria]</para>
      <para> ), immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn</para>
      <para>mededader(s) toen aldaar opzettelijk met een aansteker en/of lucifers brand</para>
      <para>gesticht, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met</para>
      <para>brandbare stoffen en/of goederen, althans met (een) brandbare stof(fen), ten</para>
      <para>gevolge waarvan de inboedel en/of de muren en/of wanden en/of het plafond van</para>
      <para>voornoemd pand geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is</para>
      <para>ontstaan</para>
      <para>terwijl daarvan gemeen gevaar voor de inboedel (van voornoemd pand) en/of</para>
      <para>aangrenzende panden, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of</para>
      <para>levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor bewoners en/of</para>
      <para>bezoekers van aangrenzende panden, in elk geval levensgevaar voor een ander of</para>
      <para>anderen te duchten was;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>