<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2016:996</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-02-26T11:56:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-02-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-02-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/700690-13</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_materieelStrafrecht">Strafrecht; Materieel strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2016:996">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2016:996</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-02-26T11:56:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-02-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2016:996 Rechtbank Midden-Nederland , 25-02-2016 / 16/700690-13</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2016:996:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak medeplichtigheid poging witwassen. Veroordeling voor medeplichtigheid witwassen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2016:996:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Strafrecht</para>
      <para>Zittingslocatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/700690-13 (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige strafkamer van 25 februari 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [1988] te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende [adres] , [postcode] [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter openbare terechtzitting dat heeft plaatsgevonden op 15 september 2015, 16 november 2015, 12 januari 2016 en 11 februari 2016. De inhoudelijke behandeling heeft plaatsgevonden op 12 januari 2016, waarbij zijn verschenen: verdachte en haar raadsman, mr. J.P. den Besten, advocaat te Houten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en haar raadsman naar voren hebben gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is gelijktijdig – maar niet gevoegd – ter terechtzitting behandeld met de zaken tegen medeverdachten [medeverdachte 1] (16/659330-14), [medeverdachte 2] (16/701913-13), [medeverdachte 3] (16/701121-13) en [medeverdachte 4] (16/701193-13).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>in de periode van 27 augustus 2012 tot en met 2 november 2012 medeplichtig is geweest aan het in vereniging witwassen, dan wel helen, van een bedrag van € 30.501,-;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>in de periode van 27 augustus 2012 tot en met 2 november 2012 medeplichtig is geweest aan een poging tot in vereniging witwassen, dan wel een poging tot heling, van een bedrag van € 10.000,-.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de tenlastegelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht de primair ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, gelet op de diverse aangiftes en de verklaring van verdachte. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft vrijspraak van alle ten laste gelegde feiten bepleit, nu verdachte geen weet had van de gepleegde misdrijven. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Vrijspraak</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank spreekt verdachte vrij van het onder 2 zowel primair als subsidiair ten laste gelegde feit, nu niet blijkt waar het in de tenlastelegging genoemde bedrag op ziet en evenmin waar dit is terug te vinden in het dossier.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Het bewijs</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.<footnote-ref linkend="_a39da731-1d91-4f16-a0b0-f802f0f90540" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit een transactieoverzicht van de rekening van [medeverdachte 3] blijkt dat er een aantal voor [medeverdachte 3] onbekende overboekingen zijn gedaan naar de rekening van verdachte.<footnote-ref linkend="_06d751ba-0442-422c-9b16-6c1f649ed368" /> Op 30 oktober 2012, 1 november 2012 en 2 november 2012 is in totaal € 9. 501,- naar de rekening van verdachte overgemaakt.<footnote-ref linkend="_459993dd-f59a-4899-8e63-9225fdab5519" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            [A] heeft verklaard dat zij op 31 oktober 2012 een interne overboeking van € 11.000,- heeft gedaan. Het bedrag blijkt op 1 november 2012 te zijn overgeboekt naar rekeningnummer [rekeningnummer] .<footnote-ref linkend="_c01e43d5-7063-4b05-94e6-56edb33bfee5" /> Verdachte is de begunstigde van deze rekening.<footnote-ref linkend="_fb469c34-dbd9-4f0c-9116-5b077c49b7f1" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            [B] heeft verklaard dat de rekening van [bedrijf] is misbruikt. De schade bedraagt € 10.000,-.<footnote-ref linkend="_5d140563-983a-4856-84be-b05585e65860" /> De begunstigde is verdachte.<footnote-ref linkend="_57061090-53d4-4947-adea-a78df593b37e" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Verdachte heeft bij de politie verklaard dat zij van [C] een rekening moest openen bij de ING. Verdachte heeft de rekening september 2012 geopend bij de ING bank in Houten. Verdachte heeft verklaard dat zij het pasje van de rekening oktober 2012 aan [C] heeft gegeven.<footnote-ref linkend="_b3fec762-20b3-47ea-bb70-c786d66fb5ea" /> Verdachte heeft hem ook de pincode en de inlogcode voor het internetbankieren gegeven.<footnote-ref linkend="_ad276c15-7ded-4e59-8313-b21a85ee8427" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            [C] heeft verklaard dat hij zijn rekening ter beschikking heeft gesteld om geld op te laten storten. [C] heeft het geld opgenomen en afgegeven. Hij kreeg € 100,- voor de moeite.<footnote-ref linkend="_638fde40-ed03-4e71-94d7-06a322cd0db0" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte medeplichtig is geweest aan het witwassen van een bedrag van € 30.501,-. De rechtbank is van oordeel dat [C] deze bedragen heeft witgewassen via de rekening van verdachte. [C] heeft verklaard dat hij in het verleden zijn rekening ter beschikking heeft gesteld om geld op te laten storten. [C] wist zodoende dat het mogelijk is een rekening voor dergelijke doeleinden te gebruiken. Verder heeft [C] aan verdachte gevraagd een rekening te openen en hij heeft vervolgens de beschikking gekregen over de bankpas en pincode. Vervolgens zijn er diverse bedragen op de rekening van verdachte gestort. [C] heeft – nu hij de beschikking had over de rekening van verdachte – deze bedragen voorhanden gehad.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Verdachte is hierbij medeplichtig geweest door haar bankpas en pincode af te geven aan [C] . Zij heeft haar rekening ter beschikking gesteld en het mogelijk gemaakt voor [C] om geld wit te wassen. Verdachte wist dat er op deze manier geld verdiend kon worden. Verdachte heeft immers verklaard dat vrienden in de zomer van 2012 ineens een nieuwe, dure inrichting hadden en dat [C] had gezegd dat zij dat ook kon hebben. Er is gesproken over geld verdienen door het afgeven van een bankpas. </para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4.3 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Primair</emphasis>
      </para>
      <para>
        [C] , op <emphasis role="strike-through">één of meer</emphasis> tijdstippen in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 31 oktober 2012 tot en met 2 november 2012 <emphasis role="strike-through">te Houten en/of Leeuwarden en/of Heerenveen, in elk geval</emphasis> in Nederland, <emphasis role="strike-through">tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (</emphasis>telkens<emphasis role="strike-through">) (van) (een) voorwerp(en) en/of</emphasis> geldbedrag<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">), te weten één of meer geldbedrag(en)</emphasis> (van in totaal ongeveer 30.501 Euro<emphasis role="strike-through">, althans enig geldbedrag</emphasis>)</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para> <emphasis role="strike-through">de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of</emphasis></para>
      <para> <emphasis role="strike-through">heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende was en/of</emphasis></para>
      <para> <emphasis role="strike-through">heeft verworven en/of</emphasis> voorhanden heeft gehad <emphasis role="strike-through">en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of</emphasis></para>
      <para> <emphasis role="strike-through">gebruik heeft gemaakt,</emphasis></para>
    </parablock>
    <para>terwijl die [C] <emphasis role="strike-through">en/of zijn mededader(s) (</emphasis>telkens<emphasis role="strike-through">)</emphasis> wist<emphasis role="strike-through">(en), dan wel redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dat/</emphasis>die <emphasis role="strike-through">voorwerp(en) en/of</emphasis> geldbedrag<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis> - onmiddellijk of middellijk - afkomstig <emphasis role="strike-through">was/</emphasis>waren uit enig misdrijf, tot het plegen van welk misdrijf verdachte in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 27 augustus 2012 tot en met 2 november 2012 <emphasis role="strike-through">te Houten en/of Leeuwarden en/of Heerenveen, in elk geval</emphasis> in Nederland, <emphasis role="strike-through">(telkens) </emphasis>opzettelijk gelegenheid en/of middelen <emphasis role="strike-through">en/of inlichtingen</emphasis> heeft verschaft, door aan die [C] <emphasis role="strike-through">meermalen, in ieder geval éénmaal,</emphasis> haar, verdachtes, bankpas en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> pincode en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> bankrekeningnummer mee te geven en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> ter beschikking te stellen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als: </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1	medeplichtigheid aan witwassen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de feiten niet aan verdachte kunnen worden toegerekend, nu zij verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht. Verdachte moet om die reden worden ontslagen van rechtsvervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de Pro Justitia rapportage betreffende verdachte van 1 december 2015 en opgemaakt door J.J. Peters, psychiater in opleiding, en F.R. Kruisdijk, psychiater. Het rapport vermeldt – kort samengevat – dat bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis, te weten een borderline persoonlijkheidsstoornis, zwakbegaafdheid, een posttraumatische stressstoornis en een obsessieve-compulsieve stoornis. De deskundigen adviseren om verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank maakt de conclusies van voornoemde deskundigen tot de hare en zal verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar beschouwen. Nu verdachte niet volledig ontoerekeningsvatbaar is, ziet de rechtbank geen aanleiding om verdachte te ontslaan van rechtsvervolging, zoals door de verdediging bepleit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>Motivering van de straffen en maatregelen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte een taakstraf van 50 uren wordt opgelegd, met aftrek van het voorarrest.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft primair vrijspraak van de ten laste gelegde feiten bepleit. Subsidiair heeft de verdediging bepleit geen straf of slechts een voorwaardelijke straf op te leggen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan witwassen, door haar bankpas, pincode en rekening ter beschikking te stellen aan een ander. Zij is zodoende behulpzaam geweest bij het aan het zicht van justitie onttrekken van opbrengsten van misdrijven. Hierdoor wordt de integriteit van het financieel en economische verkeer aangetast. Bovendien bevordert het witwassen het plegen van delicten, omdat zonder het verschaffen van een schijnbaar legale herkomst van criminele gelden, het genereren van illegale winsten een stuk minder lucratief zou zijn. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Blijkens een de verdachte betreffen uittreksel justitiële documentatie van 4 augustus 2015, is verdere eerder veroordeeld voor vermogensdelicten. Verdachte is op 20 maart 2014 en op 17 december 2012 veroordeeld voor vermogensdelicten. Het hierboven bewezenverklaarde feit is reeds voor deze veroordelingen gepleegd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In beginsel acht de rechtbank een forse taakstraf passend voor het bewezenverklaarde feit, gezien de ernst van het feit. Gelet op het tijdsverloop en artikel 63 Wetboek van Strafrecht, acht de rechtbank een geheel voorwaardelijk straf op echter op zijn plaats. De rechtbank heeft daarbij ook rekening gehouden met het feit dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is. De rechtbank legt aan verdachte een geheel voorwaardelijke taakstraf van 40 uren op, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht. De rechtbank acht, gelet op het tijdsverloop, een proeftijd van 1 jaar passend.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 48, 63, 420bis van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- spreekt verdachte vrij van het onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde feit;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het onder 1 primair ten laste gelegde feit bewezen, zodanig als hiervoor onder 5. is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert: </para>
    <bridgehead role="italic">feit 1	medeplichtigheid aan witwassen;</bridgehead>
    <para>- verklaart verdachte daarvoor strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf van 40 uren</emphasis>, te vervangen door 20 dagen hechtenis indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, <emphasis role="bold">voorwaardelijk</emphasis> met een proeftijd van 1 jaar;</para>
    <para>- stelt daarbij als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit;</para>
    <para>- beveelt dat de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de (eventuele)  tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden, naar de maatstaf van 2 uren taakstaf per dag.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. A.J.P Schotman, voorzitter, </para>
      <para>mr. P. Bender en mr. S.B. Smit-Colenbrander, rechters, </para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. C.M. van de Kamp, griffier, </para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 25 februari 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. S.B. Smit-Colenbrander is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BIJLAGE: de tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan [verdachte] wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Primair</emphasis>
      </para>
      <para>
        [C] , op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 31 oktober 2012 tot en met 2 november 2012 te Houten en/of Leeuwarden en/of Heerenveen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) (van) (een) voorwerp(en) en/of geldbedrag(en), te weten één of meer geldbedrag(en) (van in totaal ongeveer 30.501 Euro, althans enig geldbedrag)</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para> de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of</para>
      <para> heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende was en/of</para>
      <para> heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of</para>
      <para> gebruik heeft gemaakt,</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para>terwijl die [C] en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en), dan wel redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dat/die voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf, tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 27 augustus 2012 tot en met 2 november 2012 te Houten en/of Leeuwarden en/of Heerenveen, in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door aan die [C] meermalen, in ieder geval éénmaal, haar, verdachtes, bankpas en/of pincode en/of bankrekeningnummer mee te geven en/of ter beschikking te stellen;</para>
      <para>art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 48 ahf/ond 2 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Subsidiair</emphasis>
      </para>
      <para>
        [C] , op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 31 oktober 2012 tot en met 2 november 2012 te Houten en/of Leeuwarden en/of Heerenveen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) één of meer geldbedrag(en) (van in totaal ongeveer 30.501 Euro, althans enig</para>
      <para>geldbedrag)</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para> de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of</para>
      <para> heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende was en/of</para>
      <para> heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of</para>
      <para> gebruik heeft gemaakt,</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para>terwijl die [C] en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die/dat geldbedrag(en) (telkens) wist(en) dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 27 augustus 2012 tot en met 2 november 2012 te Houten en/of Leeuwarden en/of Heerenveen, in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door aan die [C] meermalen, in ieder geval éénmaal, haar, verdachtes, bankpas en/of pincode en/of bankrekeningnummer (mee) te geven en/of ter beschikking te stellen;</para>
      <para>art 47 lid 1 ahf/ond 1 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 48 ahf/ond 2 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 416 lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Primair</emphasis>
      </para>
      <para>
        [C] , op of omstreeks 31 oktober 2012 te Heerenveen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door die [C] voorgenomen misdrijf om (van) (een) voorwerp(en) en/of geldbedrag(en), te weten één of meer geldbedrag(en) (van in totaal ongeveer 10.000 Euro, althans enig geldbedrag)</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para> de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing te verbergen en/of te verhullen en/of</para>
      <para> te verbergen en/of te verhullen wie de rechthebbende is/was en/of</para>
      <para> te verwerven en/of voorhanden te hebben en/of over te dragen en/of om te zetten en/of</para>
      <para> gebruik te maken,</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para>terwijl die [C] en/of zijn mededader(s) wist(en), dan wel redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dat/die voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 27 augustus 2012 tot en met 31 oktober 2012 te Houten en/of Leeuwarden en/of Heerenveen, in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door aan die [C] meermalen, in ieder geval éénmaal, haar, verdachtes, bankpas en/of pincode en/of bankrekeningnummer mee te geven en/of ter</para>
      <para>beschikking te stellen;</para>
      <para>art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 47 lid 1 ahf/ond 1 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 48 ahf/ond 2 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Subsidiair</emphasis>
      </para>
      <para>
        [C] , op of omstreeks 31 oktober 2012 te Heerenveen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) ter uitvoering van het door die [C] voorgenomen misdrijf om één of meer geldbedrag(en) (van in totaal ongeveer 10.000 Euro, althans enig geldbedrag) te verwerven, (opzettelijk uit winstbejag) voorhanden te hebben en/of over te dragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die/dat geldbedrag(en) wist(en) dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 27 augustus 2012 tot en met 31 oktober 2012 te Houten en/of Leeuwarden en/of Heerenveen, in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door aan die [C] meermalen, in ieder geval éénmaal, haar, verdachtes, bankpas en/of pincode en/of bankrekeningnummer (mee) te geven en/of ter beschikking te stellen;</para>
      <para>art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 48 ahf/ond 2 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 416 lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_a39da731-1d91-4f16-a0b0-f802f0f90540" label="1">
    <para> Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier met code 2012079679 (sluitingsdatum 12 februari 2014) bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering van 1 tot en met 345. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_06d751ba-0442-422c-9b16-6c1f649ed368" label="2">
    <para> Proces-verbaal aangifte [medeverdachte 3] d.d. 8 november 2012, opgenomen op p. 38.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_459993dd-f59a-4899-8e63-9225fdab5519" label="3">
    <para> Proces-verbaal aangifte [medeverdachte 3] d.d. 8 november 2012, opgenomen op p. 38 en 39. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_c01e43d5-7063-4b05-94e6-56edb33bfee5" label="4">
    <para> Proces-verbaal aangifte [A] d.d. 12 november 2012, opgenomen op p. 254.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fb469c34-dbd9-4f0c-9116-5b077c49b7f1" label="5">
    <para> Aangifte ING d.d. 5 februari 2013, opgenomen op p. 261.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5d140563-983a-4856-84be-b05585e65860" label="6">
    <para> Aangifte ING d.d. 5 februari 2013, opgenomen op p. 265.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_57061090-53d4-4947-adea-a78df593b37e" label="7">
    <para> Aangifte ING d.d. 5 februari 2013, opgenomen op p. 264.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b3fec762-20b3-47ea-bb70-c786d66fb5ea" label="8">
    <para> Proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte] d.d. 19 maart 2013, opgenomen op p. 113.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ad276c15-7ded-4e59-8313-b21a85ee8427" label="9">
    <para> Proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte] d.d. 19 maart 2013, opgenomen op p. 115.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_638fde40-ed03-4e71-94d7-06a322cd0db0" label="10">
    <para> Proces-verbaal verhoor verdachte [C] d.d. 10 december 2013, opgenomen op p. 192.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>