<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2016:7771</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-09-25T10:00:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-09-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-11-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/652525-16 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2016:7771">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2016:7771</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-09-20T11:12:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-09-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2016:7771 Rechtbank Midden-Nederland , 30-11-2016 / 16/652525-16 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2016:7771:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging in het uitgaansleven. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 90 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 76 dagen voorwaardelijk en met een proeftijd van 2 jaren, alsmede een taakstraf van 80 uur.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2016:7771:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Strafrecht<?linebreak?>Zittingslocatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/652525-16 (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 30 november 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [1993] ,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] , [adres] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 16 november 2016. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. R.D.A. van Boom, advocaat te Breukelen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is op de zitting gewijzigd. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1</emphasis>: op 12 augustus 2016 te Utrecht samen met (een) ander(en) heeft geprobeerd om [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] van het leven te beroven;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2</emphasis>: op 12 augustus 2016 te Utrecht openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , terwijl dit door hem gepleegde geweld zwaar lichamelijk letsel voor [slachtoffer 2] ten gevolge heeft gehad. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. Met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat enkel het openlijk geweld tegen [slachtoffer 1] wettig en overtuigend bewezen kan worden. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het onder 1 ten laste gelegde integraal vrijgesproken dient te worden. In dat kader heeft de raadsman er -kort gezegd- op gewezen dat geweldshandelingen van verdachte in de richting van [slachtoffer 1] geen (voorwaardelijk) opzet op de dood hebben ingehouden en verdachte voorts geen enkele bemoeienis heeft gehad met het tegen [slachtoffer 2] gepleegde geweld. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daarnaast heeft verdachte met betrekking tot het gepleegde geweld in de richting van [slachtoffer 1] gehandeld uit noodweer en later noodweerexces. De raadsman heeft er hierbij op gewezen dat verdachte geen deel uitmaakte van de aanvankelijke groep van waaruit [slachtoffer 1] werd geslagen en dat verdachte hiervan ook geen weet had. Op het moment dat verdachte zag dat [slachtoffer 1] zijn vriend [medeverdachte 3] vanachter besprong is verdachte in actie gekomen. Deze actie was volgens de raadsman geboden ter noodzakelijke verdediging van [medeverdachte 3] lijf. Verdachte is hierna op de grond in een worsteling met [slachtoffer 1] geraakt, waarbij verdachte pijn heeft ondervonden en letsel heeft opgelopen. Verdachte heeft hierna [slachtoffer 1] weliswaar een trap op diens borst gegeven, maar deze trap is het gevolg geweest van een hevige gemoedsbeweging, veroorzaakt door de gepleegde aanranding door [slachtoffer 1] en bij verdachte nodeloos opgelopen pijn en letsel.   </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft gelet op zijn gevoerde verweer verzocht verdachte vrij te spreken van de feiten zover deze zien op het slachtoffer [slachtoffer 2] en verdachte vrij te spreken dan wel te ontslaan van alle rechtsvervolging voor zover de feiten zien op slachtoffer [slachtoffer 2] .    </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold">Vrijspraak van het onder 1 ten laste gelegde</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat het onder 1 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. De rechtbank zal verdachte daarvan dan ook vrijspreken. </para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
        <para />
        <para />
        <para />
        <para />
        <para />
        <para />
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewijsmiddelen ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_568841db-d725-457e-8897-d11c07cc9e94" />
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 1] voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven:</emphasis>
          </para>
          <para>Op vrijdag 12 augustus 2016 omstreeks 04:00 uur bevond ik mij samen met mijn vrienden [slachtoffer 2] en [A] op het Janskerkhof te Utrecht. Ik kreeg buiten het café een woordenwisseling met een groepje jongens. Voor ik het wist kwamen er drie of vier mannen op mij afgelopen. Ik zag en voelde dat deze mannen op mij in begonnen te slaan en te trappen. Ik voelde harde vuistslagen in mijn gezicht. Ik voelde deze vuistslagen vooral op mijn neus. Ik voelde dat de mannen door bleven gaan met het slaan in mijn gezicht. Op een gegeven moment lag ik op de grond. Ik weet niet meer of ik door hun naar de grond ben gewerkt of dat ik zelf gevallen ben. Ik voelde dat ik nog steeds in mijn gezicht geslagen werd. Ik probeerde te overleven. Achteraf hoorde ik dat mijn vriend [slachtoffer 2] ook mishandeld was.<footnote-ref linkend="_6029ccec-4bf2-4fc5-9ec4-5a5a5165c8f5" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">De eigen waarneming van de rechtbank, betreffende een DVD, inhoudende camerabeelden voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven:</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Van het gebeuren op het Janskerkhof op 12 augustus 2016 zijn camerabeelden. Deze camerabeelden, van zowel cameratoezicht van de politie als van een beveiligingscamera op het terrein van Janskerkhof 23 (respectievelijk op de DVD de volgende bestanden: UTR-CM-541-Lange Janssstraat_Janskerkhof en Surya Utrecht buiten voor_120816.0405-120816.0430), zijn tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 16 november 2016 bekeken. De rechtbank heeft als eigen waarneming op de camerabeelden voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven het volgende waargenomen:</para>
        </parablock>
        <para />
        <itemizedlist mark="-">
          <listitem>
            <para>
              [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] slaan tegen het lichaam van [slachtoffer 1] en [verdachte] loopt ondertussen in hun richting;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>
              [verdachte] voegt zich bij [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , mengt zich in het gevecht en raakt in een worsteling met [slachtoffer 1] , waarbij zij beiden op de grond terechtkomen;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>
              [medeverdachte 1] schopt [slachtoffer 1] tegen het lichaam, terwijl [slachtoffer 1] nog in worsteling is met [verdachte] ;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>
              [verdachte] trapt de op de grond liggende [slachtoffer 1] tegen het lichaam, terwijl laatstgenoemde vast wordt gehouden door [medeverdachte 3] . </para>
          </listitem>
        </itemizedlist>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">4.3.2.2  Het oordeel over het onder 2 ten laste gelegde</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank acht op grond van vorenstaande bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde openlijke geweldplegingen ten aanzien van [slachtoffer 1] . De rechtbank spreekt verdachte partieel vrij voor zover de tenlastelegging ziet op het geweld in de richting van [slachtoffer 2] . Uit de eigen waarneming van de beelden blijkt dat verdachte geen geweldshandelingen heeft uitgevoerd in de richting van [slachtoffer 2] en aan het geweld in de richting van [slachtoffer 2] geen significante bijdrage heeft geleverd.</para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht op grond van de onder 4. vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op 12 augustus 2016 te Utrecht openlijk, te weten op de openbare weg, het Janskerkhof, in</para>
      <para>vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] , welk geweld bestond uit:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- het meerdere malen met geschoeide voet en met kracht tegen het lichaam, trappen van</para>
    <para>voornoemde [slachtoffer 1] en</para>
    <para>- het meerdere malen tegen het lichaam slaan van voornoemde [slachtoffer 1] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2</emphasis>: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft zoals hiervoor reeds is weergegeven aangevoerd dat er sprake was van een noodweersituatie als bedoeld in artikel 41 van het Wetboek van Strafrecht en verdachte te ontslaan van alle rechtsvervolging omdat verdachte handelde uit noodweer dan wel dat op een later moment sprake was van noodweerexces. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat verdachte geen succesvol beroep op noodweer(exces) toekomt. Uit de bekeken beelden is namelijk gebleken dat het slachtoffer [slachtoffer 1] allereerst door zowel [medeverdachte 2] als [medeverdachte 1] werd geslagen en dat verdachte zich hierna in het gevecht mengde. In dit geval bestond er dus geen noodweersituatie. De door de verdediging gestelde feitelijke gang van zaken die ten grondslag ligt aan het noodweer(exces)verweer (dat verdachte moest reageren op een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van [medeverdachte 3] ) is daarmee niet aannemelijk geworden. Gelet op het vorenstaande wordt het beroep op noodweer(exces) verworpen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is dus strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>Motivering van de straffen en maatregelen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De eis van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door de officier van justitie bewezen geachte zal worden veroordeeld tot een </para>
      </parablock>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>een gevangenisstraf van 90 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 76 dagen  voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en de bijzondere voorwaarden -kort gezegd-: een meldplicht bij de reclassering en het zich houden aan de aanwijzingen van de reclassering ook als dat inhoudt een ambulante behandeling met betrekking tot het middelengebruik en een agressieregulatietraining;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een taakstraf van 240 uren, met bevel, voor het geval dat als verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat in het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt er geen ruimte is om een langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte op te leggen dan de duur van de reeds ondergane voorlopige hechtenis. </para>
        <para>De raadsman heeft verder verzocht het bevel tot voorlopige hechtenis op te heffen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen – en vindt daarin de redenen die onder meer tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden – dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging in het uitgaansleven. Gesproken kan worden van zinloos uitgaansgeweld op de openbare weg ten gevolge waarvan het slachtoffer [slachtoffer 1] gewond is geraakt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Naast leed voor de directe betrokkene veroorzaken dergelijke feiten, zeker als deze plaatsvinden op de openbare weg en er mensen getuigen van zijn gevoelens van onveiligheid en onrust bij deze getuigen in het bijzonder en in de maatschappij in het algemeen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit een uittreksel uit de Justitiële Documentatie betreffende verdachte is gebleken dat verdachte niet eerder ter zake geweldsdelicten met justitie in aanraking is gekomen en hij derhalve als first-offender dient te worden beschouwd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De voorlopige hechtenis van verdachte is na 15 dagen onder strikte (bijzondere) voorwaarden geschorst.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft verder kennis genomen van het over verdachte opgemaakte reclasseringsadvies van Reclassering Nederland van 11 november 2016. Uit dit rapport is gebleken dat verdachte zich goed heeft gehouden aan de voorwaarden die hem waren opgelegd in het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis. Op de diverse leefgebieden zijn geen problemen geconstateerd. De reclassering heeft verder geen aanknopingspunten gezien voor een reclasseringstoezicht met interventies. De reclassering heeft zich onthouden van een advies over een eventueel op te leggen sanctie. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met betrekking tot de strafmaat heeft de rechtbank uitdrukkelijk rekening gehouden met de rol van verdachte bij de geweldplegingen. Zo is verdachte alleen bij het geweld tegen  [slachtoffer 1] betrokken geweest en niet bij het veel ernstigere geweld van andere verdachten tegen het slachtoffer [slachtoffer 2] . De rechtbank heeft bij de strafoplegging voorts rekening gehouden met de nog jonge leeftijd van verdachte en met de straffen die in vergelijkbare zaken zijn opgelegd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 90 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 76 dagen voorwaardelijk en met een proeftijd van 2 jaren, alsmede een taakstraf van 80 uren passend en geboden. Het voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf dient voor verdachte als stok achter de deur om te trachten hem in de toekomst er van te weerhouden zich wederom aan een strafbaar feit schuldig te maken. De rechtbank ziet anders dan de officier van justitie geen aanleiding om aan het voorwaardelijke deel bijzondere voorwaarden te verbinden. Hierbij heeft de rechtbank rekening gehouden met het blanco strafblad van de verdachte en met het advies van de reclassering. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank het -reeds geschorste- bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.   </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>9.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Nu verdachte voor zover de tenlastelegging ziet op [slachtoffer 2] wordt vrijgesproken zal de rechtbank [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk verklaringen in zijn vordering. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding van € 1.580,36, waarvan in totaal € 405,36 (kleding € 110,-, inkomstenderving € 202,86,-, reiskosten € 15,00,-, parkeerkosten € 12,50,-, kaartje Uitweek € 65,-) aan materiële schade en € 1.175,- aan immateriële schade. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>10.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij in zijn geheel toe te wijzen, met daarbij de gevorderde wettelijke rente en toepassing van de maatregel tot schadevergoeding. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging </emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft verzocht de vordering af te wijzen daar verdachte bij [slachtoffer 1] geen schade heeft veroorzaakt. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De behandeling van de vordering van de benadeelde partij levert geen onevenredige belasting van het strafgeding op. Tevens is vast komen te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de begroting van de immateriële schade heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de bedragen die gewoonlijk worden toegewezen bij soortelijke geweldszaken en ontstaan letsel. De rechtbank zal gelet hierop een bedrag van € 500,- aan immateriële schadevergoeding toewijzen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De vordering is met betrekking tot de gevorderde materiële schade niet betwist en de rechtbank acht dat deel dan ook toewijsbaar. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De vordering kan dan ook worden toegewezen voor een bedrag van € 905,36.De vordering dient ter zake de toegekende immateriële schade te worden vermeerderd met de wettelijke rente te rekenen vanaf 12 augustus 2016 tot de dag der algehele voldoening. De vordering dient ter zake de toegekende materiële schade te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 november 2016 tot de dag der algehele voldoening.. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal de vordering voor het overige deel niet-ontvankelijk verklaren, met de bepaling dat dit deel van de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte zal worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op heden begroot op nihil. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met betrekking tot de toegekende vordering van de benadeelde partij zal de rechtbank bepalen dat voor zover het toegekende bedrag door (een) mededader(s) is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met betrekking tot de toegekende vordering van de benadeelde partij zal de rechtbank tevens eveneens hoofdelijk met zijn mededader(s) de schadevergoedingsmaatregel </para>
        <para>opleggen, eveneens vermeerderd met voornoemde wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de rente.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>11</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 141 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>12</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het onder 1 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2</emphasis>: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> van <emphasis role="bold">90 dagen</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat een gedeelte, <emphasis role="bold">groot 76 dagen</emphasis>, van deze gevangenisstraf <emphasis role="bold">niet</emphasis> zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt daarbij een <emphasis role="bold">proeftijd van 2 (twee) jaren</emphasis> vast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis>, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, van <emphasis role="bold">80 uren</emphasis>, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 40 dagen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partij [slachtoffer 2]</emphasis>
      </para>
      <para>Verklaart de benadeelde partij, [slachtoffer 2] , niet ontvankelijk in zijn vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Compenseert de kosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partij [slachtoffer 1] </emphasis>
      </para>
      <para>Wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 905,36, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 12 augustus 2016 tot aan de dag der algehele voldoening ter zake de immateriële schade van € 500,- en vanaf 14 november 2016 36 tot aan de dag van de algehele voldoening ter zake de materiële schade van € 405,. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 2] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander/anderen is betaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering is en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt verdachte de verplichting op, hoofdelijk met zijn mededader(s) ten behoeve van [slachtoffer 1] , € 905,36 aan de Staat te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 18 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op. Laatstgenoemd bedrag dient eveneens vermeerderd te worden met voornoemde wettelijke rente. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte en/of zijn mededader(s) aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voorlopige</emphasis> hechtenis </para>
      <para>Heft op het -reeds geschorste- bevel tot voorlopige hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Bos, voorzitter, mrs. S.M. van Lieshout en M.S. Koppert, rechters, in tegenwoordigheid van J.J. Veldhuizen, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 30 november 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BIJLAGE : De tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 12 augustus 2016 te Utrecht, althans in het arrondissement</para>
      <para>Midden-Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf</para>
      <para>om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,</para>
      <para>opzettelijk [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] van het leven te beroven, tezamen</para>
      <para>en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet als</para>
      <para>volgt heeft gehandeld: zijnde en/of hebbende hij, verdachte, en/of (één of</para>
      <para>meer van) zijn mededader(s)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] een of meerdere malen met kracht en met</para>
    <para>geschoeide voet in het gezicht, althans tegen het hoofd, getrapt, en/of</para>
    <para>- met kracht en met geschoeide voet voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] een of</para>
    <para>meerdere malen op het gezicht, althans op het hoofd gestampt, en/of</para>
    <para>- voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] een of meerdere malen in het gezicht</para>
    <para>en/of tegen het (achter-)hoofd geslagen/gestompt, en/of</para>
    <para>- een knie tegen/op de/het keel/hals/hoofd van voornoemde [slachtoffer 1]</para>
    <parablock>
      <para>gezet/gedrukt/gehouden, teneinde voornoemde [slachtoffer 1] te fixeren, terwijl deze</para>
      <para> op zijn rug op de grond lag,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;</para>
      <para>art 287 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 12 augustus 2016 te Utrecht</para>
      <para>openlijk, te weten op of aan de openbare weg, het Janskerkhof, in elk geval op</para>
      <para>of aan een openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in</para>
      <para>vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ,</para>
      <para>welk geweld bestond uit:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- het een of meerdere malen met geschoeide voet en met kracht in het gezicht,</para>
    <parablock>
      <para>althans tegen het hoofd, in ieder geval tegen het lichaam, trappen van</para>
      <para>voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , en/of</para>
    </parablock>
    <para>- het een of meerdere malen met kracht en met geschoeide voet stampen op het</para>
    <parablock>
      <para>gezicht, althans op het hoofd, in ieder geval op het lichaam, van voornoemde</para>
      <para>
        [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , en/of</para>
    </parablock>
    <para>- het een of meerdere malen in het gezicht, althans tegen het hoofd, in ieder</para>
    <parablock>
      <para>geval tegen het lichaam, slaan/stompen van voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ,</para>
      <para>en/of</para>
    </parablock>
    <para>- het zetten/drukken/houden van een knie tegen/op de/het keel/hals/hoofd van</para>
    <parablock>
      <para>voornoemde [slachtoffer 1] , teneinde voornoemde [slachtoffer 1] te fixeren, terwijl deze</para>
      <para>
        [slachtoffer 1] op zijn rug op de grond lag,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl dit door hem gepleegde geweld zwaar lichamelijk letsel, te weten</para>
      <para>een (in)gescheurde (binnen)band van de (rechter)knie en/of (blijvende) schade aan het kraakbeen/kraakbeenafwijkingen, althans enig zwaar lichamelijk letsel voor</para>
      <para>
        [slachtoffer 2] ten gevolge heeft gehad;</para>
      <para>art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 141 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 141 lid 2 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_568841db-d725-457e-8897-d11c07cc9e94" label="1">
    <para> Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier met proces-verbaalnummer PL0900-2016250076 Z bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6029ccec-4bf2-4fc5-9ec4-5a5a5165c8f5" label="2">
    <para> Proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 1] , pag. 59 en 60. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>