<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2016:7759</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-08-21T10:26:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-08-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-06-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16.659602.15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Lelystad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_materieelStrafrecht">Strafrecht; Materieel strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2016:7759">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2016:7759</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-08-21T10:25:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-08-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2016:7759 Rechtbank Midden-Nederland , 22-06-2016 / 16.659602.15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2016:7759:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling voor uitkeringsfraude, nu een gezamenlijke huishouding van verdachte en haar (ex)partner aanwezig wordt geacht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2016:7759:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Strafrecht</para>
      <para>Zittingslocatie Lelystad</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16.659602.15 (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 22 juni 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [1968] te [geboorteplaats] (Iran),</para>
      <para>wonende te ( [postcode] ) [woonplaats] , [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 8 juni 2016. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. M. Kamper en van hetgeen verdachte en mr. P. Salim, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE TENLASTELEGGING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">zij in of omstreeks de periode van 21 april 2008 tot en met 30 november 2014 in de gemeente Almere, in elk geval in Nederland, in strijd met een haar bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten artikel 17 lid 1 van de Wet Werk en Bijstand, opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, en dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl verdachte wist, althans redelijkerwijze</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">moest vermoeden dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming, te weten een uitkering krachtens de Wet Werk en Bijstand, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming, immers heeft zij, verdachte, (telkens) opzettelijk geen opgave gedaan van en/of verzwegen dat zij, verdachte, duurzaam een gezamenlijke huishouding had gevoerd met [medeverdachte] en/of (aldus uit dien hoofde) inkomsten had en/of te goed had.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE VOORVRAGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEWIJSMIDDELEN EN DE BEOORDELING DAARVAN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd verdachte vrij te spreken van hetgeen haar ten laste is gelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit, nu hiervoor onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_7154e0a8-6c0d-4b21-8f64-b7d6475758d7" />
      </para>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de inhoud van de stukken van het onderliggende strafdossier en van hetgeen bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de periode van 21 april 2008 tot 30 november 2014 ontving verdachte een uitkering ingevolgde de Wet Werk en Bijstand (WWB) volgens de norm alleenstaande ouder.<footnote-ref linkend="_f5274ec4-f03b-404c-8dbb-0c67f5e8cd1e" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte staat sinds 21 april 2008 ingeschreven op het adres [adres] in [woonplaats] . Sinds 1 december 2014 staat de medeverdachte [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ) eveneens op dit adres ingeschreven. Daarvoor stond hij ingeschreven op het adres [adres] in [woonplaats] .<footnote-ref linkend="_e5796065-643a-4e6d-a102-342941be3ac1" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de relatie van verdachte met [medeverdachte] zijn twee kinderen geboren.<footnote-ref linkend="_7b014ad3-d332-44f3-a024-2a8c641b2007" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [medeverdachte] heeft verklaard dat hij vanaf 2008 zijn woning aan de [adres] verhuurde.<footnote-ref linkend="_400ff0cb-02ff-4db7-8bab-19b5c5a82568" /> Hij sliep niet in zijn woning toen deze verhuurd werd.<footnote-ref linkend="_dffdcfc1-7e3e-4145-a0ac-4427d2d3d955" /> Hij sliep in zijn auto<footnote-ref linkend="_2f10d47d-8e8a-4961-b9fb-0d552aeca2b5" />, verbleef bij een vriend (van wie hij niet wil zeggen waar deze woont), bij verdachte ‘en dergelijke’.<footnote-ref linkend="_886f0b6e-d8d3-4cba-aa2f-57f3ad9dfbd8" />Vanaf het begin dat verdachte een eigen huis had, verbleef en sliep [medeverdachte] daar een aantal dagen per week.<footnote-ref linkend="_d320463c-53ad-4437-90d4-560262a3cf08" />[medeverdachte] denkt dat hij in de periode voor 1 december 2014 drie tot vier keer per week overnachtte bij verdachte.<footnote-ref linkend="_23ff2465-6e59-4691-b54d-51c5731bd632" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [medeverdachte] heeft verklaard dat hij een sleutel van de woning van verdachte had en dat hij voor 1 december 2014 zijn bedrijfsadministratie en kleding in de woning van verdachte bewaarde en zich in haar woning douchte, scheerde en zijn tanden poetste.<footnote-ref linkend="_c02e3c91-8009-473b-8c46-fee78bb91824" /> Ook hielp hij haar met verzorgen, wassen en het huishouden.<footnote-ref linkend="_80097819-826d-4b03-8fcc-a05ab9a14af8" /></para>
      <para>Getuige [getuige 1] , die van augustus 2008 tot november 2011 woonachtig is geweest in de [straatnaam] in [woonplaats] , heeft na het tonen van de foto’s van verdachte en [medeverdachte] verklaard dat hij [medeverdachte] herkent als de bewoner van [adres] , waar een man en vrouw en hun twee kinderen wonen.<footnote-ref linkend="_c37d6b9d-4a7a-4ae6-8ae2-20c37ee17698" />  Ook getuige [getuige 2] heeft verklaard, na het tonen van de foto’s, dat hij hen herkent als zijn daar al 3 tot 4 jaar wonende overburen.<footnote-ref linkend="_8e1e807f-0da5-4999-bf52-7122151c431f" /> Getuige [getuige 3] , die de woning aan de [adres] huurde, heeft verklaard dat [medeverdachte] hem heeft gezegd dat hij met zijn gezin op een ander adres in [woonplaats] verbleef.<footnote-ref linkend="_a73ace4c-c3cd-417a-825b-ed74c49403c5" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewijsmotivering</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van artikel 3, vierde lid, aanhef en onder b, van de WWB wordt een gezamenlijke huishouding aanwezig geacht, onder meer wanneer voldaan wordt aan de volgende twee criteria:</para>
    </parablock>
    <para>- belanghebbenden hebben hun hoofdverblijf in dezelfde woning en</para>
    <para>- uit hun relatie is een kind geboren.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vraag of personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben moet worden beoordeeld aan de hand van de feitelijke situatie. Dat twee personen op verschillende adressen staan ingeschreven is daarbij niet van doorslaggevend belang.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de voornoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [medeverdachte] in de ten laste gelegde periode zijn hoofdverblijf in [adres] heeft gehad, dat uit hun relatie kinderen zijn geboren en dat verdachte en [medeverdachte] derhalve een gezamenlijke huishouding hebben gevoerd. Verdachte had de betrokken uitkeringsinstantie hiervan op de hoogte moeten stellen gelet op het bepaalde in artikel 17, eerste lid, van de WWB. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Opzet op het ten laste gelegde</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat verdachte dit opzettelijk heeft nagelaten, nu zij hiervan op de hoogte is gesteld bij ondertekening van het aanvraagformulier voor de uitkering.<footnote-ref linkend="_caa23b67-4adb-420b-9b70-75cf13245065" /> Daarnaast is het een feit van algemene bekendheid dat men, indien men een uitkering krachtens de sociale zekerheidswetgeving geniet, gehouden is om te allen tijde gegevens, die redelijkerwijs van belang kunnen zijn voor de vaststelling van het recht op die uitkering, tijdig aan de betrokken uitkeringsinstantie door te geven; zulks te meer indien het gegevens zijn die betrekking hebben op het voeren van een gezamenlijke huishouding. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>BEWEZENVERKLARING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">zij in </emphasis>
        <emphasis role="italic strike-through">of omstreeks</emphasis>
        <emphasis role="italic"> de periode van 21 april 2008 tot en met 30 november 2014 in de gemeente Almere, </emphasis>
        <emphasis role="italic strike-through">in elk geval in Nederland,</emphasis>
        <emphasis role="italic"> in strijd met een haar bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten artikel 17 lid 1 van de Wet werk en bijstand, opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, en dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl verdachte wist</emphasis>
        <emphasis role="italic strike-through">, althans redelijkerwijze</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic strike-through">moest vermoeden </emphasis>
        <emphasis role="italic">dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes </emphasis>
        <emphasis role="italic strike-through">of eens anders </emphasis>
        <emphasis role="italic">recht op een verstrekking </emphasis>
        <emphasis role="italic strike-through">of tegemoetkoming</emphasis>
        <emphasis role="italic">, te weten een uitkering krachtens de Wet werk en bijstand, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking </emphasis>
        <emphasis role="italic strike-through">of tegemoetkoming</emphasis>
        <emphasis role="italic">, immers heeft zij, verdachte, </emphasis>
        <emphasis role="italic strike-through">(telkens)</emphasis>
        <emphasis role="italic"> opzettelijk geen opgave gedaan </emphasis>
        <emphasis role="italic strike-through">van en/of verzwegen</emphasis>
        <emphasis role="italic"> dat zij, verdachte, duurzaam een gezamenlijke huishouding had gevoerd met [medeverdachte] en</emphasis>
        <emphasis role="italic strike-through">/of</emphasis>
        <emphasis role="italic"> (aldus uit dien hoofde) inkomsten had </emphasis>
        <emphasis role="italic strike-through">en/of te goed had</emphasis>
        <emphasis role="italic">.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in het bewezenverklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>KWALIFICATIE</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In strijd met een haar bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, terwijl het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, en terwijl zij weet dat de gegevens van belang zijn voor de vaststelling van haar recht op een verstrekking dan wel voor de hoogte of de duur van een dergelijke verstrekking.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>STRAFBAARHEID</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit en verdachte zijn strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>STRAFOPLEGGING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gelet op de gevorderde vrijspraak geen opmerkingen gemaakt ten aanzien van een op te leggen straf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft gelet op de betoogde vrijspraak geen opmerkingen gemaakt ten aanzien van een op te leggen straf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft gedurende een periode van ruim zes en een half jaar voor een uitkeringsinstantie verzwegen dat zij een gezamenlijke huishouding voerde met [medeverdachte] . Door aldus te handelen heeft zij misbruik gemaakt van het sociale stelsel zoals dat in Nederland bestaat. Een uitkering is bedoeld om de mensen, die om wat voor reden dan ook niet in hun eigen inkomen kunnen voorzien, te verzekeren van een aanvaardbaar inkomen. Misbruik van een dergelijke voorziening doet afbreuk aan het maatschappelijk draagvlak voor het sociale stelsel. Verdachte heeft zich door haar strafbare nalaten in een gunstiger (financiële) positie gebracht dan uitkeringsgerechtigden die de regels wel naleven en dan sommige mensen die inkomsten uit werk hebben. Het bedrag waarvoor de samenleving is benadeeld, wordt door de  Dienst Sociale Zaken van de gemeente […] berekend op een bedrag van € 114.305,73.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt voorop dat gelet op de duur van de uitkeringsfraude en de hoogte van het benadelingsbedrag, een gevangenisstraf passend is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In strafmatigende zin weegt mee dat verdachte blijkens het Uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 9 september 2015 niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld en dat het feiten betreft van langer dan twee jaar geleden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht, alles afwegende, een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaren en een werkstraf van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis passend en geboden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>TOEPASSELIJKHEID WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing berust, behalve het reeds aangehaalde wettelijke voorschrift, op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 227b van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het bewezen verklaarde feit strafbaar; </para>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">2 maanden</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;</para>
    <para />
    <para>- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 jaar niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    <para />
    <para>- legt aan verdachte op een <emphasis role="bold">werkstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">120</emphasis> uren;</para>
    <para />
    <para>- beveelt dat voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet of niet naar behoren verricht de werkstraf wordt vervangen door 60 dagen hechtenis, althans een aantal dagen hechtenis dat evenredig is aan het niet verrichte aantal uren werkstraf. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W.S. Ludwig, voorzitter, mrs. N.E.M. Kranenbroek en        P.K. Oosterling-van de Maarel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.P. Ponsteen, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 juni 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_7154e0a8-6c0d-4b21-8f64-b7d6475758d7" label="1">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierbijlagen en/of -pagina’s betreft dit delen van ambtsedige processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 7 juli 2015, genummerd 150012-6014595/2, opgemaakt door de Sociale Recherche Flevoland.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f5274ec4-f03b-404c-8dbb-0c67f5e8cd1e" label="2">
    <para> Pagina 3.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e5796065-643a-4e6d-a102-342941be3ac1" label="3">
    <para> Pagina 8.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7b014ad3-d332-44f3-a024-2a8c641b2007" label="4">
    <para> Pagina 8.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_400ff0cb-02ff-4db7-8bab-19b5c5a82568" label="5">
    <para> Bijlage 18, proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] , pagina 2.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_dffdcfc1-7e3e-4145-a0ac-4427d2d3d955" label="6">
    <para> Bijlage 18, proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] , pagina 6.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2f10d47d-8e8a-4961-b9fb-0d552aeca2b5" label="7">
    <para> Bijlage 18, proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] , pagina 2.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_886f0b6e-d8d3-4cba-aa2f-57f3ad9dfbd8" label="8">
    <para> Bijlage 18, proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] , pagina 6.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d320463c-53ad-4437-90d4-560262a3cf08" label="9">
    <para> Bijlage 18, proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] , pagina 7.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_23ff2465-6e59-4691-b54d-51c5731bd632" label="10">
    <para> Bijlage 18, proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] , pagina 3.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c02e3c91-8009-473b-8c46-fee78bb91824" label="11">
    <para> Bijlage 18, proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] , pagina 3.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_80097819-826d-4b03-8fcc-a05ab9a14af8" label="12">
    <para> Bijlage 18, proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] , pagina 3.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c37d6b9d-4a7a-4ae6-8ae2-20c37ee17698" label="13">
    <para> Bijlage 10, proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1]</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8e1e807f-0da5-4999-bf52-7122151c431f" label="14">
    <para> Bijlage 13, proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] .</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a73ace4c-c3cd-417a-825b-ed74c49403c5" label="15">
    <para> Bijlage 12, proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] .</para>
  </footnote>
  <footnote id="_caa23b67-4adb-420b-9b70-75cf13245065" label="16">
    <para> Bijlage 20, aanvraagformulier WWB, pagina 6.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>