<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2016:6839</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-12-21T14:00:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-12-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-12-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/705326-14 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2016:6839">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2016:6839</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-12-21T11:33:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-12-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2016:6839 Rechtbank Midden-Nederland , 21-12-2016 / 16/705326-14 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2016:6839:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Feit 1: de rechtbank is van oordeel dat, gelet op de inhoud van het dossier, niet vast is komen te staan dat verdachte enige betrokkenheid heeft gehad bij de aangetroffen hennepplantages. </para>
        <para>Feit 2: De rechtbank is van oordeel dat de officier van justitie niet-ontvankelijk is in zijn vervolging ten aanzien van dit feit. Het verrichten van bepaalde handelingen ter voorbereiding of vergemakkelijking van illegale hennepteelt (artikel 11a Opiumwet) was op moment van het begaan van het feit nog niet strafbaar, omdat de wet die dit verbiedt nog niet in werking was getreden.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2016:6839:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/705326-14 (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige strafkamer van 21 december 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [1973] te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende te [adres] , [woonplaats] . </para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>ONDERZOEK TER TERECHTZITTING</title>
    <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 7 december 2016.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie en van hetgeen verdachte en diens raadsvrouw mr. D.N.A. Brouns, advocaat te Utrecht naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>TENLASTELEGGING</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	Feit 1: in de periode van 1 april 2014 tot en met 3 juni 2014 in Houten, al 			dan niet samen met anderen, een grote hoeveelheid hennepplanten in 			een woning en in een kas heeft geteeld. </para>
      <para>	Feit 2:	in de periode van 26 september 2014 tot en met 4 oktober 2014 in 			Culemborg, al dan niet samen met anderen, goederen voorhanden heeft 			gehad waarvan zij wist dat deze bedoeld waren om strafbare feiten mee te 		plegen, namelijk het opzetten van een hennepkwekerij.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>VOORVRAGEN</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsvrouw heeft, ten aanzien van feit 2 op de tenlastelegging, aangevoerd dat dit feit ten tijde van het begaan daarvan nog niet strafbaar was. Onder verwijzing naar artikel 1 van het Wetboek van Strafrecht, heeft de raadsvrouw verzocht het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in haar vervolging ten aanzien van feit 2.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft zich eveneens op het standpunt gesteld dat hetgeen onder feit 2 aan verdachte ten laste is gelegd op het moment van het plegen daarvan niet strafbaar was. Het feit an sich kan wel wettig en overtuigend bewezen worden. Omdat het feit ten tijde van het plegen daarvan niet strafbaar was, dient dit tot gevolg te hebben dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, aldus de officier van justitie. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank stelt vast dat hetgeen onder feit 2 aan verdachte ten laste is gelegd, zijn grondslag vindt in artikel 11a van de Opiumwet. In dit artikel is -kort gezegd- het verrichten van bepaalde handelingen ter voorbereiding of vergemakkelijking van illegale hennepteelt strafbaar gesteld. Deze wet is op 1 maart 2015 in werking getreden. De pleegperiode van het aan verdachte ten laste gelegde feit loopt van 26 september 2014 tot en met 4 oktober 2014. Op dat moment was artikel 11a van de Opiumwet nog niet van kracht. Op het vermeende moment van begaan van het feit, was dit feit dus nog niet strafbaar. Zodoende bestaat er geen wettelijke grondslag om verdachte te vervolgen voor het aan hem onder 2 ten laste gelegde feit. De rechtbank is van oordeel dat de officier van justitie niet-ontvankelijk is in zijn vervolging ten aanzien van dit feit.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verder stelt de rechtbank vast dat de dagvaarding geldig is, de rechtbank bevoegd is tot kennisneming van het onder feit 1 ten laste gelegde, de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging van verdachte ten aanzien van het onder feit 1 ten laste gelegde en er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>WAARDERING VAN HET BEWIJS</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht het onder 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsvrouw stelt zich op het standpunt dat het aan verdachte ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. Hiertoe heeft de raadsvrouw -onder meer- het volgende aangevoerd:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>	Geen van de verdachten die in de hennepkwekerijen aan de [adres] in 	[woonplaats]	zijn aangetroffen hebben iets verklaard dat wijst op enige betrokkenheid van 	verdachte bij deze hennepkwekerijen. De eigenaar van [adres] 	(medeverdachte [medeverdachte 1] ) wijst tijdens zijn nadere verhoor bij de politie naar 	verdachte. Deze verklaring is echter door de politie gevoed. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft zelf ook aangegeven dat hij het verhoor van de politie als onprettig heeft 	ervaren. Hij voelde zich in een richting geduwd. Dat verdachte de persoon (de heer 	[A] ) kende die de kas aan de [adres] huurde is geen geheim. De heer 	[A] stond immers bij verdachte op de camping.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>	Verdachte ontkent enige betrokkenheid. Over het geld dat op zijn bankrekening staat 	heeft verdachte een verklaring afgelegd. Op dit punt heeft de politie opgemerkt dat 	de bankrekeningen van verdachte geen grote tegoeden vertonen. Het financieel 	onderzoek levert geen aanknopingspunten op voor de verdenking dat verdachte zich 	bezig zou houden met de handel in hennep. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ook heeft verdachte een verklaring afgelegd over zijn aanwezigheid op de 		[adres] begin 2014. Hij hielp bij het opknappen van de woning die verhuurd 	zou worden aan medeverdachte [medeverdachte 2] en hij had daar kersenbomen staan. Het is 	derhalve ook niet vreemd dat zijn telefoon contact heeft gemaakt met een zendmast 	in de buurt van de [straat] in [woonplaats] . Ook verklaart dit waarom het zwarte busje 	van verdachte bij het adres is gezien. In dit verband is tevens relevant dat getuige [getuige] in de pleegperiode werkzaamheden verrichtte op het perceel aan de 	[adres] . Getuige [getuige] rijdt ook in een zwart bus.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Concluderend komt de raadsvrouw tot het oordeel dat er geen wettig en overtuigend bewijs in het dossier aanwezig is en verdachte vrij dient te worden gesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de inhoud van het dossier, niet vast is komen te staan dat verdachte enige betrokkenheid heeft gehad bij de aangetroffen hennepplantages op het adres [adres] in [woonplaats] . Nu het wettig en overtuigend bewijs ontbreekt, zal de rechtbank verdachte van het aan hem ten laste gelegde vrijspreken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>BESLISSING</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voorvragen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- Verklaart het Openbaar Ministerie <emphasis role="bold">niet-ontvankelijk</emphasis> in zijn vervolging ten aanzien van feit 2.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="bold">Spreekt</emphasis> verdachte <emphasis role="bold">vrij</emphasis> van het aan hem onder feit 1 ten laste gelegde.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J. Ebbens, voorzitter, mrs. N.H.J.M. Veldman-Gielen en J.P.M. Schwillens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.P. Stapel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 21 december 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. J.P.M. Schwillens is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BIJLAGE : De tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 01 april 2014 tot en met 03 juni 2014 te</para>
      <para>
        [woonplaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in</para>
      <para>vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld</para>
      <para>en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig</para>
      <para>heeft gehad (in een kas behorende bij een pand aan de [adres] ) een</para>
      <para>hoeveelheid van (in totaal) 15.456 hennepplanten en/of (in een woning aan de</para>
      <para>
        [adres] ), een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 108 hennepplanten,</para>
      <para>althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een</para>
      <para>hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde</para>
      <para>hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel</para>
      <para>aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;</para>
      <para>art 3 ahf/ond B Opiumwet</para>
      <para>art 3 ahf/ond C Opiumwet</para>
      <para>art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 11 lid 2 Opiumwet</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 26 september 2014 tot en met 04 oktober</para>
      <para>2014 te [woonplaats] , althans in Nederland,</para>
      <para>tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,</para>
      <para>(in/bij een pand aan de [adres] )</para>
      <para>stoffen en/of voorwerpen en/of gegevens,te weten:</para>
    </parablock>
    <para>- 31, althans één of meer, armaturen en/of</para>
    <para>- 36, althans één of meer, assimilatielampen en/of</para>
    <para>- 1 schakelbord en/of</para>
    <para>- 1 tijdschakelaar en/of</para>
    <para>- 26, althans één of meer, transformatoren en/of</para>
    <para>- 10, althans één of meer, afzuigslangen en/of koppelstukken en/of</para>
    <para>- 1 koolstoffilter en/of</para>
    <para>- 1 slakkenhuis en/of</para>
    <para>- 1 opticilmates en/of</para>
    <para>- 1 water-, beluchting- en dompelpomp en/of</para>
    <para>- ( een) verbroken verzegeling(en) van de meterkast en/of</para>
    <para>- met folie afgeplakte ramen van het pand,</para>
    <parablock>
      <para>bestemd tot het plegen van een of meer feit(en) strafbaar gesteld in artikel</para>
      <para>11, derde en/of vijfde lid, van de Opiumwet,</para>
      <para>te weten:</para>
    </parablock>
    <para>- het (in de uitoefening van een beroep of bedrijf) opzettelijk telen en/of</para>
    <parablock>
      <para>  bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of</para>
      <para>  verstrekken en/of vervoeren van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet</para>
      <para>  behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel</para>
      <para>  3a,</para>
    </parablock>
    <para>- het opzettelijk binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen en/of</para>
    <parablock>
      <para>  telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of</para>
      <para>  afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig hebben en/of</para>
      <para>  vervaardigen van een grote hoeveelheid van een middel als bedoeld in de bij</para>
      <para>  de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid</para>
      <para>  van artikel 3a van die wet,</para>
      <para>heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of te koop aangeboden en/of</para>
      <para>verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of vervaardigd</para>
      <para>en/of voorhanden gehad, terwijl hij, verdachte, wist of ernstige redenen had</para>
      <para>te vermoeden dat dat/die stof(fen) en/of voorwerp(en) en/of gegeven(s) bestemd</para>
      <para>was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);</para>
      <para>art 11a lid 1 Opiumwet</para>
      <para>art 10 lid 3 Opiumwet</para>
      <para>art 2 ahf/ond C Opiumwet</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>