<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2016:6804</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-04-24T00:00:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-12-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-02-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16-659710-15 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHARL:2018:3739" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan">Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2018:3739, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2016:6804">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2016:6804</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-12-20T09:54:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-12-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2016:6804 Rechtbank Midden-Nederland , 11-02-2016 / 16-659710-15 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2016:6804:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank Midden-Nederland veroordeelt acht mannen tot een werkstraf van 120 uur voor openlijk geweld en het medeplegen van bedreiging bij de noodopvang voor vluchtelingen in Woerden. Zeven andere verdachten worden veroordeeld tot een werkstraf van 40 uur voor samenscholing en hebben daarmee bijgedragen aan de grimmige sfeer. De drie overgebleven verdachten zijn vrijgesproken van openlijk geweld en bedreiging. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Relsituatie</para>
        <para>Op 9 oktober 2015 is er ‘s avonds bij de noodopvang voor vluchtelingen in Woerden een relsituatie ontstaan die veel angst heeft opgeroepen bij de vluchtelingen, beveiligers en vrijwilligers. Er zijn dranghekken omgegooid en er is met eieren en zeer zwaar vuurwerk richting de beveiligers gegooid. In totaal werden er 18 mannen verdacht van openlijke geweldpleging en bedreiging.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Openlijk geweld en bedreiging</para>
        <para>Als er vanuit een groep geweld is gepleegd, betekent dit op zichzelf niet dat iedereen die tot die groep behoort ook strafrechtelijk kan worden veroordeeld voor openlijk geweld. De rechtbank concludeert dat van acht verdachten vastgesteld kan worden dat zij een wezenlijke bijdrage aan het geweld hebben geleverd. Deze acht verdachten worden dan ook veroordeeld voor bedreiging en krijgen een werkstraf opgelegd van 120 uur.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Samenscholing</para>
        <para>Voor tien verdachten geldt dat er onvoldoende bewijs is dat zij openlijk geweld hebben gepleegd, of gedreigd hebben met openlijk geweld. De rechtbank oordeelt dat zeven van deze tien verdachten wel hebben bijgedragen aan de grimmige sfeer en veroordeelt deze verdachten wegens samenscholing tot een werkstraf van 40 uur.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Schadevergoeding</para>
        <para>De acht mannen die veroordeeld zijn voor openlijk geweld en bedreiging moeten samen een schadevergoeding betalen van €2.578,00 aan een beveiliger. Vlakbij de man ontplofte zwaar vuurwerk.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2016:6804:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Strafrecht</para>
      <para>Zittingslocatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16-659710-15 (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige strafkamer van 11 februari 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [1988] te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para>Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 27 en 28 januari 2016. De verdachte is ter terechtzitting van 27 januari 2016 in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. A.M.R. van Ginneken, advocaat te Utrecht. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tijdens de terechtzitting van 28 januari 2016, waarbij alleen het onderzoek is gesloten, is niemand verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en diens raadsvrouw naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 1 primair:                   </emphasis>
      </para>
      <para>op 9 oktober 2015 openlijk en in vereniging geweld heeft gepleegd;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 1 subsidiair: </emphasis>
      </para>
      <para>op 9 oktober de APV van de gemeente Woerden heeft overtreden;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 2: </emphasis>
      </para>
      <para>al dan niet samen met anderen op 9 oktober 2015 beveiligers en/of vluchtelingen heeft bedreigd;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 3: </emphasis>
      </para>
      <para>op 9 oktober 2015 niet voldaan heeft aan zijn identificatieplicht.                          </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Voorvragen</title>
    <para>De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht het onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw aangevoerd dat uit het dossier niet blijkt dat de legitimatie van verdachte is gevorderd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vrijspraken	</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Ten aanzien van het onder 1 primair en 1 subsidiair ten laste gelegde</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit de processtukken blijkt niet dat verdachte van tevoren wetenschap heeft gehad dat er op 9 oktober 2015 in Woerden met illegaal vuurwerk en/of eieren zou worden gegooid in de richting van beveiligingsmedewerkers en/of de [naam locatie] waarin zich op dat moment 148 vluchtelingen en meerdere vrijwilligers bevonden. Evenmin blijkt uit het dossier dat verdachte er vooraf van op de hoogte was dat het de bedoeling was om ongeregeldheden te veroorzaken bij de vluchtelingenopvang. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Gelet hierop zal de rechtbank verdachte vrijspreken van de onder 1 primair en 1 subsidiair ten laste gelegde feiten wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Nu verdachte van de onder feit 1 primair en subsidiair ten laste gelegde openlijke geweldpleging wordt vrijgesproken, zal verdachte ook van feit 2 vrij te weten de bedreiging met openlijk geweld worden gesproken. Niet kan wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte in een nauw en bewuste samenwerking met anderen heeft gedreigd heeft met openlijk geweld.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewijsmiddelen</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_cfe572ed-9596-40d0-bc6c-ae1e7803f90a" />
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De politie heeft verdachte op 9 oktober 2015 omstreeks 22.45 uur aangehouden op de [adres] te Woerden. Verdachte verklaarde dat hij zich niet kon identificeren.<footnote-ref linkend="_3c1c049b-ed3f-4344-8494-cd8ba8318f5a" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op de fouilleringslijsten van verdachten wordt genoteerd wat een verdachte ten tijde van zijn insluiting op het arrestantencomplex in Houten bij zich heeft. Verdachte had geen identiteitsbewijs in zijn fouillering.<footnote-ref linkend="_32ee4d2b-b705-407e-9c39-0f1d82072503" /></para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.3</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewijsoverwegingen</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Artikel 2 van de Wet op de identificatieplicht bepaalt onder meer dat een ieder die de leeftijd van veertien jaar heeft bereikt, verplicht is op de eerste vordering van een ambtenaar als bedoeld in artikel 8 van de Politiewet 2012 (http://wetten.overheid.nl/BWBR0031788/geldigheidsdatum_03-02-2016) of artikel 6a van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten (http://wetten.overheid.nl/BWBR0019919/geldigheidsdatum_03-02-2016), een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 (http://wetten.overheid.nl/BWBR0006297/geldigheidsdatum_03-02-2016) van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan te bieden. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit de omstandigheid dat verdachte bij zijn aanhouding heeft verklaard dat hij zich niet kon identificeren leidt de rechtbank af dat de politie hem heeft gevraagd c.q. gevorderd om een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Verdachte heeft hiermee niet voldaan aan de identificatieplicht en zich daarmee schuldig gemaakt aan het aan hem onder feit 3 ten laste gelegde.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.4</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Bewezenverklaring</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4.3.2 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>3.</para>
          <para>op 9 oktober 2015 te Woerden niet heeft voldaan aan zijn verplichting om een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden, die is opgelegd bij artikel 2 van de Wet op de identificatieplicht.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para>Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 3:</emphasis>
      </para>
      <para>Niet voldoen aan de verplichting om een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden, hem opgelegd krachtens de Wet op de identificatieplicht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Motivering van de straffen en maatregelen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De eis van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar onder feit 1 primair en feit 2 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van twee jaren, alsmede een werkstraf van 180 uren, met bevel, voor het geval dat verdachte de werkstraf niet naar behoren (heeft) verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 90 dagen, met aftrek van voorarrest.</para>
        <para>De officier van justitie heeft ook gevorderd dat verdachte ten aanzien van het door haar onder feit 3 bewezen geachte zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 90,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 1 dag. </para>
        <para>Verder heeft de officier van justitie gevorderd de vordering van de benadeelde partij genaamd [A] , ter grootte van € 3.170,72 volledig toe te wijzen, inclusief wettelijke rente berekend vanaf 9 oktober 2015 tot aan de dag der algehele vergoeding, waarbij verdachte hoofdelijk aansprakelijk is voor het te betalen bedrag. Voorts heeft de officier van justitie verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft aangevoerd dat bij een eventuele strafoplegging rekening dient te worden gehouden met de omstandigheid dat verdachte gedurende zes dagen in alle beperkingen in het cellencomplex in Houten heeft doorgebracht, hetgeen een grote impact op hem heeft gehad. De raadsvrouw verzoekt de rechtbank om aan verdachte een zoveel mogelijke voorwaardelijke straf op te leggen met een proeftijd van 2 jaren. Indien de rechtbank tot oplegging van een onvoorwaardelijk strafdeel komt, verzoekt de raadsvrouw deze op te leggen in de vorm van een werkstraf. Bij een bewezenverklaring van een overtreding, verzoekt de raadsvrouw de rechtbank te volstaan met een geldboete. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft bij zijn aanhouding niet voldaan aan de identificatieplicht. De identificatieplicht houdt verband met het eminente belang in de strafrechtsketen van een deugdelijke vaststelling van de identiteit van personen, mede met het oog op voortvarende opsporing.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank ziet geen aanleiding om bij het bepalen van de strafsoort en strafmaat ten voordele van verdachte rekening te houden met de media-aandacht die deze zaak teweeg heeft gebracht. Naar het oordeel van de rechtbank is het in het algemeen aanvaardbaar dat strafzaken, gelet op hun aard en inhoud, een zekere vorm van media-aandacht met zich mee kunnen brengen. Dat over deze strafzaak door de media is gepubliceerd, is een gevolg van de maatschappelijke en politieke context waarbinnen het feit zich heeft afgespeeld. Niet is gesteld of gebleken dat sprake is van onevenredige media-aandacht ten opzichte van de persoonlijke situatie van deze specifieke verdachte, enkel is er duidelijke mediabelangstelling geweest voor het feitencomplex als zodanig, zodat de rechtbank hiermee geen rekening zal houden bij de strafmaat.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op de inhoud van een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 16 december 2015, waaruit blijkt dat de verdachte in 2009 strafrechtelijk is veroordeeld wegens openlijke geweldpleging tegen personen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht, alles afwegende, een geldboete van € 90,- subsidiair 1 dag hechtenis passend en geboden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Ten aanzien van de benadeelde partij</title>
    <para>De behandeling van de vordering van [A] , levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank is van oordeel dat de schade die de benadeelde partij geleden heeft, het gevolg is van openlijke geweldpleging die op 9 oktober 2015 plaats heeft gevonden. Nu verdachte wordt vrijgesproken van de openlijke geweldpleging, zoals onder feit 1 primair aan hem ten laste is gelegd, en - zonder toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht - geen straf of maatregel is opgelegd, zal de rechtbank de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 23, 24, 24c en 447e van het Wetboek van Strafrecht en artikel 2 van de Wet op de identificatieplicht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde en op de reeds aangehaalde artikelen</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het onder 1 primair, 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het onder 3 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4.3.4  is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 3:</emphasis>
      </para>
      <para>Niet voldoen aan de verplichting om een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden, hem opgelegd krachtens de Wet op de identificatieplicht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte, daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een geldboete van <emphasis role="bold">€ 90,-</emphasis> (negentig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 1 dag. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart [A] niet ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat deze vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. H.A. Gerritse, voorzitter,</para>
      <para>mrs. J.W. Frieling en J.G. van Ommeren, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. J.M.T. Bouwman-Everhardus, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 februari 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BIJLAGE : De tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>primair:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 9 oktober 2015 te Woerden, althans in het arrondissement Midden-Nederland met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, te weten op of aan de Steinhagenseweg, in elk geval op of aan een openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen goederen ((een) aldaar geplaatst(e) (drang)hekwerk(en) en/of een sporthal en/of een auto) en/of personen (te weten [A] en/of [B] , zijnde beveiligingsmedewerkers) welk geweld bestond uit</para>
    </parablock>
    <para>- het omgooien van (een) dranghek(ken) en/of</para>
    <para>- het gooien van (illegale) vuurwerk(bommen) en/of eieren en/of flessen en/of dranghekken in de richting van en/of op/tegen voornoemde beveiligingsmedewerkers en/of [naam locatie] (waarin 148 vluchtelingen en meerdere vrijwilligers aanwezig waren) en/of een auto en/of</para>
    <para>- het luidkeels roepen en/of joelen naar/in de richting van  de vluchtelingen in de [naam locatie] ;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 09 oktober 2015 te Woerden met anderen, althans een ander, heeft deelgenomen aan een samenscholing, en/of onnodig heeft opgedrongen en/of door uitdagend gedrag aanleiding heeft gegeven tot ongeregelheden, immers maakte hij, verdachte, deel uit van een groep van ongeveer 25 personen, althans een aantal personen, welke personen:</para>
    </parablock>
    <para>- verzamelden nabij [naam locatie] en/of</para>
    <para>- ( vervolgens) met bivakmutsen en/of capuchons en/of donkere kleding op hun hoofd in de richting van  [naam locatie] renden/liepen en/of</para>
    <para>- vervolgens (een) dranghek(ken) hebben omgegooid en/of</para>
    <para>- ( illegale) vuurwerk(bommen) en/of eieren en/of flessen en/of dranghekken in de richting van en/of op/tegen voornoemde beveiligingsmedewerkers hebben gegooid en/of</para>
    <para>- luidkeels naar/in de richting van de vluchtelingen in de [naam locatie] geroepen en/of gejoeld, onder meer teksten als "oprotten" en/of "niet welkom" en/of woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking waardoor een dreigende situatie ontstond;</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 9 oktober 2015 te Woerden, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [A] en/of [B] , zijnde beveiligingsmedewerkers en/of 148, althans een grote groep asielzoekers/vluchtelingen heeft bedreigd met openlijke geweldpleging tegen personen en/of goederen, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk dreigend</para>
    </parablock>
    <para>- ( een) dranghek(ken) omgegooid en/of</para>
    <para>- ( illegale) vuurwerk(bommen) en/of eieren en/of flessen en/of dranghekken in de richting van en/of op/tegen voornoemde beveiligingsmedewerkers gegooid en/of</para>
    <para>- luidkeels naar/in de richting van de vluchtelingen in de [naam locatie] geroepen en/of gejoeld, onder meer teksten als "oprotten" en/of "niet welkom" en/of woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking;</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 9 oktober 2015 te Woerden, althans in het arrondissement Midden-Nederland, niet heeft voldaan aan zijn verplichting om een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden, die is opgelegd bij artikel 2 van de Wet op de identificatieplicht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_cfe572ed-9596-40d0-bc6c-ae1e7803f90a" label="1">
    <para> Indien hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt hierbij verwezen naar een bijlage bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van de politie Midden-Nederland, genummerd 2015306195F, van 24 november 2015, met bijlagen, doorgenummerde pagina’s 1 tot en met 1212.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3c1c049b-ed3f-4344-8494-cd8ba8318f5a" label="2">
    <para> Proces-verbaal aanhouding, doorgenummerde pagina 691.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_32ee4d2b-b705-407e-9c39-0f1d82072503" label="3">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, in de wettelijke vorm opgemaakt door de politie Midden-Nederland, genummerd 20160121150010502, van 21 januari 2016.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>