<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2016:6341</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-11-29T14:54:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-11-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-11-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16.659494-15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2016:6341">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2016:6341</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-11-29T12:44:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-11-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2016:6341 Rechtbank Midden-Nederland , 29-11-2016 / 16.659494-15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2016:6341:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Een 34-jarige man uit Almere die een flesje GHB onbeheerd achterliet is door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld tot een werkstraf van 180 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden. Ook worden hij en zijn 32-jarige vriendin veroordeeld voor het bezit van 14 hennepplanten, een xtc-pil, GHB, traangas en pepperspray. De vrouw krijgt een werkstraf van 100 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Achtergelaten op kast</para>
        <para>Het stel had de drugs en wapens opgeborgen in een kluis in hun woning. De man heeft op enig moment een flesje GHB uit de kluis gehaald en onbeheerd achtergelaten op een kast die bereikbaar was voor zijn kinderen. Zijn toen 5-jarige zoontje heeft uit dit flesje gedronken en zichzelf daarmee vergiftigd. Hij is in het ziekenhuis beland en volledig hersteld. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Levensstijl</para>
        <para>Tijdens de zitting bleek dat het stel hun levensstijl heeft gewijzigd en zij zich bewust zijn van het risico waarin zij hun kinderen hebben gebracht. De rechtbank legt voorwaardelijke gevangenisstraffen op om te voorkomen dat de verdachten in de toekomst opnieuw strafbare feiten begaan.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2016:6341:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Strafrecht</para>
      <para>Zittingslocatie Lelystad</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16.659494-15 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 29 november 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [1984] te [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting </para>
      <para>van 15 november 2016, waarbij de verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. T.S.S. Overes, advocaat te Almere.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van officier van justitie mr. M. Kamper en van de standpunten door de raadsvrouw en verdachte naar voren gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE TENLASTELEGGING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>zij op of omstreeks 20 januari 2015 in de gemeente Almere, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (in haar woning gelegen aan [adres] )</para>
      <para>ongeveer 89,5 milliliter, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende GHB </para>
      <para>(4-hydroxyboterzuur) en/of 1 pil, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine), zijnde GHB (4-hydroxyboterzuur) en/of MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine) (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>zij in of omstreeks de periode van 25 juni 2014 tot en met 20 januari 2015 in de gemeente Almere, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 14 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>zij in of omstreeks de periode van 25 juni 2014 tot en met 21 januari 2015 in de gemeente Almere, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit (11.321 kWh), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Liander NV, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), waarbij verdachte en/of haar mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen</para>
      <para>goed(eren) onder haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van verbreking.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.</para>
      <para>zij op of omstreeks 20 januari 2015 in de gemeente Almere, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een busje pepperspray en/of een busje traan(CS)gas, zijnde (een) voorwerp(en) bestemd voor het treffen van personen met (een) giftige en/of verstikkende en/of weerloosmakende en/of traanverwekkende stof(fen) van categorie II, onder 6°, voorhanden heeft/hebben gehad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verbetert in de tenlastelegging een aantal kennelijke schrijffouten. </para>
      <para>De verdachte wordt daardoor niet in haar verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE VOORVRAGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>BEWEZENVERLARING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie acht de aan verdachte onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend te bewijzen, omdat verdachte bekent deze feiten te hebben gepleegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw refereert zich wat betreft een bewezenverklaring van de aan verdachte ten laste gelegde feiten aan het oordeel van de rechtbank. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank acht de aan verdachte onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis zal worden gehecht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>BEWEZENVERKLARING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>zij op 20 januari 2015 in de gemeente Almere, tezamen en in vereniging met een ander,  opzettelijk aanwezig heeft gehad in haar woning gelegen aan [adres]</para>
      <para>ongeveer 89,5 milliliter van een materiaal bevattende GHB (4-hydroxyboterzuur) en 1 pil van een materiaal bevattende MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine), zijnde GHB (4-hydroxyboterzuur) en MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine) telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>zij in de periode van 25 juni 2014 tot en met 20 januari 2015 in de gemeente Almere, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk heeft geteeld in een pand aan [adres] een hoeveelheid van in totaal ongeveer 14 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>zij in de periode van 25 juni 2014 tot en met 21 januari 2015 in de gemeente Almere,  tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit (11.321 kWh), toebehorende aan Liander NV, waarbij verdachte en haar mededader het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.</para>
      <para>zij op 20 januari 2015 in de gemeente Almere, tezamen en in vereniging met een ander, een busje pepperspray en een busje traan(CS)gas, zijnde voorwerpen bestemd voor het treffen van personen met een weerloosmakende en/of traanverwekkende stof(fen) van categorie II, onder 6°, voorhanden heeft gehad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van het onder feit 1, feit 2, feit 3 en feit 4 meer of anders ten laste gelegde zal verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>KWALIFICATIE</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezene levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 1:</emphasis>
      </para>
      <para>Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 3: </emphasis>
      </para>
      <para>Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking. </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 4:</emphasis>
      </para>
      <para>Medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>STRAFBAARHEID</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten en verdachte zijn strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>STRAFOPLEGGING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 150 uur subsidiair 75 dagen hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft ten aanzien van een op te leggen straf naar voren gebracht dat in een soortgelijke zaak door de rechtbank Den Bosch een lagere straf is opgelegd. Daarnaast moet rekening worden gehouden met het feit dat verdachte al is gestraft, doordat de kinderen een periode uit huis geplaatst zijn geweest, en met het tijdsverloop in deze zaak. Verdachte heeft thuis de zorg voor de kinderen, ze heeft een parttime baan en ze is met een opleiding bezig. De raadsvrouw heeft daarom verzocht een fors deel van de werkstraf in voorwaardelijke vorm op te leggen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft in haar woning samen met haar echtgenoot een hoeveelheid GHB en een pil  MDMA aanwezig en een busje traangas en een busje pepperspray voorhanden gehad. Daarnaast hadden zij in hun woning een hennepkwekerij met veertien hennepplanten. De stroom voor de kwekerij werd via een illegale aansluiting gestolen. </para>
      <para>Verdachte heeft zich hiermee schuldig gemaakt aan ernstige strafbare feiten, temeer nu ook haar twee kinderen in de woning woonden. De combinatie van drugs en wapens enerzijds en (kleine) kinderen anderzijds in één woning brengt grote risico’s met zich. Kinderen staan in een afhankelijke positie ten opzichte van hun ouders en zouden nooit door hun ouders aan dergelijke risico’s mogen worden blootgesteld. Zij zouden daartegen juist beschermd moeten worden door hun ouders. De bescherming die de ouders hadden bedoeld te geven door het plaatsen van de goederen in een kluis is onvoldoende gebleken nu één van de kinderen ernstig onwel is geworden door het drinken van GHB uit een fles bestemd voor andere drank die de echtgenoot van verdachte vergeten was in de kluis terug te zetten. Daar komt ook nog bij dat hennepteelt in woningen (brand)gevaarlijke situaties veroorzaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank maakt uit het uittreksel uit de justitiële documentatie van 4 oktober 2016 op dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking is geweest. </para>
      <para>De reclassering vermeldt in het rapport van 7 maart 2016 dat verdachte niet heeft willen praten over haar drugsgebruik en over de feiten waarvan zij wordt verdacht. De reclassering kan haar rol in de totstandkoming van de feiten daarom niet duiden en heeft geen verband kunnen leggen tussen het zelfinzicht van verdachte en haar delictgedrag. In combinatie met haar gesloten en soms wat vijandige houding is het lastig om risicofactoren aan te wijzen en kan de kans op herhaling niet ingeschat worden.    </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tijdens de zitting is gebleken dat verdachte haar houding heeft gewijzigd en inzicht gaf in haar inmiddels gewijzigde levensstijl en het bewustzijn van het risico waarin ze haar kinderen heeft gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de aard en de ernst van de feiten en het blanco strafblad van verdachte een taakstraf in de vorm van een werkstraf rechtvaardigen. Dit zal door de ernst van de feiten een werkstraf van forse duur zijn. Daarnaast zal de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte opleggen om verdachte er in de toekomst van te weerhouden zich wederom met (dergelijke) strafbare feiten in te laten.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles overziende zal aan verdachte worden opgelegd een taakstraf in de vorm van een  werkstraf voor de duur van 100 uur te vervangen door 50 dagen hechtenis als verdachte deze werkstraf niet naar behoren verricht en een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De rechtbank volgt de eis van de officier van justitie niet, omdat deze naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende recht doet aan de aard en ernst van de feiten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tijd die verdachte in verzekering heeft gezeten zal op de werkstraf in mindering worden gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>TOEPASSELIJKHEID WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing berust op de artikelen 9, 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het onder feit 1, feit 2, feit 3 en feit 4 ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat onder feit 1, feit 2, feit 3 en feit 4 meer of anders is ten laste gelegd;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart de bewezen verklaarde feiten strafbaar en kwalificeert deze feiten op de wijze zoals onder 6 omschreven; </para>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <bridgehead role="italic">Strafoplegging</bridgehead>
    <para>- legt aan verdachte op een taakstraf in de vorm van een <emphasis role="bold">werkstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">100 uur</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- beveelt dat voor het geval verdachte de werkstraf niet of niet naar behoren verricht de werkstraf wordt vervangen door <emphasis role="bold">50 dagen</emphasis> hechtenis, althans een aantal dagen hechtenis dat evenredig is aan het niet verrichte aantal uren werkstraf; </para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde werkstraf in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren werkstraf per dag;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">1 maand</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;</para>
    <para />
    <para>- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van <emphasis role="bold">twee jaar</emphasis> niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.K. Oosterling-van der Maarel, voorzitter, mrs. J. Mendlik en P.K. van Riemsdijk, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K.F. van Dam, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 november 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>