<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2016:6025</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-29T10:13:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-11-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-11-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/701423-14 (ontneming)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2016:6025">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2016:6025</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-11-15T16:59:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-11-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2016:6025 Rechtbank Midden-Nederland , 08-11-2016 / 16/701423-14 (ontneming)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2016:6025:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontnemingsvordering</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2016:6025:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Strafrecht</para>
      <para>Zittingslocatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/701423-14 (ontneming)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige strafkamer van 8 november 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de ontnemingszaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [1976] te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats,</para>
      <para>postadres: [adres] , [woonplaats] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de schriftelijke vordering van de officier van justitie, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het strafdossier onder parketnummer 16/701423-14, waaruit blijkt dat verdachte bij vonnis van 8 november 2016 van deze rechtbank is veroordeeld ter zake van – kort gezegd – verduistering en valsheid in geschrift;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het aan de straf- en ontnemingszaak ten grondslag liggende proces-verbaal, nr. PL0950-2013278649, pagina 1 tot en met 421;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de overige stukken</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>en de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzitting. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 2 augustus 2016 en 25 oktober 2016. De veroordeelde is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting van 25 oktober 2016 laten bijstaan door mr. P.J.G. van de Donck, advocaat te Houten. De ontnemingsvordering is gelijktijdig ter terechtzitting behandeld met de strafzaak tegen veroordeelde, bekend onder hetzelfde parketnummer. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat veroordeelde en de raadsman naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De schriftelijke vordering van de officier van justitie strekt tot het aan de veroordeelde opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel van € 38.920,80.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ter terechtzitting heeft de officier van justitie de vordering gewijzigd inhoudende dat hij het te ontnemen bedrag thans stelt op € 7.763,48.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft verzocht de vordering af te wijzen gelet op de in de strafzaak bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de vordering betreffende de delen van [bedrijf 1] BV, [A] en [bedrijf 2] BV niet toe te wijzen. Ook heeft de raadsman verzocht de ontnemingsvordering te matigen op grond van de persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Dat de veroordeelde het bewezen verklaarde heeft begaan blijkt uit het door de meervoudige kamer van deze rechtbank gewezen vonnis in de strafzaak van 8 november 2016 en uit de in dat vonnis opgenomen bewijsmiddelen. De rechtbank stelt op grond van de navolgende feiten en omstandigheden, die aan wettige bewijsmiddelen zijn ontleend, vast dat de veroordeelde door middel van het begaan van het bewezenverklaarde voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht heeft gehad.<footnote-ref linkend="_f2660f27-87d3-4b01-af08-4066efaedcbf" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De veroordeelde heeft wederrechtelijk voordeel verkregen doordat hij gelden toebehorende aan zijn opdrachtgevers zich wederrechtelijk heeft toegeëigend. Ter zitting heeft hij verklaard dat hij gelden van de debiteuren van [bedrijf 1] BV, [bedrijf 3] , [A] , [B] , [bedrijf 2] BV en [bedrijf 4] BV heeft geïncasseerd. De ontvangen gelden heeft hij niet doorbetaald aan deze zes opdrachtgevers.<footnote-ref linkend="_d0be5900-d136-45e0-b252-1ac4985a91f3" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Door de debiteuren van deze zes opdrachtgevers zijn per saldo de volgende hoofdsommen van de vordering betaald aan de veroordeelde:</para>
        <para>	[bedrijf 1] BV	€ 28.799,71 <footnote-ref linkend="_bc9f234e-abff-49a5-8d0b-4d52b9d6628b" /></para>
        <para>	[bedrijf 3] / [C]			€   1.615,- <footnote-ref linkend="_0e455881-9ae6-4ead-8f0f-11280674c9ae" /></para>
        <para>
          [A]				€   1.177,- <footnote-ref linkend="_3e2a0a96-e611-4285-bf44-0f7994cd246d" /></para>
        <para>
          [B]				€   1.000,- <footnote-ref linkend="_3e77d1c0-3536-4b22-b04e-7f7bac6bee49" /></para>
        <para>
          [bedrijf 2] BV 	€   1.961,54 (€ 2.411,54 - € 450,-) <footnote-ref linkend="_d679147e-eaff-4831-a719-b6ee2560ddac" /></para>
        <para>
          [bedrijf 4] BV 			€   2.553,50 <footnote-ref linkend="_4cc72b04-b77b-4c6e-8093-b638d07ee3a7" /></para>
        <para>Door een aantal debiteuren zijn hogere geldbedragen overgemaakt aan de veroordeelde, bestaande uit de hoofdsom van de vordering en bijkomende (incasso)kosten. Nu deze bijkomende posten aan de veroordeelde/het incassobureau toekomen worden deze door de rechtbank niet aangemerkt als wederrechtelijk verkregen voordeel. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aan de hand hiervan stelt de rechtbank vast dat de veroordeelde door middel van het bewezenverklaarde een bedrag van € 37.106,75 aan wederrechtelijk voordeel verkregen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank constateert dat de officier van justitie er bij zijn standpunt van uit is gegaan dat de door hem voor toewijzing vatbaar geachte civiele vorderingen van de benadeelde partijen in het strafproces in mindering worden gebracht op de vast te stellen betalingsverplichting. In navolging van de officier van justitie zal de rechtbank de in de strafzaak toegewezen civiele vorderingen en de opgelegde schadevergoedingsmaatregelen in mindering brengen op de vast te stellen betalingsverplichting. In de strafzaak is aan de veroordeelde ten aanzien van alle voornoemde hoofdsommen een schadevergoedingsmaatregel opgelegd voor een totaalbedrag gelijk aan het vastgestelde wederrechtelijk verkregen voordeel van 37.106,75. Wat betreft [C] en [B] zijn ook verplichtingen opgelegd tot vergoeding van schade. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is dan ook van oordeel dat er voor de veroordeelde geen verplichting tot betaling aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel bestaat.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing berust op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- stelt het bedrag van het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel vast op een bedrag van <emphasis role="bold">€ 37.106,75</emphasis> (zegge: zevenendertigduizend honderd zes euro en vijfenzeventig eurocent);</para>
    <para />
    <para>- wijst af de vordering jegens de veroordeelde tot betaling van een bedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door</para>
      <para>mr. R.L.M. van Opstal, voorzitter,	</para>
      <para>mrs. A.J.P. Schotman en R.P. den Otter, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. K.M. Strijbos, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 8 november 2016. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_f2660f27-87d3-4b01-af08-4066efaedcbf" label="1">
    <para> Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende proces-verbaal, nr. PL0950-2013278649, bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering (pagina 1 tot en met 421). Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d0be5900-d136-45e0-b252-1ac4985a91f3" label="2">
    <para> De verklaring van de veroordeelde ter zitting van 25 oktober 2016.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bc9f234e-abff-49a5-8d0b-4d52b9d6628b" label="3">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen van 25 maart 2015, pagina 48. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_0e455881-9ae6-4ead-8f0f-11280674c9ae" label="4">
    <para> Een geschrift, zijnde een uitdraai van het elektronische dossier van aangever bij het incassobureau, pagina 63.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3e2a0a96-e611-4285-bf44-0f7994cd246d" label="5">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte van [A] van 28 mei 2013, pagina 94.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3e77d1c0-3536-4b22-b04e-7f7bac6bee49" label="6">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte van [B] van 18 oktober 2013, pagina 110. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_d679147e-eaff-4831-a719-b6ee2560ddac" label="7">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte van [aangever] op 23 oktober 2013, pagina 130, en het proces-verbaal van bevindingen van 25 maart 2015, pagina 205. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_4cc72b04-b77b-4c6e-8093-b638d07ee3a7" label="8">
    <para> Een geschrift, zijnde rekeningoverzichten van overboekingen, pagina 211 – 217. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>