<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2016:4279</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T22:40:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-07-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-07-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/652465-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJFS 2016/221</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2016:4279">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2016:4279</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-07-28T11:16:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-07-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2016:4279 Rechtbank Midden-Nederland , 27-07-2016 / 16/652465-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2016:4279:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beslissing rechter-commissaris tot afwijzing van bevel observatie in PBC. De rechter-commissaris geeft de officier van justitie in overweging of plaatsing in het kader van de BOPZ passend is.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2016:4279:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Rechtbank Midden-Nederland</para>
  <para>rechter-commissaris in strafzaken</para>
  <section role="beslissing">
    <title>beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>(afwijzig op vordering opname in het Pieter Baan Centrum zoals bedoeld</para>
      <para>in artikel 196 Wetboek van Strafvordering)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/652465-16</para>
      <para>RC-nummer: 16/3486</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter-commissaris heeft het dossier gezien in de strafzaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verdachte]
      </para>
      <para>geboren op [1994] in [geboorteplaats]</para>
      <para>gedetineerd: PI Nieuwegein - HvB loc. Nieuwegein in Nieuwegein</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter-commissaris heeft gelet op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering van de officier van justitie, het rapport van de gedragsdeskundige in het kader van</para>
      <para>een voorgeleidingsconsult en de rapportages van de reclassering die over de verdachte zijn</para>
      <para>opgemaakt;</para>
      <para>Het verhoor van verdachte, waarbij de verdachte heeft verklaard niet mee te werken aan een</para>
      <para>psychiatrisch en psychologisch onderzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter-commissaris heeft een bevel tot bewaring van deze verdachte gegeven;</para>
      <para>Aan verdachte is nog geen dagvaarding of kennisgeving van verdere vervolging betekend;</para>
      <para>Uit het dossier komt naar voren dat er een ernstig vermoeden is van diverse problemen op</para>
      <para>psychiatrisch en neurologisch gebied, waardoor verdachte een gevaar voor zichzelf en zijn</para>
      <para>omgeving vormt. Verdachte heeft aangegeven niet te willen meewerken aan enig onderzoek</para>
      <para>naar zijn geestvermogens in het kader van het strafrecht en ook zal trachten zich zoveel</para>
      <para>mogelijk aan de observatie te onttrekken.</para>
      <para>Gebleken is dat de wachttijd voor een plaatsing in het PBC 10 weken bedraagt. De observatie</para>
      <para>en verslaglegging zullen nog eens 14 weken duren. Dus in totaal 24 weken.</para>
      <para>Gelet op de relatief beperkte ernst van de verdenkingen brengt dit met zich mee dat er geen</para>
      <para>of een zeer beperkt voorwaardelijk strafdeel zal resteren, nadat de observatie is beëindigd. Uit</para>
      <para>het dossier is af te leiden dat verdachte niet bereid of in staat is zich aan enige vorm van</para>
      <para>ambulante behandeling en begeleiding te houden. Voor een mogelijk uit beveiligings- en</para>
      <para>behandelingsopzicht wenselijke klinische opname in het kader van een voorwaardelijk</para>
      <para>strafdeel zal naar de inschatting van de rechter-commissaris dan ook geen ruimte zijn.</para>
      <para>De inschatting van de rechter-commissaris is dat enige maatregel, in het kader van het</para>
      <para>strafrecht niet opgelegd zal worden.</para>
      <para>De conclusie is dan ook dat de mogelijk noodzakelijk behandeling niet in het strafrecht</para>
      <para>haalbaar is en de rechter-commissaris zal de vordering dan ook afwijzen.</para>
      <para>De rechter-commissaris heeft hiervoor reeds geconstateerd dat er een ernstig vermoeden is</para>
      <para>dat er bij verdachte diverse problemen op psychiatrisch en neurologisch gebied spelen,</para>
      <para>waardoor verdachte een gevaar voor zichzelf en zijn omgeving vormt. De officier van justitie</para>
      <para>heeft gedurende het verhoor op deze vordering aangegeven dat de reguliere GGZ -al dan</para>
      <para>niet in het kader van een machtiging op grond van de BOPZ- waarschijnlijk een te laag</para>
      <para>beveiligingsniveau kan bieden voor verdachte. De rechter-commissaris geeft de officier van</para>
      <para>justitie echter nadrukkelijk in overweging te doen onderzoeken of een maatregel in het kader</para>
      <para>van de BOPZ passend is, waarbij zij op de mogelijkheid van plaatsing op de Van der Hoeven</para>
      <para>Kliniek KIB (kliniek voor intensieve Behandeling) wijst. Een dergelijke kliniek biedt immers een</para>
      <para>hoog beveiligingsniveau en plaatsen voor betrokkenen met een BOPZ-machtiging.</para>
      <para>De rechter-commissaris heeft gelet op de artikelen 196, 197 en 198 van het Wetboek van</para>
      <para>Strafvordering.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter-commissaris wijst af de vordering van de officier van justitie dat de verdachte ter observatie</para>
      <para>zal worden overgebracht naar het Pieter Baan Centrum in Utrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Utrecht, 27 juli 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter-commissaris,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr E.E.A. van Kalveen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een kopie van dit bevel is verzonden aan de Officier van Justitie, mr. T. Tanghe, en aan de advocaat van de verdachte, mr. J.C.Reisinger, op woensdag 27 juli 2016.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>