<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2016:381</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-11-01T09:40:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-01-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-01-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16.659177-14 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Lelystad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2016:381">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2016:381</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-01-27T14:12:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-01-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2016:381 Rechtbank Midden-Nederland , 27-01-2016 / 16.659177-14 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2016:381:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank Midden-Nederland veroordeelt twee mannen voor oplichting van een Urker visgroothandel in november 2013. De eigenaar van de visgroothandel wordt veroordeeld voor de gijzeling van één van de oplichters.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Oplichting</para>
        <para>Twee mannen hebben zich schuldig gemaakt aan oplichting van een visgroothandel door onder een valse naam een lading vis af te nemen. De rechtbank veroordeelt deze verdachten tot werkstraffen van respectievelijk 100 en 200 uur (waarvan 50 uur voorwaardelijk). Een derde man die ervan verdacht werd betrokken te zijn geweest bij de oplichting, is inmiddels overleden. In deze zaak werd de officier van justitie niet ontvankelijk verklaard.  </para>
        <para>Gijzeling</para>
        <para>De eigenaar van de visgroothandel heeft zich schuldig gemaakt aan wederrechtelijke vrijheidsberoving van één van de verdachten in de oplichtingszaak. De eigenaar had aangifte gedaan van de oplichting, maar vond dat de politie niet voortvarend genoeg optrad. Hij wilde met de gijzeling de oplichters bewegen het geld voor de door hem geleverde vis te betalen of de lading vis aan hem terug te geven. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van een ploertendoder. De rechtbank legt deze verdachte een geldboete op van €10.000,-.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Vrijspraak</para>
        <para>Een medewerker van de visgroothandel wordt vrijgesproken omdat niet kan worden geconcludeerd dat de man deelgenomen heeft aan de gijzeling.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2016:381:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Strafrecht</para>
      <para>Zittingslocatie Lelystad</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16.659177-14 (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 27 januari 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [1967] te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende te [adres] , [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting dat laatstelijk heeft plaatsgevonden op 13 januari 2016, waarbij de verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. H.M.A.W. van Erven, advocaat te Lelystad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. </para>
      <para>F. Rethmeijer en van de standpunten door de raadsvrouw van verdachte naar voren gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE TENLASTELEGGING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 21 november 2013 te Almere en/of op Urk, in elk geval in</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer] , wederrechtelijk van de vrijheid</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">heeft beroofd en/of beroofd gehouden, met het oogmerk (een) ander(en), te</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">weten [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] , te dwingen iets te doen of niet te doen,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">immers heeft hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">anderen, althans alleen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- tegen die [slachtoffer] gezegd: "Ik wil mijn handel terug of we gooien je de</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">koelcel in" en/of "ik sla je in elkaar", althans woorden van gelijke aard</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">en/of strekking, en/of</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- naar die [medeverdachte 2] gebeld en/of tegen die [medeverdachte 2] gezegd "ik heb je zwager hier</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">en we willen dit zakelijk oplossen zonder bijkomst van de politie. Anders</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">heeft meneer hier een probleem", althans woorden van gelijke aard en/of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">strekking en/of</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- naar die [medeverdachte 1] gebeld en/of tegen die [medeverdachte 1] gezegd "je moet 20.000,00 euro</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">brengen anders vermoorden wij die [slachtoffer] " althans woorden van gelijke aard</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">en/of strekking, en/of</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- de pinpas en/of telefoon van die [slachtoffer] gepakt en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- de handen van die [slachtoffer] achter diens rug met tyraps vastgebonden en/of</emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="italic">(vervolgens)</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="italic">- die [slachtoffer] in de auto meegenomen naar de kantine van [bedrijf]</emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="italic"> op Urk en/of die [slachtoffer] opdragen in de auto zijn hoofd naar beneden te</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">3	DE VOORVRAGEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEWIJSMIDDELEN EN DE BEOORDELING DAARVAN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen op basis van de verklaring van [slachtoffer] , de uitgewerkte telefoongesprekken tussen [slachtoffer] en </para>
      <para>
        [A] , de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 3] en de verklaring van verdachte. Er is sprake van medeplegen, omdat verdachte wist dat [slachtoffer] in het bedrijf van [medeverdachte 3] werd vastgehouden, er naartoe is gegaan, met een bijl de kantine is binnengelopen en erbij aanwezig is geweest. Hiermee heeft hij een wezenlijke bijdrage geleverd aan de gijzeling. Dat verdachte er niet van het begin af aan bij betrokken was staat niet in de weg aan medeplegen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft bepleit verdachte van het ten laste gelegde vrij te spreken, omdat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat hij, al dan niet met een ander, opzet had op de wederrechtelijke vrijheidsberoving van [slachtoffer] . Verdachte wist niets van de voorgenomen gijzeling, heeft geen enkele rol gespeeld bij de voorbereiding en er zijn tussen hem en [medeverdachte 3] geen afspraken gemaakt over de rolverdeling. Er blijkt dus niet van een wezenlijke bijdrage van verdachte aan de gijzeling, zodat van medeplegen geen sprake is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Verdachte heeft verklaard dat er buiten het bedrijfspand van [medeverdachte 3] een bijl lag en dat hij deze mee naar binnen heeft genomen om te voorkomen dat [medeverdachte 1] – mocht deze verschijnen – de bijl op zou pakken en omdat hij niet wist welke situatie hij in de kantine aan zou treffen. Verdachte is met deze bijl de kantine binnengelopen. Verdachte heeft verklaard dat hij toen heeft gezegd: ‘is deze nog nodig’ en ‘waar zit ie’ en ‘wie moet ik een kopje kleiner maken’. Dit bedoelde hij als grap, omdat hij merkte dat de sfeer ontspannen was. </para>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat onder deze feiten en omstandigheden niet kan worden geconcludeerd dat verdachte opzet had op de wederrechtelijke vrijheidsberoving van [slachtoffer] . De rechtbank is dan ook van oordeel dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden, zodat verdachte dient te worden vrijgesproken. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
      <para>- verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. C.A. de Beaufort, voorzitter, mrs. F.G. van Arem en H.J. Bos, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.A. Verstraaten, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 januari 2016.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>