<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2016:2963</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-29T10:04:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-06-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-03-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/659956-14</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2016:2963">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2016:2963</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-06-17T15:10:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-06-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2016:2963 Rechtbank Midden-Nederland , 04-03-2016 / 16/659956-14</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2016:2963:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling aanwezig hebben van hennep. Vrijspraak (medeplegen) kweken telen etc. werkstraf opgelegd</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2016:2963:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Strafrecht</para>
      <para>Zittingslocatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 16/659956-14 [P]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 4 maart 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [1983] te [geboorteplaats] (Irak),</para>
      <para>wonende [adres] , [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is behandeld op de terechtzittingen van 7 augustus 2015 en 4 december 2015. De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 4 maart 2016, waarbij de officier van justitie en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>samen met anderen op 18 december 2012 te Lelystad hennep heeft gekweekt, in elk geval ongeveer 208 hennepplanten aanwezig heeft gehad, dan wel anderen behulpzaam is geweest bij het kweken van hennep;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>samen met anderen in de periode van 1 juni 2012 tot 18 december 2012 te Lelystad elektriciteit heeft gestolen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair ten laste gelegde heeft gepleegd. De officier van justitie baseert zich daarbij op de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen en de door verdachte afgelegde bekennende verklaringen.</para>
        <para>De officier van justitie acht het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.2.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">vrijspraak feit 2</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank is, met de officier van justitie, van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte samen met anderen elektriciteit heeft gestolen. Het dossier bevat daartoe onvoldoende aanknopingspunten.</para>
          <para>De rechtbank zal derhalve verdachte vrijspreken van het onder 2 ten laste gelegde feit.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.2</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">feit 1 primair</emphasis>
          </para>
          <para>Nu verdachte het ten laste gelegde feit heeft bekend en er geen vrijspraak is bepleit, volstaat de rechtbank, gelet op het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, met een opgave van de bewijsmiddelen. De rechtbank acht het onder 1 primair – impliciet subsidiair – ten laste gelegde feit, het medeplegen van het aanwezig hebben van 208 hennepplanten. wettig en overtuigend bewezen gelet op: </para>
        </parablock>
        <para />
        <itemizedlist mark="-">
          <listitem>
            <para>de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 4 maart 2016;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij met proces-verbaalnummer 2012083171, pagina 1 en 2;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>het proces-verbaal Opiumwet met proces-verbaal nummer PL2562 2012083171-11, bijlage 13 van het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij proces-verbaalnummer 2012083171.</para>
          </listitem>
        </itemizedlist>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">partiële vrijspraak</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank is, met de officier van justitie, van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte, zoals onder 1 primair - impliciet primair - ten laste is gelegd, samen met anderen opzettelijk hennep heeft geteeld, bereid, bewerkt en verwerkt. Het dossier bevat daartoe onvoldoende aanknopingspunten.</para>
          <para>De rechtbank zal verdachte derhalve vrijspreken van dat deel van de tenlastelegging.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De bewezenverklaring</title>
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">ten aanzien van feit 1 primair</emphasis>
      </para>
      <para>op 18 december 2012 in de gemeente Lelystad, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad in een pand aan [adres] , een hoeveelheid van in totaal ongeveer 208 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1 primair</emphasis>
      </para>
      <para>medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C, van de Opiumwet gegeven verbod.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een werkstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen vervangende hechtenis.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het</para>
        <para>bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de</para>
        <para>persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is</para>
        <para>gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich samen (een) ander(en) schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van in totaal 208 hennepplanten, welke in een illegale kwekerij op zijn zolder stonden. Het kweken van een softdrug als hennep is een strafbaar feit dat overlast veroorzaakt en schade voor de maatschappij oplevert. Softdrugs zijn immers stoffen die bij (langdurig) gebruik kunnen leiden tot schade voor de gezondheid. Het is een feit van algemene bekendheid dat de handel in softdrugs niet zelden hand in hand gaan met geweld, bedreigingen en ripdeals. Aan dergelijke handel medewerking verlenen, op welke wijze dan ook, is laakbaar en kan verdachte worden verweten. </para>
        <para>Uit het strafblad van verdachte volgt dat hij niet eerder is veroordeeld voor het plegen van drugsgerelateerde feiten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht, nu verdachte wordt vrijgesproken van het kweken en telen van hennep en alleen wordt veroordeeld voor het aanwezig hebben van hennep, een werkstraf passend en geboden. De rechtbank zal, mede gelet op zijn blanco strafblad, een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is geëist. De rechtbank houdt er daarbij ook rekening mee dat het feit inmiddels geruime tijd geleden heeft plaatsgevonden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegende zal de rechtbank verdachte een werkstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen vervangende hechtenis opleggen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d en 47 van het Wetboek van Strafrecht en artikelen 3 en 11 van de Opiumwet zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- spreekt verdachte vrij van het onder 2 tenlastegelegde feit;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;</para>
    <para />
    <para>- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- het onder 1 primair bewezen verklaarde levert op:</para>
    <bridgehead role="italic">medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C, van de Opiumwet gegeven verbod.</bridgehead>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het bewezen verklaarde feit strafbaar;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart verdachte strafbaar;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, van 80 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 40 dagen. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.P. den Otter, voorzitter, mr. E. Akkermans en </para>
      <para>mr. C.E.M. Nootenboom-Lock, rechters, in tegenwoordigheid van G. van Engelenburg, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 4 maart 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BIJLAGE I: De tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Primair</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 18 december 2012 in de gemeente Lelystad, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 208 hennepplanten en/of delen daarvan, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;</para>
      <para>art 3 ahf/ond B Opiumwet</para>
      <para>art 11 lid 2 Opiumwet</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>een of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks 18 december 2012 in de gemeente Lelystad tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een pand aan [adres] ) een hoeveelheid van (in totaal)ongeveer 208 hennepplanten en/of delen daarvan, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op of omstreeks 18 december 2012 in de gemeente Lelystad, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen;</para>
      <para>art 3 ahf/ond B Opiumwet</para>
      <para>art 3 ahf/ond C Opiumwet</para>
      <para>art 11 lid 2 Opiumwet</para>
      <para>art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op één of meer tijdstip(pen), gelegen in de periode van 01 juni 2012 tot 18 december 2012 in de gemeente Lelystad, althans in het arrondissement Midden-Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Liander N.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;</para>
      <para>art 310 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>