<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2016:200</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-02-04T14:45:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-01-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-01-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">4518902</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2016:200">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2016:200</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-02-04T14:45:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-02-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2016:200 Rechtbank Midden-Nederland , 18-01-2016 / 4518902</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2016:200:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek opheffing van de vereffening ex artikel 4:209 lid 1 BW wordt toegewezen. Vereffeningskosten worden vastgesteld. Tot slot wordt het loon van de vereffenaar op grond van artikel 4:206 lid 3 BW vastgesteld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2016:200:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</title>
    <para>Kantonrechter</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 4518902 UT VERZ  15-18699</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking d.d. 18 januari 2016 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Inzake het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>mr. [verzoeker] , </title>
    <parablock>
      <para>gemachtigde: mr. M. van der Meulen,</para>
      <para>verder te noemen: verzoeker .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft het verzoek gedaan in zijn hoedanigheid van door de rechtbank benoemde vereffenaar in de nalatenschap van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [A] , </emphasis>geboren te [geboorteplaats] op [1974] , overleden te [woonplaats] op [2014] , laatst gewoond hebbende te [woonplaats] , verder te noemen erflater.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de brief van 8 oktober 2015 van verzoeker leidt de kantonrechter af dat op grond van artikel 4:209 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht wordt de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van erflater te bevelen en de gemaakte vereffeningskosten vast te stellen. Verzoeker vraagt ook om ontheffing te verlenen van de publicatieplicht als bedoeld in artikel 4:209 lid 4 BW. Voorts vraagt verzoeker om zijn loon als vereffenaar vast te stellen op grond van artikel 4:206 lid 3 BW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 27 oktober 2015 heeft de kantonrechter verzoeker bericht het voornemen te hebben om het verzoek gedeeltelijk toe te wijzen en gedeeltelijk af te wijzen. Verzoeker is in die brief tevens in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord en het verzoek aan te vullen danwel te wijzigen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De boedelbeschrijving heeft conform de verplichting op grond van artikel 4:211 lid 3 BW ter inzage gelegen op griffie van deze rechtbank van 9 november 2015 tot 21 december 2015. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter heeft kennisgenomen van de brief van verzoeker van 18 december 2015. In die brief heeft verzoeker kenbaar gemaakt geen prijs te stellen op een mondelinge behandeling van het verzoek. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De overwegingen van de kantonrechter</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker vraagt zijn loon vast te stellen op € 5.018,--. Voor de vaststelling van het loon van de vereffenaar sluit de kantonrechter aan bij de regeling voor faillissementscuratoren. Gelet op die regeling en op de onderbouwing van verzoeker ziet de kantonrechter aanleiding om het verzoek toe te wijzen en het loon vast te stellen op € 5.018,--. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter zal de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van erflater bevelen gelet op de geringe waarde van de baten van de nalatenschap. Na verkoop van de tot de nalatenschap behorende woning resteert immers nog een schuld van € 33.540,59 aan de bank. Daarnaast zijn er nog andere schulden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker vraagt de vereffeningskosten vast te stellen op het vast te stellen loon plus</para>
      <para> € 1.281,81. Laatstgenoemde kosten bestaan uit griffierechten voor het verzoek tot opheffing van de vereffening en benoeming vereffenaar, de publicatiekosten, kosten gemeente voor overlijdensakte, kosten sleutelservice en kosten plaatsen nieuwe sloten. De kantonrechter oordeelt dat voormelde kosten tezamen met het vast te stellen loon als vereffeningskosten moeten worden aangemerkt. Derhalve zal de kantonrechter de vereffeningskosten vaststellen op (€ 5.018,-- plus € 1.281,81) € 6.299, 81. Dit bedrag komt ten laste van de boedel, of, wanneer de boedel daartoe onvoldoende is, ten laste van de erfgenamen, voor zover dezen met hun gehele vermogen aansprakelijk zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tot slot vraagt verzoeker om ontheffing te verlenen van de publicatieplicht. Artikel 4:209 lid 4 BW bepaalt dat de opheffing van de vereffening op dezelfde wijze bekend wordt gemaakt en ingeschreven als de benoeming van de vereffenaar. Dat artikellid schrijft dwingend voor op welke wijze de opheffing van de vereffening bekend moet worden gemaakt. De kantonrechter ziet daarin geen ruimte om anders te bepalen. Daarom zal het verzoek om ontheffing te verlenen van de publicatieplicht worden afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 13 maart 2015 van de rechtbank Midden-Nederland waarin verzoeker tot vereffenaar is benoemd, is bepaald dat zijn benoeming bekend moet worden gemaakt in de Staatscourant en in het AD Utrechts Nieuwsblad. Derhalve zal de kantonrechter bepalen dat de opheffing van de vereffening bekend moet worden gemaakt in de Staatscourant en in het AD Utrechts Nieuwsblad. Voorts zal de kantonrechter bepalen dat de opheffing van de vereffening moet worden ingeschreven in het boedelregister.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt het loon van verzoeker vast op € 5.018,--;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van <emphasis role="bold">[A] , </emphasis>geboren te [geboorteplaats] op [1974] , overleden te [woonplaats] op [2014] , laatst gewoond hebbende te [woonplaats] ;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de vereffeningskosten € € 6.299, 81 bedragen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de vereffeningskosten ten laste van de boedel zullen komen dan wel ten laste van de erfgenamen, voor zover dezen met hun gehele vermogen aansprakelijk zijn;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de opheffing van de vereffening van de nalatenschap dient te worden ingeschreven in het boedelregister;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat verzoeker de opheffing van de vereffening van de nalatenschap bekend dient te maken in de Staatscourant en in het AD Utrechts Nieuwsblad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het meer of anders verzochte af.</para>
    </parablock>
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="b0170d3a-eca0-4780-b262-d3e572438999" depth="27" width="29" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is gegeven door mr. C.J. Hofman, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 januari 2016, in tegenwoordigheid van de griffier, mr. R.H.M. den Ouden.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>
                <emphasis role="italic">Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend.</emphasis>.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>