<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2016:1766</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-04-18T16:02:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-04-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-04-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/16/408337 / HA ZA 16-72</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2016:1766">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2016:1766</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-04-18T16:00:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-04-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2016:1766 Rechtbank Midden-Nederland , 06-04-2016 / C/16/408337 / HA ZA 16-72</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2016:1766:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing incidentele vordering tot verkrijging rapport. Voldoende eigen mogelijkheden om bewijs te leveren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2016:1766:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="c2b1305c-b506-4fe4-b323-e89be7acd3de" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="6c356d2a-de9a-41b6-8b72-a695def17bab" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>handelskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/16/408337 / HA ZA 16-72</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 6 april 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>eiseres in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiseres in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. M.C. Franken-Schoemaker te Houten,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ACHMEA INTERNE DIENSTEN N.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Zeist,</para>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerster in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. M.G. Schrijvers te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiseres] en Achmea worden genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding tevens houdende de incidentele vordering tot afgifte van bescheiden,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie van antwoord.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling in het incident</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] vordert dat Achmea overgaat tot afgifte van een afschrift van c.q. medewerking verleend aan inzage in een benchmarkonderzoek, de ter zake opgestelde vragen, antwoorden en rapportages, alsmede ter zake verzonden en ontvangen correspondentie, op verbeurte van een dwangsom.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Achmea voert verweer. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>In artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is de mogelijkheid geopend voor [eiseres] om tijdens een aanhangig geding een voorlopige voorziening te vorderen, bijvoorbeeld op grond van het bepaalde in artikel 843a Rv. Artikel 843a Rv vereist dat [eiseres] bij de incidentele vordering rechtmatig belang heeft. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>
        [eiseres] vraagt om een rapport (het “benchmarktrapport”) waarin de tarieven van Search Kings worden vergeleken met die van branchegenoten. De primaire vordering in de hoofdzaak van [eiseres] gaat er vanuit dat over deze tarieven overeenstemming bestond, hetgeen Achmea heeft erkend. Gelet hierop, valt niet in te zien welk belang [eiseres] heeft bij bij de gevraagde voorziening.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De subsidiaire vorderingen in de hoofdzaak hebben - kort gezegd - betrekking op de vraag of Achmea heeft gehandeld in strijd met de redelijkheid en billijkheid door een overeenkomst tussen partijen op te zeggen of onderhandelingen af te breken. Toepassing van de redelijkheid en billijkheid vereist een weging van alle omstandigheden van het geval. Indien [eiseres] zou willen betogen dat Achmea ten onrechte klachten heeft gehad over de hoogte van de tarieven van Search Kings, kan zij deze stelling - zo daarvan bewijs zou worden opgedragen - bewijzen door middel van het laten uitvoeren van een eigen onderzoek naar tarieven in de branche. Daarnaast bestaat, als de in de branche gehanteerde tarieven van doorslaggevende betekenis zouden blijken voor de beoordeling, de mogelijkheid dat de rechtbank een deskundigenbericht gelast. Indien Achmea zich in het kader van haar verweer zou willen beroepen op het benchmarktrapport en [eiseres] dit verweer voldoende gemotiveerd heeft weersproken, is Achmea ingevolge de hoofdregel van artikel 150 Rv gehouden tot het leveren van bewijs. Uit de stellingen van [eiseres] blijkt niet waarom zij desondanks een onredelijk processueel nadeel lijdt of voldoende rechtmatig belang heeft bij het op voorhand verkrijgen van het benchmarktrapport.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande moet de incidentele vordering worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>
        [eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten kan worden toegewezen op basis van de stellingen van Achmea.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst het gevorderde af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiseres] in de kosten van het incident, aan de zijde van Achmea tot op heden begroot op € 452,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de veertiende dag na dit vonnis tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold">18 mei 2016</emphasis> voor conclusie van antwoord.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Neijt en in het openbaar uitgesproken op 6 april 2016.<footnote-ref linkend="_2e7f669c-49a0-4903-bebc-26e278820dd9" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_2e7f669c-49a0-4903-bebc-26e278820dd9" label="1">
    <para>type: PJN/4256</para>
    <para>coll:</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>