<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2016:1303</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-29T10:07:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-03-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBMNE:2016:1356</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-03-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/661730-15 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_materieelStrafrecht">Strafrecht; Materieel strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2016:1303">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2016:1303</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-03-17T10:48:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-03-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2016:1303 Rechtbank Midden-Nederland , 15-03-2016 / 16/661730-15 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2016:1303:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Strafzaak. Man wordt veroordeeld voor het opzettelijk schenden van zijn ambtsgeheim in 2014. De rechtbank legt de man een taakstraf op van 80 uur.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2016:1303:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Strafrecht</para>
      <para>Zittingslocatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/661730-15 (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige strafkamer van 15 maart 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [1970] ,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] , [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 1 maart 2016. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich laten bijstaan door mr. C.I. Zaad, advocaat te ‘s-Gravenhage. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
      <para>in de periode 7 april 2014 tot en met 31 mei 2014 te Hilversum opzettelijk zijn ambtsgeheim heeft geschonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. Daartoe heeft de verdediging  - samengevat -  aangevoerd dat het in de tenlastelegging genoemde document geen geheim document is in de zin van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht, dat verdachte niet had hoeven te begrijpen dat het desbetreffende document een geheim document was, en dat uit het strafdossier niet of onvoldoende blijkt dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.</para>
        <para>Subsidiair heeft de verdediging gesteld dat de verdachte niet het opzet had, ook niet in voorwaardelijke zin, op het schenden van een geheim.</para>
        <para>Meer subsidiair heeft de verdediging de verdediging een beroep gedaan op relatieve overmacht in de zin van artikel 40 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bewijsmiddelen</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.<footnote-ref linkend="_78b69834-ccb5-4c7d-8683-f2f5f121640e" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 21 juli 2014 is door de burgemeester van de gemeente Blaricum, [aangeefster] , aangifte<footnote-ref linkend="_3bebc460-f8b6-4215-bf0f-a70f9bd68202" /> gedaan van het lekken van informatie van de BEL-combinatie naar [bedrijf] B.V. te [vestigingsplaats] (hierna: [bedrijf] ). Blaricum heeft samen met de gemeenten Laren en Eemnes een gemeenschappelijke werkorganisatie gevormd onder de naam BEL combinatie. Aangeefster is vice-voorzitter van het dagelijks bestuur (hierna: DB) van de BEL-combinatie. Op het moment van het lekken van de informatie waren de BEL gemeenten in een juridisch conflict verwikkeld met [bedrijf] .<footnote-ref linkend="_2f30578a-2566-440b-8e8c-7dc6e237f424" /> Bij de conclusie van antwoord van [bedrijf] in dat juridisch conflict waren pagina’s van een vertrouwelijk concept-verslag van de besloten vergadering van het DB van 9 april 2014 gevoegd. Daarin waren onder meer passages te lezen over het overleg tussen [naam] -advocaten en het DB over de haalbaarheid van de juridische stappen tegen [bedrijf] . Het lekken van de informatie is gebeurd in de vorm van foto’s van een computerscherm.<footnote-ref linkend="_374f05b0-6cd7-4ab7-9bbc-456c744fbd51" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 7 en 9 april 2014 hebben er twee vergaderingen van het DB plaatsgevonden. De vergaderingen lagen in elkaars verlengde. Op 7 april 2014 heeft het DB vergaderd in aanwezigheid van externe adviseurs en op 9 april 2014 heeft het DB wederom vergaderd, maar toen zonder die adviseurs. </para>
        <para>Van de vergadering van 7 april 2014 is een concept-verslag gemaakt met als titel ‘-V- Concept verslag DB 7+9 april 2014’.<footnote-ref linkend="_2aefbc67-b751-41e4-ab6a-af58c92bafd5" /> Dit concept document is bij [bedrijf] terecht gekomen en is gebruikt in de conclusie van antwoord. Tot de map waarin het digitale concept document was opgeslagen had onder meer [A] toegang.</para>
        <para>Uit onderzoek naar de historische telecommunicatiegegevens van de bestuurders van [bedrijf] , te weten [B] en [C] , verdachte en [A] , blijkt dat er tussen deze bestuurders en verdachte, en [A] en verdachte veelvuldig telefonisch contact is geweest, zeker in de periode 7 april 2014 tot en met 17 april 2014.<footnote-ref linkend="_cb611dff-9868-4263-a511-f1771d060926" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de aanloop naar de door de Rijksrecherche te houden verhoren van [B] , [C] , [A] en verdachte, zijn telefoongesprekken afgeluisterd. Op 22 februari 2015 te 15:47:36 uur wordt verdachte gebeld door [C] . Daarin meldt [C] dat ‘het gezeik is begonnen’, dat hij en [B] zullen worden gehoord door de Rijksrecherche, en dat zij worden gehoord als verdachte inzake verdenking van heling.</para>
        <para>Op enig moment tijdens dat gesprek wordt tussen verdachte ( [verdachte] ) en [C] ( [C] ) het volgende gezegd:</para>
        <para>(…)</para>
        <para>
          [C] : Als wij wisten dat het door een misdrijf, misdrijf verkregen goed betrof. He, dan denk ik van eh …. het is helemaal niet door een misdrijf, zij kon inloggen….zij heeft, zij heeft, zij heeft geen diefstal gepleegd.</para>
        <para>
          [verdachte] : Tja.</para>
        <para>
          [C] : Haar, eh, het was haar ter beschikking gesteld, doordat ze gewoon kon inloggen.</para>
        <para>
          [verdachte] : Ja. ja. Zij is niet ….dan hadden ze haar moeten afsluiten.</para>
        <para>(…)</para>
        <para>
          [C] : …en vervolgens heb jij dat doorgezet naar ons.</para>
        <para>
          [verdachte] : Ja. </para>
        <para>
          [C] : En ik wist ook niet beter dan dat zij gewoon toegang had, want dat heb jij mij verteld. Snap je…en daardoor… zouden we daarmee, met dat verhaal, de dans kunnen, kunnen, hoe noem je dat? De dans kunnen….</para>
        <para>
          [verdachte] :Hmm, </para>
        <para>
          [C] : ja je weet het wel, wat ik bedoel, ontspringen...</para>
        <para>(…)<footnote-ref linkend="_cbdcf3aa-1d1d-4864-a699-2a1c3c444691" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 3 maart 2015 wordt [A] gehoord<footnote-ref linkend="_7a92c212-142c-4cda-90b4-8dd3cbdcf481" />. [A] heeft verklaard dat zij toegang tot de map had waarin het concept-verslag was opgeslagen, en dat zij met haar iPhone foto’s van het verslag heeft gemaakt.<footnote-ref linkend="_91d501ec-bfda-4d1b-af1b-80ed5e3bb99d" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 4 maart 2015 belt verdachte (H) met [C] ( [C] ), waarbij onder meer het volgende wordt gezegd:</para>
        <para>(…)</para>
        <para>
          [C] : En met dat verhoor, meteen op je zwijgrecht beroepen??</para>
        <para>
          [verdachte] : Ja, alles.</para>
        <para>
          [C] : Op alles, ja, dat is slim gedaan denk ik.</para>
        <para>
          [verdachte] : Ja, en [A] heeft verklaring afgelegd dat zij de foto’s heeft gemaakt van het scherm.</para>
        <para>
          [C] : Ze is doorgezakt?</para>
        <para>
          [verdachte] : Ja.</para>
        <para>
          [C] : Door het ijs gegaan. En eh …. heeft ze ook gezegd dat ze die naar jou gestuurd heeft?</para>
        <para>
          [verdachte] : Nee.</para>
        <para>(…)<footnote-ref linkend="_ebf1c0a4-0bba-4583-9b79-1c6fc2cd9f6e" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte is op 13 april 2009 in dienst getreden van de BEL-combinatie, welk dienstverband een jaar later is omgezet in een vast dienstverband. Op dat dienstverband zijn de arbeidsvoorwaarden als genoemd in de CAR-UWO van toepassing.<footnote-ref linkend="_03b0afd7-6ae1-45a5-a257-8d2007538760" /></para>
        <para>Verdachte is op 2 januari 2014 in het belang van het onderzoek geschorst. Deze schorsing houdt in dat verdachte zijn werk voor de BEL-combinatie niet mag verrichten en dat hij tot nader order geen contact mag hebben met mogelijke betrokkenen.<footnote-ref linkend="_85ef2ce2-730c-40cf-9828-bdd6616a6d59" /></para>
        <para>Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij na 2 januari 2014 contact heeft gehad met mogelijke betrokkenen, dat hij wist dat hij dat niet mocht doen, maar dat hij zich schandalig behandeld voelde door de BEL-combinatie en dat hij toen steun heeft gezocht bij die betrokkenen.<footnote-ref linkend="_3e30a9c5-6adf-4a89-b182-e2366c604a18" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bewijsoverwegingen</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht op grond van bovengenoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan. Het telefoongesprek van 22 februari 2015 bevat gezien het tijdstip in combinatie met de inhoud, daderinformatie.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de rechtspraak wordt voor de beantwoording van de vraag of sprake is van een geheim in de zin van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht acht geslagen op onder meer de aard van de informatie, het moment dat de geheimhoudingsplichtige hiervan kennis kreeg, en de hoedanigheid waarin deze hiervan kennis kreeg. Hier betrof het een zeer beperkt toegankelijk concept-verslag van een besloten vergadering van het DB van de BEL-combinatie. Het zag onder meer op de haalbaarheid van het juridisch geschil tussen de BEL-combinatie en [bedrijf] , wat zonder meer als gevoelige informatie aangemerkt moet worden. Van de op het beeldscherm zichtbare gedeelten van het digitale verslag werden heimelijk foto’s gemaakt, welke door verdachte zijn doorgespeeld aan [bedrijf] , in zijn hoedanigheid van geschorste ambtenaar die geen contact mocht hebben met betrokkenen. Het moet voor verdachte als ambtenaar van meet af aan duidelijk zijn geweest dat het hier ging om gevoelige informatie waarvan de inhoud geheim moest blijven. De rechtbank is dan ook van oordeel dat in het onderhavige geval sprake is van een geheim in de zin van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht, en dat verdachte wist dat het betreffende document geheim was.</para>
        <para>Dat er geen opzet in het spel was, ook niet in voorwaardelijke zin, wordt naar het oordeel van de rechtbank weerlegd door bovengenoemde bewijsmiddelen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">hij</emphasis> in <emphasis role="strike-through">omstreeks</emphasis> de periode van 7 april 2014 tot en met 31 mei 2014 <emphasis role="strike-through">te Hilversum, althans in het arrondissement Midden-Nederland,  in elk geval </emphasis>in Nederland, een geheim waarvan hij wist <emphasis role="strike-through">of redelijkerwijs moest vermoeden</emphasis> dat hij uit hoofde van ambt<emphasis role="strike-through">, beroep of wettelijk voorschrift dan wel van vroeger ambt of beroep</emphasis>, te weten ambtenaar in dienst van de BEL combinatie (een samenwerkingsverband tussen de gemeenten Blaricum, Eemnes en Laren), verplicht was te bewaren, opzettelijk heeft geschonden,</para>
      <para>immers heeft verdachte vertrouwelijke informatie, te weten <emphasis role="strike-through">(</emphasis>foto's van<emphasis role="strike-through">) een of meer passage(s) en/of</emphasis> gedeelte<emphasis role="strike-through">(</emphasis>n<emphasis role="strike-through">) uit/</emphasis>van het document "-V- Concept verslag DB 7+9 april 2014" (een stuk opgemaakt naar aanleiding van een vergadering van het dagelijks bestuur van de BEL combinatie d.d. 7 april 2014) <emphasis role="strike-through">verstuurd/verzonden, althans</emphasis> ter beschikking gesteld aan de [bedrijf] B.V. en/of [B] en/of [C] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">opzettelijke schending van een ambtsgeheim</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft (meer subsidiair) een beroep gedaan op relatieve overmacht. </para>
      <para>Op grond van het strafdossier en het verhandelde ter terechtzitting is niet aannemelijk geworden dat verdachte onder (een zodanige) druk stond dat van hem redelijkerwijs niet kon worden verwacht dat hij geen weerstand kon bieden en gedwongen was dit ambtsgeheim te schenden. Daarmee wordt het beroep op overmacht verworpen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>Motivering van de straffen en maatregelen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De eis van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een werkstraf van 80 uren, met bevel, voor het geval dat verdachte de werkstraf niet naar behoren (heeft) verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 40 dagen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft vrijspraak bepleit. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.</para>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een ambtsmisdrijf door vertrouwelijke informatie te lekken naar ‘de tegenpartij’, waardoor de positie van zijn werkgever in het juridisch geschil tussen ‘de tegenpartij’ en de werkgever ernstig werd ondermijnd. Hij heeft daarmee niet als een goed werknemer of als een integer ambtenaar gehandeld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank gelet op het uittreksel uit de justitiële documentatie van 12 januari 2016, waaruit blijkt dat verdachte in 2001 is veroordeeld voor het meermalen medeplegen van het opzettelijk gebruik maken van valse of vervalste geschriften tot een gevangenisstraf van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk.</para>
        <para>Voorts heeft de rechtbank gelet op de omstandigheden dat het lekken van de vertrouwelijke informatie heeft plaatsgevonden in een specifieke context, dat hem door de BEL-combinatie het voornemen tot een strafontslag is aangezegd en dat er veel publiciteit is geweest over de onderhavige kwestie.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het voorgaande brengt de rechtbank tot het oordeel dat oplegging van een straf als hierna opgenomen, passend en geboden is. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d en 272 van het Wetboek van Strafrecht,</para>
      <para>zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde en op de reeds aangehaalde artikelen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;</para>
    <para>- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:</para>
    <para>
      <emphasis role="italic">opzettelijke schending van een ambtsgeheim</emphasis>;</para>
    <para>- verklaart verdachte daarvoor strafbaar;</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, van 80 (tachtig) uren</emphasis>, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 40 (veertig) dagen. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. P.J.M. Mol, voorzitter,</para>
      <para>mrs. A.G. Bakker en M.P. Glerum, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van A. Heijboer, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 15 maart 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BIJLAGE : De tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan [verdachte] wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in omstreeks de periode van 7 april 2014 tot en met 31 mei 2014 te Hilversum, althans in het arrondissement Midden-Nederland,  in elk geval in Nederland, een geheim waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat hij uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift dan wel van vroeger ambt of beroep, te weten ambtenaar in dienst van de BEL combinatie (een samenwerkingsverband tussen de gemeenten Blaricum, Eemnes en Laren), verplicht was te bewaren, opzettelijk heeft geschonden,</para>
      <para>immers heeft verdachte vertrouwelijke informatie, te weten (foto's van) een of meer passage(s) en/of gedeelte(n) uit/van het document "-V- Concept verslag DB 7+9 april 2014" (een stuk opgemaakt naar aanleiding van een vergadering van het dagelijks bestuur van de BEL combinatie d.d. 7 april 2014) verstuurd/verzonden, althans ter beschikking gesteld aan de [bedrijf] B.V. en/of [B] en/of [C] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 272 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_78b69834-ccb5-4c7d-8683-f2f5f121640e" label="1">
    <para> Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier 20140072 ( [naam] ) bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering 1 tot en met 1006. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.</para>
    <para>Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3bebc460-f8b6-4215-bf0f-a70f9bd68202" label="2">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte d.d. 21 juli 2014, pagina 29-38, in het bijzonder pagina 29.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2f30578a-2566-440b-8e8c-7dc6e237f424" label="3">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte d.d. 21 juli 2014, pagina 29-38, in het bijzonder pagina 30.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_374f05b0-6cd7-4ab7-9bbc-456c744fbd51" label="4">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte d.d. 21 juli 2014, pagina 29-38, in het bijzonder pagina 36, en de bijlagen bij die aangifte, in het bijzonder pagina 62-68.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2aefbc67-b751-41e4-ab6a-af58c92bafd5" label="5">
    <para> Het proces-verbaal van verdenking d.d. 27 november 2014, pagina 321-326, in het bijzonder pagina 323.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cb611dff-9868-4263-a511-f1771d060926" label="6">
    <para> Het proces-verbaal van verdenking d.d. 27 november 2014, pagina 321-326, in het bijzonder pagina 324.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cbdcf3aa-1d1d-4864-a699-2a1c3c444691" label="7">
    <para> Tapgesprek d.d. 22-02-2015, 15:47:36 uur, duur 00:19:33, pagina 573-577, in het bijzonder pagina 574 en 575.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7a92c212-142c-4cda-90b4-8dd3cbdcf481" label="8">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [A] d.d. 3 maart 2015, pagina 409-418</para>
  </footnote>
  <footnote id="_91d501ec-bfda-4d1b-af1b-80ed5e3bb99d" label="9">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [A] d.d. 3 maart 2015, pagina 409-418, in het bijzonder pagina 417.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ebf1c0a4-0bba-4583-9b79-1c6fc2cd9f6e" label="10">
    <para> Tapgesprek d.d. 4 maart 2015, 16:11:19 uur, pagina 435-436, in het bijzonder pagina 436.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_03b0afd7-6ae1-45a5-a257-8d2007538760" label="11">
    <para> Het aanvullend proces-verbaal 20140072 [naam]</para>
  </footnote>
  <footnote id="_85ef2ce2-730c-40cf-9828-bdd6616a6d59" label="12">
    <para> Rapportage Feitenonderzoek door BDO d.d. 11 april 2014, pagina 137-245, in het bijzonder pagina 237.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3e30a9c5-6adf-4a89-b182-e2366c604a18" label="13">
    <para> Het proces-verbaal van de zitting van 1 maart 2016.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>