<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2016:1131</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-29T10:07:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-03-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBMNE:2016:2426</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-03-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/661840-15 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_materieelStrafrecht">Strafrecht; Materieel strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2016:1131">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2016:1131</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-03-07T11:38:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-03-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2016:1131 Rechtbank Midden-Nederland , 08-03-2016 / 16/661840-15 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2016:1131:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Strafzaak. Man heeft zich met een ander schuldig gemaakt aan de diefstal van sieraden uit een woning in Rhenen in 2015. De rechtbank legt de man een maatregel op tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaar.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2016:1131:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Strafrecht</para>
      <para>Zittingslocatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/661840-15 (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige strafkamer van 8 maart 2016.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [1989] ,</para>
      <para>thans gedetineerd in PI Nieuwegein, Huis van Bewaring te Nieuwegein.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 23 februari 2016. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. L.C. de Lange, advocaat te Utrecht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op 18 november 2015 samen met (een) ander(en) uit een woning aan de [adres] te [woonplaats] diverse bijouterieën toebehorende aan [benadeelde] heeft gestolen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht het feit wettig en overtuigend bewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft zich voor wat betreft de bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Aangezien verdachte het ten laste gelegde feit heeft bekend en de raadsman geen vrijspraak heeft bepleit, volstaat de rechtbank, met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering, met een opsomming van de bewijsmiddelen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen op grond van de navolgende bewijsmiddelen<footnote-ref linkend="_dca02e5e-b8dd-4f52-9c57-2c136713bb72" />:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>- Het proces-verbaal van aangifte door [benadeelde]<footnote-ref linkend="_97abb1ee-0274-4f17-8178-9260454fdc5f" />;</para>
      <para>- De bekennende verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 23 februari 2016<footnote-ref linkend="_2a9a7989-87b5-4a44-942d-475519c5371c" />.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op 18 november 2015 te Rhenen, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen diverse bijouterieën, toebehorende aan [benadeelde] , waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft </para>
      <para>door middel van braak en inklimming.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>Motivering van de straffen en maatregelen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De eis van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaren (verder: ISD-maatregel). </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft primair verzocht om aan verdachte een gevangenisstraf op te leggen, al dan niet met een voorwaardelijk deel en bijzondere voorwaarden. Subsidiair heeft de verdediging verzocht aan verdachte een voorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een maatregel en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan een woninginbraak. Inbraken in woningen veroorzaken bij de bewoners overlast en schade. Ook veroorzaakt een inbraak in een woning vaak een inbreuk op het gevoel van veiligheid en privacy van de bewoners en mensen in hun directe omgeving. De ervaring leert dat mensen zich nog lange tijd nadat er in hun woning is ingebroken thuis onveilig voelen. De rechtbank rekent dit verdachte aan. Ook rekent de rechtbank het verdachte zwaar aan dat hij op de dag van deze woninginbraak pas één dag uit detentie was van een eerder opgelegde gevangenisstraf van twee jaren en zes maanden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft bij de strafoplegging gelet op het uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte van 8 januari 2016. Daaruit blijkt dat verdachte meermalen eerder is veroordeeld voor vermogensdelicten. Ook blijkt dat verdachte in de vijf jaren voorafgaande aan het nu door hem begane misdrijf, ten minste drie keer wegens een misdrijf onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf is veroordeeld. Deze veroordelingen betreffen onder meer een veroordeling door de politierechter op 27 februari 2013 tot een gevangenisstraf van zes weken, waarvan 28 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en een werkstraf van 100 uren subsidiair 50 dagen hechtenis, een veroordeling door het Hof Arnhem-Leeuwarden van 8 november 2013 tot een gevangenisstraf van twee jaren en zes maanden, en een veroordeling door het Hof Arnhem-Leeuwarden van 5 maart 2014 tot een gevangenisstraf van 4 weken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de over verdachte opgemaakte rapportages pro justitia door de psychiater J. Wesselius, van 19 februari 2016 en door de gz-psycholoog R. Bout, van 9 februari 2016, blijkt dat verdachte heeft geweigerd mee te werken aan het onderzoek. De psychiater geeft daarom aan slechts zeer beperkt uitspraak te kunnen doen over het recidiverisico, te weten dat de in het reclasseringsadvies van 2015 genoemde risicofactoren op recidive onverminderd van kracht lijken te zijn, aangezien de situatie van verdachte ten opzichte van toen onveranderd is. Over eventuele zorgprognoses, beïnvloedingsmogelijkheden of interventie adviezen kan de psychiater geen uitspraken doen. De psycholoog adviseert om verdachte klinisch te laten observeren, om onder andere een antwoord te krijgen op de vraag welke vorm van behandeling toereikend is. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De reclassering heeft in haar rapport van 18 februari 2016 van mevrouw D. Keijzer de mogelijkheden voor oplegging van de ISD-maatregel onderzocht. Volgens de reclassering is er sprake van een niet te doorbreken patroon van gewelds- en vermogensdelicten. Financieel gewin, het criminele netwerk van verdachte, zijn beperkte cognitieve vermogens en zijn antisociale persoonlijkheid hebben een rol gespeeld bij het delict gedrag. Het recidiverisico wordt ingeschat als hoog. Ingeschat wordt voorts dat er een hoog risico op het onttrekken aan voorwaarden is. Verdachte kent een uitgebreide hulpverleningsgeschiedenis. In 2007 heeft hij voor het eerst reclasseringstoezicht opgelegd gekregen. Ook in 2008, 2013 en 2014 heeft verdachte reclasseringstoezichten opgelegd gekregen. Op één na zijn al deze toezichten voortijdig beëindigd. In het kader van een VI heeft hij in 2014 opnieuw reclasseringstoezicht opgelegd gekregen. Omdat verdachte zich opnieuw heeft onttrokken aan de voorwaarden, is zijn VI herroepen. Opgelegde werk-, geld- en gevangenisstraffen hebben, zowel voorwaardelijk als onvoorwaardelijk, evenals de tot op heden ingezette hulpverlening, geen gedragsverandering bewerkstelligd. Verdachte blijft recidiveren en is daarbij onvoldoende gemotiveerd om een delictvrij leven op te bouwen en mee te werken. De reclassering concludeert daarom in haar rapport dat zij geen andere mogelijkheden ziet om het risico op recidive te beperken dan met de ISD-maatregel.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat aan alle voorwaarden is voldaan die artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht aan het opleggen van een ISD-maatregel stelt. Immers, verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, terwijl verdachte in de vijf jaren voorafgaand aan de door hem begane misdrijven tenminste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf is veroordeeld en het feit is begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen. Verder dient er ernstig rekening mee te worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan. De veiligheid van personen en goederen eist het opleggen van de maatregel. Daarbij kent de rechtbank in het bijzonder betekenis toe aan het advies van mevrouw D. Keijzer en de toelichting daarop ter terechtzitting door de heer [A] , inhoudende dat een ISD-maatregel noodzakelijk is om het recidiverisico te verminderen. Daarbij stelt de rechtbank vast dat verdachte in het verleden meerdere reclasseringstoezichten heeft gehad, maar dat deze bijna zonder uitzondering voortijdig zijn beëindigd. Verder stelt de rechtbank vast dat verdachte binnen één dag nadat hij uit een lange detentieperiode kwam, is gerecidiveerd. Weliswaar heeft verdachte geen blijk gegeven mee te willen werken aan een behandeling, de reclassering heeft ter terechtzitting aangegeven toch mogelijkheden te zien om verdachte binnen de ISD-maatregel te behandelen. Daarnaast heeft de reclassering aangegeven dat vaker is gebleken dat iemand in eerste instantie negatief stond tegenover de ISD-maatregel, maar na verloop van tijd toch gemotiveerd raakte om mee te werken. De veiligheid van personen of goederen eist thans de oplegging van de ISD-maatregel. De rechtbank acht het opleggen van een deels voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden, dan wel een voorwaardelijke ISD-maatregel, zoals door de verdediging voorgesteld, niet afdoende. </para>
        <para>De rechtbank is tot slot niet gebleken van redenen om deze maatregel niet op te leggen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Om de beëindiging van de recidive van verdachte en het leveren van een bijdrage aan de behandeling van zijn problematiek alle kansen te geven en voorts ter optimale bescherming van de maatschappij, is het van belang dat voldoende tijd wordt genomen om de ISD-maatregel ten uitvoer te leggen. Daarom zal de rechtbank de maatregel voor de maximale termijn van twee jaren opleggen en de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht niet in mindering brengen op de duur van de maatregel. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank bepaalt dat het openbaar ministerie binnen negen maanden na het onherroepelijk worden van dit vonnis de rechtbank bericht ten behoeve van een tussentijdse beoordeling van de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing berust op de artikelen 38m, 38n en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Maatregeloplegging</emphasis>
      </para>
      <para>Legt op de maatregel tot <emphasis role="bold">plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">twee jaren</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat het Openbaar Ministerie binnen 9 maanden na het onherroepelijk worden van dit vonnis de rechtbank zal berichten over de wenselijkheid of noodzakelijkheid van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. C.E.M. Nootenboom-Lock, voorzitter,</para>
      <para>mrs. A.J.P. Schotman en A.R. Creutzberg, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. J. van Elk, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 8 maart 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BIJLAGE : De tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 18 november 2015 te Rhenen, althans in het arrondissement</para>
      <para>Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans</para>
      <para>alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning</para>
      <para>gelegen aan de [adres] heeft weggenomen diverse bijouterieën,</para>
      <para>in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde] ,</para>
      <para>in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn</para>
      <para>mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de</para>
      <para>plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen</para>
      <para>bijouterieën onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak</para>
      <para>en/of verbreking en/of inklimming;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 310 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_dca02e5e-b8dd-4f52-9c57-2c136713bb72" label="1">
    <para> Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier met nummer PL0900-2015349903 bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.</para>
    <para>Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_97abb1ee-0274-4f17-8178-9260454fdc5f" label="2">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte door [benadeelde] , d.d. 19 november 2015, p. 32-34. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_2a9a7989-87b5-4a44-942d-475519c5371c" label="3">
    <para> De verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 23 februari 2016. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>