<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2016:1017</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-03-03T10:10:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-02-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-01-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">07.662620-11  (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_materieelStrafrecht">Strafrecht; Materieel strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2016:1017">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2016:1017</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-03-03T10:10:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-03-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2016:1017 Rechtbank Midden-Nederland , 25-01-2016 / 07.662620-11  (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2016:1017:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Toegewezen ontnemingsvordering van € 80.026,51.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2016:1017:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Strafrecht</para>
      <para>Zittingslocatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 07.662620-11  (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 25 januari 2016 </emphasis>gewezen op vordering van de officier van justitie op grond van artikel 36e, eerste lid, Wetboek van Strafrecht, in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren [1963] te Distrikt [geboorteplaats] (Suriname),</para>
      <para>wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 9 en 23 juni 2015 en 14 december 2015. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. E.E.G. Duijts en van hetgeen mr. M.C. Jonge Vos, advocaat te Amsterdam, namens [veroordeelde] naar voren heeft gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van de stukken van het voorbereidend onderzoek, te weten:</para>
    </parablock>
    <para>- een Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 19 april 2012, opgemaakt door [A] , buitengewoon opsporingsambtenaar, werkzaam als financieel deskundige bij de Financiële Recherche Dienst van Politie Flevoland (hierna te noemen: het rapport van 19 april 2012);</para>
    <para>- het vonnis van de meervoudige strafkamer van deze rechtbank van 16 februari 2015 in de onderliggende strafzaak met parketnummer 07.662620-11;</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de stukken behorende tot het dossier in de strafzaak met parketnummer 07.662620-11;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een Nadere conclusie van het openbaar ministerie van 1 april 2015, met als bijlage:</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para> een Rapport aanvullende berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van             1 april 2015, opgemaakt door [A] voornoemd (hierna te noemen: het rapport van 1 april 2015);</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>een Conclusie van Antwoord van mr. Jonge Vos van 7 mei 2015;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een mail van het openbaar ministerie van 19 mei 2015, met bijlagen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft bij vordering van 14 juni 2012 gevorderd dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vierde lid (de rechtbank begrijpt: <emphasis role="italic">vijfde</emphasis> lid) van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en dat de rechtbank aan [veroordeelde] de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van dit voordeel, geschat op een bedrag van € 63.502,--. Dit bedrag is berekend op basis van:</para>
      </parablock>
      <para>- inkomsten uit verhuur van de woningen aan de:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [adres] te [woonplaats] in de periode augustus 2003 tot en met mei 2011;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [adres] te [woonplaats] in de periode januari 2005 tot en met oktober 2011;</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>- in mindering te brengen kosten.</para>
      <para>De officier van justitie heeft bij nadere conclusie van 1 april 2015 de vordering gewijzigd. Zij heeft de vordering vermeerderd met € 21.890,08, zijnde de inkomsten uit verhuur van de woning aan de [adres] te [woonplaats] in de periode november 2011 tot en met februari 2015. Als gevolg daarvan wordt het voordeel van [veroordeelde] geschat op een bedrag van € 85.890,08. Ter terechtzitting van 14 december 2015 heeft de officier van justitie gevorderd dit bedrag vast te stellen als het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat en aan [veroordeelde] de verplichting op te leggen dit bedrag aan de Staat te betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging </emphasis>
        </para>
        <para>
          [veroordeelde] is onschuldig aan de strafbare feiten waarvoor hij bij vonnis van 16 februari 2015 is veroordeeld en om die reden is er geen sprake van wederrechtelijk verkregen voordeel. </para>
        <para>In de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel door het openbaar ministerie is voor wat betreft de kosten slechts rekening gehouden met de hypothecaire lasten en is ten onrechte geen rekening gehouden met andere kosten en met niet-ontvangen huurpenningen. Voor het geval de rechtbank het voorgaande niet volgt, heeft de verdediging verzocht mevrouw [B] als getuige te horen. Deze getuige kan verklaren over de onderhoudskosten van de beide woningen en over de niet-ontvangen huurpenningen.</para>
        <para>Ten slotte is de woning aan de [adres] te [woonplaats] executoriaal verkocht en dient de restschuld na verkoop van deze woning in mindering te worden gebracht op het wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit geldt eveneens voor een eventuele restschuld na verkoop van de woning aan de [adres] te [woonplaats] . Subsidiair dient met deze verkopen en de daardoor ontstane schulden rekening te worden gehouden in die zin dat de draagkracht van [veroordeelde] hierdoor is afgenomen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De meervoudige strafkamer van deze rechtbank heeft [veroordeelde] in de onderliggende strafzaak met parketnummer 07.662620-11 bij vonnis van 16 februari 2015 kort gezegd veroordeeld ter zake van: </para>
        <para>Feit 1.:	(<emphasis role="italic">medeplegen van) valsheid in geschrift ter financiering en verkrijging van hypothecaire leningen voor de woningen aan de [adres] en de [adres] te [woonplaats] ; </emphasis></para>
        <para>Feit 2.A.:	<emphasis role="italic">medeplegen van witwassen van de woningen aan de [adres] en de [adres] te [woonplaats] en de aan deze woningen verbonden hypothecaire geldleningen;</emphasis></para>
        <para>Feit 2.B.:	<emphasis role="italic">gewoontewitwassen van de inkomsten uit verhuur van de woningen aan de [adres] en de [adres] te [woonplaats] .</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aan de inhoud van het vonnis en de daarin opgenomen bewijsmiddelen en uit hetgeen bij de behandeling ter zitting van 14 december 2015 naar voren is gebracht, ontleent de rechtbank het oordeel dat aannemelijk is dat [veroordeelde] wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>De inkomsten uit verhuur van de woningen aan de [adres] en [adres] te [woonplaats] kunnen worden aangemerkt als (vervolg)profijt voortvloeiend uit de strafbare gedragingen waarvoor [veroordeelde] bij voornoemd vonnis is veroordeeld en zijn daarom -voor zover aanwezig- voor ontneming vatbaar.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op grond van de navolgende feiten en omstandigheden die aan wettige bewijsmiddelen zijn ontleend.<footnote-ref linkend="_666cc1e0-a5f4-4614-81cf-e668c66d657c" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold underline italic">Opbrengsten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De opbrengsten bestaan uit de inkomsten uit verhuur van de woningen aan de [adres] en de [adres] te [woonplaats] .</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">
            [adres]
          </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [veroordeelde] heeft verklaard dat de woning permanent verhuurd is geweest van 2003 tot ongeveer juni 2011.<footnote-ref linkend="_d6ae553c-5824-4856-83f1-b9fd1a61ab2b" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de berekening van de inkomsten uit verhuur wordt aangesloten bij de in het rapport van 19 april 2012 gehanteerde periode van augustus 2003 tot en met mei 2011. Van de zijde van de verdediging is hiertegen geen verweer gevoerd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tijdens de doorzoeking van de woning van [veroordeelde] aan de [adres] te [woonplaats] is een aantal bescheiden aangetroffen dat betrekking heeft op de verhuur van de woning aan de [straatnaam] :<footnote-ref linkend="_dcced854-e542-4704-be04-f8bccbfd5ee8" /></para>
      </parablock>
      <para>- een huurovereenkomst (beheerderovereenkomst) ingaande 16 oktober 2003 waarbij de huurprijs is bepaald op € 1.100,-- per maand;<footnote-ref linkend="_a66becf1-db0d-45f3-9946-0dc6cc1dbeea" /></para>
      <para>- een huurovereenkomst ingaande 25 februari 2005 waarbij de huurprijs is bepaald op       € 1.350,-- per maand;<footnote-ref linkend="_116e7192-032e-4447-9cdc-c4d305b2fff6" /></para>
      <para>- een huurovereenkomst ingaande 15 februari 2006 waarbij de huurprijs is bepaald op        € 1.000,-- per maand;<footnote-ref linkend="_3cdf4aa2-2a20-4c72-ae52-45accf737fed" /></para>
      <para>- bankafschriften van de privérekening met nummer [bankrekening] ten name van [veroordeelde] en zijn echtgenote [C] waaruit blijkt dat in de maanden september 2008 tot en met januari 2009 maandelijks € 1.200,-- aan huur is ontvangen.<footnote-ref linkend="_40f61db0-dca7-471b-a783-8a26d6a65775" /></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van voornoemde bescheiden en de daarin genoemde bedragen zal bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel uitgegaan worden van een</para>
        <para>gemiddelde huurprijs van € 1.162,50 per maand. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De inkomsten uit verhuur van de woning aan de [straatnaam] in de periode augustus 2003 tot en met mei 2011 worden aldus vastgesteld op: </para>
        <para>€ 1.162,50 x 94 maanden = € 109.275,--. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">
            [adres] </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor de woning aan de [straatnaam] geldt dat sprake is geweest van verhuur van de woning als geheel of separate verhuur van de benedenverdieping en/of de bovenverdieping.   </para>
        <para>Bij het vaststellen van de inkomsten uit verhuur maakt de rechtbank onderscheid tussen de hierna genoemde periodes. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Januari 2005 tot en met december 2010</emphasis>
        </para>
        <para>Bij het berekenen van de inkomsten uit verhuur over de periode januari 2005 tot en met december 2010 volgt de rechtbank de berekening in het rapport van 19 april 2012.<footnote-ref linkend="_219cf42f-7d59-4678-b327-f8301db07b0e" /> Deze berekening is gebaseerd op:</para>
      </parablock>
      <para>- verklaringen van [veroordeelde] ;<footnote-ref linkend="_dfa9dd59-2dc1-482d-bb95-5346fa3be9b6" /></para>
      <para>- schriftelijke bescheiden welke zijn aangetroffen bij de doorzoeking van de woning van [veroordeelde] aan de [adres] te [woonplaats] , waaronder:</para>
      <para> huurovereenkomsten;<footnote-ref linkend="_942ab55e-ec40-4804-bc03-6a0c8cd5a868" /></para>
      <para> bankafschriften van de privérekening met nummer [bankrekening] ten name van         [veroordeelde] en zijn echtgenote [C] ;<footnote-ref linkend="_6c0f1986-202b-4b6f-bd9b-a4aea09fec0c" /></para>
      <para>- een verklaring van getuige [getuige] .<footnote-ref linkend="_aae716ac-77a6-4f50-a931-2d086ef6638f" /></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>In het rapport is een tabel opgenomen betreffende het totaal van de berekende inkomsten uit verhuur, uitgesplitst naar periodes en naar inkomsten uit verhuur van de gehele woning, de benedenverdieping en de bovenverdieping.<footnote-ref linkend="_d4d4a8e3-e71f-4284-8bc4-c5cba32b982f" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [veroordeelde] is op 30 maart 2012 gehoord. Daarbij is voornoemde tabel met huuropbrengsten (bijlage 4, pagina 135) aan hem getoond en heeft hij verklaard dat deze tabel klopt.<footnote-ref linkend="_b73036de-67a2-4e1f-98a8-3398ddafda09" /> Van de zijde van de verdediging is geen verweer gevoerd tegen de juistheid van de in het rapport van 19 april 2012 berekende inkomsten uit verhuur en de in de tabel weergegeven huurinkomsten per periode.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat de inkomsten uit verhuur in voornoemde periode op juiste wijze zijn berekend en dat de op die berekening gebaseerde tabel een correct overzicht geeft van deze inkomsten. Zij zal daarom voor de periode januari 2005 tot en met december 2010 uitgaan van deze berekening. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De inkomsten uit verhuur in de periode januari 2005 tot en met december 2010 worden aldus vastgesteld op: € 122.450,-- (te weten een optelling van de bedragen aan huurinkomsten zoals vermeld op pagina 9 van het rapport van 19 april 2012 voor de periode januari 2005 tot en met december 2010).</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Januari 2011 tot en met oktober 2011</emphasis>
        </para>
        <para>Uit bankafschriften van de privérekening met nummer [bankrekening] blijkt dat in 2011 inkomsten uit verhuur van de beide verdiepingen werden ontvangen van € 797,81 en              € 570,89.<footnote-ref linkend="_0512e042-6c2c-4aea-a70f-56fa0e110c13" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De inkomsten uit verhuur in de periode januari 2011 tot en met oktober 2011 worden aldus vastgesteld op: (€ 797,81 + € 570,89) x 10 maanden = € 13.687,--.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">November 2011 tot en met februari 2015</emphasis>
        </para>
        <para>Betreffende deze periode zijn geen gegevens bekend met betrekking tot de huurprijzen van de benedenverdieping en de bovenverdieping. [veroordeelde] zelf heeft verklaard dat de huur van de [straatnaam] in totaal € 1.950,-- per maand bedroeg.<footnote-ref linkend="_879721d3-f451-4415-87d4-0c8ae6b355b6" /> In het rapport van 1 april 2015 is uitgegaan van een gemiddelde huurprijs van € 1.895,-- per maand op basis van de verschillende huurprijzen in de periode(s) januari 2005 tot en met oktober 2011.<footnote-ref linkend="_7c2ce1e9-c733-461f-b741-21e7c84a0774" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman van [veroordeelde] heeft geen verweer gevoerd tegen voornoemde berekening van een gemiddelde huurprijs van € 1.895,--.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal in het voordeel van [veroordeelde] ervan uitgaan dat hij in de periode november 2011 tot en met februari 2015 gemiddeld € 1.895,-- per maand heeft ontvangen aan inkomsten uit verhuur van de beide verdiepingen van de woning aan de [straatnaam] . </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De inkomsten uit verhuur in de periode november 2011 tot en met februari 2015 worden aldus vastgesteld op: € 1.895,-- x 40 maanden = € 75.800,--.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Totale inkomsten uit verhuur [adres] en [adres]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De totale inkomsten uit verhuur van de woningen aan de [adres] en de [adres]  worden aldus vastgesteld op: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [adres] :</para>
        <para>- augustus 2003 tot en met mei 2011					€ 109.275,--. </para>
        <para>
          [adres] :</para>
        <para>- januari 2005 tot en met december 2010		€  122.450,--</para>
        <para>- januari 2011 tot en met oktober 2011		€    13.687,--</para>
        <para>- november 2011 tot en met februari 2015		<emphasis role="underline">€    75.800,--  +</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="underline">€  211.937,--  +</emphasis>
        </para>
        <para>Totaal									<emphasis role="bold">€  321.212,--</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold underline italic">Kosten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">
            [adres]
          </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hypothecaire lasten</emphasis>
        </para>
        <para>
          [veroordeelde] heeft verklaard dat de hypothecaire lasten betreffende de [adres] maandelijks € 743,-- bedroegen.<footnote-ref linkend="_fb71bc3d-521d-4b02-98be-0d0fa7a7a96d" />  Uit bankafschriften blijkt dat het exacte maandelijkse bedrag aan hypothecaire lasten in 2008 en 2009 € 747,29 bedroeg.<footnote-ref linkend="_4fc52110-55e8-449d-aadc-64fe3871011e" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht aannemelijk dat ook in de jaren vóór 2008 voornoemd bedrag aan hypothecaire lasten is betaald en zal daarom dit bedrag als uitgangspunt nemen bij de berekening van deze lasten vanaf augustus 2003 tot en met december 2009. De rechtbank volgt hiermee de berekening in het rapport van 19 april 2012, welke berekening van de zijde van de verdediging niet is weersproken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit bankafschriften van de privérekening met nummer [bankrekening] blijkt dat de hypothecaire lasten vanaf <emphasis role="italic">juli</emphasis> 2010 maandelijks € 1.002,25 bedroegen.<footnote-ref linkend="_28f74f07-4bd2-45a2-8c98-4502578246a4" /> In het rapport van 19 april 2012 is dit bedrag -in het voordeel van [veroordeelde] - als uitgangspunt genomen voor het berekenen van de hypothecaire lasten vanaf <emphasis role="italic">januari</emphasis> 2010. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht aannemelijk dat [veroordeelde] hypothecaire lasten heeft moeten voldoen conform bovenstaande gegevens. De rechtbank houdt bij de berekening van de hypothecaire lasten rekening met het volledige bedrag van € 1.002,25 per maand en niet, zoals in het rapport van 19 april 2012 in het nadeel van [veroordeelde] is gedaan, met een afgerond bedrag van € 1.000,--. De rechtbank zal, evenals in het rapport is gedaan, ten voordele van [veroordeelde] uitgaan van een bedrag van € 1.002,25 voor de periode vanaf <emphasis role="italic">januari</emphasis> 2010.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De hypothecaire lasten worden aldus berekend op: </para>
        <para>- augustus 2003 tot en met december 2009: € 747,29 x 77 maanden =	€   57.541,33</para>
        <para>- januari 2010 tot en met mei 2011: € 1.002,25 x 17 maanden = 	<emphasis role="underline">€   17.038,25  +</emphasis></para>
        <para>€   74.579,58</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Premies levensverzekering</emphasis>
        </para>
        <para>Uit voornoemde bankafschriften blijkt tevens dat [veroordeelde] vanaf 16 augustus 2010             € 242,78 heeft betaald<footnote-ref linkend="_c6c31333-234c-4131-bb44-626ad23eb3b0" /> in verband met een aan de hypothecaire geldlening gekoppelde levensverzekering en dat dit bedrag met ingang van maart 2011 € 225,-- per maand bedroeg.<footnote-ref linkend="_c1ff07d1-9f9f-469c-9aba-f441278c0f23" /> Net als bij de berekening van de hypothecaire lasten is in het rapport van 19 april 2012 -wederom in het voordeel van [veroordeelde] - rekening gehouden met een premiebetaling vanaf januari 2010, waarbij is uitgegaan van een gemiddelde premie van (afgerond) € 234,--.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht aannemelijk dat [veroordeelde] de aan de hypothecaire lasten gekoppelde premies levensverzekering heeft voldaan conform bovenstaande, in het rapport van 12 april 2012 opgenomen gegevens.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De in de periode januari 2010 tot en met mei 2011 betaalde premies levensverzekering  worden aldus berekend op: </para>
      </parablock>
      <para>- € 234,-- € 234,-- x 17 maanden =	 					€    3.978,--</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bemiddelingskosten</emphasis>
        </para>
        <para>
          [veroordeelde] heeft verklaard dat hij vanaf het moment dat de woning via [naam onroerendgoedmakelaar] is verhuurd bemiddelingskosten heeft betaald, welke kosten werden berekend op 5% van de huurprijs.<footnote-ref linkend="_a6fc80ce-2ed5-46ad-ba5d-e8788d68c638" /> Uit voornoemde bankafschriften blijkt dat de verhuur via [naam onroerendgoedmakelaar] heeft plaatsgevonden met ingang van januari 2011.<footnote-ref linkend="_61ff8075-861b-4f26-9f69-5331ba58e147" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Nu de inkomsten uit verhuur in de periode januari 2011 tot en met mei 2011 zijn berekend op basis van een gemiddelde maandelijkse huurprijs van € 1.162,50, zullen ook de bemiddelingskosten voor verhuur via [naam onroerendgoedmakelaar] op basis van dit bedrag worden berekend.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De bemiddelingskosten worden aldus, conform het rapport van 19 april 2012,  berekend op: </para>
      </parablock>
      <para>- (5% (5% van € 1.162,50) x 5 maanden = 				€      290,--</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Totale aftrekbare kosten [straatnaam]</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op het voorgaande zullen na te melden kosten in aftrek worden gebracht.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hypothecaire lasten							€ 74.579,58</para>
        <para>Premies levensverzekering						€    3.978,--</para>
        <para>Bemiddelingskosten							<emphasis role="underline">€       290,--   +</emphasis></para>
        <para>									€  78.847,58</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">
            [adres] </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hypothecaire lasten</emphasis>
        </para>
        <para>
          [veroordeelde] heeft verklaard dat de hypothecaire lasten betreffende de [adres] maandelijks € 1.250,-- bedroegen.<footnote-ref linkend="_dfc98a65-d2b4-41d2-99d6-ba7fbf23d198" />  Uit bankafschriften blijkt dat het exacte maandelijkse bedrag aan hypothecaire lasten in 2009, 2010 en 2011 € 1.252,98 bedroeg.<footnote-ref linkend="_0aa0e4f7-595f-4472-a13e-011b473f64af" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht aannemelijk dat ook in de jaren vóór 2009 voornoemd bedrag aan hypothecaire lasten is betaald en zal daarom dit bedrag als uitgangspunt nemen bij de berekening van deze lasten vanaf januari 2005. De rechtbank volgt hiermee de berekening in het rapport van 19 april 2012, welke berekening van de zijde van de verdediging niet is weersproken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hoewel [veroordeelde] heeft verklaard<footnote-ref linkend="_743fa736-8460-451a-8bd6-9b3c687d3158" /> dat de hypothecaire lasten eind 2011 lager zijn geworden, te weten € 1198,--, zal de rechtbank het rapport van 1 april 2015 volgen en ook voor de periode van november 2011 tot en met februari 2015 in het voordeel van [veroordeelde] uitgaan van voornoemde hypothecaire lasten van € 1.252,98 per maand.<footnote-ref linkend="_abe7c575-1949-4813-912c-3ff58d2f9648" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De hypothecaire lasten worden aldus berekend op: </para>
      </parablock>
      <para>- € 1.252,98 € 1.252,98 x 122 maanden =					€ 152.863,56</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bemiddelingskosten</emphasis>
        </para>
        <para>
          [veroordeelde] heeft verklaard dat hij vanaf het moment dat de woning via [naam onroerendgoedmakelaar] is verhuurd bemiddelingskosten heeft betaald, welke kosten werden berekend op 5% van de huurprijs.<footnote-ref linkend="_247308d0-96bf-43ab-93d9-198099f3c13a" /> Uit bankafschriften blijkt dat de verhuur via [naam onroerendgoedmakelaar] heeft plaatsgevonden met ingang van januari 2011.<footnote-ref linkend="_4f8ef3ac-eab7-48cb-a13f-5e8f9827bb7f" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Zoals hiervoor is overwogen bedroegen de inkomsten uit verhuur in de periode januari 2011 tot en met oktober 2011	in totaal € 13.687,-- en in de periode november 2011 tot en met februari 2015 in totaal € 75.800,--.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De bemiddelingskosten kunnen aldus worden berekend op: </para>
      </parablock>
      <para>5% van (€ 13.687,-- + € 75.800,--) = 				€   4.474,35</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Totale aftrekbare kosten [straatnaam]</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op het voorgaande zullen na te melden kosten in aftrek worden gebracht.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hypothecaire lasten							€  152.863,56</para>
        <para>Bemiddelingskosten							<emphasis role="underline">€      4.474,35   +</emphasis></para>
        <para>									€  157.337,91</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Overige door de verdediging gestelde kosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Premies betreffende een tweede levensverzekering</emphasis>
        </para>
        <para>Anders dan de raadsman heeft betoogd, zal de rechtbank geen rekening houden met premies voor een tweede aan een hypothecaire geldlening gekoppelde levensverzekering. Uit de bij het rapport van 19 april 2012 gevoegde bankafschriften blijkt niet dat [veroordeelde] maandelijks voor <emphasis role="italic">twee</emphasis> levensverzekeringen premies heeft voldaan, terwijl dit ook overigens van de zijde van de verdediging niet aannemelijk is gemaakt. De rechtbank houdt daarom rekening met premies betreffende één levensverzekering. Zoals hiervoor is omschreven zijn deze kosten in mindering gebracht op de inkomsten uit verhuur van de [adres] .</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Kosten betreffende gemeentelijke belastingen, reparaties en onderhoudswerkzaamheden en (overige) verzekeringen</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft betoogd dat [veroordeelde] de hiervoor bedoelde kosten heeft moeten maken en dat deze kosten in mindering dienen te worden gebracht op het wederrechtelijk verkregen voordeel. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze kosten zijn door de verdediging niet, althans volstrekt onvoldoende onderbouwd. Nu niet aannemelijk is geworden dat deze kosten voor rekening van [veroordeelde] zijn gekomen en hij deze kosten daadwerkelijk heeft voldaan, zal geen rekening worden houden met deze kosten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Niet-ontvangen huurinkomsten</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft betoogd dat op de inkomsten uit verhuur bedragen in mindering dienen te worden gebracht in verband met huurachterstanden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit verweer wordt verworpen. Uit het financieel onderzoek en het verhandelde ter terechtzitting is niet komen vast te staan dat zich daadwerkelijk huurachterstanden hebben voorgedaan. Het betoog van de verdediging is dan ook onvoldoende concreet en gemotiveerd onderbouwd. Bovendien volgt uit de enkele stelling dat sprake is van huurachterstanden niet dat eventuele niet-betaalde huur niet op een later moment alsnog is voldaan of dat de huurvorderingen niet inbaar zouden zijn. Derhalve is geen sprake van kosten die voor aftrek in aanmerking komen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Totaal in mindering te brengen kosten [adres] en [adres]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De totaal in mindering te brengen kosten kunnen worden vastgesteld op: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [adres] :								€    78.847,58</para>
        <para>
          [adres] :							<emphasis role="underline">€  157.337,91  + </emphasis></para>
        <para>Totaal									<emphasis role="bold">€  236.185,49</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold underline italic">Wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel uit de woningen aan de [adres] en de [adres] te [woonplaats] wordt geschat vast op €  85.026,51, welk bedrag als volgt is berekend:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Inkomsten			                             			€  321.212,--</para>
        <para>Kosten									<emphasis role="underline">€  236.185,49  -/-</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="bold">€    85.026,51</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold underline italic">Op te leggen betalingsverplichting</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verlies woningen [adres] en [adres] te [woonplaats]</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft gesteld dat de woning aan de [straatnaam] executoriaal is verkocht en dat de restschuld na verkoop van deze woning in mindering dient te worden gebracht op het wederrechtelijk verkregen voordeel. Hij heeft betoogd dat dit ook dient te gelden voor een eventuele restschuld na verkoop van de woning aan de [straatnaam] . </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank passeert dit standpunt van de raadsman omdat bij de bepaling van de hoogte van het door [veroordeelde] te betalen bedrag slechts die kosten of schadeposten die in directe relatie staan tot de delicten waarvoor veroordeling heeft plaatsgevonden, kunnen leiden tot matiging van dit bedrag. Naar het oordeel van de rechtbank is uit het onderzoek ter terechtzitting niet aannemelijk geworden dat het gestelde verlies als een dergelijk kosten- of schadepost dient te worden aangemerkt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft verzocht bij de beslissing rekening te houden met een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt voorop dat elke betrokkene recht heeft op een behandeling van zijn ontnemingszaak binnen een redelijke termijn. Deze waarborg strekt er onder meer toe te voorkomen dat de betrokkene langer dan redelijk is onder de dreiging van een ontnemingsvordering zou moeten leven. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Volgens bestendige jurisprudentie van de Hoge Raad kan in ontnemingszaken op het recht op een beslissing op de ontnemingsvordering binnen een redelijke termijn inbreuk worden gemaakt door het tijdsverloop, te rekenen vanaf het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting heeft kunnen ontlenen dat tegen hem een vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel aanhangig zou worden gemaakt. Daarbij is het aan de feitenrechter om, gelet op de omstandigheden van het geval, dit moment vast te stellen (ECLI:NL:HR:2015:3255). </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank bepaalt voornoemd aanvangsmoment op 19 juni 2012, zijnde de datum waarop de ontnemingsvordering aan [veroordeelde] is betekend. De rechtbank wijst vonnis op 22 januari 2016, dat wil zeggen drie jaren en zeven maanden nadat de op redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen. Als uitgangspunt heeft te gelden dat de behandeling van de zaak dient te zijn afgerond met het wijzen van een vonnis binnen twee jaren nadat voornoemde termijn is aangevangen. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM met negentien maanden is overschreden. De rechtbank ziet hierin aanleiding om het ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel door [veroordeelde] aan de Staat te betalen bedrag vast te stellen op een lager bedrag dan het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat een vermindering van de betalingsverplichting met <?linebreak?>€ 5.000,-- voldoende compensatie biedt. Daarbij is rekening gehouden met de specifiek voor ontnemingszaken geldende omstandigheden dat de afdoening van de zaak mede afhankelijk is van de termijn die met de behandeling van de strafzaak is gemoeid en dat na het wijzen van vonnis in de strafzaak op 16 februari 2015 de behandeling van de ontnemingsvordering voortvarend heeft plaatsgevonden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Overige omstandigheden</emphasis>
        </para>
        <para>Uit het onderzoek ter terechtzitting is voor het overige niet van omstandigheden gebleken die aanleiding zijn het door [veroordeelde] te betalen bedrag op de voet van artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht lager vast te stellen dan het geschatte voordeel. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het hiervoor overwogene zal de rechtbank aan [veroordeelde] de verplichting opleggen om ter zake van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel een bedrag van               <emphasis role="bold">€ 80.026,51 </emphasis>(€ 85.026,51 -/- € 5.000,--) aan de Staat te voldoen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold underline italic">Horen getuige </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht zich op grond van de stukken van het voorbereidend onderzoek en hetgeen bij de behandeling ter terechtzitting van 14 december 2015 naar voren is gebracht voldoende geïnformeerd om vonnis te wijzen. De rechtbank acht het dan ook niet noodzakelijk voor enig te nemen te beslissing om de getuige [B] te horen. Het verzoek van de raadsman tot het horen van getuige [B] wordt afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold underline italic">Toepasselijk wettelijk voorschrift</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De beslissing berust op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, zoals dit artikel luidde ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">BESLISSING</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De rechtbank:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>- stelt het bedrag waarop het door [veroordeelde] wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vast op een bedrag van <emphasis role="bold">€ 85.026,51 (vijfentachtigduizend zesentwintig euro en eenenvijftig cent)</emphasis>;</para>
      <para />
      <para>- legt [veroordeelde] de verplichting op tot betaling aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van <emphasis role="bold">€ 80.026,51 (tachtigduizend zesentwintig euro en eenenvijftig cent)</emphasis>;</para>
      <para />
      <para>- wijst de vordering voor het overige af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.L.M. van Opstal, voorzitter, mrs. A. van Maanen en     E.M. de Stigter, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.R. Horst, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 januari 2016.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Mrs. Van Opstal en Horst zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_666cc1e0-a5f4-4614-81cf-e668c66d657c" label="1">
    <para> Indien wordt verwezen naar paginanummers, wordt (tenzij anders is aangegeven) verwezen naar een bijlage bij het in de wettelijke vorm opgemaakte Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 19 april 2012, rapportnummer 2011160215127220, waarvan de bijlagen zijn genummerd pagina 15 tot en met pagina 143.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d6ae553c-5824-4856-83f1-b9fd1a61ab2b" label="2">
    <para> Pagina 121.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_dcced854-e542-4704-be04-f8bccbfd5ee8" label="3">
    <para> Pagina 5 van 14.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a66becf1-db0d-45f3-9946-0dc6cc1dbeea" label="4">
    <para> Pagina 23.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_116e7192-032e-4447-9cdc-c4d305b2fff6" label="5">
    <para> Pagina’s 16 en 17.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3cdf4aa2-2a20-4c72-ae52-45accf737fed" label="6">
    <para> Pagina’s 20 en 21.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_40f61db0-dca7-471b-a783-8a26d6a65775" label="7">
    <para> Pagina’s 26 en 27.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_219cf42f-7d59-4678-b327-f8301db07b0e" label="8">
    <para> Pagina’s 8 en 9 van 14.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_dfa9dd59-2dc1-482d-bb95-5346fa3be9b6" label="9">
    <para> Pagina’s 107-111, 117-124 en 126-131.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_942ab55e-ec40-4804-bc03-6a0c8cd5a868" label="10">
    <para> Pagina’s 82-105.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6c0f1986-202b-4b6f-bd9b-a4aea09fec0c" label="11">
    <para> Pagina’s 26-80.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_aae716ac-77a6-4f50-a931-2d086ef6638f" label="12">
    <para> Pagina’s 113-115.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d4d4a8e3-e71f-4284-8bc4-c5cba32b982f" label="13">
    <para> Pagina 9 van 14.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b73036de-67a2-4e1f-98a8-3398ddafda09" label="14">
    <para> Pagina 129.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0512e042-6c2c-4aea-a70f-56fa0e110c13" label="15">
    <para> Pagina’s 44, 49 en 50.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_879721d3-f451-4415-87d4-0c8ae6b355b6" label="16">
    <para> Pagina 34.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7c2ce1e9-c733-461f-b741-21e7c84a0774" label="17">
    <para> Rapport van 1 april 2015, pagina 6 van 8.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fb71bc3d-521d-4b02-98be-0d0fa7a7a96d" label="18">
    <para> Pagina 121.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4fc52110-55e8-449d-aadc-64fe3871011e" label="19">
    <para> Pagina’s 26-27.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_28f74f07-4bd2-45a2-8c98-4502578246a4" label="20">
    <para> Pagina 29.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c6c31333-234c-4131-bb44-626ad23eb3b0" label="21">
    <para> Pagina 33.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c1ff07d1-9f9f-469c-9aba-f441278c0f23" label="22">
    <para> Pagina 45.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a6fc80ce-2ed5-46ad-ba5d-e8788d68c638" label="23">
    <para> Pagina 128.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_61ff8075-861b-4f26-9f69-5331ba58e147" label="24">
    <para> Pagina’s 36-37.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_dfc98a65-d2b4-41d2-99d6-ba7fbf23d198" label="25">
    <para> Pagina 121.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0aa0e4f7-595f-4472-a13e-011b473f64af" label="26">
    <para> Pagina’s 27 en 68.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_743fa736-8460-451a-8bd6-9b3c687d3158" label="27">
    <para> Pagina 130.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_abe7c575-1949-4813-912c-3ff58d2f9648" label="28">
    <para> Pagina 6 van 8.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_247308d0-96bf-43ab-93d9-198099f3c13a" label="29">
    <para> Pagina 128.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4f8ef3ac-eab7-48cb-a13f-5e8f9827bb7f" label="30">
    <para> Pagina 40.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>