<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2015:9546</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-02-22T13:33:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-02-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-12-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/661237-15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_materieelStrafrecht">Strafrecht; Materieel strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2015:9546">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2015:9546</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-02-22T13:33:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-02-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2015:9546 Rechtbank Midden-Nederland , 31-12-2015 / 16/661237-15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2015:9546:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Inbraak</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2015:9546:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Strafrecht</para>
      <para>Zittingslocatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/661237-15 (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige strafkamer van 31 december 2015</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [1995] te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende [adres] , [postcode] [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 18 december 2015. Verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. A.J.M. Mohrmann, advocaat te Bussum.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak van verdachte is gelijktijdig, maar niet gevoegd behandeld met de zaak van medeverdachten [medeverdachte 1] (parketnummer 16/661236-15) en [medeverdachte 2] (parketnummer 16/700108-15). </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich op 10 maart 2015 in Utrecht in vereniging schuldig heeft gemaakt aan diefstal met braak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de tenlastegelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen en baseert zich daarbij op de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan. Aangezien verdachte dit feit heeft bekend en de raadsman niet tot vrijspraak heeft gepleit, volstaat de rechtbank met een opsomming van de bewijsmiddelen<footnote-ref linkend="_1304f29d-875d-44c4-ae7a-85fe653e18e0" />:</para>
      </parablock>
      <para>- het proces-verbaal van aangifte d.d. 10 maart 2015<footnote-ref linkend="_f40e2130-aed3-4233-8b3e-56e78bf4d5b7" />;</para>
      <para>- een proces-verbaal verhoor benadeelde d.d. 12 maart 2015<footnote-ref linkend="_5b699fd2-58c7-4863-bfc0-ff65953af873" />;</para>
      <para>- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 18 december 2015.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4.3 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">hij </emphasis>op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 10 maart 2015 te Utrecht, <emphasis role="strike-through">althans in het arrondissement Midden-Nederland,</emphasis> tezamen en in vereniging met een ander <emphasis role="strike-through">of anderen, althans alleen</emphasis>, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in <emphasis role="strike-through">/ uit </emphasis>een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een horloge en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> een armband en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> een telefoon, <emphasis role="strike-through">in elk geval enig goed, geheel of ten dele </emphasis>toebehorende aan [benadeelde 1] <emphasis role="strike-through">en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s)</emphasis>, waarbij verdachte en <emphasis role="strike-through">/ of</emphasis> zijn mededader<emphasis role="strike-through">(s)</emphasis> zich de toegang tot de plaats des misdrijfs <emphasis role="strike-through">heeft /</emphasis> hebben verschaft <emphasis role="strike-through">en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht</emphasis> door middel van  braak <emphasis role="strike-through">en/of verbreking</emphasis> (te weten het openbreken<emphasis role="strike-through">, althans vernielen</emphasis> van een raam van die woning).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>Motivering van de straffen en maatregelen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte een taakstraf van 120 uur wordt opgelegd en een gevangenisstraf van 4 weken en 3 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 4 weken voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de door de officier van justitie geëiste taakstraf gematigd moet worden, omdat het aandeel van verdachte kleiner is dan het aandeel van de medeverdachte. Verder acht de verdediging de verhouding met de tegen medeverdachte [medeverdachte 1] geëiste straf niet passend. De verdediging heeft daarnaast gevraagd een voorwaardelijk strafdeel op te leggen in de vorm van een taakstraf.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van een woninginbraak. Woninginbraken veroorzaken bij de bewoners overlast en materiële schade. Daarnaast is een inbraak in een woning vooral ook een inbreuk op het gevoel van veiligheid en privacy van de bewoners. De ervaring leert dat mensen zich nog lange tijd nadat er in hun woning is ingebroken thuis onveilig voelen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte is, zo blijkt uit het uittreksel justitiële documentatie van 27 oktober 2015, na het plegen van het feit reeds veroordeeld voor vermogensdelicten, te weten op 19 augustus 2015. De rechtbank moet daarmee rekening houden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Reclassering Nederland beschouwt, zo blijkt uit het reclasseringsadvies van 6 juli 2015, diverse factoren als delictgerelateerd, te weten: de financiële situatie, het sociaal netwerk, het drugsgebruik, het niet hebben van dagbesteding en de pro-criminele houding van verdachte. De reclassering adviseert een voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en ambulante behandelverplichting.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ter terechtzitting heeft de verdediging – in aanvulling op het rapport van de reclassering -  verklaard dat de persoonlijke omstandigheden van verdachte gewijzigd zijn. Verdachte heeft inmiddels dagbesteding in de vorm van school en werk, heeft een regeling getroffen voor afbetaling van zijn schulden en is in behandeling bij De Waag en Topzorg, aldus de verdediging.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal bij de strafoplegging een afweging maken tussen de ernst van het gepleegde feit enerzijds en de gewenste interventies in het belang van verdachte anderzijds. Bij het bepalen van de strafmaat heeft de rechtbank gelet op de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting voor inbraak in een woning. Daarin wordt tot uitdrukking gebracht welke straffen rechters bij soortgelijke feiten plegen op te leggen. Bij een zogenaamde first offender geldt als vertrekpunt van denken een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden. Gelet op de leeftijd van verdachte en de verdere persoonlijke omstandigheden, zal de rechtbank geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een taakstraf van 60 uur dient te worden opgelegd, met aftrek van het voorarrest. Daarnaast zal de rechtbank een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 6 weken voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 27, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde, en op de reeds aangehaalde artikelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het ten laste gelegde feit bewezen, zodanig als hiervoor onder 5. is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert: </para>
    <bridgehead role="italic">diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak</bridgehead>
    <para>- verklaart verdachte daarvoor strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot een<emphasis role="bold"> taakstraf van 60 uren, </emphasis>te vervangen door hechtenis voor de duur van 30 dagen indien de veroordeelde deze straf niet verricht;</para>
    <para>- beveelt dat de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden, naar de maatstaf van 2 uren per dag;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf van 6 weken voorwaardelijk</emphasis>, met een proeftijd van 2 jaren;</para>
    <para />
    <para>- stelt daarbij als <emphasis role="bold">algemene voorwaarden:</emphasis></para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de verdachte zal zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maken aan een strafbaar feit; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de verdachte zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de verdachte zal medewerking verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in 14d, tweede lid van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para>- stelt daarbij als <emphasis role="bold">bijzondere voorwaarden</emphasis>:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de verdachte moet zich binnen vijf werkdagen volgend op het onherroepelijk worden van het vonnis persoonlijk melden bij Reclassering Nederland op het volgende adres: Vivaldiplantsoen 200 te Utrecht. Hierna moet de verdachte zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit nodig acht;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de verdachte wordt verplicht om zijn behandeling voort te zetten bij Topzorg, De Waag, waarbij de verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para>- draagt Reclassering Nederland op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voorlopige hechtenis</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- heft het – reeds geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte op.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. R.P. den Otter, voorzitter, </para>
      <para>mr. E.A.A. van Kalveen en mr. E. Akkermans, rechters, </para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. C.M. van de Kamp, griffier, </para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 31 december 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BIJLAGE: de tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan [verdachte] wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 10 maart 2015 te Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een horloge en/of een armband en/of een telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des</para>
      <para>misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking (te weten het openbreken, althans vernielen van een raam van die woning);</para>
      <para>art 310 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_1304f29d-875d-44c4-ae7a-85fe653e18e0" label="1">
    <para> Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier met code PL0900-2015078518 Z (sluitingsdatum 26 augustus 2015) bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering van 1 tot en met 139 en 417 tot en met 517. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f40e2130-aed3-4233-8b3e-56e78bf4d5b7" label="2">
    <para> Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 2] , namens [benadeelde 3] , d.d. 10 maart 2015, opgenomen op p. 56 – 58. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_5b699fd2-58c7-4863-bfc0-ff65953af873" label="3">
    <para> Proces-verbaal verhoor benadeelde [benadeelde 1] d.d. 12 maart 2015, opgenomen op p. 59 – 60.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>