<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2015:6457</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-27T11:04:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-09-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-08-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/659861-14 (ontneming)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2015:6457">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2015:6457</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-10-01T08:44:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-10-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2015:6457 Rechtbank Midden-Nederland , 24-08-2015 / 16/659861-14 (ontneming)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2015:6457:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering ontneming niet-ontvankelijk ivm ontbreken van een veroordeling wegens een strafbaar feit (strafzaak: deels OM niet-ontvankelijk en overige vrijspraak)</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2015:6457:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Strafrecht</para>
      <para>Zittingslocatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/659861-14 (ontneming)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige strafkamer van 24 augustus 2015</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de ontnemingszaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [niet-veroordeelde]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [1973] in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres] , [postcode] in [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 10 augustus 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- de schriftelijke vordering van de officier van justitie, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt;</para>
    <para>- het strafdossier onder parketnummer 16/659861-14, waaruit blijkt dat de officier van justitie bij vonnis van 24 augustus 2015 van deze rechtbank niet-ontvankelijk is verklaard in de vervolging van verdachte ter zake van -kort gezegd- het medeplegen van dan wel de medeplichtigheid aan hennepteelt en dat verdachte is vrijgesproken van -kort gezegd- het medeplegen van diefstal van elektriciteit;</para>
    <para>- de overige stukken;</para>
    <para>en de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzitting. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is de officier van justitie gehoord. Tevens is de verdachte gehoord, bijgestaan door haar raadsvrouw mr. C.G. Blok, advocaat te Dronten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De schriftelijke vordering van de officier van justitie strekt tot het aan de veroordeelde opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel van € 108.136,35.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ter terechtzitting heeft de officier van justitie haar vordering gehandhaafd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        <?linebreak?>De verdediging heeft primair verzocht, gelet op de bepleite vrijspraak, tot niet-ontvankelijk verklaring van het Openbaar Ministerie in de ontnemingsvordering. Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen omdat niet aannemelijk kan worden gemaakt dat daadwerkelijk opbrengsten zouden zijn gegenereerd. Ook dient de overschrijding van de redelijke termijn te leiden tot afwijzing dan wel sterke vermindering van het ontnemingsbedrag. Mocht aannemelijk worden geacht dat verdachte wederrechtelijk voordeel heeft genoten, dan kan de vordering maximaal worden toegewezen tot een bedrag van € 62.881,81. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank stelt vast dat de officier van justitie bij vonnis van 24 augustus 2015 niet‑ontvankelijk is verklaard in de vervolging van verdachte ter zake van het medeplegen van dan wel de medeplichtigheid aan hennepteelt en dat verdachte is vrijgesproken van het medeplegen van diefstal van elektriciteit. De vervolging van verdachte heeft niet tot een veroordeling geleid. Het ontbreken van een veroordeling wegens een strafbaar feit staat aan de ontvankelijkheid van de ontnemingsvordering in de weg (zie HR 17 februari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG4258). </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk</emphasis> in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door</para>
      <para>mr. V. van Dam, voorzitter,</para>
      <para>mr. drs. S.M. van Lieshout en mr. J.M. Eelkema, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. K.M. Strijbos, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 24 augustus 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>