<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2015:5612</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T09:06:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-07-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-02-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16-659695-14</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2015:5612">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2015:5612</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-08-06T16:12:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-08-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2015:5612 Rechtbank Midden-Nederland , 18-02-2015 / 16-659695-14</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2015:5612:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling voor heling en het aanwezig hebben van soft- en harddrugs.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2015:5612:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Strafrecht</para>
      <para>Zittingslocatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/659695-14 (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige strafkamer van 18 februari 2015</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [1977] ,</para>
      <para>ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 4 februari 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en zijn advocaat, mr. M.M.J. Nuijten, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is op de zitting gewijzigd. </para>
      <para>De tenlastelegging is, met wijziging, als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1: 	21,9 gram cocaïne en 0,1 gram amfetamine aanwezig heeft </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	gehad;	</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2:	98,4 gram hasjiesj heeft vervoerd, dan wel aanwezig heeft gehad;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 3:	een iMac computer voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist of had moeten vermoeden dat deze van misdrijf afkomstig was;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 4:	een laptop voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist of had moeten vermoeden dat deze van misdrijf afkomstig was.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ad informandum gevoegd: het voorhanden hebben van een ploertendoder.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd voor het onder 4 ten laste gelegde feit. De overige feiten dienen volgens de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen te worden verklaard. Ten aanzien van feit 1 heeft de officier van justitie opgemerkt dat de 3,6 gram cocaïne, die is aangetroffen in de auto van een vriend van verdachte, niet kan worden bewezen verklaard. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft betoogd dat de doorzoeking in de woning van verdachte onrechtmatig was, nu naast de MMA-meldingen nauwelijks onderzoek is gedaan door de politie en de MMA-meldingen op zichzelf onvoldoende concreet waren om een redelijk vermoeden van schuld te rechtvaardigen. </para>
        <para>Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat de machtiging tot doorzoeking van de woning van verdachte in het dossier ontbreekt. Dit onherstelbare vormverzuim dient te leiden tot bewijsuitsluiting en vrijspraak van het ten laste gelegde. </para>
        <para>Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsman opgemerkt dat de 3,6 gram cocaïne is aangetroffen in een auto en niet in de woning van verdachte, zoals dit is ten laste gelegd. Ook overigens blijkt niet uit het dossier dat verdachte deze drugs voorhanden had. Wat betreft de cocaïne die in de woning is aangetroffen, kan niet worden uitgesloten dat die er door een ander is neergelegd.</para>
        <para>De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank wat betreft het voorhanden hebben van 98,4 gram hasj (feit 2). </para>
        <para>De raadsman heeft vrijspraak bepleit voor feit 3, nu de iMac ruim 3,5 jaar voor deze bij verdachte werd aangetroffen, is gestolen en verdachte er een redelijke prijs voor heeft betaald. </para>
        <para>Ook van feit 4 dient verdachte, volgens de raadsman, te worden vrijgesproken, omdat niet blijkt dat verdachte wist of moest weten dat deze laptop van diefstal afkomstig was.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_fdcd8c22-6270-487c-b267-f82708c442c6" />
      </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold italic">Vrijspraak ten aanzien van feit 4</emphasis>
          </para>
          <para>Naar het oordeel van de rechtbank kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte het onder feit 4 ten laste gelegde heeft begaan. De rechtbank zal verdachte daarom van dit feit vrijspreken. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold italic">De rechtmatigheid van de doorzoeking</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman dat sprake zou zijn van een onrechtmatige doorzoeking. Bij de politie zijn op 26 september 2013 en 3 oktober 2013 MMA-meldingen binnen gekomen. In deze meldingen wordt concrete informatie verstrekt over de naam van de verdachte, zijn adres, de auto waarin hij rijdt en de bijnaam die hij heeft. Deze informatie blijkt, na onderzoek van de politie, te kloppen. Het is naar het oordeel van de rechtbank niet onbegrijpelijk dat de overige informatie in deze meldingen, te weten dat deze persoon over wapens en drugs beschikt, serieus wordt genomen. De rechtbank acht de meldingen voldoende concreet en gedetailleerd om, tezamen met het nadere onderzoek van de politie, een redelijk vermoeden van schuld jegens verdachte te rechtvaardigen. De doorzoeking in de woning van verdachte kan, gelet hierop, niet als onrechtmatig worden geoordeeld. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank constateert dat de machtiging tot doorzoeking niet is opgenomen in het dossier. Naar het oordeel van de rechtbank levert dit geen onherstelbaar vormverzuim op,  nu uit het proces-verbaal van de doorzoeking blijkt dat de rechter-commissaris bij de doorzoeking aanwezig is geweest. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman op dit punt.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.3</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold italic">Het bewijs ten aanzien van feit 1 en 2</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste heeft begaan op grond van de volgende bewijsmiddelen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op 29 oktober 2013 is de woning aan de [adres] in [woonplaats] doorzocht.<footnote-ref linkend="_f8a358dc-1c36-4466-93ca-bd5533727a6a" /> In het dressoir in de woonkamer wordt een zakje met -vermoedelijk- cocaïne aangetroffen. Verder wordt in de keuken een bolletje en in de berging een wikkel aangetroffen.<footnote-ref linkend="_ee71838a-2213-490b-9e0e-48d2569805aa" /> De hiervoor genoemde goederen krijgen, respectievelijk de volgende goednummers: 208224, 208229 en 208228.<footnote-ref linkend="_f43254ca-7646-470e-a777-ccd98d0697f8" /></para>
          <para>
            <?linebreak?>Door de politie is onderzoek gedaan naar de aangetroffen goederen. In het aangetroffen plastic zakje (goednummer 208224) zit 18 gram van een crèmekleurige poeder.<footnote-ref linkend="_65990995-6ea1-403e-8d0d-421704e0eb93" /> Deze poeder wordt gewaarmerkt met het SIN-nummer AAGG7346NL.<footnote-ref linkend="_8323362b-ca43-4f3a-8a1e-cc6036e3d0be" /> Goednummer 208229 betreft 0,3 gram crèmekleurig poeder en wordt gewaarmerkt met het SIN-nummer AAGG7348NL. Het onder 208228 in beslag genomen goed betreft 0,1 gram crèmekleurig poeder en wordt voorzien van het SIN-nummer AAGG7349NL.<footnote-ref linkend="_9b04ad3c-31e1-4756-a631-610533170d83" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Het Nederlands Forensisch Instituut concludeert dat het aangeboden materiaal, voorzien van de nummers AAGG7346NL, AAGG7348NL en AAGG7349NL, alle cocaïne bevatten. AAGG7349NL bevat naast cocaïne ook amfetamine.<footnote-ref linkend="_f4e502f0-7de5-4951-90a0-75e79aa2ce49" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Tijdens de hiervoor genoemde doorzoeking van de woning van verdachte zijn de sleutels van een Opel Astra, met kenteken [kenteken] , aangetroffen. In deze Opel Astra is door de politie een plak -vermoedelijk- hasj gevonden.<footnote-ref linkend="_19c22750-003b-495e-b74e-6712c34477c2" /> Deze plak (met goednummer 208223<footnote-ref linkend="_4e7370d9-8a51-4c7f-afa5-ba10db18e9cb" />) wordt herkend als hasjiesj en wordt positief getest op THC, de werkzame stof van hennep en hasjiesj, vermeld op lijst II van de Opiumwet.<footnote-ref linkend="_f6edfddb-ab19-48f0-b22e-a5190da75a2c" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Verdachte heeft verklaard dat hij woont op de [adres] in [woonplaats] ; hij woont daar alleen.<footnote-ref linkend="_31c48820-843f-4b0f-b629-4ffc0ab397f7" /> Verdachte heeft verder verklaard dat in de auto een plak hasj lag. Verdachte had deze hasj van iemand gehad.<footnote-ref linkend="_6748cc10-2c88-42a0-b011-e19255ede214" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 1</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank zal verdachte partieel vrijspreken van 3,6 gram cocaïne, die is aangetroffen in de Opel Astra ( [kenteken] ). Het enkele feit dat de papieren van deze auto zijn aangetroffen in de woning van verdachte, is onvoldoende om wettig en overtuigend bewezen te verklaren dat verdachte deze 3,6 gram cocaïne aanwezig heeft gehad.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman dat verdachte de cocaïne (18,3 gram) en de amfetamine (0,1 gram), die zijn aangetroffen in de woning, niet aanwezig heeft gehad. De ontkenning van verdachte dat hij niet op de hoogte was van deze drugs in zijn woning, acht de rechtbank niet geloofwaardig. Verdachte heeft verklaard dat hij alleen in de woning woont. De drugs zijn bovendien op verschillende plaatsen in de woning en de berging aangetroffen. Daarbij komt dat een dergelijke hoeveelheid cocaïne een behoorlijke waarde vertegenwoordigt. De rechtbank acht het daarom niet aannemelijk dat deze drugs door een ander in de woning van verdachte zijn gelegd. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.4</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold italic">Het bewijs ten aanzien van feit 3</emphasis>
          </para>
          <para>Door aangever [benadeelde] (hierna: [benadeelde] ) is verklaard dat hij op 21 mei 2010 zijn bedrijf, [bedrijf] , heeft afgesloten. Op 23 mei 2010 kwam [benadeelde] bij zijn bedrijf en constateerde dat een ruit stuk was en een aantal computers waren weggenomen. Deze computers waren nieuw aangeschaft en waren eind april 2010 geleverd.<footnote-ref linkend="_1e99b329-3d89-430d-81f0-b4890b5e25e7" /> Een van de computers betreft een Apple iMac, voorzien van serienummer [serienummer] .<footnote-ref linkend="_158d884f-d166-499f-aa00-9bf9aee272db" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Tijdens de doorzoeking van de woning van verdachte in Hilversum op 29 oktober 2013, wordt onder andere een iMac computer aangetroffen.<footnote-ref linkend="_24fe6067-9536-42fa-b781-ff983747845e" /> Deze iMac is voorzien van het serienummer [serienummer] .<footnote-ref linkend="_df831f90-5e46-4a06-b671-92f881eed4f5" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij deze iMac heeft gekocht in de tijd dat hij nog een telefoonwinkel had. Deze winkel is in 2010 dicht gegaan. Verdachte denkt dat hij ongeveer 500 euro heeft betaald voor deze computer. Hij kopieerde altijd de identiteitsbewijzen van de personen van wie hij iets kocht. Toen zijn telefoonwinkel ging sluiten, heeft hij deze kopieën weggegooid.<footnote-ref linkend="_2a2dedd9-c2b0-48ca-9de1-0369694f93bb" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Bewijsoverweging ten aanzien van feit 3</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank leidt uit de verklaring van verdachte af dat hij de betreffende iMac in 2010 heeft gekocht. Deze computer was op dat moment, blijkens de verklaring van aangever, dus hooguit acht maanden oud. De nieuwprijs van deze computer bedroeg € 1.973,51. Gelet op deze nieuwprijs kan de prijs die door verdachte voor deze computer is betaald, te weten € 500,-, niet als een redelijke prijs worden aangemerkt. De rechtbank neemt daarbij in overweging dat verdachte op dat moment een telefoonwinkel had en, volgens zijn verklaring, vaker dergelijke goederen van anderen opkocht. Ook kopieerde hij identiteitsbewijzen, zodat de politie aanbieders van gestolen goederen op zou kunnen sporen. Verdachte had in dit geval, in zijn hoedanigheid als opkoper van dergelijke goederen en met zijn kennis van deze goederen, moeten vermoeden dat deze computer van een misdrijf afkomstig was. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op grond van het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder feit 3 ten laste gelegde schuldheling heeft begaan. De rechtbank zal verdachte partieel vrijspreken van de, impliciet primair, ten laste gelegde opzetheling, nu niet kan worden bewezen verklaard dat verdachte wist dat de computer van misdrijf afkomstig was.</para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4.3 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>op 29 oktober 2013 te [woonplaats] opzettelijk aanwezig heeft gehad in een woning aan de [adres] , ongeveer 18,3 gram cocaïne en ongeveer 0,1 gram amfetamine, zijnde amfetamine en cocaïne, telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>op 29 oktober 2013 te Hilversum opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een personenauto met kenteken [kenteken] ), een hoeveelheid van 98,4 gram hasjiesj, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>in de periode van 22 mei 2010 tot en met 29 oktober 2013 te Hilversum een iMac computer, van het merk Apple (serienummer [serienummer] ), heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde computer redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 1: 	opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 2: 	opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 3: 	schuldheling. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>Motivering van de straffen en maatregelen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De eis van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar onder 1, 2 en 3 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 maanden, met aftrek van voorarrest. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft opgemerkt dat volgens de richtlijnen een geldboete dient te worden opgelegd bij het voorhanden hebben van softdrugs (feit 2). De strafmodaliteit die door de officier van justitie is gekozen is volgens de raadsman in elk geval niet passend. Subsidiair heeft de raadsman bepleit aan verdachte een werkstraf op te leggen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van een hoeveelheid cocaïne en hasjiesj. Met name harddrugs zijn schadelijk voor de gezondheid en sterk verslavend. Daarnaast veroorzaken zowel hard- als softdrugs overlast in de maatschappij en hangen vaak samen met andere vormen van criminaliteit. Verdachte kan hiervoor mede verantwoordelijk worden gehouden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verder heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan schuldheling door een computer te kopen, waarvan hij had moeten vermoeden dat deze van misdrijf afkomstig was. Heling dient te worden aangepakt, omdat anders de diefstal van goederen lucratief zal blijven.   </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft wat betreft de persoon van verdachte gelet op een uittreksel uit de justitiële documentatie, waaruit blijkt dat verdachte de afgelopen vijf jaren niet is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tot slot houdt de rechtbank bij de strafoplegging rekening met het op de dagvaarding vermelde ad informandum gevoegde strafbare feit (het voorhanden hebben van een ploertendoder). Verdachte heeft erkend dit feit te hebben begaan. Dit feit is hiermee afgedaan. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden aanleiding bestaat bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen voor de duur van twee maanden, met een proeftijd van 2 jaren. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot een taakstraf van 150 uren.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Het beslag</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat de onder verdachte in beslag genomen iMac zal worden teruggegeven aan de rechthebbende, te weten aangever [benadeelde] dan wel [bedrijf] . De raadsman heeft zich ten aanzien van het beslag gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de in beslag genomen iMac dient te worden teruggegeven aan de benadeelde, te weten [benadeelde] / [bedrijf] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 417bis van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 10 en 11 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
      <para>Verklaart het onder 4 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring </emphasis>
      </para>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid </emphasis>
      </para>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1: 	opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2: 	opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 3: 	schuldheling. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Straf  </emphasis>
      </para>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van <emphasis role="bold">2 (twee) maanden</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een taakstraf van 150 (honderdvijftig) uren</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 75 dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van deze straf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beslag </emphasis>
      </para>
      <para>Gelast de teruggave aan aangever [benadeelde] / [bedrijf] van de in beslag genomen computer, Apple iMac (goednummer: 208375).  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Bos, voorzitter, mrs. N.H.J.M. Veldman-Gielen en J. Ebbens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. van Reenen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 februari 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BIJLAGE: De tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan [verdachte] wordt tenlastegelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(wijziging ter terechtzitting d.d. 4 februari 2015 is vet en cursief weergegeven)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij op of omstreeks 29 oktober 2013 te Hilversum, althans in het</para>
      <para>arrondissement Midden-Nederland,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>opzettelijk aanwezig heeft gehad in een woning aan de [adres] ,</para>
      <para>ongeveer 21,9 gram cocaine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal</para>
      <para>bevattende cocaine en/of ongeveer 0,1 gram amfetamine, in elk geval een</para>
      <para>hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine en/of</para>
      <para>cocaine,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan</para>
      <para>wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;</para>
      <para>art 2 ahf/ond C Opiumwet</para>
      <para>art 10 lid 3 Opiumwet</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij op of omstreeks 29 oktober 2013 te Hilversum, althans in het</para>
      <para>arrondissement Midden-Nederland,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in</para>
      <para>elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een personenauto met kenteken</para>
      <para>
        [kenteken] ), een hoeveelheid van (in totaal) (ongeveer) 98,4 gram hasjiesj,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk</para>
      <para>vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep</para>
      <para>(hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst</para>
      <para>II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;</para>
      <para>art 3 ahf/ond B Opiumwet</para>
      <para>art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 11 lid 2 Opiumwet</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van <emphasis role="bold italic">22 mei 2010</emphasis> tot</para>
      <para>en met 29 oktober 2013 te Hilversum, althans in het arrondissement</para>
      <para>Midden-Nederland,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>een Imac computer, van het merk Apple (serienummer [serienummer] ), heeft</para>
      <para>verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten</para>
      <para>tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde computer,</para>
      <para>wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf</para>
      <para>verkregen goed(eren) betrof;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>4.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 16 augustus</para>
      <para>2013 tot en met 29 oktober 2013 te Hilversum, althans in het arrondissement</para>
      <para>Midden-Nederland,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>een laptop van het merk Packard Bell, type Easy Note, heeft verworven,</para>
      <para>voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het</para>
      <para>verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde laptop wist, althans</para>
      <para>redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen</para>
      <para>goed(eren) betrof;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_fdcd8c22-6270-487c-b267-f82708c442c6" label="1">
    <para> Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende proces-verbaal, nummer PL1406 2013040750, bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering (pagina 1 tot en met 3004). Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.</para>
    <para>Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f8a358dc-1c36-4466-93ca-bd5533727a6a" label="2">
    <para> Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, d.d. 29 oktober 2013, p. 112.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ee71838a-2213-490b-9e0e-48d2569805aa" label="3">
    <para> Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, d.d. 29 oktober 2013, p. 113.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f43254ca-7646-470e-a777-ccd98d0697f8" label="4">
    <para> Kennisgeving van inbeslagneming, d.d. 29 oktober 2013, p. 138 en 139.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_65990995-6ea1-403e-8d0d-421704e0eb93" label="5">
    <para> Het proces-verbaal Opiumwet, d.d. 29 oktober 2013, p. 1003.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8323362b-ca43-4f3a-8a1e-cc6036e3d0be" label="6">
    <para> Het proces-verbaal Opiumwet, d.d. 29 oktober 2013, p. 1004.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9b04ad3c-31e1-4756-a631-610533170d83" label="7">
    <para> Het proces-verbaal Opiumwet, d.d. 29 oktober 2013, p. 1003 en 1004.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f4e502f0-7de5-4951-90a0-75e79aa2ce49" label="8">
    <para> Het deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut, d.d. 20 november 2013, p. 1015.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_19c22750-003b-495e-b74e-6712c34477c2" label="9">
    <para> Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, d.d. 29 oktober 2013, p. 113.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4e7370d9-8a51-4c7f-afa5-ba10db18e9cb" label="10">
    <para> Kennisgeving van inbeslagneming, d.d. 29 oktober 2013, p. 138.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f6edfddb-ab19-48f0-b22e-a5190da75a2c" label="11">
    <para> Het proces-verbaal Opiumwet, d.d. 29 oktober 2013, p. 1003.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_31c48820-843f-4b0f-b629-4ffc0ab397f7" label="12">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, d.d. 29 oktober 2013, p. 118.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6748cc10-2c88-42a0-b011-e19255ede214" label="13">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, d.d. 29 oktober 2013, p. 120.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1e99b329-3d89-430d-81f0-b4890b5e25e7" label="14">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte, gedaan door [benadeelde] , d.d. 26 mei 2010, p. 2000 en 2001.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_158d884f-d166-499f-aa00-9bf9aee272db" label="15">
    <para> Bijlage goederen, gevoegd bij het proces-verbaal van aangifte, gedaan door [benadeelde] , d.d. 26 mei 2010, p. 2004.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_24fe6067-9536-42fa-b781-ff983747845e" label="16">
    <para> Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, d.d. 29 oktober 2013, p. 113.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_df831f90-5e46-4a06-b671-92f881eed4f5" label="17">
    <para> Kennisgeving van inbeslagneming, d.d. 30 oktober 2013, p. 155.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2a2dedd9-c2b0-48ca-9de1-0369694f93bb" label="18">
    <para> De verklaring van verdachte ter terechtzitting, d.d. 4 februari 2015.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>