<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2015:5196</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-10T17:18:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-07-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-08-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C-16-384457 - HA ZA 15-106</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_goederenrecht">Civiel recht; Goederenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>INS-Updates.nl 2015-0309</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2015:5196">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2015:5196</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-09-02T15:45:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-09-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2015:5196 Rechtbank Midden-Nederland , 12-08-2015 / C-16-384457 - HA ZA 15-106</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2015:5196:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>vraag of op rechtsgeldige wijze mededeling is gedaan van verpanding</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2015:5196:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="a30b297e-9efe-4364-960d-c8e1a416a85e" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="ed865ec3-aec2-4026-a7eb-5689a3ee87eb" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Civiel recht</para>
      <para>handelskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/16/384457 / HA ZA 15-106</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 12 augustus 2015</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HENDERIKUS JOHANNES GROOT</emphasis>,</para>
      <para>wonende te Groningen ,</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>advocaat mr. C.H. Beuker te Groningen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>naamloze vennootschap </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">SNS BANK N.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Utrecht,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. K. Heemrood-van Dijk te Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna de curator en SNS genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 6 mei 2015</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van comparitie van 25 juni 2015.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De curator vordert – samengevat en na vermindering van eis ter comparitie – een verklaring voor recht dat de tegoeden op een beleggingsrekening rechtsgeldig aan de curator zijn verpand, alsmede veroordeling van SNS tot betaling van € 120.080,00, vermeerderd met rente en kosten. De curator legt aan zijn vordering ten grondslag dat SNS uitkering aan een rekeninghouder heeft gedaan terwijl de tegoeden op de betreffende beleggingsrekening aan de curator waren verpand.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>SNS voert verweer en stelt -sterk verkort- dat de curator niet rechtsgeldig mededeling heeft gedaan van het gevestigde pandrecht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil en de beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De curator heeft op 2 april 2012 een vaststellingsovereenkomst getekend met [A] . In deze vaststellingsovereenkomst is onder meer de verplichting van [A] opgenomen om ten behoeve van de curator een pandrecht te vestigen op -kort gezegd- de beleggingsrekening van [A] bij SNS. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Op 2 april 2012 heeft [A] bij notariële akte ten behoeve van de curator een pandrecht gevestigd op de beleggingsrekening.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Het geschil draait om de uitleg van de brief die de curator op 5 april 2012 aan SNS heeft verstuurd. De inhoud van deze brief luidt -voor zover hier van belang- als volgt: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">In de vaststellingsovereenkomst voornoemd, is echter ook bepaald dat de effectenportefeuille van [A] aan de curator wordt verpand. Deze verpanding is opgenomen in de pandakte die u in concept bijgaand treft </emphasis>
          <emphasis role="bold italic"> (bijlage 4)</emphasis>
          <emphasis role="italic">. Een kopie van de definitieve geregistreerde akte zal ik u zo spoedig mogelijk doen toekomen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Deze brief kunt u dan ook beschouwen als een mededeling van het pandrecht ex art. 3:246 lid 1 BW. Ik wijs u er uitdrukkelijk op dat, nu mededeling is gedaan, u slechts bevrijdend aan de curator kunt betalen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Een mededeling zoals bedoeld in artikel 3:246 lid 1 BW is vormvrij. Partijen zijn het erover eens dat als de curator in zijn brief had volstaan met de mededeling zoals verwoord in de tweede alinea, er sprake zou zijn geweest van een rechtsgeldige mededeling. SNS stelt echter dat zij deze mededeling terzijde mocht leggen, omdat uit de daaraan voorafgaande alinea ondubbelzinnig blijkt dat het pandrecht nog niet was gevestigd. SNS heeft deze alinea aldus begrepen dat in de toekomst een pandrecht gevestigd zou gaan worden, dat daarom alleen nog maar een concept-akte beschikbaar was, en dat zodra het pandrecht gevestigd zou zijn de curator hiervan mededeling zou doen door toezending van de definitieve akte. Deze heeft SNS echter nooit ontvangen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>SNS stelt terecht dat zij zich niet hoeft te verdiepen in de rechtsverhoudingen tussen haar rekeninghouders en derden en dat er dus ook geen onderzoeksplicht rust op SNS ter zake de vraag of er al dan niet rechtsgeldig een pandrecht tot stand is gekomen. Nu de curator in zijn brief uitdrukkelijk schrijft dat er sprake was van een mededeling als bedoeld in art. 3:246 lid 1 BW en ook dat slechts aan hem bevrijdend kon worden betaald, was het daarom dus ook niet aan SNS om op basis van haar interpretatie van de voorgaande alinea (die inderdaad ook gelezen kan worden op de door SNS bepleitte wijze) de conclusie te trekken dat er nog geen pandrecht tot stand was gekomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>SNS stelt subsidiair dat de mededeling geen doel heeft getroffen, omdat de mededeling niet ziet op de juiste verpanding. Zij voert daartoe aan dat de mededeling ziet op de concept-akte en niet op de definitieve akte. Omdat de bank niet bekend was met de definitieve akte, kon de mededeling daar niet op zien, aldus de bank. Dit verweer slaagt niet. Uit de brief van 5 april 2012 blijkt dat de mededeling ziet op de verpanding van de effectenportefeuille van [A] . Anders dan in de jurisprudentie waar de bank naar verwijst, is er dus geen misverstand over de goederen waarop het pandrecht is gevestigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>SNS stelt tot slot dat onduidelijk blijft of de curator voornemens was een stil pandrecht of een openbaar pandrecht te vestigen. Dit verweer is in de kern gebaseerd op het uitgangspunt dat op 5 april 2012 nog geen pandrecht was gevestigd, en slaagt reeds daarom niet.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>Nu vaststaat dat in de brief van 5 april 2012 mededeling is gedaan van het pandrecht, hoeft niet meer te worden onderzocht of het bestaan van het pandrecht ook ter sprake is geweest tijdens latere telefonische contacten tussen (medewerkers van) de curator en SNS.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Schade</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>Ondanks het gevestigde pandrecht heeft SNS een bedrag van € 120.080,-- uitgekeerd aan [A] . Partijen zijn ter comparitie overeengekomen dat dit bedrag om redenen van proces-economie aan de curator kan worden toegewezen indien de rechtbank zou vaststellen dat er op rechtsgeldige wijze mededeling is gedaan van het pandrecht. Partijen zijn daarbij voorts overeengekomen dat het uiteindelijk te betalen bedrag door hen later in onderling overleg zal worden vastgesteld en dat waar nodig verrekening zal plaats vinden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <para>De rechtbank zal de wettelijke rente toewijzen op de wijze zoals gevorderd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.11.</nr>
      <para>SNS zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de curator worden begroot op:</para>
      <para>- dagvaarding	€ 	94,19</para>
      <para>- griffierecht		285,00</para>
      <para>- salaris advocaat	<emphasis role="underline">	2.842,00</emphasis> (2,0 punten × tarief € 1.421,00)</para>
      <para>Totaal	€ 	3.221,19</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.12.</nr>
      <para>De nakosten, waarvan de curator betaling vordert, zullen op de in het dictum weergegeven wijze worden begroot. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.13.</nr>
      <para>Overeenkomstig het gezamenlijk verzoek van partijen zal de rechtbank dit vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>verklaart voor recht dat de bankrekening van de heer [A] met nummer [rekeningnummer] en de SNS participatiecertificaten van de heer [A] die onder dit nummer door SNS werden geadministreerd, in april 2012 rechtsgeldig aan de curator zijn verpand,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>verklaart voor recht dat de door SNS na april 2012 gedane (schade)uitkeringen van de aan de curator verpande bankrekening en ter zake de aan de curator verpande SNS Participatiecertificaten aan een ander dan de curator, niet bevrijdend is geweest,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>veroordeelt SNS om aan de curator te betalen een bedrag van € 120.080,00 (éénhonderdtwintig duizendtachtig euro), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 22 april 2014 tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>veroordeelt SNS in de proceskosten, aan de zijde van de curator tot op heden begroot op € 3.221,19, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 19 augustus 2015 tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>veroordeelt SNS, onder de voorwaarde dat zij na onherroepelijk worden van dit vonnis niet binnen 14 dagen na aanschrijving door de curator volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:<?linebreak?>- € 131,00 aan salaris advocaat, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving,<?linebreak?>- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. L.M.G. de Weerd en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2015.<footnote-ref linkend="_53e9935e-c510-4570-94ff-f4fb99f524a9" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_53e9935e-c510-4570-94ff-f4fb99f524a9" label="1">
    <para>type: LdW/878</para>
    <para>coll:</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>