<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2015:2971</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-10T06:24:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-04-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-04-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">3817509</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>PFR-Updates.nl 2015-0156</rdf:li>
          <rdf:li>ERF-Updates.nl 2015-0206</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2015:2971">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2015:2971</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-04-29T14:36:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-04-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2015:2971 Rechtbank Midden-Nederland , 24-04-2015 / 3817509</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2015:2971:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voorligt het verzoek om op grond van artikel 4:198 BW te bepalen dat de bekende erfgenamen bevoegd zijn om als vereffenaars op te treden. De notaris heeft onderzoek gedaan naar de erfgenamen, maar mogelijk is er nog een aantal onbekende erfgenamen (waarvan de contactgegevens ontbreken). Dit heeft tot gevolg dat de vereffening, waaronder het betalen van schuldeisers, niet kan plaatsvinden. De kantonrechter overweegt dat toewijzing van het verzoek in het belang van de schuldeisers is. Het alternatief is dat de rechtbank wordt verzocht een vereffenaar te benoemen, maar daarmee worden de kosten van de vereffening hoger. Dat wordt in deze zaak niet in het belang van de schuldeisers wordt geacht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2015:2971:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Afdeling Familierecht</para>
    <para>kantonrechter</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>locatie Utrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: 3817509 UT VERZ  15-1959 RHM/1527</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Beschikking van 24 april 2015</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekers],</emphasis>
      </para>
      <para>gemachtigde: <emphasis role="bold">notaris mr. J.A. Kool</emphasis>,</para>
      <para>kantoor houdende te Zeist,</para>
      <para>verder te noemen verzoekers.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekers hebben het verzoek gedaan in hun hoedanigheid van erfgenamen in de nalatenschap van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [A]
        </emphasis>, geboren te [geboorteplaats] op [1924], overleden te [woonplaats] op [2012], laatst gewoond hebbende te [woonplaats]. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 28 januari 2015 vragen verzoekers de kantonterechter op grond van artikel 4:198 van het Burgerlijk Wetboek (BW) te bepalen dat verzoekers zowel afzonderlijke als tezamen de bevoegdheden als vereffenaars uitoefenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 9 maart 2015 heeft de kantonrechter bericht het voornemen te hebben om het verzoek af te wijzen. Hierop is door verzoekers bij brief van 27 maart 2015 gereageerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Telefonisch is op 2 april 2015 bericht dat verzoekers geen behoefte hebben aan een mondelinge behandeling van het verzoek.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De overwegingen van de kantonrechter</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorligt het verzoek om op grond van artikel 4:198 BW te bepalen dat verzoekers, zijnde de bekende erfgenamen in deze nalatenschap, bevoegd zijn om als vereffenaars op te treden. De nalatenschap is door verzoekers beneficiair aanvaard, zodat alle erfgenamen op grond van artikel 4:195 lid 1 BW vereffenaar zijn.  </para>
      <para>Artikel 4:198 BW bepaalt, kort gezegd, dat de erfgenamen hun bevoegdheden als vereffenaars van de beneficiair aanvaarde nalatenschap tezamen uitoefenen, tenzij de kantonrechter anders bepaalt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de stukken blijkt dat erflater niet bij testament over haar uiterste wil heeft beschikt zodat de vererving volgens de wet van toepassing is. Erflater was ten tijde van haar overlijden ongehuwd en zij laat geen afstammelingen achter. Evenmin had zij broers en/of zusters, zodat de afstammelingen van haar grootouders de erfgenamen zijn. De gemachtigde heeft onderbouwd wie de op dit moment opgespoorde erfgenamen zijn. Er is echter mogelijk nog een aantal onbekende erfgenamen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter overweegt dat de schulden van de nalatenschap thans niet kunnen worden voldaan, omdat de (gevolmachtigde van de) erven geen toegang krijgen tot de gelden van de nalatenschap. Immers op grond van artikel 4:198 BW zijn alle erfgenamen tezamen, dus de inclusief (eventuele) onbekende erfgenamen, bevoegd om de taken van de vereffenaar uit te oefenen. Daarom vragen verzoekers nu dat de kantonrechter bepaalt dat verzoekers de bevoegdheden als vereffenaars tezamen uitoefenen. Bij toewijzing van dit verzoek kunnen de schulden wel worden voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vereffening van een nalatenschap heeft tot doel heeft de positie van de schuldeisers te waarborgen. Toewijzing van het voorliggende verzoek is gelet op het voorgaande in het belang van de schuldeisers. Het alternatief zou zijn dat de thans bekende erfgenamen de rechtbank verzoeken om benoeming van een vereffenaar. Daarmee worden de kosten van de vereffening hoger, zonder dat er aanleiding is om te oordelen dat de schuldeisers de daaraan verbonden bescherming ook nodig zouden kunnen hebben. De achtergrond van het verzoek is er immers in gelegen dat niet vaststaat dat verzoekers alle erfgenamen zijn en dat daardoor de vereffening, waaronder het betalen van schuldeisers, niet kan plaatsvinden. Daarbij is nog van belang dat niet is gebleken dat het onderzoek door de notaris naar de erfgenamen van erflaatster zodanig beperkt is dat daarin reden zou kunnen worden gevonden om het verzoek niet toe te wijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter ziet gezien het voorgaande aanleiding om het verzoek toe te wijzen en als volgt te beslissen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter bepaalt dat verzoekers de bevoegdheden als vereffenaars tezamen uitoefenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is gegeven door mr. A.A.T. van Rens, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier, mr. R.H.M. den Ouden, in het openbaar uitgesproken op </para>
              <para>24 april 2015.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>