<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2015:2352</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T00:29:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-03-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16-661424-13</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2015:2352">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2015:2352</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-04-30T11:38:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-04-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2015:2352 Rechtbank Midden-Nederland , 27-03-2015 / 16-661424-13</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2015:2352:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak aanranding schoondochter + haar moeder.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2015:2352:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Strafrecht</para>
      <para>Zittingslocatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 16/661424-13 [P]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer d.d. 27 maart 2015</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren [1941] te [geboorteplaats]</para>
      <para>wonende te [postcode] [woonplaats], [adres]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsvrouw mr. H.S.K. Jap-A-Joe, advocaat te Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 16 maart 2015, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
      <para>feit 1	in de periode van 1 juli 2010 tot en met 31 juli 2010 [slachtoffer 1] heeft aangerand;</para>
      <para>feit 2	in de periode van 1 januari 2010 tot en met 19 januari 2011 [slachtoffer 2] heeft aangerand.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht, gelet op de wisselende en/of tegenstrijdige verklaringen van de aangeefsters en getuigen, mede bezien in het licht van de onderlinge verhoudingen, niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de hem onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft gepleegd.</para>
        <para>Verdachte dient derhalve vrijgesproken te worden van de hem tenlastegelegde feiten.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. De raadsvrouw heeft daartoe aangevoerd dat de onder 1 en 2 ten laste gelegde handelingen, gelet op de context waar binnen een en ander zich heeft afgespeeld, niet gekwalificeerd kunnen worden als een aanranding in de zin van artikel 246 van het Wetboek van Strafrecht. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank is, met de officier van justitie en de verdediging, van oordeel dat de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten niet wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank houdt daarbij rekening met de onderlinge verstandhoudingen tussen verdachte en zijn vrouw enerzijds en beide aangeefsters anderzijds. De kleindochter van verdachte, [getuige 1], tevens dochter respectievelijk kleindochter van de aangeefsters [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], heeft destijds aangifte van seksueel misbruik tegen verdachte gedaan. Deze aangifte is later  als onbetrouwbaar aangemerkt. </para>
        <para>Op dezelfde dag dat [slachtoffer 1] aangifte heeft gedaan namens haar dochter, hebben [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ook aangifte tegen verdachte gedaan.</para>
        <para>De onderlinge verhoudingen zijn dermate verslechterd dat men al lange tijd geen contact meer met elkaar heeft</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verklaringen van [slachtoffer 1] en haar – inmiddels overleden – echtgenoot [getuige 2], lopen uiteen over het tijdbestek wanneer zij hem verteld zou hebben dat er wat was gebeurd. Voorts heeft [getuige 2] verklaard dat zij had verteld dat verdachte haar had vastgepakt en dat zij niet had verteld wat er was gebeurd. Verdachte heeft verklaard dat hij de schouders van [slachtoffer 1] had aangeraakt en dat er verder niets was gebeurd.</para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat op basis van de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen, kan niet worden vastgesteld wat er werkelijk is gebeurd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de aangifte van [slachtoffer 2] volgt dat het zou gaan om een reeks van incidenten, die zich met name als men op bezoek kwam, bij de begroetingen, afspeelden. Uit haar latere verklaring volgt dat het zou gaan om twee incidenten. Haar kleindochter [getuige 1] zou getuige geweest zijn van een van deze incidenten. Verder zou verdachte zich bij de eerder genoemde begroetingen niet ongepast hebben gedragen. De echtgenoot van [slachtoffer 2] verklaart in eerste instantie zeker wel driemaal gezien te hebben dat verdachte bij een begroeting de borsten van zijn vrouw aanraakte. In zijn latere verklaring geeft hij aan dat hij dit eenmaal heeft gezien. De kleindochter [getuige 1] geeft aan dat zij had gezien dat verdachte haar oma, [slachtoffer 2], bij de borst aanraakte. </para>
        <para>De rechtbank kan, gelet op de wisselende verklaringen van aangeefster en haar echtgenoot en de waardering van de verklaringen van [getuige 1], bezien in het licht van de onderlinge verstandhoudingen, niet vaststellen wat er daadwerkelijk is gebeurd.   </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van de hem ten laste gelegde feiten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="bold">spreekt verdachte vrij</emphasis> van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.J.M. Mol, voorzitter, mr. L.M.G de Weerd en </para>
      <para>mr. O.P. van Tricht, rechters, in tegenwoordigheid van G. van Engelenburg, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 27 maart 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BIJLAGE I: De tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 01 juli 2010 tot en met 31 juli 2010 te Stadtkyll, in ieder geval in Duitsland, door geweld en/of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld en/of een andere feitelijkheid [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het plegen en/of</para>
      <para>dulden van een of meer ontuchtige handelingen, immers heeft hij die [slachtoffer 1] gedwongen te dulden dat hij, verdachte, (terwijl hij geheel naakt was en/of achter die [slachtoffer 1] was gaan staan/stond)</para>
    </parablock>
    <para>- onverhoeds (de voorzijde van) zijn (naakte) lichaam tegen (de achterzijde) van het (onder)lichaam van die [slachtoffer 1] duwde en/of drukte en/of die [slachtoffer 1] (stevig) vasthield met zijn arm(en) om haar (boven)lichaam heen en/of</para>
    <para>- onverhoeds zijn hand(en) op de met kleding bedekte borst(en) en/of rug van die [slachtoffer 1] legde en/of de met kleding bedekte borst(en) en/of rug van die [slachtoffer 1] aanraakte en/of betaste en/of</para>
    <para>- onverhoeds de met kleding bedekte vagina en/of schaamstreek van die [slachtoffer 1] betaste en/of aanraakte;</para>
    <para>art 246 Wetboek van Strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 19 januari 2011 te Amersfoort, althans in het arrondissement Utrecht, in ieder geval in Nederland, door geweld en/of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld</para>
      <para>en/of een andere feitelijkheid [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, immers heeft hij die [slachtoffer 2] gedwongen te dulden dat hij op één of meer tijdstip(pen) (telkens)</para>
    </parablock>
    <para>- onverhoeds (de onderzijde van) de borst(en) van die [slachtoffer 2] aanraakte en/of betastte en/of</para>
    <para>- onverhoeds die [slachtoffer 2] op de mond kuste en/of</para>
    <para>- voornoemde handeling(en) (telkens) opnieuw (plotseling) uitvoerde, terwijl die [slachtoffer 2] één of meerma(a)l(en) (telkens) aan hem, verdachte, kenbaar heeft gemaakt deze handelingen niet te willen dulden, door hem, verdachte, (herhaaldelijk, na het uitvoeren van voornoemde handeling(en)) weg te duwen en/of de woorden toe te voegen "Niet doen, ophouden" of woorden van gelijke aard en/of strekking;</para>
    <para>art 246 Wetboek van Strafrecht</para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>