<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2015:1266</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-04T08:52:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-03-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-02-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16-994250-13</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2015-1219</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2015051305</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2015:1266">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2015:1266</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-05-06T12:17:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-05-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2015:1266 Rechtbank Midden-Nederland , 23-02-2015 / 16-994250-13</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2015:1266:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling ter zake van fraude met omzetbelasting</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2015:1266:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Strafrecht</para>
      <para>Zittingslocatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/994250-13 (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige strafkamer van 23 februari 2015</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren [1977] te [geboorteplaats] (Marokko),</para>
      <para>ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres </para>
      <para>
        [adres], [postcode] [woonplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para>Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 9 februari 2015. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. R.J. Boswijk, advocaat te Rotterdam. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
      <para>in de periode van 26 september 2007 tot en met 14 juli 2010 feitelijke leiding heeft gegeven aan [bedrijf] die telkens opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting heeft gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Voorvragen</title>
    <para>De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen te verklaren.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft geen bewijsverweren gevoerd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Aangezien verdachte het feit heeft bekend en de raadsman niet tot vrijspraak heeft gepleit, volstaat de rechtbank, met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering, met een opsomming van de bewijsmiddelen.<footnote-ref linkend="_ce2d761d-b621-4eb8-b159-dd756644c091" /></para>
      </parablock>
      <para>1. De aangiften omzetbelasting, ingediend namens [bedrijf];<footnote-ref linkend="_b7cc56e8-6562-4400-9b2c-6826440a134b" /></para>
      <para>2. De ambtsedige verklaring, opgemaakt door [A], ambtenaar bij de Belastingdienst;<footnote-ref linkend="_d2c83738-a45f-49f0-9f62-be770badc66b" /></para>
      <para>3. De bekennende verklaring van verdachte.<footnote-ref linkend="_e7c89a4f-11e4-4875-aaf8-1c8135466e26" /></para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para>De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [bedrijf] op meer tijdstippen in de periode van 26 september 2007 tot en met 24 juli 2010 in de gemeente(n) Almere en/of Apeldoorn en/of Heerlen en/of elders in Nederland, telkens opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte als bedoeld in de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen, te weten aangiften voor de omzetbelasting over de maanden:</para>
      <para>-januari 2007 en februari 2007 en maart 2007 en april 2007 en mei 2007 en juni 2007 en juli 2007 en augustus 2007 en september 2007 en oktober 2007 en november 2007 en december 2007 en</para>
      <para>-januari 2008 en februari 2008 en maart 2008 en april 2008 en mei 2008 en juni 2008 en juli 2008 en augustus 2008 en september 2008 en oktober 2008 en november 2008 en december 2008 en</para>
      <para>-januari 2009 en februari 2009 en maart 2009 en april 2009 en mei 2009 en juni 2009 en juli 2009 en augustus 2009 en september 2009 en oktober 2009 en november 2009 en december 2009 en </para>
      <para>-januari 2010 en februari 2010 en maart 2010 en april 2010 en mei 2010 en juni 2010,</para>
      <para>onjuist heeft gedaan, immers heeft die [bedrijf] telkens opzettelijk op de bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te Almere en/of Apeldoorn</para>
      <para>en/of Heerlen ingediende aangiften omzetbelasting over genoemde maanden telkens een te laag belastbaar bedrag, terwijl dat feit telkens ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven,</para>
      <para>aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte telkens leiding heeft gegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <parablock>
      <para>Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als</para>
      <para>Opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, terwijl verdachte aan de verboden gedraging feitelijke leiding heeft gegeven, meermalen gepleegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>Motivering van de straffen en maatregelen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De eis van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft verzocht geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen en te volstaan met een voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim drie jaar schuldig gemaakt aan het feitelijk leiding geven aan het doen van onjuiste aangiften omzetbelasting door zijn BV. Al die jaren is er telkens een nihilaangifte ingediend, terwijl uit het dossier blijkt dat [bedrijf] gedurende deze jaren wel degelijk omzet had, bij haar klanten ook omzetbelasting in rekening bracht en betaald kreeg, maar deze gelden vervolgens niet afdroeg aan de Belastingdienst. Hiermee heeft verdachte willens en wetens de Belastingdienst en dus de Staat benadeeld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ter zitting is discussie geweest over de berekening van het nadeel voor de Belastingdienst. De rechtbank gaat er op basis van die discussie en de inhoud van het dossier vanuit dat dit bedrag in ieder geval ligt tussen de € 150.000,-- en € 300.000,--. Bij een fraudebedrag van een dergelijke omvang geven de oriëntatiepunten van de LOVS aan dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf tussen de 9 en 12 maanden passend is.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank houdt bij de strafoplegging rekening met het de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 30 december 2014, waaruit blijkt dat verdachte voor het laatst is veroordeeld voor een strafbaar feit in 2004. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ter zitting is door de verdediging aangevoerd dat verdachte zijn leven op orde heeft en een gezin onderhoudt. Voorts runt verdachte nog steeds een eigen schoonmaakbedrijf.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend is. Gelet op het hoge nadeelbedrag doet een andere strafmodaliteit geen recht aan de ernst van de gepleegde feiten. De rechtbank zal wel rekening houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en daarom een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd. Een deel van de op te leggen straf zal de rechtbank voorwaardelijk opleggen met het doel dat verdachte zich in de toekomst niet opnieuw schuldig zal maken aan het plegen van strafbare feiten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, passend en geboden en zal zij deze straf aan verdachte opleggen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c en 51 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 68 en 69 van de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde en op de reeds aangehaalde artikelen</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
      <para>Opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, terwijl verdachte aan de verboden gedraging feitelijke leiding heeft gegeven, meermalen gepleegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van <emphasis role="bold">10 (tien) maanden</emphasis>.</para>
      <para>Bepaalt dat een gedeelte, te weten <emphasis role="bold">4 (vier) maanden</emphasis>, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.</para>
      <para>De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren schuldig maakt aan een strafbaar feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Maanen, voorzitter, mrs. A.M. Verhoef en V. van Dam, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. Willemsen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 23 februari 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BIJLAGE: De tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [bedrijf] op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode</para>
      <para>van 26 september 2007 tot en met 24 juli 2010 in de gemeente(n) Almere en/of</para>
      <para>Apeldoorn en/of Heerlen en/of elders in Nederland, (telkens) opzettelijk (een)</para>
      <para>bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet</para>
      <para>inzake rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting</para>
      <para>over de maanden:</para>
      <para>-januari 2007 en/of februari 2007 en/of maart 2007 en/of april 2007 en/of mei</para>
      <para>2007 en/of juni 2007 en/of juli 2007 en/of augustus 2007 en/of september 2007</para>
      <para>en/of oktober 2007 en/of november 2007 en/of december 2007 en/of</para>
      <para>-januari 2008 en/of februari 2008 en/of maart 2008 en/of april 2008 en/of mei</para>
      <para>2008 en/of juni 2008 en/of juli 2008 en/of augustus 2008 en/of september 2008</para>
      <para>en/of oktober 2008 en/of november 2008 en/of december 2008 en/of</para>
      <para>-januari 2009 en/of februari 2009 en/of maart 2009 en/of april 2009 en/of mei</para>
      <para>2009 en/of juni 2009 en/of juli 2009 en/of augustus 2009 en/of september 2009</para>
      <para>en/of oktober 2009 en/of november 2009 en/of december 2009 en/of</para>
      <para>-januari 2010 en/of februari 2010 en/of maart 2010 en/of april 2010 en/of mei</para>
      <para>2010 en/of juni 2010,</para>
      <para>onjuist en/of onvolledig heeft gedaan,</para>
      <para>immers heeft die [bedrijf] (telkens) opzettelijk op het bij de</para>
      <para>Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te Almere en/of Apeldoorn</para>
      <para>en/of Heerlen ingediende aangifte(n) omzetbelasting over genoemd(e) maand(en)</para>
      <para>(telkens) een te laag belastbaar bedrag, althans (telkens) een te laag bedrag</para>
      <para>aan belasting opgegeven, terwijl dat feit (telkens) ertoe strekte dat te</para>
      <para>weinig belasting werd geheven,</para>
      <para>tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte al dan</para>
      <para>niet tezamen met een ander of anderen (telkens) opdracht heeft gegeven, dan</para>
      <para>wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte al dan niet</para>
      <para>tezamen met een ander of anderen, (telkens) leiding heeft gegeven;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover</para>
      <para>daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde betekenis is</para>
      <para>gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;</para>
      <para>art 68 lid 1 ahf/ond a Algemene wet inzake rijksbelastingen</para>
      <para>art 69 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen</para>
      <para>art 51 lid 2 ahf/ond 2° Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_ce2d761d-b621-4eb8-b159-dd756644c091" label="1">
    <para> Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier (FIOD-ECD Kantoor Zwolle, Gefisnr. 50566) bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.</para>
    <para>Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b7cc56e8-6562-4400-9b2c-6826440a134b" label="2">
    <para> D-102, D-103, D-104 en D-105.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d2c83738-a45f-49f0-9f62-be770badc66b" label="3">
    <para> D-027.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e7c89a4f-11e4-4875-aaf8-1c8135466e26" label="4">
    <para> De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 9 februari 2015.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>