<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2015:1127</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T13:10:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-02-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-02-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16.659429-14 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Lelystad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2015:1127">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2015:1127</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-02-25T15:01:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-02-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2015:1127 Rechtbank Midden-Nederland , 25-02-2015 / 16.659429-14 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2015:1127:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>De rechtbank spreekt een man uit Lelystad vrij voor het seksueel binnendringen van het lichaam van een vrouw. </para>
        <para>Dit zou volgens aangeefster zijn gebeurd met een vinger. </para>
        <para>De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakte de ten laste gelegde feiten.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2015:1127:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Strafrecht</para>
      <para>Zittingslocatie Lelystad</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16.659429-14 (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 25 februari 2015</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [1955] te [geboorteplaats], </para>
      <para>wonende te [woonplaats], [adres].</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter openbare terechtzitting op 11 februari 2015, waarbij de verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. O. Bolluyt, advocaat te Lelystad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. M. Kamper en van de standpunten door de raadsman van verdachte naar voren gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE TENLASTELEGGING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Primair</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 10 mei 2013 te Lelystad, althans in het arrondissement Midden-Nederland, door een feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die hebben bestaan uit of mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte onverhoeds zijn vinger in de vagina van die [slachtoffer] gestoken/gebracht, </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">en bestaande die feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte als fysiotherepeut in het kader van een behandeling van die [slachtoffer] en/of als uitvloeisel van die behandeling die [slachtoffer]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- in de schaamstreek/lies heeft gemasseerd en/of gewreven en/of (vervolgens) zeer onverhoeds en onvoorzien voor die [slachtoffer] zijn vinger in haar vagina heeft gestoken/gebracht en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- in een afhankelijkheidsrelatie met hem, verdachte, heeft gebracht en een vertrouwensrelatie met die [slachtoffer] heeft opgebouwd en zodoende een psychisch overwicht op die [slachtoffer] heeft opgebouwd/verworven;</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Subsidiair</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 10 mei 2013 te Lelystad, althans in het arrondissement Midden-Nederland, terwijl hij werkzaam was als fysiotherapeut in de gezondheidszorg, ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer] die zich als patiënt en/of cliënt aan verdachtes hulp en/of zorg had toevertrouwd, immers heeft hij, verdachte, tijdens een behandeling onverhoeds zijn vinger in de vagina van die [slachtoffer] gestoken en/of de vagina en/of de schaamstreek van die [slachtoffer] betast;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE VOORVRAGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEWIJSMIDDELEN EN DE BEOORDELING DAARVAN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het primair ten laste gelegde en gevorderd het subsidiair ten laste gelegde, uitgezonderd het met een vinger in de vagina steken bewezen te verklaren. Daartoe heeft zij verwezen naar de aangifte en verklaring van [slachtoffer] afgelegd bij de rechter-commissaris, de verklaringen van [getuige 1], de verklaring van [getuige 2] en de sms-berichten tussen verdachte en [slachtoffer].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft – blijkens een aan de rechtbank overlegde pleitnota – algehele vrijspraak betoogd. Als onderbouwing heeft de raadsman aangevoerd dat de aangifte en verklaringen van [slachtoffer] inconsistent en onbetrouwbaar zijn en onafhankelijk bewijs ontbreekt. Tevens heeft de raadsman betoogd dat de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] onbetrouwbaar zijn en een alternatief scenario niet uitgesloten is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich op 10 mei 2013 schuldig heeft gemaakt aan het primair dan wel subsidiair ten laste gelegde. Daartoe overweegt de rechtbank het navolgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Primair ten laste gelegde</emphasis>
      </para>
      <para>Ten aanzien van het primair ten laste gelegde binnendringen met de vinger in de vagina van [slachtoffer] overweegt de rechtbank dat de verklaring van aangeefster onvoldoende onderbouwd wordt door de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2]. Uit de navolgende verklaringen blijkt immers niet dat verdachte tegenover [getuige 1] en [getuige 2] erkend zou hebben dat hij met zijn vinger de vagina van [slachtoffer] heeft binnengedrongen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [getuige 1] verklaarde op 4 juni 2013 bij de politie:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">…”Toen zijn we er nog een keer met zijn drieën langsgegaan. [verdachte] heeft alles toegegeven.”</emphasis>
      </para>
      <para>Bij de rechter-commissaris beantwoordde [getuige 1] op 29 januari 2015 de vraag van de raadsman wat er toen besproken is met:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">…”Wat er gebeurd is. [verdachte] zei dat het waar was wat er gebeurd was. Ik weet niet meer precies wat er is gezegd. Hij gaf toe dat [slachtoffer] zich uit moest kleden en dat hij aan haar kruis had gezeten.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [getuige 2] verklaarde op 23 juli 2013 bij de politie:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">…”Ik begreep dat [verdachte] aan [getuige 1] en [getuige 2] had toegegeven dat hij [getuige 2] onzedelijk betast had.”</emphasis>
      </para>
      <para>Aangeefster en verdachte hebben sms berichten over en weer gestuurd. Aangeefster heeft weliswaar op 10 mei 2013 al naar verdachte een sms-bericht gestuurd heeft dat hij met zijn vinger in haar “doos” heeft gezeten en verdachte heeft dit vervolgens niet ontkend . Maar na het versturen van voornoemde  sms-berichten door aangeefster en verdachte, hebben aangeefster, [getuige 1] en [getuige 2] verdachte geconfronteerd  met het incident en hebben zij getracht  verdachte een bekentenis af te laten leggen. Door dit handelen, bestaat bij de rechtbank twijfel omtrent de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster, [getuige 1] en [getuige 2]. In dat licht acht de rechtbank bovengenoemd sms bericht van 10 mei 2013 onbruikbaar als steunbewijs voor de aangifte van aangeefster.</para>
      <para>
        <?linebreak?>De rechtbank zal verdachte derhalve vrijspreken van het primair ten laste gelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Subsidiair ten laste gelegde</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank overweegt dat uit de aangifte van [slachtoffer] niet blijkt dat verdachte de vagina dan wel de schaamstreek betast heeft. Aangeefster [slachtoffer] heeft enkel verklaard over het met de vinger binnendringen van haar vagina. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het subsidiair ten laste gelegde. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart niet bewezen hetgeen primair en subsidiair aan verdachte is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partij</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer] in haar vordering niet-ontvankelijk is en dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. C.A.M. van Straalen-Coumou, voorzitter, mrs. C.A. de Beaufort en O.P. van Tricht, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.E. Doornwaard, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 februari 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzitter en mr. O.P. van Tricht zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>