<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2014:7555</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T10:41:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-07-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-09-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/661558-14 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2014:7555">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2014:7555</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-08-14T14:07:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-08-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2014:7555 Rechtbank Midden-Nederland , 23-09-2014 / 16/661558-14 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2014:7555:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft trachten te verschaffen door middel van braak.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2014:7555:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Strafrecht</para>
      <para>Zittingslocatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/661558-14 (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige strafkamer van 23 september 2014</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [1983] ,</para>
      <para>wonende aan [adres]</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 9 september 2014. De verdachte is niet ter terechtzitting verschenen. Ter terechtzitting heeft mr. A.W. Syrier, advocaat te Utrecht, namens verdachte het woord gevoerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat de raadsman naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">verdachte op 5 juni 2014 te [woonplaats] al dan niet samen met anderen heeft geprobeerd in te breken in een woning aan de [adres] .</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd, gelet op de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen, dat het ten laste gelegde feit bewezen dient te worden verklaard. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft vrijspraak bepleit, aangezien geen sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking. Verdachte wist, aldus de verdediging, niet dat zijn medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] wilden gaan inbreken. De verklaring van [medeverdachte 1] is volgens de verdediging het enige element op basis waarvan medeplegen zou kunnen worden geconstrueerd. Die verklaring is inconsistent en onbetrouwbaar, zodat met die verklaring terughoudend dient te worden omgegaan, aldus de raadsman. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen uit van de volgende feiten en omstandigheden.<footnote-ref linkend="_9e9a81cb-7a68-48d5-8085-6d7713a21ace" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [aangever] heeft op donderdag 19 juni 2014 aangifte gedaan van een poging inbraak in zijn woning. Hij is de eigenaar van de woning aan de [adres] .<footnote-ref linkend="_7392cbb6-60a5-4ef4-bf24-9bb2528020d0" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op donderdag 5 juni 2014, omstreeks 10.40 uur, hoorde verbalisant [verbalisant 1] de medewerker van de meldkamer zeggen dat ze moesten gaan naar de [adres] . Ter hoogte van de [adres] stapte hij uit en rende de [adres] in. Hij liep ter hoogte van huisnummer [nummer] en zag op dat moment nog niets van de verdachten of de auto. Hij hoorde wel diverse keren hard gebonk en gekraak van hout. Hij rende door en zag dat voor de garagedeur bij huisnummer [nummer] een grijze Kia Sportage stond. De auto was achteruit ingeparkeerd links van de woning. [verbalisant 1] zag dat de achterklep van de auto openstond. Tussen de achterkant van de auto en de garagedeur zag [verbalisant 1] twee mannen staan. Eén man had een blauwe jas aan en één man een zwarte bodywarmer. De man met de zwarte bodywarmer stond met zijn gezicht richting de voordeur van de woning en was kennelijk met de voordeur bezig. De man met de blauwe jas stond direct achter de man met de zwarte bodywarmer. [verbalisant 1] rende op de mannen af en pakte beide mannen bij hun jas vast. Hij zag dat de voordeur van de woning ter hoogte van het slot flink beschadigd was. Hij vertelde de mannen dat ze waren aangehouden. Vervolgens hoorde hij dat de motor van de Kia werd gestart. [verbalisant 1] hoorde dat de motor veel toeren maakte en vervolgens rechtdoor, met hoge snelheid, wegreed. De achterklep van de auto stond open bij het wegrijden.<footnote-ref linkend="_6a343d33-1910-42e2-86b5-bb55a860a8ce" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op donderdag 5 juni omstreeks 11.03 zag verbalisant [verbalisant 2] uit de richting van de Beeldentuinlaan een manspersoon zijn kant op komen. Deze persoon bleek later verdachte [verdachte] te zijn. [verbalisant 2] trof in de linkerbroekzak van verdachte autosleutels van het merk Kia aan.<footnote-ref linkend="_10ab818d-4a1e-48d6-9b33-2c6b4cd32d93" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij op 5 juni 2014 in een grijze Kia reed. Op een gegeven moment zijn [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] bij hem in de auto gestapt. [medeverdachte 1] zei tegen verdachte dat hij hem en [medeverdachte 2] moest afzetten bij iemand. Bij de woning aangekomen maakte [medeverdachte 1] handgebaren naar verdachte. Verdachte heeft de auto vervolgens achterwaarts de oprit opgereden.<footnote-ref linkend="_ed6a4b2c-1a7e-452a-9eac-1fb00162eee9" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bewijsoverweging</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat verdachte bewust en nauw heeft samengewerkt met zijn medeverdachten teneinde (te trachten) in te breken op de [adres] . De rechtbank baseert zich daarbij met name op de omstandigheid dat verdachte met zijn twee medeverdachten naar de desbetreffende woning in [woonplaats] is gereden, de auto achteruit op de oprit heeft geparkeerd, in de auto is blijven wachten terwijl zijn medeverdachte(n) met hard gebonk en gekraak de deur van de woning trachtte(n) te forceren en verdachte op het moment dat de politie ter plaatse kwam, met hoge snelheid en een open achterklep is weggereden. Hieruit concludeert de rechtbank dat verdachte wist van de plannen om in te breken en dat verdachte intensief betrokken was bij de uitvoering van deze plannen. Verdachte had de rol van chauffeur, waarbij hij ervoor moest zorgen dat de auto het zicht op de deur van de woning ontnam. Verdachte distantieerde zich niet toen zijn medeverdachten bezig waren de woning open te breken, maar stond klaar om direct te kunnen wegrijden op het moment dat de inbraak was voltooid. Verdachte is aldus schuldig aan het medeplegen van een poging tot woninginbraak.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Nu de rechtbank de verklaring van [medeverdachte 1] niet heeft gebruikt voor de beantwoording van de vraag of verdachte schuldig is aan medeplegen van een poging tot diefstal, kan het verweer van de raadsman onbesproken blijven.   </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op 05 juni 2014 te [woonplaats]  ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen,  met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning, gelegen aan het perceel [adres] , weg te nemen een hoeveelheid vaten geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededaders en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen  door middel van braak, tezamen en in vereniging met anderen als volgt heeft gehandeld: zijnde en hebbende hij, verdachte, en zijn mededaders naar de woning voornoemd toegegaan en vervolgens  een hard/scherp voorwerp op/tegen/in de (voor)deur gestoken/geduwd/gepord, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft trachten te verschaffen door middel van braak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>Motivering van de straffen en maatregelen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De eis van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door hem bewezen geachte feit, zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 maanden, met aftrek van voorarrest, met een proeftijd van 2 jaren.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Bovendien heeft de officier van justitie op de raadkamerzitting van 19 juni 2014 bepleit dat artikel 67a, lid 3,Wetboek van Strafvordering in zicht komt, zodat volgens de verdediging in elk geval geen langere vrijheidsbenemende straf kan worden opgelegd dan de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten, te weten 50 dagen.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot woninginbraak. De verdachte heeft met zijn poging tot woninginbraak schade veroorzaakt en heeft daarbij alleen gedacht aan zijn eigen financiële gewin. Daarnaast veroorzaken woninginbraken niet alleen materiële schade, maar maken ook een forse inbreuk op de privacy van de bewoners.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank voorts acht geslagen op:</para>
      </parablock>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 21 juli 2014 van 3 pagina’s waaruit onder meer blijkt dat verdachte op 10 maart 2011 voor een inbraak is veroordeeld tot 5 weken gevangenisstraf;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een reclasseringsrapport van 8 juli 2014. Daaruit volgt dat de reclassering geen inschatting kan geven over de kans op recidive en niet duidelijk is in hoeverre verdachte zich zal houden aan eventuele voorwaarden. Toezicht op bijzondere voorwaarden en interventies/behandelingen zijn naar het oordeel van de reclassering niet geïndiceerd. De reclassering heeft zich onthouden van een advies over de sanctie.  </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden, acht de rechtbank passend en geboden een gevangenisstraf van <emphasis role="bold">90 dagen </emphasis>waarvan <emphasis role="bold">40 dagen </emphasis>voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest, met een proeftijd van 2 jaar. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Nu de rechtbank is gekomen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 50 dagen en zodoende verdachte geen langere onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf is opgelegd dan de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten, behoeft het betoog van de raadsvrouw omtrent de door de officier van justitie bij raadkamer gedane verwijzing naar artikel 67a, lid 3, Wetboek van Strafvordering geen verdere bespreking. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45, 47 en 311 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde en op de reeds aangehaalde artikelen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft trachten te verschaffen door middel van braak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van <emphasis role="bold">90 (negentig) dagen.</emphasis></para>
      <para>Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat een gedeelte, te weten <emphasis role="bold">40 (veertig) dagen</emphasis>, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren schuldig maakt aan een strafbaar feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. S. Wijna, voorzitter,</para>
      <para>mr. J.F. Haeck en R.L.M. van Opstal, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M.J.C.J. Evers, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 23 september 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. R.L.M. van Opstal is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">BIJLAGE : De tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan [verdachte] wordt ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 05 juni 2014 te [woonplaats] en/of Utrecht, althans in het</para>
      <para>arrondissement Midden-Nederland, ter uitvoering van het door verdachte</para>
      <para>voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen,</para>
      <para>althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een</para>
      <para>woning, gelegen aan het perceel [adres] , weg te nemen een hoeveelheid</para>
      <para>vaten, in elk geval enig goed/geld, geheel of ten dele toebehorende aan een</para>
      <para>ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s) en zich daarbij</para>
      <para>de toegang tot die woning te verschaffen en / of die / dat weg te nemen</para>
      <para>goederen/geld onder zijn / hun bereik te brengen door middel van braak en/of</para>
      <para>verbreking en/of inklimming en/of valse sleutel,  tezamen en in vereniging met</para>
      <para>een ander of anderen, althans alleen, als volgt heeft gehandeld: zijnde en/of</para>
      <para>hebbende hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn mededader(s) naar de</para>
      <para>woning voornoemd toegegaan en/of (vervolgens) (met kracht) een hard/scherp</para>
      <para>voorwerp op/tegen/in de (voor)deur gestoken/geduwd/gepord, zijnde de</para>
      <para>uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;</para>
      <para>art 310 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrechtart 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_9e9a81cb-7a68-48d5-8085-6d7713a21ace" label="1">
    <para> Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier met registratienummer PL091A-2014144724 (paginanummers 1 tot en met 247) bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.</para>
    <para>Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7392cbb6-60a5-4ef4-bf24-9bb2528020d0" label="2">
    <para> Proces-verbaal van aangifte [aangever] , pagina 10.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6a343d33-1910-42e2-86b5-bb55a860a8ce" label="3">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 20.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_10ab818d-4a1e-48d6-9b33-2c6b4cd32d93" label="4">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] , pagina 23. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_ed6a4b2c-1a7e-452a-9eac-1fb00162eee9" label="5">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 192 bovenaan. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>