<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2014:6646</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T14:32:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-12-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-06-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">2975400 UE VERZ  14-246</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBMNE:2014:6647" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBMNE:2014:6647</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2014/960</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2014-1065</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2014-1065</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2014:6646">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2014:6646</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-12-12T14:35:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-12-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2014:6646 Rechtbank Midden-Nederland , 06-06-2014 / 2975400 UE VERZ  14-246</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2014:6646:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontbinding werkgever en extern reïntegratiebedrijf. Vraag of werknemer bij extern reïntegratiebedrijf in dienst is getreden en of de arbeidsovereenkomst met de werkgever die tot inschakeling van dat reïntegratiebedrijf heeft besloten in dienst is gebleven.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2014:6646:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Civiel recht</para>
      <para>kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 2975400 UE VERZ  14-246 k/1093</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 6 juni 2014</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">POSG Professionals B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Hedel,</para>
      <para>verder ook te noemen POSG,</para>
      <para>verzoekende partij,</para>
      <para>gemachtigde: mr. A.M. Wevers,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerder]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>verder ook te noemen [verweerder],</para>
      <para>verwerende partij,</para>
      <para>gemachtigde: mr. O.C.A. Millaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 14 april 2014 is het verzoekschrift van POSG ter griffie binnengekomen.</para>
      <para>
        [verweerder] heeft een verweerschrift ingediend.</para>
      <para>De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 19 mei 2014. Hiervan is aantekening gehouden.</para>
      <para>Hierna is uitspraak bepaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verweerder], geboren op [1958], is op 1 december 1978 in dienst van Joulz getreden. Het dienstverband geldt thans voor onbepaalde tijd. Laatstelijk vervulde hij de functie van senior uitvoerder. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In 2012 heeft bij Joulz een reorganisatie plaatsgevonden in verband met een terugloop van de omzet. Hierbij hoorde een personeelsreductie met 121 fte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot de reorganisatie is Joulz met de vakbonden een Sociaal Plan overeengekomen. </para>
      <para>In artikel 4.2, lid 1 van het Sociaal Plan staat vermeld:</para>
      <para>‘<emphasis role="italic">De medewerker die niet is geplaatst en boventallig is verklaard heeft de keuze tussen begeleiding van werk naar werk via een extern reintegratiebedrijf of vrijwillig ontslag met een vertrekpremie.</emphasis>’</para>
      <para>In artikel 4.3.2, lid 1 van het Sociaal Plan staat vermeld:</para>
      <para>‘<emphasis role="italic">De begeleiding naar werk eindigt op het moment, dat de medewerker nieuw werk heeft gevonden en uit dienst treedt van het re-integratiebedrijf.</emphasis>’</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vertrekpremie bedroeg € 5.000,00 bruto per gewerkt jaar met een maximum van € 120.000,00 bruto. De begeleiding van werk naar werk via een extern reintegratiebedrijf bestond uit indiensttreding bij POSG, een bedrijf dat zich richt op loopbaanontwikkeling van mensen en dat mobiliteitsdienstverbanden aanbiedt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verweerder] is op 1 januari 2013 bij POSG in dienst getreden. Hiertoe heeft [verweerder] een arbeidsovereenkomst met POSG getekend. In die arbeidsovereenkomst is als doel opgenomen ‘het verwerven van een structurele baan (voor bepaalde of onbepaalde tijd) elders’. </para>
      <para>Joulz heeft aan POSG steeds het salaris van [verweerder] betaald. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 1 januari 2014 is [verweerder] in dienst getreden bij Van Voskuilen Woudenberg B.V. (hierna: Van Voskuilen). Hiertoe heeft [verweerder] met Van Voskuilen een arbeidsovereenkomst voor de duur van 6 maanden getekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek en het verweer</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>POSG verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst – voor zover de arbeidsovereenkomst niet reeds is geëindigd doordat [verweerder] bij Van Voskuilen in dienst is getreden – op grond van verandering van omstandigheden. Zij voert daartoe het volgende aan: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verweerder] was bij zijn toenmalige werkgever boventallig verklaard en ter uitvoering van het Sociaal Plan van Joulz is [verweerder] om hem naar nieuw werk te begeleiden bij POSG in dienst getreden. Met het in dienst treden van [verweerder] bij Van Voskuilen is het begeleiden van werk naar werk geslaagd en heeft POSG voldaan aan alle op haar uit hoofde van de arbeidsovereenkomst rustende verplichtingen. [verweerder] heeft echter geweigerd om een vaststellingsovereenkomst ter beëindiging van de arbeidsovereenkomst te tekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verweerder] heeft verweer gevoerd op de inhoud waarvan hierna - voor zover van belang - zal worden ingegaan. [verweerder] concludeert primair tot afwijzing van het verzoek en subsidiair tot toekenning van een vergoeding van € 178.013,60 bruto.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter stel voorop dat het hier gaat om een verzoekschrift tot voorwaardelijke  ontbinding, namelijk voor zover de arbeidsovereenkomst tussen partijen nog niet zou zijn geëindigd doordat [verweerder] inmiddels bij een andere werkgever in dienst is getreden. Het voorwaardelijke karakter van dit verzoek betekent dat de kantonrechter zich niet uit zal laten over de vraag of de arbeidsovereenkomst nog bestaat maar daar veronderstellenderwijs van heeft uit te gaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Achtergrond van het verzoek is dat [verweerder] in het kader van een reorganisatie boventallig is verklaard en dat [verweerder] bij POSG in dienst is getreden met als doel een andere structurele baan voor hem te vinden, zoals ook in de arbeidsovereenkomst uitdrukkelijk is opgenomen. Partijen twisten over de vraag wat een ‘structurele baan’ is. [verweerder] meent dat dat alleen een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is en zegt dat hem dat ook is toegezegd. De kantonrechter overweegt dat op geen enkele wijze aannemelijk is gemaakt dat een dergelijke toezegging zou zijn gedaan en dat in de arbeidsovereenkomst uitdrukkelijk is opgenomen dat dit zowel een overeenkomst voor onbepaalde als voor bepaalde tijd is. Doordat een arbeidsovereenkomst met Van Voskuilen voor de duur van 6 maanden door [verweerder] is gesloten, is dus voldaan aan het doel van de arbeidsovereenkomst tussen POSG en [verweerder]. De kantonrechter ziet daarin voldoende grond om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden. De vraag of de arbeidsovereenkomst met Van Voskuilen te danken is aan de inspanningen van POSG of uitsluitend die van [verweerder], is daarbij niet van belang. De kantonrechter ziet, nu het doel van de arbeidsovereenkomst is bereikt, geen aanleiding om [verweerder] enige vergoeding toe te kennen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De proceskosten zullen gezien de aard van het geschil worden gecompenseerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 juli 2014, voor zover deze arbeidsovereenkomst niet reeds is geëindigd door het in dienst treden van [verweerder] bij Van Voskuilen op 1 januari 2014;</para>
    <para />
    <para>- compenseert de proceskosten in die zin, dat partijen de eigen kosten dragen.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. K.G.F. van der Kraats, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>