<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2014:6318</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T20:09:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-12-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-11-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16-661729-14</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2014:6318">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2014:6318</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-12-12T15:20:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-12-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2014:6318 Rechtbank Midden-Nederland , 25-11-2014 / 16-661729-14</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2014:6318:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel nav handel in cocaïne.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2014:6318:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling strafrecht</para>
    <para>Zittingslocatie Utrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/661729-14 (ontneming)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de rechtbank van 25 november 2014</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de ontnemingszaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>, </para>
      <para>geboren op [1995] te [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende aan [adres] te [woonplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsman: mr. E.H. Bokhorst, advocaat te Veenendaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 november 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:</para>
    </parablock>
    <para>- de vordering, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt;</para>
    <para>- het strafdossier onder parketnummer 16/661729-14 waaruit blijkt dat de veroordeelde op 25 november 2014 door deze rechtbank is veroordeeld ter zake van </para>
    <parablock>
      <para>feit 1: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;</para>
      <para>feit 2: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;</para>
      <para>tot de in die uitspraak vermelde straf;</para>
    </parablock>
    <para>- het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, onderzoek 09Combo, nr. PL0940/2014208318 van 9 september 2014.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tijdens het onderzoek ter terechtzitting zijn de officier van justitie, de veroordeelde en diens raadsman gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het wederrechtelijk verkregen voordeel dient te worden vastgesteld op een lager bedrag dan door de officier van justitie is gevorderd, aangezien in de berekening van te hoge gemiddelden wordt uitgegaan.</para>
        <para>Ook is aangevoerd dat de veroordeelde niet over voldoende draagkracht beschikt of in de toekomst zal beschikken om aan de vordering te kunnen voldoen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Het uitgangspunt van deze berekening is het hiervoor genoemde vonnis van deze rechtbank van 25 november 2014.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De berekening</emphasis>
        </para>
        <para>De veroordeelde is in bovengenoemd vonnis veroordeeld voor de handel in cocaïne in de periode van 25 juni 2014 tot en met 29 juli 2014. De rechtbank neemt deze periode dan ook als uitgangspunt voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Deze periode betreft 35 dagen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit onderzoek van de politie blijkt het volgende:</para>
      </parablock>
      <para>- de veroordeelde verkocht gemiddeld 2 bolletjes cocaïne voor € 20,- per keer;<footnote-ref linkend="_e18f2369-5659-4871-ba6b-9577ec9acf60" /></para>
      <para>- de veroordeelde heeft gemiddeld met 15 verschillende personen per dag contact.<footnote-ref linkend="_3958499d-f917-4b08-afcf-0036f768b062" /></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank berekent de totale opbrengst van de veroordeelde daarom als volgt:</para>
      </parablock>
      <para>35 dagen x 15 x € 20,- = € 10.500,-.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Nu de veroordeelde niet heeft verklaard over de door hem gemaakte kosten bij de handel in cocaïne, zal de rechtbank de gemiddelde kosten schatten op 50% van de omzet. De kosten schat de rechtbank daarom op € 5.250,-. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het totale voordeel wat de veroordeelde heeft verkregen schat de rechtbank op (opbrengst - kosten) € 10.500,- - € 5.250,- = € 5.250,-.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Overwegingen</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht het, gelet op de getuigenverklaringen, het proces-verbaal analyse dealtelefoon en de berekening in het rapport berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel, aannemelijk dat verdachte gemiddeld per afname 2 bolletjes cocaïne verkocht voor € 20,- en dat sprake is van gemiddeld 15 afnemers per dag. Nu de verdediging slechts heeft gesteld dat in het rapport uitgegaan is van te hoge gemiddelden, maar dit niet nader heeft onderbouwd, gaat de rechtbank aan dit verweer voorbij. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank ziet geen aanleiding om het te ontnemen bedrag op basis van draagkracht lager vast te stellen dan het geschatte voordeel, nu niet aannemelijk is geworden dat veroordeelde in de toekomst niet een zodanig inkomen zal kunnen genieten dat zijn draagkracht ontoereikend zal zijn om het bovengenoemde bedrag te betalen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 5.250,-;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>legt aan de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 5.250,-.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.E. Somsen, voorzitter, mrs. E.A.A. van Kalveen en G.V.M. Veldhoen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Prinsen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 25 november 2014.</para>
      <para>Mr. Veldhoen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_e18f2369-5659-4871-ba6b-9577ec9acf60" label="1">
    <para> Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, onderzoek 09Combo, nr. PL0940/2014208318, p. 4.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3958499d-f917-4b08-afcf-0036f768b062" label="2">
    <para> Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, onderzoek 09Combo, nr. PL0940/2014208318, p. 5.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>