<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2014:6111</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T19:14:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-11-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-12-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">2094674</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHARL:2018:9100" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan">Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2018:9100, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2014/988</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2014-1071</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2014-1071</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2014:6111">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2014:6111</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-12-16T13:50:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-12-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2014:6111 Rechtbank Midden-Nederland , 03-12-2014 / 2094674</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2014:6111:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering na ontbinding arbeidsovereenkomst ogv vertrekregeling en ogv toezegging dat de arbeidsovereenkomst tenminste 10 jr zou duren. Afwijzing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2014:6111:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Civiel recht</para>
      <para>kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 2094674 UC EXPL  13-8610 PK/1097</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 3 december 2014</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>verder ook te noemen [eiser],</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde: mr. A.P. Fijn van Draat,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">GINAF Trucks Nederland B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Veenendaal,</para>
      <para>verder ook te noemen Ginaf,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>gemachtigde: mr. H. van Schuppen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 11 juni 2013</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord van 21 augustus 2013</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 4 september 2013 waarbij een comparitie van partijen is gelast</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van de comparitie na antwoord van 28 november 2013</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van repliek tevens akte wijziging eis van 19 februari 2014</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van dupliek van 16 april 2014</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte van [eiser] van 28 mei 2014</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte van Ginaf van 2 juli 2014.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Hierna is uitspraak bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser] is op 1 december 2008 bij Ginaf Trucks B.V. (dus - nog - niet bij Ginaf) in dienst getreden als controller. Eind april 2011 is [eiser] benoemd tot algemeen directeur van Ginaf Trucks B.V., en in augustus 2011 tevens tot haar statutair directeur. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Een <emphasis role="italic">"ARBEIDSOVEREENKOMST STATUTAIR DIRECTEUR"</emphasis> van 9 september 2011 tussen [eiser] en Ginaf Trucks B.V. vermeldt onder meer:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">"</emphasis>
          <emphasis role="underline italic">Artikel 14-contractuele schadeloosstelling</emphasis>
        </para>
        <para>1. <emphasis role="italic">Indien Werkgever om welke reden dan ook tot beëindiging c.q. opzegging van het dienstverband overgaat, anders dan door middel van onverwijlde opzegging wegens een gelijktijdig medegedeelde dringende reden in de zin van artikel 7:677 lid 1 BW of een ontbinding van de arbeidsovereenkomst ex artikel 7:685 BW wegens een dringende reden als bedoeld in artikel 7:677 lid 1 BW, heeft Werknemer jegens Werkgever aanspraak op een schadeloosstelling als hierna te noemen. (…)</emphasis></para>
        <para>2. <emphasis role="italic">Werkgever zal bij het einde van het dienstverband een schadeloosstelling aan werknemer betalen. Bij de vaststelling van de grootte van deze schadeloosstelling zullen alle dan relevante omstandigheden in aanmerking worden genomen. De schadeloosstelling zal echter minimaal gelijk zijn aan één bruto jaarsalaris inclusief vakantietoeslag, waarbij het salaris geldt zoals vermeld in artikel 4 lid 1 en de vakantietoeslag zoals vermeld in artikel 4 lid 2. (…)".</emphasis></para>
        <para>Deze bepaling zal hierna worden aangeduid als de vertrekregeling.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij e-mailbericht van 19 november 2011 schrijft [eiser] aan [A] (werkzaam bij CHTC):</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">"Beste [A],</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Zoals besproken stuur ik je hierbij het Business Plan en realistisch budget voor een mogelijke doorstart als zelfstandig bedrijf met ongeveer 40 man personeel.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Lees het op je gemak door en bel me als je nog vragen hebt.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voor wat mijn persoonlijke wensen in een nieuwe organisatie:</emphasis>
        </para>
        <para>1. <emphasis role="italic">Een (leidende) rol in het MT</emphasis></para>
        <para>2. <emphasis role="italic">Geen achteruitgang in beloning</emphasis></para>
        <para>3. <emphasis role="italic">Een verbinding aan het nieuwe bedrijf voor 10 jaar of tot aan pensioen</emphasis></para>
        <para>4. <emphasis role="italic">Deelname in het aandelenkapitaal via een gunstige constructie (voor mijn oude dag)</emphasis></para>
        <para>5. <emphasis role="italic">Positieve bijdrage kunnen leveren aan de groei van de nieuwe organisatie</emphasis></para>
        <para>6. <emphasis role="italic">Voldoende budget om de nieuwe organisatie te laten groeien.</emphasis></para>
        <para>7. <emphasis role="italic">Leuke bonusconstructie als de organisatie groeit</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Grts, [eiser]".</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij e-mailbericht van 23 november 2011 zendt [A] namens CHTC de volgende bijlage aan [eiser] met een voorstel:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">"Geachte heer [eiser],</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Naar aanleiding van een aantal besprekingen met u in de afgelopen weken bevestigen wij u als volgt.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">CHTC is vastbesloten nu het faillissement van Ginaf Trucks BV in zicht is een succes volle doorstart te realiseren. Hiertoe hebben wij reeds de nodige voorbereidingen getroffen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Mits deze doorstart succesvol gerealiseerd kan worden, dat wil zeggen een succesvolle overname vanuit het faillissement van Ginaf Trucks BV alsook het realiseren van de door u geformuleerde doelstellingen in uw email gedateerd 20 november jl., zijn wij bereid u het volgende aan te bieden.</emphasis>
        </para>
        <para>- <emphasis role="italic">Aanstelling in een leidende positie van de nieuwe doorstartende onderneming, voor onbepaalde tijd, en een periode van tenminste 10 jaar zolang de verwachte doelstellingen behaald worden </emphasis></para>
        <para>- <emphasis role="italic">Beloning conform huidige situatie (Euro 8.500,00/maand) </emphasis></para>
        <para>- <emphasis role="italic">Een mogelijkheid om deel te nemen in het aandelenkapitaal van de onderneming, zulks tot een maximum van 10% van het gestorte kapitaal (uitsluitend door uzelf en niet door derden). </emphasis></para>
        <para>- <emphasis role="italic">Een nader overeen te komen bonus in geval van een winstgevende en groeiende organisatie. </emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Als blijk van uw instemming zien wij graag een door u ondertekend exemplaar van deze brief tegemoet.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hoogachtend</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">CHTC EUROPE HOLDING BV</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [A]".</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser] heeft dit voorstel aan zijn toenmalige advocaat voorgelegd. Deze heeft een aantal wijzigingen in het concept voorgesteld, welke [eiser] vervolgens aan [A] heeft doorgemaild. De aldus gewijzigde brief luidt als volgt:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">"Geachte heer [eiser],</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Naar aanleiding van een aantal besprekingen met u in de afgelopen weken bevestigen wij u als volgt.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">CHTC is vastbesloten nu het faillissement van Ginaf Trucks BV in zicht is een succes volle doorstart te realiseren. Hiertoe hebben wij reeds de nodige voorbereidingen getroffen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Mits deze doorstart succesvol gerealiseerd kan worden, dat wil zeggen een succesvolle overname vanuit het faillissement van Ginaf Trucks BV alsook het realiseren van de door u geformuleerde doelstellingen in uw email gedateerd 20 november jl., zijn wij bereid u het volgende aan te bieden.</emphasis>
        </para>
        <para>- <emphasis role="italic">Aanstelling overeenkomstig de bestaande arbeidsovereenkomst met Ginaf Trucks B.V. met volledig behoud van anciënniteit, echter niet in de functie van statutair directeur maar in die van titulair directeur. Een kopie van deze arbeidsovereenkomst is als bijlage 1 bijgevoegd. Partijen spreken af dat de arbeidsovereenkomst nog voor een periode van tenminste 10 jaar geldt zolang de verwachte doelstellingen behaald worden;</emphasis></para>
        <para>- <emphasis role="italic">Het recht om bij iedere volgende storting op het aandelenkapitaal van CHTC deel te nemen in het kapitaal, zulks tot een maximum van 10% van het gestorte bedrag (uitsluitend door uzelf en niet door derden);</emphasis></para>
        <para>- <emphasis role="italic">Aanstelling van maximaal 40 werknemers overeenkomstig de bestaande arbeidsovereenkomst met Ginaf Trucks B.V. </emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Als blijk van uw instemming zien wij graag een door u ondertekend exemplaar van deze brief tegemoet.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hoogachtend</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">CHTC EUROPE HOLDING BV</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [A]".</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Deze brief is vervolgens op briefpapier van CHTC uitgeprint met als datum 23 november 2011, en is door [A] en door [eiser] ondertekend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Ginaf Trucks B.V. is op 6 december 2011 in staat van faillissement verklaard. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij beschikking van 2 oktober 2012 van de kantonrechter in de rechtbank Utrecht is de arbeidsovereenkomst tussen Ginaf en [eiser] met ingang van 3 oktober 2012 ontbonden onder toekenning van [eiser] van een vergoeding van € 60.110,72 bruto. De kantonrechter heeft bij de bepaling van de ontbindingsvergoeding de vertrekregeling buiten beschouwing gelaten, omdat tussen partijen in geschil was of die regeling rechtsgeldig was overeengekomen, en de ontbindingsprocedure zich niet leent voor een nader feitenonderzoek daarnaar. Voorts heeft de kantonrechter overwogen dat hij ervan uitgaat dat de ontbindingsvergoeding in mindering zal strekken op een eventuele uitbetaling op grond van de vertrekregeling.</para>
        <para>Bij beschikking van 31 oktober 2012 is het verzoek van Ginaf tot rectificatie van deze beschikking (welk verzoek naar de kantonrechter begrijpt betrekking had op de hoogte van de toegekende vergoeding) afgewezen. Bij kortgedingvonnis van 20 maart 2013 heeft de kantonrechter in de rechtbank Utrecht Ginaf veroordeeld om de bruto ontbindingsvergoeding uit te betalen aan Legal &amp; General onder de verplichting van [eiser] om na betaling de netto ontbindingsvergoeding die Ginaf aan de deurwaarder had betaald, te doen terugbetalen aan Ginaf.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert na wijziging van eis veroordeling van Ginaf om aan hem te betalen:</para>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>een bedrag van € 50.758,84 bruto;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een bedrag van € 1.030.354,40 bruto, althans een bedrag nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de wettelijke verhoging van artikel 7:625 BW over het onder a gevorderde, gesteld op 50%;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een bedrag van € 6775,-- ter zake van buitengerechtelijke incassokosten;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de wettelijke rente over het onder a tot en met c gevorderde vanaf 29 november 2012 tot de voldoening;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de wettelijke rente over het onder d gevorderde vanaf 11 juni 2013;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de proceskosten.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiser] legt samengevat het volgende aan zijn vordering ten grondslag.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">a) De vertrekregeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Nu Ginaf is overgegaan tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst is sprake van een beëindiging van de arbeidsovereenkomst anders dan door middel van onverwijlde opzegging of ontbinding wegens een dringende reden zoals bedoeld in artikel 14 lid 1 van de arbeidsovereenkomst. Daarbij dient te worden uitgegaan van een brutomaandsalaris van € 8.500,-- en een vakantietoeslag van 8% van 12 maal het brutomaandsalaris: </para>
      <para>12 × € 8.500,-- × 1,08 = € 110.869,56 minus (de toegekende ontbindingsvergoeding van) € 60.110,72 = € 50.758,84 bruto.</para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">b) De toegezegde duur van de arbeidsovereenkomst (de "tienjaarstoezegging")</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Nu Ginaf de arbeidsovereenkomst met ingang van 3 oktober 2012 heeft doen ontbinden, is zij toerekenbaar tekortgeschoten in een verbintenis jegens [eiser] omdat deze arbeidsovereenkomst <emphasis role="italic">"voor een periode van ten minste 10 jaar geldt, zolang de verwachte doelstellingen worden gehaald"</emphasis>, zoals bedongen in de brief van 23 november 2011. Op die grond heeft hij aanspraak op een schadevergoeding gelijk aan het hem toekomende salaris over de periode 3 oktober 2012 (de datum van de ontbinding) tot 21 december 2021 (10 jaar na zijn indiensttreding), te weten een bedrag van € 1.030.354,40 bruto.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Met betrekking tot beide grondslagen merkt [eiser] op dat de kantonrechter bij het bepalen van de toegekende ontbindingsvergoeding nadrukkelijk geen rekening heeft gehouden met de vertrekregeling en met de tienjaarstoezegging.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Ginaf voert verweer. Voor zover nodig zal de kantonrechter daarop in het navolgende ingaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van beide vorderingen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De vorderingen zijn volgens Ginaf niet toewijsbaar. [eiser] baseert zijn vorderingen immers volledig op de hierboven geciteerde brief van CHTC van 23 november 2011. Ginaf werd echter (eerst) op 13 december 2011 opgericht. [eiser] heeft (zelfs) niet gesteld dat Ginaf de vermeende afspraken tussen CHTC en hem heeft aanvaard/bekrachtigd. Er is nimmer sprake geweest van een dergelijke aanvaarding/bekrachtiging door Ginaf. Ginaf beroept zich op het bepaalde in artikel 2:203 lid 1 BW, dat bepaalt dat er voor een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid slechts rechten en plichten ontstaan wanneer zij de betreffende rechtshandelingen na haar oprichting uitdrukkelijk of stilzwijgend bekrachtigt. Dit is niet geschied. Een dergelijke bekrachtiging ligt te minder in de reden, nu Ginaf (en haar bestuur) niet bekend waren met de afspraken waarop [eiser] zijn vorderingen baseert. Voorts stelt CHTC dat de brief van 23 november 2011 uitgaat van de situatie dat sprake is van een succesvolle doorstart vanuit het faillissement van Ginaf Trucks B.V. Er is echter een nieuwe vennootschap opgericht, aldus Ginaf. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van de kantonrechter gaat dit verweer niet op. [eiser] stelt (dagvaarding punt 13) dat CHTC enig bestuurder en enig aandeelhouder is van Ginaf. Ginaf is daarop niet ingegaan. Zij spreekt over zichzelf slechts als een aan CHTC <emphasis role="italic">"gelieerde"</emphasis> vennootschap. De kantonrechter gaat daarom van de juistheid van de stelling van [eiser] op dit punt uit. Voor het overige is Ginaf niet op de (vennootschapsrechtelijke) verhouding tussen CHTC en haar ingegaan, om welke reden de kantonrechter aanneemt dat CHTC zeggenschap heeft over Ginaf. </para>
        <para>De onderhandelingen over een met [eiser] te sluiten arbeidsovereenkomst zijn gevoerd door [A] (namens CHTC). [eiser] heeft gesteld (dagvaarding punt 14) dat [A] hem heeft meegedeeld dat hij zijn werkzaamheden kon aanvangen per 21 december 2011. Onder de gegeven omstandigheden mocht [eiser] er daarom van uitgaan dat zijn werkzaamheden voor Ginaf zouden plaatsvinden conform de met CHTC in de brief van 23 november 2011 overeengekomen afspraken.</para>
        <para>Ginaf heeft gesteld (cva punt 15) dat er na de overname door Ginaf van de activa van de failliet een nieuwe vergadering is belegd met het voltallige voormalige management, onder wie [eiser]. [A] zou daarbij duidelijk hebben aangegeven dat sprake was van een volledig nieuwe situatie en dat er met niemand aparte afspraken waren gemaakt. Specifiek zou daarbij zijn aangegeven dat dit ook voor [eiser] gold, hetgeen [eiser] volgens Ginaf in dat gesprek heeft bevestigd.</para>
        <para>
          [eiser] heeft dit echter gemotiveerd betwist (cvr punt 17). Nu Ginaf daarop bij dupliek niet meer (voldoende gemotiveerd) is ingegaan, gaat de kantonrechter aan haar verweer op dit punt voorbij.</para>
        <para>
          [eiser] mocht er dus op vertrouwen dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst tussen hem en Ginaf conform de brief van 23 november 2011. Hieruit volgt dat hieraan niet afdoet of er wel of niet een bekrachtiging als bedoeld in artikel 2:203 lid 1 BW heeft plaatsgevonden. Of sprake is geweest van de oprichting van een nieuwe vennootschap in plaats van een doorstart vanuit faillissement (wat Ginaf daar ook precies onder moge verstaan) acht de kantonrechter een onvoldoende relevant onderscheid.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">a) De vertrekregeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt voorop dat [eiser] de vertrekregeling in deze dagvaardingsprocedure aan de orde kan stellen, nu de ontbindingsrechter met die regeling in zijn beschikking uitdrukkelijk geen rekening heeft gehouden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Ginaf voert onder meer tegen de vordering op deze grondslag aan dat [eiser] [A] erop had moeten wijzen dat de bestaande arbeidsovereenkomst met Ginaf Trucks B.V., naar welke overeenkomst de brief van 23 november 2011 verwijst, een vertrekregeling bevatte ter hoogte van minimaal 12 maanden salaris bij onvrijwillig vertrek. Dit verweer treft doel, en wel op grond van de volgende omstandigheden:</para>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>in zijn <emphasis role="italic">"wensenlijstje"</emphasis> van 19 november 2011 noemt [eiser] wat betreft zijn arbeidsvoorwaarden: geen achteruitgang in beloning, een duur van 10 jaar of tot zijn pensioen, deelname in het aandelenkapitaal, en een <emphasis role="italic">"leuke bonusconstructie"</emphasis>. Een vertrekregeling voor het geval de overeenkomst korter dan 10 jaar zou duren is daarin niet vermeld;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [A] heeft dit vervolgens in zijn voorstel van 23 november 2011 als volgt verwerkt: een minimumperiode van 10 jaar zolang de verwachte doelstellingen behaald worden, een beloning <emphasis role="italic">"conform huidige situatie"</emphasis> van € 8.500,-- (bruto) per maand, deelname in het aandelenkapitaal, en een nader overeen te komen bonus;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>in zijn tegenvoorstel van 23 november 2011 heeft [eiser] (op aangeven van zijn advocaat) de verwijzing naar een maandsalaris van € 8.500,-- bruto per maand vervangen door verwijzing naar de arbeidsovereenkomst met Ginaf Trucks B.V.; naar de kantonrechter begrijpt heeft hij niet vermeld dat de redactie van dit tegenvoorstel van zijn advocaat afkomstig is geweest; verder heeft Ginaf (door [eiser] onbetwist) gesteld dat [A] op dat moment niet van rechtsgeleerde bijstand was voorzien;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het is wellicht niet ongebruikelijk dat met functionarissen op dit niveau een vertrekregeling als hier aan de orde wordt overeengekomen, maar in de onderhavige situatie was sprake van overname van activa vanuit een faillissement, waaruit moet worden afgeleid dat ook de financiële situatie van het nieuwe bedrijf op zijn minst <emphasis role="italic">"lastig"</emphasis> was, en het bepaald niet zonder meer voor de hand lag dat een vertrekregeling zou worden overeengekomen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>r is (bij voldoende resultaten) een minimumperiode van 10 jaar overeengekomen; gelet daarop zou het voor de hand hebben gelegen dat expliciet besproken zou zijn of [eiser] bij een eerdere beëindiging van de overeenkomst (bijvoorbeeld vanwege tegenvallende resultaten) niettemin op zijn minst een jaarsalaris zou meekrijgen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [eiser] heeft niet weersproken dat er in de desbetreffende periode sprake was van een hectische situatie.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Aan deze omstandigheden doet in onvoldoende mate af dat de arbeidsovereenkomst met Ginaf Trucks B.V. wellicht wél als bijlage bij de door [A] ondertekende brief van 23 november 2011 was gevoegd (volgens [eiser] was dat namelijk wel het geval, maar volgens Ginaf niet). Hetzelfde geldt voor de omstandigheid dat Ginaf via het due diligence-onderzoek wellicht kennis had kunnen nemen van de inhoud van de arbeidsovereenkomst van [eiser] met Ginaf Trucks B.V.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De vordering tot betaling van een bedrag van € 50.758,84 bruto moet dus worden afgewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">b) De tienjaarstoezegging </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <parablock>
        <para>Ter comparitie heeft de kantonrechter de vraag aan de orde gesteld of [eiser] wel in zijn vordering kan worden ontvangen, nu hij zich beroept op de toezegging dat de arbeidsovereenkomst minimaal 10 jaar zou duren terwijl de kantonrechter de arbeidsovereenkomst niettemin heeft ontbonden.</para>
        <para>Ter comparitie heeft [eiser] in dat verband verklaard dat hij het <emphasis role="italic">"nu niet paraat"</emphasis> heeft of hij in de ontbindingsprocedure heeft gesteld dat het ontbindingsverzoek op grond van deze toezegging sowieso niet toewijsbaar is. Ter comparitie heeft [A] verklaard dat [eiser] zich in de ontbindingsprocedure alleen op de toezegging heeft beroepen ter onderbouwing van de door hem gevraagde vergoeding, en niet ter onderbouwing van een verzoek om de ontbinding af te wijzen. [eiser] heeft deze stelling bij repliek (punt 44) slechts bij gebrek aan wetenschap betwist, zodat de kantonrechter ervan uitgaat dat hij dat verweer niet heeft gevoerd. </para>
        <para>Verder stelt de kantonrechter vast dat (ook) uit de beschikking niet blijkt dat [eiser] betoogd heeft dat het ontbindingsverzoek in het geheel niet toewijsbaar is vanwege de tienjaarstoezegging. De beschikking vermeldt slechts dat hij zich op die toezegging heeft beroepen ter onderbouwing van de hoogte van de toe te kennen ontbindingsvergoeding, te weten het salaris dat hij gedurende de resterende 10 jaar zou hebben verdiend. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat [eiser] de tienjaarstoezegging niet heeft aangevoerd in het kader van de ontvankelijkheidsvraag of de toewijsbaarheid van het ontbindingsverzoek.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <parablock>
        <para>De ontbindingsrechter heeft overwogen (beschikking punt 4.2): </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">"Ginaf heeft voldoende gesteld om de conclusie te rechtvaardigen dat [eiser] gedurende zekere tijd niet heeft voldaan aan de eisen die Ginaf redelijkerwijs aan de functievervulling door [eiser] mocht stellen"</emphasis>, </para>
        <para>en (beschikking punt 4.3): </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">"In welke mate [eiser] een verwijt kan worden gemaakt van achterblijvende resultaten is lastig te beoordelen. Een groot deel van die cijfers wordt immers beïnvloed door het achterliggende faillissement. Over een dermate korte termijn kan onvoldoende worden beoordeeld of de tegenvallende cijfers op enigerlei wijze te wijten zijn aan [eiser]".</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <parablock>
        <para>Uit deze overwegingen blijkt dat de ontbindingsrechter van oordeel was dat [eiser] de <emphasis role="italic">"verwachte doelstellingen"</emphasis> niet had behaald. Dat dit aan [eiser] te wijten zou zijn geweest heeft hij in het midden gelaten, maar dat is voor de onderhavige vordering van [eiser] niet van belang. In de brief van 23 november 2011 is verwijtbaarheid immers niet als mee te wegen omstandigheid vermeld. Aldus is niet voldaan aan de voorwaarde van de tienjaarstoezegging <emphasis role="italic">"dat de verwachte doelstellingen behaald worden"</emphasis>. </para>
        <para>Voorts moet ervan worden uitgegaan dat de ontbindingsrechter bij de vaststelling van ontbindingsvergoeding ten volle rekening heeft gehouden met de omstandigheid dat de arbeidsovereenkomst ondanks de toezegging binnen de 10 jaar is ontbonden. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>De tienjaarstoezegging is overigens niet gelijk te stellen met een afvloeiingsregeling, waaromtrent na de ontbindingsprocedure in een nadere procedure een vordering kan worden ingesteld in het geval de kantonrechter in de ontbindingsbeschikking heeft aangegeven dat hij met die regeling geen rekening heeft gehouden (indien er zoals in dit geval onduidelijkheid bestaat over de vraag of een dergelijke regeling is overeengekomen).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <parablock>
        <para>De bevoegdheid om een ontbindingsverzoek in te dienen kan contractueel niet worden uitgesloten, maar indien [eiser] van oordeel is dat de tienjaarstoezegging aan de ontvankelijkheid of toewijsbaarheid van het ontbindingsverzoek in de weg stond, had hij </para>
        <para>1) zich hierop in de ontbindingsprocedure expliciet dienen te beroepen, en </para>
        <para>2) had hij, nu de kantonrechter de arbeidsovereenkomst tóch heeft ontbonden, van de beschikking hoger beroep moeten instellen. Zijn standpunt komt er immers op neer dat de kantonrechter ten onrechte toepassing heeft gegeven aan artikel 7:685 BW. Dit alles heeft hij echter niet gedaan. Door thans een vordering op grond van deze toezegging in te stellen is sprake van (een niet toelaatbaar) verkapt hoger beroep van de ontbindingsbeschikking. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>De slotsom is dat [eiser] de vordering op deze grondslag niet alsnog in een bodemprocedure aan de orde kan stellen. Hij moet in deze vordering daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13.</nr>
      <para>Ten overvloede overweegt de kantonrechter nog, dat ook in het geval [eiser] wel ontvankelijk zou zijn geweest in zijn vordering, deze in ieder geval niet volledig toewijsbaar zou zijn geweest. Ter comparitie is immers gebleken dat hij binnen 3 maanden na de ontbinding reeds over ander werk beschikte. Om vervolgens (zonder overigens daarvan in de dagvaarding melding te maken) naast dat nieuwe inkomen doorbetaling van <emphasis role="underline">ruim 9 jaar</emphasis> salaris te vorderen zonder daarvoor werkzaamheden te behoeven te verrichten is buiten iedere proportie.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voorts</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.14.</nr>
      <para>Nu de vorderingen op beide genoemde grondslagen niet toewijsbaar zijn, zijn ook de daarop berustende vorderingen van rente en kosten niet toewijsbaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.15.</nr>
      <para>
        [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld, welke worden begroot op € 3.600,-- (3 x tarief € 1.200,--).</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">ten aanzien van de tienjaarstoezegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn vordering;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">ten aanzien van de overige vorderingen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- wijst de vorderingen af;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Ginaf, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 3.600, aan salaris gemachtigde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P. Krepel, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 3 december 2014.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>