<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2014:497</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-12T15:42:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-02-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-02-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16-653958-13 (ontneming)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2014:497">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2014:497</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-02-12T11:02:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-02-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2014:497 Rechtbank Midden-Nederland , 07-02-2014 / 16-653958-13 (ontneming)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2014:497:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontnemingsvordering afgewezen omdat de rechtbank niet kan vaststellen welk voordeel verdachte heeft genoten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2014:497:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling strafrecht</para>
    <para>Zittingslocatie Utrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/653958-13 (ontneming)</para>
      <para>Datum uitspraak: 7 februari 2014 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis</emphasis> van de meervoudige kamer voor strafzaken <emphasis role="bold">op tegenspraak </emphasis>gewezen op vordering van de officier van justitie op grond van artikel 36e, eerste lid, Wetboek van Strafrecht, in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>, </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende te [adres] te [woonplaats],</para>
      <para>Raadsman: mr. E.H. Bokhorst, advocaat te Veenendaal, uitdrukkelijk gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 24 januari 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- de vordering, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt; </para>
    <para>- het strafdossier onder parketnummer 16/653958-13 waaruit blijkt dat verdachte op 7 februari 2014 door deze rechtbank is veroordeeld ter zake van – kort gezegd – het aanwezig hebben van ongeveer 555 hennepplanten/toppen; </para>
    <para>- de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzitting d.d. 24 januari 2014; </para>
    <para>- de overige stukken. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is de officier van justitie gehoord. Tevens heeft de raadsman van verdachte zijn standpunt naar voren gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft in eerste instantie gevorderd verdachte te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 112.303,20. De officier van justitie heeft zijn vordering ter terechtzitting gewijzigd in € 106.766,84, en aldus het bedrag van de vordering van de benadeelde partij op de ontnemingsvordering in mindering gebracht. De officier heeft de rechtbank verzocht om, indien de vordering van de benadeelde partij – al dan niet gedeeltelijk – wordt toegewezen, het toegewezen bedrag in mindering te brengen bij het wederrechtelijk verkregen voordeel. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft de rechtbank primair verzocht om de vordering af te wijzen, vanwege de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de vordering af te wijzen omdat die uitsluitend is gebaseerd op een aanname voor wat betreft het aantal oogsten. Die aanname is echter niet terecht geweest.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte is door de rechtbank bij vonnis van 7 februari 2014 veroordeeld voor het aanwezig hebben van 555 hennepplanten/toppen. Ten aanzien van het telen, bereiden, bewerken en/of verwerken van hennep is verdachte vrijgesproken. De rechtbank is van oordeel dat op basis van het dossier in de strafzaak niet kan worden vastgesteld of verdachte wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. Uit het dossier blijkt immers slechts dat verdachte af en toe verbleef in een woning waarin zich een kwekerij met 555 hennepplanten bevond en dat hij wetenschap moet hebben gehad van die kwekerij. Er is niet vastgesteld welke rol verdachte bij deze hennepkwekerij heeft gespeeld en of hij daaruit voordeel heeft getrokken. De vordering van de officier van justitie dient dan ook te worden afgewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie, strekkende tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door</para>
      <para>mr. M.C. Oostendorp, voorzitter,</para>
      <para>mrs. H.A. Brouwer en S. Wijna, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. J. van Elk, griffier</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 7 februari 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mrs. M.C. Oostendorp en H.A. Brouwer zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>