<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2014:4870</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-05T19:24:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-10-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-10-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C-16-375357 - JE RK 14-1939</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0016637">Wet op de jeugdzorg</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0016637&amp;artikel=29h">Wet op de jeugdzorg 29h</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JPF 2015/19</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2014:4870">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2014:4870</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-10-23T15:41:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-10-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2014:4870 Rechtbank Midden-Nederland , 01-10-2014 / C-16-375357 - JE RK 14-1939</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2014:4870:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek tot machtiging gesloten jeugdzorg ten behoeve van minderjarige van 7 jaar. Minderjarige verschijnt niet ter zitting, waarna kinderrechter minderjarige in gesloten instelling bezoek. Trajectmachtiging voor gesloten jeugdzorg wordt verleend.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2014:4870:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling Familierecht</para>
    <para>locatie Utrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verlenging machtiging gesloten jeugdzorg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaak-/rolnummer: C/16/375357 / JE RK 14-1939</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kinderrechter d.d. 1 oktober 2014 met betrekking tot de minderjarige:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige]
        </emphasis>, geboren op [2006] te [geboorteplaats],</para>
      <para>nader te noemen: [minderjarige].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt naast de verzoeker als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para>- [vader],</para>
    <parablock>
      <para>	wonende te [woonplaats],</para>
      <para>	hierna te noemen: de vader,</para>
    </parablock>
    <para>- [moeder],</para>
    <parablock>
      <para>	wonende te [woonplaats],</para>
      <para>	hierna te noemen: de moeder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het ouderlijk gezag wordt uitgeoefend door beide ouders.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [minderjarige] is onder toezicht gesteld van de Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht (hierna te noemen: BJZ). De ondertoezichtstelling loopt tot 3 maart 2015.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij beschikking van 26 februari 2014 heeft de kinderrechter de machtiging verlengd tot uithuisplaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg, met ingang van 3 maart 2014 tot 3 oktober 2014.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>BJZ heeft op 18 augustus 2014 een verzoekschrift met bijlagen ingediend, strekkende tot verlenging van een machtiging tot gesloten jeugdzorg van [minderjarige] voor de periode van vijf maanden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Het verslag van het verloop van de ondertoezichtstelling, het daarbij behorende hulpverleningsplan alsmede het indicatiebesluit en een instemmingsverklaring van een gedragswetenschapper zijn bij het verzoekschrift overgelegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Aangezien het een plaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg betreft is aan [minderjarige] als raadsvrouw toegevoegd mr. T.C. Schouten, advocate te Utrecht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>Op 26 september 2014 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. De griffier heeft van de inhoud daarvan aantekening gehouden. Bij de behandeling zijn verschenen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>mr. T.C. Schouten, advocaat van [minderjarige],</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de moeder,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>mevrouw Sleegers, gezinsvoogd en vertegenwoordiger namens BJZ,</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hoewel behoorlijk opgeroepen zijn [minderjarige] en de vader niet verschenen.</para>
        <para>Gezien de jonge leeftijd van [minderjarige] en het ingrijpende karakter van de verzochte maatregel hebben de kinderrechter en de griffier op 30 september 2014 een bezoek gebracht aan [naam] te [plaats], alwaar [minderjarige] thans verblijft. De kinderrechter heeft [minderjarige] daar gehoord.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Vaststellingen en overwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Mevrouw Sleegers heeft ter zitting het verzoek kort toegelicht en voorts medegedeeld dat het de bedoeling is dat [minderjarige] medio november 2014 naar een half open groep zal doorstromen. De huidige machtiging wordt in deze vorm verzocht zodat [minderjarige] – indien dat nodig mocht blijken – kort teruggeplaatst kan worden in een gesloten setting, omdat de overgang zeer zorgvuldig en met kleine stapjes dient te gebeuren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De moeder heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek van BJZ. Zij merkt op dat [minderjarige] de afgelopen maanden vooruitgang heeft geboekt, maar nog wel begrenzing nodig heeft.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op grond van de verkregen informatie van de zijde van BJZ en hetgeen tijdens de zitting naar voren is gebracht, is de kinderrechter van oordeel dat gelet op het bepaalde in artikel 29h, derde lid, van de Wet op de jeugdzorg, de verlenging van de termijn van machtiging tot plaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg van [minderjarige] vereist is wegens ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien is deze plaatsing nog immer noodzakelijk om te voorkomen dat [minderjarige] zich aan de zorg die hij nodig heeft zal onttrekken of daaraan door anderen zal worden onttrokken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. [minderjarige] verblijft bij [naam] in [plaats]. In de huidige gesloten setting is [minderjarige] veilig en krijgt hij structuur en regelmaat aangeboden. [minderjarige] is bekend met de omgeving, hetgeen belangrijk is voor zijn ontwikkeling in het algemeen en de behandeling voor zijn problematiek in het bijzonder. De afgelopen tijd is meer zicht gekomen op de aard en oorzaak van de problematiek en is duidelijk geworden welke behandeling en begeleiding noodzakelijk zijn. De komende tijd zal vanuit zijn huidige besloten groep geleidelijk toegewerkt moeten worden naar de voorgenomen vervolgplek in een half open groep, onder meer met het oefenen van (meer) vrijheden. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De kinderrechter overweegt voorts dat de verlenging van de machtiging tot gesloten plaatsing gezien moet worden als een trajectmachtiging zodat [minderjarige], zodra de mogelijkheid zich voordoet, aansluitend middels een schorsing geplaatst kan worden in de half open groep. De machtiging tot gesloten plaatsing dient dan als vangnet, indien de overstap voor [minderjarige] te groot is of een tijdelijke terugplaatsing in de besloten groep noodzakelijk mocht blijken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In het geval wordt afgeweken van het trajectplan dan wel de schorsing van de gesloten plaatsing wordt  herroepen, dienen de gronden daarvoor schriftelijk aan de advocaat van [minderjarige] en de ouders te worden medegedeeld onder verwijzing naar de mogelijkheid om hiertegen beroep aan te tekenen langs de weg van artikel 1:263 lid 2 BW, in verband met de nog ontbrekende rechtsbeschermende bepalingen tot de nieuwe Jeugdwet van kracht wordt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter verlengt de machtiging om [minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg te doen opnemen en verblijven, zoals bedoeld in het indicatiebesluit van 12 augustus 2014 met kenmerk B-CAN-2C1R3, met ingang van 3 oktober 2014 tot 3 maart 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Deze beslissing is gegeven door mr. L.E. Verschoor-Bergsma, kinderrechter, en ter openbare terechtzitting van 1 oktober 2014 uitgesproken in tegenwoordigheid van J.T. Maalderink, griffier.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Tegen deze uitspraak kan beroep worden ingesteld door indiening van een beroepschrift bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze uitspraak is verstrekt of verzonden, binnen <emphasis role="bold">drie maanden</emphasis> na de dag van deze uitspraak; door andere belanghebbenden binnen <emphasis role="bold">drie maanden</emphasis> na betekening van de uitspraak of nadat de uitspraak hun op andere wijze bekend is geworden.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>