<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2014:4611</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T23:57:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-10-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-09-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/661639-14 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2014:4611">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2014:4611</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-10-01T16:40:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-10-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2014:4611 Rechtbank Midden-Nederland , 30-09-2014 / 16/661639-14 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2014:4611:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich op 29 juni 2014 schuldig heeft gemaakt aan het in Nederland invoeren van zes bolletjes met cocaïne en het in bezit hebben van die cocaïne. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 32 dagen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2014:4611:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Strafrecht<?linebreak?>Zittingslocatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/661639-14 (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 30 september 2014</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [1976],</para>
      <para>wonende aan het [adres] te [woonplaats]. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para>Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 16 september. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. R. Jethoe, advocaat te Hoofddorp. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1</emphasis>: op 29 juni 2014 samen met (een) ander(en) cocaïne (zes ingeslikte bolletjes) binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2</emphasis>: in de periode van 29 juni 2014 tot en met 2 juli 2014 opzettelijk aanwezig heeft gehad  zes bolletjes met cocaïne;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Voorvragen</title>
    <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat beide feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat niet bewezen kan worden dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde tezamen en in vereniging heeft gepleegd.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bewijsmiddelen</emphasis>
            <footnote-ref linkend="_80e2f6d4-2211-4fe6-866a-df8e20e5b5b2" />
          </para>
          <para>Op zondag 29 juni 2014, omstreeks 20.36 uur, werd de politie Midden-Nederland, gezonden naar de [adres] te [woonplaats]. De hoofdbewoner van deze woning, de heer [slachtoffer] had zich even daarvoor met een steekwond gemeld in het ziekenhuis. In de genoemde woning zou zich volgens [slachtoffer] nog een vrouw bevinden die ook gewond zou zijn. Bij de genoemde woning aangekomen werd de deur opengedaan door een negroïde vrouw, naar later bleek verdachte. Het gezicht van de verdachte was opgezwollen en het leek of haar ogen waren dichtgeslagen. De dader van het toegebrachte letsel zou volgens de verdachte [medeverdachte] heten. De verdachte werd onder begeleiding van de politie met een ambulance afgevoerd naar het ziekenhuis.<footnote-ref linkend="_304340c0-93d9-4104-a200-4477f27f552f" /></para>
          <para>In de woning aan de [adres] te [woonplaats] vond een doorzoeking plaats en werd in de badkamer één bolletje aangetroffen.<footnote-ref linkend="_2e8f6002-8bf4-4226-8503-56cb5030252d" /> In het ziekenhuis te Hilversum heeft verdachte één bolletje geproduceerd.<footnote-ref linkend="_8f97d6ea-08f8-450a-93a0-25929ccd3cca" /> Verdachte is na te zijn ontslagen uit het ziekenhuis vervoerd naar het detentiecentrum te Badhoevendorp. In dit detentiecentrum heeft verdachte op 30 juni 2014 één bolletje en op 2 juli 2014 drie bolletjes geproduceerd.<footnote-ref linkend="_82758c5c-0378-4008-b58d-e857c000b2ab" />’<footnote-ref linkend="_ed946437-7b1c-4f16-865f-dba6c9b9780d" /> Van de inhoud van de aangetroffen bolletjes zijn monsters verstuurd naar het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI). Het NFI heeft geconcludeerd dat het aangeboden poeder cocaïne bevat.<footnote-ref linkend="_f9b72a7c-3bcc-4a58-9f3c-aba2e6232da1" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat zij de aangetroffen bolletjes in Suriname heeft geslikt en dat zij op 29 juni 2014 vanuit Paramaribo (Suriname) via de luchthaven Schiphol Nederland is binnen gereisd.<footnote-ref linkend="_de4b18ce-d3ca-4c3e-9b90-9d9a4f881a9c" /></para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De overwegingen van de rechtbank </emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank acht gelet op vorenstaande bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het in Nederland invoeren van zes bolletjes met cocaïne en het in bezit hebben van die cocaïne. De rechtbank acht op grond van de bewijsmiddelen daarentegen niet bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde tezamen en in vereniging met anderen heeft gepleegd. Verdachte heeft omtrent haar motieven en de omstandigheden waaronder zij de bolletjes heeft ingeslikt wisselend en inconsistent verklaard, zoals hieronder bij de behandeling van het beroep op psychische overmacht nader zal worden uitgewerkt (zie overweging 7.3.). Haar verklaringen op die onderdelen zijn dan ook dermate onbetrouwbaar en daarom niet meegenomen in de hiervoor gebezigde bewijsconstructie.  </para>
          <para>
            <emphasis role="bold">5. Bewezenverklaring</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>1.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>zij op 29 juni 2014 in de gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk binnen het</para>
          <para>grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van</para>
          <para>de Opiumwet, hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij die wet behorende lijst I, immers heeft zij, verdachte, een onbekende hoeveelheid cocaïne [in de vorm van zogenaamde bolletjes] ingeslikt en is zij,</para>
          <para>verdachte, vervolgens met die ingeslikte cocaïne/bolletjes in haar lichaam</para>
          <para>via luchthaven Schiphol het grondgebied van Nederland binnen gereisd.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>2.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>zij op 29 juni 2014 te Eemnes opzettelijk aanwezig heeft gehad zes zogenaamde</para>
          <para>bolletjes, bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de</para>
          <para>Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van</para>
          <para>artikel 3a van die wet.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.</para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de feiten</title>
    <para>Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1 en 2</emphasis>: </para>
      <para>eendaadse samenloop van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven </para>
      <para>verbod. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging </emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte heeft gehandeld in een situatie van psychische overmacht. De raadsman heeft dan ook geconcludeerd dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. De raadsman heeft er in dit kader op gewezen dat verdachte door andere personen onder bedreiging van een mes en een vuurwapen is gedwongen tot het slikken van de bolletjes met cocaïne. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat psychische overmacht niet aannemelijk is geworden en heeft daarom verzocht het verweer van de raadsman te verwerpen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank </emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank overweegt dat de door verdachte naar voren gebrachte omstandigheden niet aannemelijk zijn geworden, waardoor evenmin aannemelijk is geworden dat verdachte onder zodanige psychische druk heeft gestaan dat redelijkerwijs niet van haar gevergd kon worden dat zij anders zou handelen dan zij thans heeft gedaan. Hierbij acht de rechtbank van belang dat verdachte aanvankelijk verklaarde de bolletjes te hebben geslikt uit financiële motieven en zij pas later kwam met de verklaringen over de bedreigingen en de dwang die haar aangedaan zouden zijn. Deze latere verklaringen omtrent de bedreigingen en dwang zijn niet consistent en vinden bovendien geen steun in andere bewijsmiddelen. Daar komt bij dat haar zusje ter terechtzitting van 16 september 2014 als getuige is gehoord en zij toen verklaard heeft dat zij niets aan verdachte heeft gemerkt op het moment dat zij verdachte naar het vliegveld in Paramaribo bracht. Dit laatste is zeer opmerkelijk daar verdachte zelf heeft verklaard dat zij even daarvoor door drie mannen zou zijn ontvoerd en onder bedreiging van een pistool en een mes en voorzien van een blinddoek bolletjes zou hebben geslikt.    </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>Motivering van de straffen en maatregelen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De eis van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door de officier van justitie bewezen geachte zal worden veroordeeld tot een </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>- een gevangenisstraf van 60 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 28 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft met betrekking tot de strafmaat gewezen op de LOVS-richtlijnen, die voor de invoer van een hoeveelheid van 50 gram (zes bolletje van gemiddeld iets meer dan 8 gram) cocaïne een gevangenisstaf van 5 weken noemt. In strafverlagende zin dient volgens de raadsman rekening te worden gehouden met de dwang waardoor verdachte de bolletjes heeft geslikt en de omstandigheid dat zij bij thuiskomt in haar woning ernstig is mishandeld. Tevens dient meegenomen te worden dat verdachte door de onderhavige delicten door dhr. [slachtoffer] uit diens woning is gezet en zij hierdoor ook nadelige gevolgen heeft ondervonden met betrekking tot haar baan. Voorts is het zo dat verdachtes verblijfsrecht in Nederland gevaar loopt door toedoen van deze zaak en zij mogelijk gedwongen terug zal moeten keren naar Suriname, aldus de raadsman. Ook dienen diverse vormverzuimen, die volgens de raadsman zijn gemaakt in het voorbereidend onderzoek en in zijn pleitnota zijn genoemd, in strafverlagende zin te worden meegewogen bij de strafmaat.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de opzettelijke invoer en het daarmee aanwezig hebben van een zestal bolletjes met cocaïne. De cocaïne had een totaal gewicht van ongeveer 50 gram. Cocaïne is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. De verspreiding van en handel in cocaïne gaan gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte tot deze stof. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dat cocaïne inderdaad veelal gekoppeld kan worden aan crimineel handelen is bovendien in deze zaak gebleken. Nadat verdachte thuis was gekomen is zij dezelfde dag nog door een man, die uit was op de bolletjes met cocaïne in haar buik, ernstig en langdurig mishandeld en werd zij gedwongen laxeermiddelen te slikken teneinde de bolletjes te produceren. Verdachte heeft van deze mishandelingen pijn en letsel ondervonden. Met deze mishandeling die in verband staat met het ten laste gelegde zal de rechtbank in strafverminderende zin rekening houden. Daar staat tegenover dat de rechtbank in strafverzwarende zin rekening houdt met de omstandigheid dat verdachte met haar handelen haar huisgenoot, dhr. [slachtoffer], heeft betrokken bij de gevaren met betrekking tot het vervoeren en aanwezig hebben van drugs. Zo heeft verdachte zich niet alleen van Schiphol laten ophalen door dhr. [slachtoffer] en heeft zij hem zo indirect betrokken bij het vervoeren van de drugs, maar daarnaast is dhr. [slachtoffer] door de man die uit was op de bij verdachte in bezit zijnde bolletjes cocaïne, in zijn eigen woning neergestoken met een mes.    </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 23 juli 2013 is gebleken dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Omtrent verdachte is door mw. A. Akollo, reclasseringswerker, namens Reclassering Nederland een rapport opgemaakt. De reclassering heeft geen leefgebieden aangetroffen die aandacht behoeven. Verdachte beschikt volgens de reclassering over voldoende vaardigheden om haar toekomst vorm te geven. Er zijn dan ook geen aanknopingspunten waardoor een reclasseringsinterventie geïndiceerd is. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht al het voorgaande afwegende en rekening houdend met enerzijds de oriëntatiepunten uit de LOVS-richtlijnen, waar bij 50 gram cocaïne een gevangenisstraf van 5 weken wordt genoemd en anderzijds het feit dat verdachte 32 dagen in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht een gevangenisstraf van 32 dagen passend en geboden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft geconstateerd dat in het voorbereidend onderzoek voor wat betreft het aanvragen van een rapportage en het tijdig verstrekken van stukken niet alles vlekkeloos verlopen is, maar dat er geen sprake is geweest van vormverzuimen die tot strafvermindering dienen te leiden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op de op de duur van de te leggen straf zal het -reeds geschorste- bevel tot voorlopige hechtenis worden opgeheven. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikel 55 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1 en 2</emphasis>: </para>
      <para>eendaadse samenloop van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf </emphasis>van <emphasis role="bold">32 dagen</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voorlopige hechtenis</emphasis>
      </para>
      <para>Heft op het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S. Wijna, voorzitter, mrs. M.C. Oostendorp en J.P.H. van Driel van Wageningen, rechters, in tegenwoordigheid van J.J. Veldhuizen, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 30 september 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BIJLAGE : De tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij op of omstreeks 29 juni 2014 te Eemnes, althans in het arrondissement</para>
      <para>Midden-Nederland en/of in de gemeente Haarlemmermeer, althans in het</para>
      <para>arrondisssement Noord-Holland, in elk geval in Nederland, tezamen en in</para>
      <para>vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het</para>
      <para>grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van</para>
      <para>de Opiumwet, een of meer een hoeveelheden/hoeveelheid van een materiaal</para>
      <para>bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij die wet</para>
      <para>behorende lijst I, immers heeft zij, verdachte, een onbekende hoeveelheid</para>
      <para>cocaïne [in de vorm van (zogenaamde) bolletje(s)] ingeslikt en/of is zij,</para>
      <para>verdachte, (vervolgens) met die ingeslikte cocaïne/bolletjes in haar lichaam</para>
      <para>via luchthaven Schiphol het grondgebied van Nederland binnen gereisd;</para>
      <para>art 2 ahf/ond A Opiumwet</para>
      <para>art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 10 lid 5 Opiumwet</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij in of omstreeks de periode van 29 juni 2014 tot en met 2 juli 2014 te</para>
      <para>Eemnes en/of te Hilversum, althans in het arrondissment Midden-Nederland</para>
      <para>en/of te Badhoevedorp, althans in het arrondissement Noord-Holland,</para>
      <para>opzettelijk aanwezig heeft gehad  zes, althans een of meer (zogenaamde)</para>
      <para>bolletje(s), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal</para>
      <para>bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de</para>
      <para>Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van</para>
      <para>artikel 3a van die wet;</para>
      <para>art 2 ahf/ond C Opiumwet</para>
      <para>art 10 lid 3 Opiumwet</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_80e2f6d4-2211-4fe6-866a-df8e20e5b5b2" label="1">
    <para> Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier (onderzoeksnummer:09DRO14084) bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_304340c0-93d9-4104-a200-4477f27f552f" label="2">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] en [verbalisant 2], pag. 25 en 26. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_2e8f6002-8bf4-4226-8503-56cb5030252d" label="3">
    <para> Proces-verbaal van doorzoeking van [verbalisant 3] en [verbalisant 4], pag. 46 en proces-verbaal sporenonderzoek van [verbalisant 5] en [verbalisant 6], pag. 93. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_8f97d6ea-08f8-450a-93a0-25929ccd3cca" label="4">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 7] en [verbalisant 8], pag. 32. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_82758c5c-0378-4008-b58d-e857c000b2ab" label="5">
    <para> Proces-verbaal 1e raadkamer van [verbalisant 9], pag. 62. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_ed946437-7b1c-4f16-865f-dba6c9b9780d" label="6">
    <para> Rapporten van bewijsvoering van de Koninklijke Marechaussee, pag 71 en 72. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_f9b72a7c-3bcc-4a58-9f3c-aba2e6232da1" label="7">
    <para> Rapporten van het NFI, pag. 110, 175 en 180.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_de4b18ce-d3ca-4c3e-9b90-9d9a4f881a9c" label="8">
    <para> Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 september 2014. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>