<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2014:4530</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-10-07T11:18:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-09-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-04-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C-16-363366 - JE RK 14-481</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2014:4530">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2014:4530</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-10-07T11:17:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-10-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2014:4530 Rechtbank Midden-Nederland , 01-04-2014 / C-16-363366 - JE RK 14-481</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2014:4530:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verlenging machtiging uithuisplaatsing bij moeder. Moeder is niet-ontvankelijk in verzoek tot wijziging hoofdverblijfplaats, aangezien dit middels een advocaat moet worden ingediend.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2014:4530:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling Familierecht</para>
    <para>locatie Utrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verlenging machtiging uithuisplaatsing</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaak-/rolnummer: C/16/363366 / JE RK 14-481</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kinderrechter van 1 april 2014 met betrekking tot de minderjarigen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [A]
        </emphasis>, geboren op [2002] te [geboorteplaats],</para>
      <para>nader te noemen: [A].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [B]
        </emphasis>, geboren op [2006] te [geboorteplaats],</para>
      <para>nader te noemen: [B].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt naast de verzoeker als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para>- [vader],</para>
    <parablock>
      <para>	wonende te [woonplaats],</para>
      <para>	hierna te noemen: de vader,</para>
    </parablock>
    <para>- [moeder],</para>
    <parablock>
      <para>	wonende te [woonplaats],</para>
      <para>	hierna te noemen: de moeder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het ouderlijk gezag wordt uitgeoefend door beide ouders.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [A] en [B] is onder toezicht gesteld van de Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht (hierna te noemen:  BJZ). De ondertoezichtstelling loopt tot 6 april 2015.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>BJZ heeft op 19 februari 2014 een verzoekschrift met bijlage(n) ingediend, strekkende tot verlenging van een machtiging tot uithuisplaatsing van [A] en [B] voor de periode van één jaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Het verslag van het verloop van de ondertoezichtstelling, het daarbij behorende hulpverleningsplan alsmede het indicatiebesluit zijn bij het verzoekschrift overgelegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Bij beschikking van 20 januari 2014 heeft de kinderrechter een machtiging verleend tot uithuisplaatsing bij de moeder, met ingang van 6 februari 2014 tot 6 april 2014.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>De moeder heeft bij brief van 18 maart 2014 een verzoek ingediend tot wijziging hoofdverblijfplaats van [A] en [B].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>Op 1 april 2014 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. De griffier heeft van de inhoud daarvan aantekening gehouden. Bij de behandeling zijn verschenen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de moeder,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de vader,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de heer S. Schotborg en mevrouw L. Rietveld, gezinsvoogden en vertegenwoordigers namens BJZ.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hoewel behoorlijk opgeroepen heeft [A] geen gebruik gemaakt van de gelegenheid te worden gehoord.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Vaststellingen en overwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De kinderrechter overweegt allereerst als volgt. Een verzoek tot wijziging van de hoofdverblijfplaats moet worden ingediend middels een advocaat. Nu de moeder het verzoek zelf heeft ingediend, is zij niet ontvankelijk in haar verzoek. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Met betrekking tot het verzoek van BJZ, strekkende tot verlenging van de machtiging uithuisplaatsing, overweegt de kinderrechter als volgt. Op grond van de verkregen informatie van de zijde van BJZ en hetgeen tijdens de zitting naar voren is gebracht, is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de termijn van de machtiging tot uithuisplaatsing in het belang van de verzorging en opvoeding van [A] en [B] noodzakelijk is. De kinderen verblijven momenteel bij de moeder. De vader was en is onvoldoende in staat om veiligheid en rust aan de kinderen te bieden. De au-pair, die eerder voor problemen heeft gezorgd door een bedreiging van de moeder en de kinderen en die ten onrechte claimde zwanger te zijn van de vader met wie zij een relatie had, is door de vader weer in huis gehaald. De kinderen zijn bang voor haar. De kinderen willen voorts ook geen contact met hun vader op dit moment. De au-pair woont nog steeds bij de vader en staat regelmatig bij de school van de kinderen en bij de woning van de moeder. De vader heeft aangegeven dat ze dit op zijn verzoek doet. De moeder ervaart dit als intimiderend. De komende tijd zal, in samenwerking met BJZ, bekeken kunnen worden of en hoe omgang met de vader vormgegeven kan worden. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [A] en [B] bij de moeder, met ingang van 6 april 2014 tot 6 april 2015; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart de moeder niet ontvankelijk in haar verzoek tot wijziging van de hoofdverblijfplaats.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beslissing is gegeven door mr. R.C. Stijnen, kinderrechter, en ter openbare terechtzitting van 1 april 2014 uitgesproken in tegenwoordigheid van J.T. Maalderink, griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze uitspraak kan beroep worden ingesteld door indiening van een beroepschrift bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze uitspraak is verstrekt of verzonden, binnen <emphasis role="bold">drie maanden</emphasis> na de dag van deze uitspraak; door andere belanghebbenden binnen <emphasis role="bold">drie maanden</emphasis> na betekening van de uitspraak of nadat de uitspraak hun op andere wijze bekend is geworden.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>