<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2014:393</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T00:07:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-02-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-02-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/700959-13 (ontneming)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2014:393">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2014:393</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-02-05T11:16:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-02-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2014:393 Rechtbank Midden-Nederland , 03-02-2014 / 16/700959-13 (ontneming)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2014:393:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontneming diefstal in vereniging. De rechtbank legt aan verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat van een geldbedrag ter grootte van € 7.192,29, ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2014:393:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Strafrecht</para>
      <para>Zittingslocatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/700959-13 (ontneming)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beslissing van de rechtbank d.d. 3 februari 2014</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de ontnemingszaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op[geboortedatum] te[geboorteplaats],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>thans gedetineerd in P.I. Nieuwegein, Huis van Bewaring Nieuwegein, locatie Nieuwegein.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsman mr. J.P.W. Nijboer, advocaat te Utrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Deprocedure.</title>
    <para>De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:</para>
    <para />
    <para>- de vordering groot € 7.194,29, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt;</para>
    <para>- het strafdossier onder parketnummer 16/700959-13 waaruit blijkt dat verdachte op 3 februari 2014 door de meervoudige strafkamer van de Rechtbank Midden-Nederland is veroordeeld terzake van ‘diefstal door twee of meer verenigde personen’ tot de in die uitspraak vermelde straf;</para>
    <para>- het proces-verbaal van politie, genummerd PL0960-2013164547, gesloten en ondertekend op 24 juli 2013 door A. Wamsteeker, brigadier/rechercheur van politie, werkzaam bij de districtsrecherche Lekstroom van politie Midden-Nederland. Alsmede de daarbij behorende aanvullende processen-verbaal;  </para>
    <para>- de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 28 oktober 2013 en 20 januari 2014.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is de officier van justitie gehoord. Hij heeft daarbij zijn vordering gehandhaafd. Tevens is de verdachte gehoord, bijgestaan door diens raadsman.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>Tijdens de terechtzitting van 20 januari 2014 heeft de officier van justitie zijn vordering gehandhaafd, zodat een bedrag van € 7.194,29 ter zake het plegen van een overval door verdachte op [winkel] in Nieuwegein op 19 maart 2013, en op grond van artikel 36e, tweede lid van het Wetboek van Strafrecht, van verdachte ontnomen dient te worden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft aangevoerd dat de vordering enkel ten aanzien van de helft van het gevorderde bedrag van € 7.194,29, te weten € 3.597, 15, toegewezen kan worden. Verdachte heeft het door hem gepleegde feit immers tezamen en in vereniging met[A] gepleegd, aldus de verdediging. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Dat verdachte de bewezen verklaarde diefstal door twee of meer verenigde personen op 19 maart 2013, zoals primair aan hem ten laste gelegd, heeft begaan blijkt uit de in het vonnis d.d. 3 februari 2014 genoemde bewijsmiddelen. </para>
        <para>De omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel, blijkt uit de volgende bewijsmiddelen:</para>
      </parablock>
      <para>- De verklaring van verdachte afgelegd ten overstaan van de politie d.d. 9 december 2013, waaruit volgt dat verdachte de kluisruimte in is gelopen en is weggegaan toen hij het geld had.<footnote-ref linkend="_25b886b2-a26c-44db-a062-b39b66af391c" /></para>
      <para>- De verklaring van F.H. Schoonderwaltd, inclusief bijlagen, waaruit volgt dat uit de kluis van [winkel] € 6.235,00 en € 238,20 en € 230,04 en € 248,98 en                             € 240,07 is weggenomen.<footnote-ref linkend="_193c0b82-ff11-4bf1-93e5-83f6011de7dc" /></para>
      <para>Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de veroordeelde door middel van het begaan van dit feit samen met zijn mededader een voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht heeft gehad ter hoogte van € 7.192,29. Veroordeelde en zijn mededader zijn daardoor hoofdelijk aansprakelijk voor de gezamenlijke betalingsverplichting van dit bedrag.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <para>- stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op                      € 7.192,29.</para>
    <para />
    <para>- legt aan <emphasis role="bold">[verdachte] </emphasis>de verplichting op tot betaling aan de Staat van een geldbedrag ter grootte van € 7.192,29, ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat veroordeelde voor dit bedrag hoofdelijk aansprakelijk is met dien verstande dat indien en voor zover de mededader van veroordeelde betaalt, veroordeelde in zoverre van zijn verplichting tegen over de Staat zal zijn bevrijd.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. V. van Dam, voorzitter, mr. R.P. den Otter en mr. J.A. Schuman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.P. Stapel, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 3 februari 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_25b886b2-a26c-44db-a062-b39b66af391c" label="1">
    <para> Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal genummerd Pl0960-2013164547 D, gesloten en ondertekend op 26 december 2013 door H.A.M. van Schaik, brigadier van Politie Utrecht, waarvan onderdeel uitmaakt het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 314.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_193c0b82-ff11-4bf1-93e5-83f6011de7dc" label="2">
    <para> Indien hierna wordt verwezen naar processen-verbaal wordt hierbij telkens verwezen naar de bijlagen van het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van politie, genummerd PL0960-2013164547, gesloten en ondertekend op 24 juli 2013 door A. Wamsteeker, brigadier/rechercheur van politie, werkzaam bij de districtsrecherche lekstroom van politie Midden-Nederland. De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt. Het proces-verbaal van verhoor van [B] inclusief bijlagen, p. 79 tot en met p. 84.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>