<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2014:3299</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T19:03:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-08-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-04-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/I6/338414 / HA ZA 13-125</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2014:3299">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2014:3299</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-08-01T15:57:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-08-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2014:3299 Rechtbank Midden-Nederland , 30-04-2014 / C/I6/338414 / HA ZA 13-125</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2014:3299:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>koopovereenkomst met verwijzing naar herstelvonnis d.d. 25-06-2014 </para>
        <para>ECLI:NL:RBMNE:2014:3025</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2014:3299:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">VONNIS</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">________________________________</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Civiel recht</para>
      <para>Handelskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/I6/338414 / HA ZA 13-125</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 30 </emphasis>april 2014</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        [eiseres]
      </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats ],</para>
      <para>eiseres in conventie,</para>
      <para>verweerster in reconventie,</para>
      <para>advocaat mr. A.P.J. Jacobs te Amsterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats ],</para>
      <para>gedaagde in conventie,</para>
      <para>eiseres in reconventie,</para>
      <para>advocaat mr. L.A.M. van Kippersluis te Utrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure in conventie en in reconventie</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenvonnis van 26 juni 2013;</para>
      <para>- de akte aanvulling van eis van [eiseres] van 6 september 2013;</para>
      <para>- de akte met productie van [eiseres] van 26 september 2013;</para>
      <para>- de akte met productie van [eiseres] van 1 oktober 2013 met de gecorrigeerde versie van</para>
      <para>productie 20;</para>
      <para>- de aanvullende conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie;</para>
      <para>- het proces-verbaal van comparitie van 11 oktober 2013;</para>
      <para>- de akte na comparitie van [gedaagde] van 13 november 2013;</para>
      <para>- de conclusie van antwoord in reconventie tevens antwoordakte van [eiseres] van</para>
      <para>11 december 2013.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten in conventie en in reconventie</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 14 december 2004 heeft [eiseres] met [A]</para>
        <para>(hierna: [A]) een koopovereenkomst gesloten, op grond waarvan [A] van [eiseres]</para>
        <para>twee bebouwde percelen grond en een perceel weiland (hierna: de percelen), gelegen aan de</para>
        <para>Dorpsstraat in Hazerswoude, kocht. [A] kocht deze percelen voor [gedaagde], die in de</para>
        <para>koopovereenkomst is aangeduid als "nader te noemen meester". In deze koopovereenkomst</para>
        <para>is, onder meer, het volgende vastgelegd:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">'"Artikel 14</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">1. Bij niet of niet tijdige nakoming van de overeenkomst anders dan door niet toerekenbare</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">tekortkoming (overmacht) </emphasis>is <emphasis role="italic">de nalatige aansprakelijk voor alle daaruit voor de wederpartij</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ontstane schade met kosten en rente, ongeacht het feit of de nalatige in verzuim </emphasis>is <emphasis role="italic">in de zin van</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">het volgende lid.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">2. indien één van de partijen, na bij deurwaardersexploit in gebreke te zijn gesteld, gedurende acht</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">dagen tekortschiet in de nakoming van één of meer van haar verplichtingen </emphasis>- <emphasis role="italic">daaronder</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">begrepen het niet tijdig betalen van de waarborgsom of het niet doen stellen van een correcte</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">bankgarantie – is deze  partij in verzuim en heeft de wederpartij de al dan niet subsidiaire keus</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">tussen:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">a. Uitvoering van de overeenkomst te verlangen, in welk geval de partij die in verzuim </emphasis>is <emphasis role="italic">na</emphasis></para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">afloop van voormelde termijn van acht dagen voor elke sedertdien ingegane dag tot aan de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dag van nakoming een onmiddellijk opeisbare boete verschuldigd </emphasis>is <emphasis role="italic">van drie promille van</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">de koopprijs; of</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">b. De overeenkomst door een schriftelijke verklaring voor ontbonden te verklaren en betaling</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">van een onmiddellijk opeisbare boete te vorderen van tien procent van de koopprijs,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">onverminderd het recht op verdere schadevergoeding.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">3. Betaalde of verschuldigde boete strekt in mindering op eventueel verschuldigde</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">schadevergoeding met rente en kosten.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>( . .)</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">5. De notaris zal, na verloop van genoemde termijn van acht dagen:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- indien koper in verzuim is, het bedrag van de door deze verschuldigde boete, indien verkoper</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">zulks wenst, aan verkoper betalen uit de bij de notaris door koper onderscheidenlijk door een</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">bank krachtens een gestelde bankgarantie gestorte bedragen, voor zover deze daartoe toereikend</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">zijn;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- indien verkoper in verzuim is, de door koper gestorte bedragen aan hem terug betalen, dan wel</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">de gestelde bankgarantie retourneren.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">6. Het is voor de toepassing van dit artikel ter uitsluitende beoordeling van de notaris of de</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">overeenkomst </emphasis>is <emphasis role="italic">nagekomen, of één van de partijen dan wel of beide partijen tekortschiet(en)</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dan wel tenslotte of hij, notaris zelve, niet kan beoordelen wie van beide partijen tekortschiet,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">een en ander met dien verstande dat partijen gedurende een maand nadat de notaris het</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">vorenstaande schriftelijk heeft verklaard, het recht hebben zich voor beslechting van het geschil</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">te wenden tot de bevoegde rechter.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Indien de notaris niet kan beoordelen wie van partijen toerekenbaar tekortschiet in de nakoming,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gaat de notaris, behoudens eensluidende betalingsopdracht van beide partijen, niet tot</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">uitbetaling over, totdat tussen partijen bij in kracht van gewijsde gegane uitspraak </emphasis>is <emphasis role="italic">komen vast</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">te staan, wie van hen toerekenbaar </emphasis>is <emphasis role="italic">tekortgeschoten.</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Een gestelde bankgarantie dient gedurende die tijd te worden verlengd, bij gebreke waarvan de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">notaris verplicht </emphasis>is <emphasis role="italic">de bankgarantie te innen. </emphasis>(. . .) “</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 18 februari 2008 zijn [eiseres] en [gedaagde] aanvullingen op de onder 2.1.</para>
        <para>genoemde koopovereenkomst overeengekomen. Deze afspraken zijn door [gedaagde]</para>
        <para>vastgelegd in een door partijen ondertekende brief van 3 maart 2008. In deze brief staat,</para>
        <para>voor zover hier van belang, het volgende:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>"(. . .)</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">In afwijking van de koopovereenkomst van 14 december 2004 nemen wij de gronden af uiterlijk. 30</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">mei 2008, onafhankelijk van de status van de bouwvergunning en het aantal verkochte woningen. </emphasis>(. . .)</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Naar aanleiding van overleg over ons bovengenoemd schrijven van </emphasis>21 <emphasis role="italic">februari jl. is de herziene</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">koopprijs vastgesteld op  €2.350,000,-- k.k. met de voorwaarde dat in afwijking van de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">koopovereenkomst van 14 december 2004 de sloop en saneringskosten volledig voor rekening van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">verkoper komen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wij nemen de volledige locatie </emphasis>(. . .) <emphasis role="italic">over voor 8/13 x de herziene koopprijs van €2.350.000,-- k.k. Van </emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dit bedrag wordt door koper uiterlijk </emphasis>15 <emphasis role="italic">maart 2008 een bedrag van € 250.000,-- aanbetaald </emphasis>(. . .) <emphasis role="italic">De</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">tweede tranche, groot €1.196.154,--, wordt bij de levering voldaan (dus uiterlijk 30 mei 2008).</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Zodra meer dan </emphasis>8 <emphasis role="italic">woningen zijn verkocht en de grondsanering volledig </emphasis>is <emphasis role="italic">uitgevoerd en</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">goedgekeurd wordt per verkochte woning </emphasis>€ <emphasis role="italic">180.</emphasis>769,-- <emphasis role="italic">aan u betaald. totdat de totale koopsom </emphasis>is</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">voldaan. </emphasis>(. . .)</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Indien na </emphasis>5 <emphasis role="italic">jaar na heden nog niet alle woningen zijn verkocht dan zijn er wat ons betreft twee</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">mogelijkheden: </emphasis>1) <emphasis role="italic">[gedaagde] koopt de resterende kavels voor 50% van de nog openstaande koopsom, of</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">2) u koopt de woonrijpe kavels inclusief heiwerk en eventuele begane grondvloer tegen de kostprijs</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">van [gedaagde]. Als die situatie ontstaan, zal nader overleg plaats vinden. </emphasis>(. . .)"</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>In een brief van 30 mei 2008 heeft [gedaagde] aan [eiseres] geschreven, voor zover</para>
        <para>hier van belang:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">"Onlangs bespraken wij de afwikkeling van onze overeenkomst inzake Dorpsstraat 203-211 te</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hazerswoude-Dorp. Voor de volledigheid bevestig </emphasis>ik <emphasis role="italic">hierbij graag de gemaakte afspraken.</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De levering van de gronden zou uiterlijk 30 mei 2008 plaatsvinden. Echter, omdat de overeenkomsten</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">met de kopers van de drie woningen nog niet definitief zijn, krijgen wij de benodigde financiering niet</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">rond.  In verband hiermee hebben wij afgesproken dat de levering tot nader order wordt uitgesteld</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uiteraard zullen wij ons inspannen om zo spoedig mogelijk alsnog de financiering te verkrijgen en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">vervolgens de levering te laten plaatsvinden. Wij houden u op de hoogte van de voortgang. In elk</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">geval zijn wij u erkentelijk voor uw medewerking in deze. (. . .) </emphasis>“</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiseres] heeft eerst bij brief van 4 juni 2008 en vervolgens bij</para>
        <para>deurwaardersexploit van 9 juni 2008 [gedaagde] in gebreke gesteld en gesommeerd de</para>
        <para>koopovereenkomst binnen 8 dagen alsnog na te komen en gewezen op de in artikel 14 van</para>
        <para>de koopovereenkomst vastgelegde rechtsgevolgen van verzuim.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>In een brief van 10 juni 2008 heeft [gedaagde] het volgende aan [eiseres]</para>
        <para>geschreven:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">"Naar aanleiding van de op </emphasis>9 <emphasis role="italic">juni 2008 aan [gedaagde] </emphasis>(. .. ) <emphasis role="italic">per deurwaardersexploit uitgebrachte</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ingebrekestelling hebben wij gisteren telefonisch contact gehad. Tijdens dit telefonisch onderhoud</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">zijn wij overeengekomen dat het notariële transport alsnog op zeer korte termijn zal plaatsvinden,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">namelijk op vrijdag 20 juni 2008 of zoveel eerder als het geld van de financier beschikbaar is.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voor de goede orde wil ik uitdrukkelijk bevestigen dat u hierdoor akkoord bent met het feit dat de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">levering (net) niet binnen de in de ingebrekestelling gestelde termijn van acht dagen plaatsvindt en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">derhalve van de aangezegde consequenties geen sprake kan/zal zijn, althans dat u daar geen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">aanspraak op kan/zal maken. </emphasis>(. . .) "</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] heeft op 12 juni 2008 een brief aan [eiseres] geschreven waarin, onder</para>
        <para>meer, het volgende is opgenomen:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">"In vervolg op mijn schrijven van 10 juni jongstleden bericht ik u dat notariskantoor Jaquet te</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Woerden momenteel werkt aan het opstellen van een concept leveringsakte. In dit verband is van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">belang dat een tweetal percelen (nummers </emphasis>
          [kadastraalnummer] <emphasis role="italic">en [kadastraalnummer]) nog niet uw eigendom zijn.</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vriendelijk doch dringend verzoek ik u notariskantoor Jaquet </emphasis>(. . .) <emphasis role="italic">onverwijld te informeren over de</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">wijze waarop u de levering van deze twee percelen wil laten plaatsvinden. </emphasis>(. . .)"</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 16 juni 2008 heeft [gedaagde] in vervolg op de onder 2.6. genoemde brief het</para>
        <para>volgende geschreven aan [eiseres]:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>., <emphasis role="italic">Via notariskantoor Jaquet heb ik vernomen dat u tot op heden geen acties hebt ondernomen om de</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">percelen [kadastraalnummer] en </emphasis>
          [kadastraalnummer] <emphasis role="italic">(in mijn vorige schrijven is per abuis [kadastraalnummer] ipv [kadastraalnummer] genoemd) in eigendom te</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">verkrijgen. Voor alle duidelijkheid stel ik vast dat u hierdoor niet in staat bent om binnen de gestelde</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">termijn, opgenomen in de door uzelf uitgebrachte ingebrekestelling, aan uw leveringsverplichting te</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">voldoen.</emphasis>
        </para>
        <para>(. . .) "</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <parablock>
        <para>Eveneens op 16 juni 2008 heeft [B] medewerker van notariskantoor Jaquet,</para>
        <para>aan [eiseres] een concept van de akte van levering gezonden en een aantal vragen met</para>
        <para>betrekking tot de levering aan [eiseres] gesteld. In het concept van de akte van levering is,</para>
        <para>onder meer, het volgende opgenomen:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>"(. .. ) <emphasis role="bold italic">Fiscaal regime-overdrachtsbelasting</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Partijen verklaarden, zulks ter berekening van de verschuldigde overdrachtsbelasting:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dat verkoper het verkochte sub </emphasis>2. <emphasis role="italic">en </emphasis>3. <emphasis role="italic">heeft verkregen op </emphasis>* <emphasis role="italic">tweeduizend acht door de inschrijving op</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">die datum van een afschrift van gemelde akte van levering bij de Dienst van het Kadaster en de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">openbare Registers van een akte van levering op </emphasis>* <emphasis role="italic">tweeduizend acht voor </emphasis>*, <emphasis role="italic">notaris te </emphasis>* , <emphasis role="italic">te verleden;</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dat de heffingsgrondslag voor de verschuldigde overdrachtsbelasting </emphasis>* <emphasis role="italic">heeft bedragen;</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dat ten deze een beroep wordt gedaan op het bepaalde in artikel 13 van de Wet op belastingen van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">rechtsverkeer; </emphasis>(. . .)"</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 17 juni 2008 heeft [gedaagde] aan [eiseres] geschreven dat zij de financiering</para>
        <para>gereed heeft en per direct in staat is haar verplichting uit hoofde van de overeenkomst na te</para>
        <para>komen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 25 augustus 2008 heeft een deel van de levering plaatsgevonden. In de</para>
        <para>leveringsakte is vastgelegd welke gedeelten van het verkochte niet zijn geleverd. In de</para>
        <para>leveringsakte is tevens vastgelegd dat de totale koopprijs € 2.350.000,00 bedraagt, dat</para>
        <para>hiervan een bedrag van € 1.446.154,00 (€ 250.000,00 + € 1.196.154,00) is voldaan en dat</para>
        <para>het restant van de koopprijs, te weten een bedrag van € 903.846,00, wordt omgezet in een</para>
        <para>vordering wegens geleend geld en dat [gedaagde] dit bedrag schuldig is aan [eiseres].</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <parablock>
        <para>In een brief van 22 december 2008 heeft notaris Dirk Jan Blok het volgende aan</para>
        <para>
          [eiseres] geschreven:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">"Betreft: ontbinding koopovereenkomst Hoogstraat 2,41 en </emphasis>6 <emphasis role="italic">te Haastrecht"</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">In aansluiting op ons telefoongesprek van vrijdag jongstleden bevestig ik u het volgende.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Aangezien u uw verplichtingen uit de koopovereenkomst niet kon nakomen, </emphasis>is <emphasis role="italic">door de verkoper, na</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">het doorlopen van en met inachtneming van alle formaliteiten, de koopovereenkomst met betrekking</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">tot het bovenstaande perceel ontbonden. Tevens heeft de verkoper mij verzocht de waarborgsom uit te</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">keren.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Zoals U reeds medegedeeld </emphasis>is <emphasis role="italic">het bedrag van de waarborgsom ter grootte van  150.000,00 euro</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">afgelopen vrijdag overgeboekt naar een rekeningnummer ten name van Bleeklust. </emphasis>(. . .) "</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <parablock>
        <para>In een brief van 9 maart 2009 heeft [eiseres] [gedaagde] aangezegd voor 1 april</para>
        <para>2009 een bedrag van € 580.000,00 te betalen aan boete en schade op grond van niet-nakoming</para>
        <para>van de koopovereenkomst.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13.</nr>
      <parablock>
        <para>In een brief van 17 november 2009 namens [A] aan notaris D.L. Jaquet staat,</para>
        <para>onder meer, het volgende geschreven:</para>
        <para>"(. . .) <emphasis role="italic">In bovenstaande zaak verzoek ik u aan mij kenbaar te maken op welke datum het geld,</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">betrekking hebbende op de koopovereenkomst en de akte van levering die u mij in bovenstaande zaak</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">op 20 november 2009 deed toekomen, op de (derden)rekening van Jaquet  Notariskantoor</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">bijgeschreven stond. </emphasis>(...) ..</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.14.</nr>
      <parablock>
        <para>In een gefaxte brief van 3 december 2009 heeft notaris D.L. Jaquet, onder meer, het</para>
        <para>volgende aan [A] geschreven:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>"(. .) <emphasis role="italic">Uit de diverse correspondentie herleid ik het volgende:</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">a. 	op 11 juni 2008 ontvang ik van de financier van [gedaagde] de schriftelijke opdracht om de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">hypotheekstukken op te maken, benodigd voor de financiële afwikkeling.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">b. 	Bij het voorbereiden van de stukken constateert mijn medewerker, de heer [B] dat de</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">heer [eiseres] nog moet zorgdragen dat hij de beschikking krijgt over de percelen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">nummers [kadastraalnummer] en [kadastraalnummer]. (. . .)"</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.15.</nr>
      <parablock>
        <para>In reactie op de onder 2.14. genoemde brief wordt namens [A] het volgende aan</para>
        <para>notaris Jaquet teruggeschreven:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>"(. . .)</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">In reactie op mijn brief/fax gedateerd </emphasis>17 <emphasis role="italic">november 2009 hen ik op </emphasis>3 <emphasis role="italic">december 2009 een fax van u</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ontvangen. De inhoud van deze fax verbaast mij enigszins. In uw fax  gaat u immers niet in op de door</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">mij gestelde vraag. Ik verzocht u aan mij kenbaar te maken op welke datum het geld, betrekking</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">hebbende op de koopovereenkomst en de akte van levering die u mij in bovenstaande zaak op 20</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">oktober 2009 deed toekomen, op derdenrekening bijgeschreven stond. Ik verzoek u alsnog deze vraag</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">te beantwoorden. </emphasis>(. . .)"</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.16.</nr>
      <parablock>
        <para>In een brief van 17 april 2013 heeft [gedaagde] aan [eiseres], onder meer, het</para>
        <para>volgende geschreven:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>"(...) <emphasis role="italic">Zoals reeds door onze advocaat aan u geschreven op </emphasis>22 <emphasis role="italic">februari 2013, hebben wij er voor</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gekozen de onverkochte, woonrijpe kavels, inclusief heiwerk en begane grondvloer tegen de kostprijs</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">aan u te verkopen. Wij hebben dus gekozen voor optie 2.</emphasis>
        </para>
        <para>(...)</para>
        <para>Wij <emphasis role="italic">moeten u dan ook bij deze verzoeken en voor zoveel nodig sommeren de woonrijpe kavels,</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">inclusief heiwerk en eventuele begane grondvloer tegen de kostprijs aan te kopen en wel binnen 14</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dagen na heden.(. . .) </emphasis>"</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.17.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiseres] heeft in een brief van 14 mei 2013 het volgende aan [gedaagde]</para>
        <para>geschreven:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>"(...) <emphasis role="italic">Van de (aangepaste) koopsom van EUR 2.350.000,- is een bedrag van EUR 903.846.- niet aan</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [eiseres] overgemaakt. Blijkens de leveringsakte is dit bedrag omgezet in een geldlening. </emphasis>(...)</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Als vijf jaar na ondertekening van de aanvullende overeenkomst nog niet (voldoende) zou zijn</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">afgelost, zouden wij in overleg treden. </emphasis>( .. .)</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Omdat elk zicht op aflossing ontbreekt, u geen rente betaalt, de vijfjaarstermijn uit de aanvullende</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">overeenkomst inmiddels ruimschoots is verstreken en vanwege uw weinig coöperatieve houden in het</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">algemeen, </emphasis>
          <emphasis role="bold underline italic">zeggen wij hierbij de overeenkomst van geldlening per </emphasis>
          <emphasis role="bold underline">15 </emphasis>
          <emphasis role="bold underline italic">juli 2013 op.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wij wijzen u erop dat u daags daarna het bedrag van de geldlening direct en integraal aan ons</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">verschuldigd bent en wij sommeren u dit op </emphasis>16 <emphasis role="italic">juli 2013 aan ons te hebben voldaan. Verder zeggen</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">wij u hierover de wettelijke rente ex art. </emphasis>6: <emphasis role="italic">119a BW aan voor elke dag dat u met betaling in gebreke</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">blijft· </emphasis>(. . .)"</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie</emphasis>
      </para>
      <para>3 .1. 	[eiseres] vordert, na vermeerdering van eis, bij vonnis, voor zover mogelijk</para>
      <para>uitvoerbaar bij voorraad:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>I)   veroordeling van [gedaagde] om aan [eiseres] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te</para>
      <para>betalen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>A. een bedrag van € 472.350,00 inzake een onmiddellijk opeisbare boete ex art. 14 lid 2</para>
      <para>     koopovereenkomst;</para>
      <para>B. een bedrag van € 150.000,00 inzake de waarborgsom;</para>
      <para>C. een bedrag van € 57.495,36 inzake gemaakte rentekosten;</para>
      <para>D. een bedrag van € 53.040,00 inzake huurkosten;</para>
      <para>E.  een bedrag van € 4.500,00 inzake rentekosten in verband met de bij de heer Van Dijk</para>
      <para>     afgesloten lening ter hoogte van € 90.000,00;</para>
      <para>F.  een bedrag van € 3.279,22 inzake advocaat- en deurwaarderskosten;</para>
      <para>G. een bedrag van € 5.355,00 (inclusief BTW) ter zake de buitengerechtelijke</para>
      <para>     incassokosten;</para>
      <para>H. de wettelijke rente ex art. 6: 119a BW over alle voornoemde gevorderde bedragen vanaf</para>
      <para>     de dag dat die bedragen verschuldigd zijn, dan wel een rente die de rechtbank</para>
      <para>     gerechtvaardigd acht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2)</para>
      <para>I.    een verklaring voor recht dat de leningsovereenkomst met [gedaagde] per 15 juli 2013 is</para>
      <para>      opgezegd, dan wel dat de rechtbank - subsidiair - een datum bepaalt waartegen de</para>
      <para>      leningsovereenkomst volgens de rechtbank moet geacht worden te zijn opgezegd;</para>
      <para>J.   een verklaring voor recht dat gedaagde over de lening de wettelijke rente ex art. 6:119a</para>
      <para>     BW verschuldigd is met ingang van de dag na de datum waartegen is opgezegd;</para>
      <para>K. veroordeling van [gedaagde] aan [eiseres] de lening van € 903.846,00, vermeerderd met</para>
      <para>     de onder sub J genoemde wettelijke rente, te betalen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3) veroordeling van [gedaagde] in de kosten van dit geding, waaronder de kosten van het</para>
      <para>    conservatoir beslag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiseres] heeft aan haar vorderingen onder 1 ten grondslag gelegd dat [gedaagde] is</para>
        <para>tekortgeschoten in de nakoming van de (aanvullende) koopovereenkomst door niet op 30</para>
        <para>mei 2008 de door haar gekochte percelen af te nemen, dat [gedaagde] als gevolg hiervan een</para>
        <para>boete is verschuldigd van 3 promille van de koopprijs voor elke dag dat zij in verzuim heeft</para>
        <para>verkeerd, en dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de overige schade als gevolg van die</para>
        <para>tekortkoming.</para>
        <para>Met betrekking tot haar vorderingen onder 2 heeft [eiseres] gesteld dat noch de wet, noch</para>
        <para>de overeenkomst voorziet in een opzeggingsregeling en dat zij bevoegd is de overeenkomst</para>
        <para>van geldlening op te zeggen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Zij heeft met betrekking tot de</para>
        <para>vordering 1A tot en met 1H als eerste gesteld dat [eiseres] niet-ontvankelijk dient te</para>
        <para>worden verklaard. Verder heeft zij met betrekking tot deze vorderingen aangevoerd dat zij</para>
        <para>nooit in verzuim is geraakt en dat [eiseres] bovendien in schuldeisersverzuim verkeerde,</para>
        <para>waardoor [gedaagde] haar verplichtingen niet kon voldoen.</para>
        <para>Met betrekking tot de terugbetaling van de geldlening (vordering 2I tot en met 2K) heeft</para>
        <para>
          [gedaagde] aangevoerd dat opzegging niet mogelijk is. [gedaagde] stelt hiertoe het volgende.</para>
        <para>Partijen zijn overeengekomen dat de geldlening door [gedaagde] uit de verkoopopbrengsten van</para>
        <para>de laatste 5 (van de in totaal 13) op de percelen te bouwen woningen zou worden afgelost en</para>
        <para>dat partijen met die afspraak hebben beoogd [eiseres] risicodragend voor een deel van het</para>
        <para>project te laten worden. Partijen hebben aan het slot van de aanvullende koopovereenkomst</para>
        <para>van 3 maart 2008 ook voorzien in de mogelijkheid dat de verkoop van de resterende 5</para>
        <para>woningen onverhoopt niet zou lukken. In het geval die situatie zich voordoet heeft [gedaagde]</para>
        <para>na vijf jaar twee keuzemogelijkheden: of [gedaagde] krijgt een korting van 50% op de nog niet</para>
        <para>betaalde koopsom, of [eiseres] dient de woonrijpe kavels tegen kostprijs van [gedaagde]</para>
        <para>terug te kopen. Terugbetaling van de geldlening is in strijd met deze afspraken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] vordert - na wijziging van eis in de akte na comparitie - bij vonnis,</para>
        <para>uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [eiseres] tot</para>
      </parablock>
      <para>1. levering van de wel verkochte doch nog niet in eigendom overgedragen percelen grond</para>
      <parablock>
        <para>te Hazerswoudedorp als opgenomen in de afgesloten koopovereenkomst en wel in</para>
        <para>beslagvrije en hypotheekvrije staat, ten tijde van de doorlevering door [gedaagde] aan</para>
        <para>derden, zulks op straffe van een dwangsom van € 50.000,-- per dag dat [gedaagde] daarmee</para>
        <para>in gebreke blijft na 7 dagen na betekening van het vonnis, zulks tegen betaling van een</para>
        <para>door de rechtbank na het voeren van de schadestaatprocedure vast te stellen restant</para>
        <para>bedrag althans na een op de voet van artikel 6:258 BW nader vastgestelde koopprijs,</para>
        <para>zijnde nihil althans een bedrag van € 451.923,00 en daarbij vast te stellen als</para>
        <para>betalingsmoment het moment van (door)levering van de te bebouwen resterende 11</para>
        <para>bouwkavels en wel pro rato;</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>2. betaling van schadevergoeding terzake eerder voormeld in de akte van 11 oktober 2013,</para>
      <para>nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;</para>
      <para />
      <para>3. betaling van € 98.773,77 terzake de sloop- en saneringskosten, verhoogd met de</para>
      <para>wettelijke handelsrente vanaf 16 juni 2009;</para>
      <para />
      <para>4. betaling van de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] heeft aan haar vordering onder 1 nakoming van de aanvullende</para>
        <para>overeenkomst van 3 maart 2008 ten grondslag gelegd. [gedaagde] beroept zich daarbij op de</para>
        <para>eerste van de twee genoemde mogelijkheden aan het slot van de brief van 3 maart 2008 (zie</para>
        <para>2.2.), welke mogelijkheid overigens eerst met een beroep op artikel 6:258 BW nog in haar</para>
        <para>voordeel dient te worden aangepast.</para>
        <para>Aan haar schadevordering onder 2 heeft [gedaagde] ten grondslag gelegd dat [eiseres] is</para>
        <para>tekortgeschoten in de nakoming van de als tweede genoemde mogelijkheid in de brief van 3</para>
        <para>maart 2008, door de percelen niet tegen kostprijs terug te kopen. Aan haar vordering onder 3</para>
        <para>heeft [gedaagde] nakoming van de aanvullende koopovereenkomst van 3 maart 2008 ten</para>
        <para>grondslag gelegd, voor zover daarin is opgenomen dat de sloop- en saneringskosten volledig</para>
        <para>voor rekening van [eiseres] komen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiseres] voert gemotiveerd verweer. Kort samengevat stelt [eiseres] zich op</para>
        <para>het standpunt dat de twee mogelijkheden die aan het slot van de brief van 3 maart 2003</para>
        <para>worden genoemd, voor het geval [gedaagde] een of meer van de laatste vijf percelen niet heeft</para>
        <para>kunnen verkopen, vrijblijvend van aard zijn en niet rechtens afdwingbaar. Verder heeft</para>
        <para>
          [eiseres] bezwaar gemaakt tegen de hoogte van de saneringskosten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">In conventie: de vordering onder 1</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">ontvankelijkheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] voert als verweer aan dat [eiseres] niet-ontvankelijk is in haar vordering.</para>
        <para>Volgens haar heeft notaris Jaquet in een brief van 3 december 2009 aan [eiseres] laten</para>
        <para>weten dat [gedaagde] niet was tekortgeschoten in de tijdige nakoming van de overeenkomst.</para>
        <para>Deze verklaring moet volgens [gedaagde] worden gezien als een beoordeling zoals bedoeld in</para>
        <para>artikel 14 1id 6 van de koopovereenkomst (zie 2.1.). [eiseres] had vervolgens binnen een</para>
        <para>maand na deze verklaring zich tot de rechter moeten wenden, wat [eiseres] niet heeft</para>
        <para>gedaan, hetgeen niet-ontvankelijkheid in onderhavige zaak tot gevolg heeft.</para>
        <para>Volgens [eiseres] zijn partijen met artikel 14 lid 6 van de koopovereenkomst weliswaar</para>
        <para>overeengekomen dat een notaris eerst bindend advies dient te geven alvorens partijen naar</para>
        <para>de rechter kunnen gaan, maar heeft artikel 14 lid 6 echter alleen betrekking op de situatie dat</para>
        <para>de notaris moet beslissen of hij tot uitbetaling overgaat van de bedragen die door de koper,</para>
        <para>of krachtens een bankgarantie bij hem zijn gestort.</para>
        <para>
          [eiseres] wordt hierin door de rechtbank gevolgd. Onder verwijzing naar de uitspraak van</para>
        <para>de rechtbank Arnhem van 8 oktober 2008 (LJN BG0787) wordt het volgende overwogen.</para>
        <para>Blijkens artikel 14 lid 6 hebben partijen de notaris bij uitsluiting aangewezen om te</para>
        <para>beoordelen of sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de koopovereenkomst</para>
        <para>door één van hen. Voornoemd artikellid moet worden gelezen in combinatie met de overige</para>
        <para>leden van artikel 14. Dan blijkt dat deze bevoegdheid van de notaris beperkt is tot de situatie</para>
        <para>waarin hij de door koper gestorte waarborgsom of afgegeven bankgarantie (nog)onder zich</para>
        <para>heeft, dat wil zeggen, totdat het perceel is geleverd. Ingevolge lid 5 van dit artikel is het</para>
        <para>gevolg van een eventueel tekortschieten van één van de partijen dat de notaris de</para>
        <para>verschuldigde boete aan de wederpartij kan uitkeren uit de zich onder hem bevindende</para>
        <para>waarborgsom of bankgarantie. Indien de notaris niet kan beoordelen welke partij is</para>
        <para>tekortgeschoten gaat hij - zo volgt uit de tweede zin van lid 6 - niet tot uitbetaling over</para>
        <para>totdat daarover bij rechterlijke uitspraak is beslist, tenzij partijen (alsnog) gezamenlijk</para>
        <para>aangeven dat het bedrag aan één van moet worden uitgekeerd. De functie van de notaris in</para>
        <para>dezen heeft derhalve vooral betrekking op het beheren en zo nodig uitkeren van (een deel</para>
        <para>van) de gestorte waarborgsom of bankgarantie. Dat de notaris bevoegd is verklaard om</para>
        <para>zelfstandig te bepalen aan wie moet worden uitgekeerd, is in dat licht niet onbegrijpelijk.</para>
        <para>Dat zijn rol méér zou omvatten en dat de notaris tevens bevoegd zou zijn om Garen) na de</para>
        <para>levering te bepalen of één van de partijen is tekortgeschoten in de nakoming van haar</para>
        <para>verplichtingen, waarbij het geschil mogelijk aan de rechtbank wordt onttrokken, acht de</para>
        <para>rechtbank en niet juiste en te ruime uitleg van het artikellid. [eiseres] is dan ook</para>
        <para>ontvankelijk in haar vordering.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verzuim</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Tegen de vorderingen van [eiseres] onder 1 heeft [gedaagde] voorts als verweer</para>
        <para>gevoerd dat zij nooit in verzuim is gekomen en reeds daarom niet aansprakelijk kan worden</para>
        <para>gesteld voor de door [eiseres] gestelde boete- en schadeposten A tot en met H. Volgens</para>
        <para>
          [eiseres] is [gedaagde] ter zake de boete (post A) op 17 juni 2008 in verzuim gekomen</para>
        <para>doordat de levering niet binnen de in de ingebrekestelling van 9 juni 2008 gegeven termijn</para>
        <para>heeft plaatsgevonden en is [gedaagde] op 30 mei 2008 in verzuim gekomen ter zake de</para>
        <para>schadeposten (B tot en met H) op grond van artikel 6:83 sub c BW doordat zij zelf had</para>
        <para>aangekondigd niet op de afgesproken datum van 30 mei 2008 te kunnen leveren. Aan</para>
        <para>
          [eiseres] kan worden toegegeven dat partijen in artikel 14 lid 2 van de koopovereenkomst</para>
        <para>in verband met de opeisbaarheid van de boete een specifieke verzuimregeling zijn</para>
        <para>overeengekomen. Het is dan ook de vraag of [gedaagde] in verzuim is gekomen met betrekking</para>
        <para>tot de opeisbaarheid van de boete. Aangezien [gedaagde] niet in verzuim kan geraken als sprake</para>
        <para>is van schuldeisersverzuim, zoals is bepaald in artikel 6:61 lid 2 BW, zal eerst beoordeeld</para>
        <para>moeten worden of sprake is geweest van schuldeisersverzuim aan de zijde van [eiseres].</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Schuldeisersverzuim</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Volgens [gedaagde] is sprake van schuldeiserverzuim omdat zij, toen zij op 11 juni</para>
        <para>2008 de financiering alsnog had geregeld, de gronden niet kon afnemen van [eiseres]</para>
        <para>omdat [eiseres] nog geen eigenaar was van twee van de drie over te dragen percelen.</para>
        <para>Volgens [gedaagde] kon [eiseres] pas op 25 augustus 2008 leveren, omdat zij toen pas de</para>
        <para>eigendom van alle drie te leveren percelen had verworven. Van een zogenaamde abc-akte is</para>
        <para>volgens [gedaagde] geen sprake geweest. [gedaagde] stelt ter onderbouwing van het door haar</para>
        <para>gestelde schuldeisersverzuim verder nog het volgende. Partijen hebben de notariële</para>
        <para>afwikkeling opgedragen aan notaris Jaquet. [eiseres] heeft nagelaten notaris Jaquet te</para>
        <para>instrueren een abc-akte op te stellen en hem te informeren op welke wijze [eiseres] haar</para>
        <para>eigen perceel en de twee nog niet aan haar in eigendom toebehorende percelen kon leveren.</para>
        <para>
          [gedaagde] heeft [eiseres] hierop gewezen in haar brief van 16 juni 2008 (zie 2.6.). Verder</para>
        <para>heeft [B] die namens notaris Jaquet belast was met de voorbereiding van de levering,</para>
        <para>in een brief van 16 juni 2008 aan [eiseres] een aantal vragen gesteld, waaronder de vraag</para>
        <para>wanneer [eiseres] eigenaar zal worden van de twee van de drie aan [gedaagde] over te dragen</para>
        <para>percelen. Op 17 juni 2008 (zie 2.8.) had [eiseres] deze vragen nog niet beantwoord. De</para>
        <para>overdracht betrof een complexe zaak en notaris Jaquet was aangewezen op de volledige</para>
        <para>medewerking van [eiseres]. [gedaagde] was zelf op 17 juni 2008 in staat tot afname van alle</para>
        <para>percelen, zo blijkt uit haar brief van diezelfde dag (zie 2.7.). Volgens notaris Jacquet heeft</para>
        <para>de overdracht pas op 25 augustus 2008 kunnen plaats vinden vanwege de problemen die</para>
        <para>samenhingen met het feit dat twee van de drie percelen nog niet op naam van [eiseres]</para>
        <para>stonden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiseres] betwist dat het aan haar te wijten is geweest dat het transport</para>
        <para>uiteindelijk pas op 25 augustus 2008 heeft plaatsgevonden. Zij voert hiertoe het volgende</para>
        <para>aan. [gedaagde] was, in tegenstelling tot wat zij in haar brief had geschreven (zie 2.9.), op 17</para>
        <para>juni 2008 nog helemaal niet gereed voor het transport, nu nergens uit blijkt dat de aan</para>
        <para>
          [eiseres] te betalen koopsom op de derdenrekening van notaris Jaquet stond</para>
        <para>bijgeschreven. Jaquet heeft geweigerd te antwoorden op vragen van [eiseres]</para>
        <para>dienaangaande. Voorts heeft notaris Jaquet op 16 juni 2008 en op 26 juni 2008 concepten</para>
        <para>van leveringsaktes opgemaakt, met grove fouten. Pas op 20 augustus 2008 is een correct</para>
        <para>concept geleverd. Dat twee van de drie percelen door middel van een abc-akte zouden</para>
        <para>worden overgedragen, was alle partijen, de makelaar en de betrokken notarissen bekend en</para>
        <para>op deze manier is de overdracht op 25 augustus 2008 uiteindelijk ook geschied. Naast</para>
        <para>notaris Jaquet was in verband met abc-levering ook de eigen notaris van [eiseres],</para>
        <para>Mr. Biemans-Van Donkelaar, bij de transactie betrokken. In de concept-leveringsakte van</para>
        <para>16 juli 2008 wordt al vooruitgelopen op de abc-levering en ook op de ontbrekende gegevens</para>
        <para>die door [B] op 16 juni 2008 bij [eiseres] had opgevraagd. [eiseres] heeft deze</para>
        <para>gegevens kort nadien aangeleverd. De brieven van [gedaagde] van 12 juni 20 I 6 en</para>
        <para>16 juni 2008, waarin werd gewezen op het feit dat [eiseres] nog geen eigenaar van twee</para>
        <para>over te dragen percelen was, zijn niet meer dan een smoes en alleen geschreven ten behoeve</para>
        <para>van dossieropbouw.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank heeft [gedaagde] haar verweer dat [eiseres] in</para>
        <para>schuldeisersverzuim verkeerde, omdat door nalaten van [eiseres] de levering niet kort na</para>
        <para>17 juni 2008 heeft kunnen plaatsvinden, onvoldoende onderbouwd.</para>
        <para>Uit het concept van de akte van levering van 16 juni 2008 (zie 2.8.) blijkt genoegzaam dat</para>
        <para>partijen toen al de bedoeling hadden om twee percelen door middel van een abc-transactie te</para>
        <para>leveren. In dit concept is met betrekking tot de percelen die nog niet in eigendom waren van</para>
        <para>
          [eiseres] onder meer melding gemaakt van artikel 13 van de Wet op belastingen van</para>
        <para>rechtsverkeer. In dit wetsartikel is, kort gezegd, een overdrachtsbelastingvoordeel</para>
        <para>opgenomen in geval van verkrijging binnen zes maanden na een vorige verkrijging van</para>
        <para>dezelfde goederen door een ander. Gelet op de beoogde abc-constructie spreekt het dan ook</para>
        <para>vanzelf dat twee van de drie percelen vóór de daadwerkelijk levering nog niet in eigendom</para>
        <para>waren van [eiseres] en kan dit niet achteraf tegen [eiseres] worden gebruikt. De</para>
        <para>constatering van [gedaagde] in haar brieven van 12 juni 2008 en 16 juni 2008 dat twee percelen</para>
        <para>nog niet in eigendom zijn van [eiseres], zegt dan ook niets.</para>
        <para>Verder wordt overwogen dat het enkele feit dat door [B], de medewerker van notaris</para>
        <para>Jaquet een verzoek om informatie is gedaan aan [eiseres] ter afronding van de</para>
        <para>leveringsakte (zie 2.8.), nog niet maakt dat [eiseres] de levering heeft verhinderd. Het had</para>
        <para>op de weg van [gedaagde] gelegen nader te onderbouwen dat [eiseres] niet aan dit</para>
        <para>informatieverzoek heeft voldaan of anderszins haar medewerking heeft onthouden en dat</para>
        <para>hierdoor de transactie pas op 25 augustus 2008 heeft plaatsgevonden. Het ontbreken van een</para>
        <para>dergelijke onderbouwing klemt te meer nu niet is betwist dat [eiseres] zijn makelaar, de</para>
        <para>heer W. Smeijers, had gevolmachtigd in het geval de levering alsnog tijdens zijn vakantie in</para>
        <para>de zomer van 2008 kon worden voltooid, en [eiseres] kennelijk vertraging vanwege zijn</para>
        <para>afwezigheid wilde voorkomen.</para>
        <para>Van een gemotiveerde onderbouwing dat sprake is van schuldeisersverzuim is te minder</para>
        <para>sprake nu onvoldoende is komen vast te staan dat [gedaagde] op 17 juni 2007 zelf in staat was</para>
        <para>na te komen. Haar eigen brief (zie 2.9.) kan onvoldoende dienen als onderbouwing voor</para>
        <para>deze stelling, niet valt immer uit te sluiten dat deze is geschreven met het oog op het</para>
        <para>verstrijken van de termijn die haar is gegeven om alsnog na te komen. [eiseres] heeft er</para>
        <para>op gewezen dat [gedaagde] niet heeft aangevoerd dat de koopsom op de derdenrekening van de</para>
        <para>notaris is gestort, hetgeen [gedaagde] op grond van artikel 3 lid 2 van de koopovereenkomst</para>
        <para>verplicht was te doen voordat tot levering kan worden overgegaan. [eiseres] heeft, via</para>
        <para>
          [A], hierover uitdrukkelijk navraag gedaan bij notaris Jaquet (zie 2.13. en 2.15). In de brief</para>
        <para>van notaris Jaquet van 3 december 2009 (2.14.) in reactie op die vraag, staat weliswaar dat</para>
        <para>de notaris op 11 juni 2008 van de financier van [gedaagde] de opdracht had gekregen</para>
        <para>hypotheekstukken op te maken benodigd voor de financiële afwikkeling, maar wordt</para>
        <para>voorbijgegaan aan de vraag ofhet geld daadwerkelijk beschikbaar was. Overigens kan uit</para>
        <para>deze brief van 3 december 2009 niet worden afgeleid dat notaris Jaquet aan (de raadsman</para>
        <para>van) [eiseres] heeft laten weten dat [gedaagde] op 17 juni 2008 niet in gebreke was en dat de</para>
        <para>vertraging is ontstaan door toedoen van [eiseres], zoals [gedaagde] heeft gesteld.</para>
        <para>Het verweer dat sprake is geweest van schuldeisersverzuim zal gelet op al het bovenstaande</para>
        <para>worden verworpen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Schuldenaarsverzuim</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Vervolgens is het de vraag of [gedaagde] in verzuim is geraakt. Voorop staat dat</para>
        <para>
          [eiseres] op 9 juni 2008 overeenkomstig het bepaalde in artikel 14 lid 2 van de</para>
        <para>overeenkomst [gedaagde] bij deurwaardersexploot in gebreke heeft gesteld en dat levering niet</para>
        <para>binnen de aangezegde termijn van 8 dagen heeft plaatsgevonden. Volgens [gedaagde] had het</para>
        <para>uitstel op 30 mei 2008 echter in goed overleg plaatsgevonden en was zij verrast dat</para>
        <para>
          [eiseres] haar een ingebrekestelling zond. Zij stelt verder dat zij meteen na de</para>
        <para>ingebrekestelling contact heeft gezocht met [eiseres] en nadere afspraken heeft gemaakt,</para>
        <para>die zij heeft vastgelegd in de brief van 10 juni 2008 (zie 2.5.). Volgens [gedaagde] was hiermee</para>
        <para>de ingebrekestelling buiten effect gesteld en had [eiseres] [gedaagde] na 20 juni 2008</para>
        <para>opnieuw in gebreke moeten stellen, aldus [gedaagde]. [gedaagde] heeft ter onderbouwing van deze</para>
        <para>zienswijze een schriftelijke verklaring overgelegd van de heer [C], destijds</para>
        <para>statutair directeur van [gedaagde].</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiseres] betwist dat zij heeft toegezegd dat zij geen aanspraak zou maken op de</para>
        <para>boetebepaling. Zij stelt dat zij [gedaagde], toen die aangaf de financiering op 30 mei 2008 niet</para>
        <para>rond te hebben, meteen heeft laten weten dat zij niet blij was dat het transport niet kon</para>
        <para>plaatsvinden, omdat zij hierdoor niet langer in staat was op 1 juni 2008 een door haar</para>
        <para>aangekochte herontwikkelingslocatie in Haastrecht, te weten de voormalige wasserij</para>
        <para>Bleeklust, af te nemen. Volgens [eiseres] was [gedaagde] dan ook helemaal niet verrast door</para>
        <para>de ingebrekestelling van 9 juni 2008 en zegde zij toe haar best te doen om op 20 juni 2008</para>
        <para>alsnog na te komen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verweer van [gedaagde] zal worden verworpen vanwege het volgende. In de brief</para>
        <para>van 10 juni 2008 wordt door [gedaagde] toegezegd dat binnen enkele dagen, namelijk uiterlijk</para>
        <para>20 juni 2008, het transport alsnog zou gaan plaatsvinden. Haar opmerking dat [eiseres],</para>
        <para>vanwege die eventuele korte overschrijding van de termijn waartegen zij in gebreke was</para>
        <para>gesteld, geen aanspraak kan maken op de rechtsgevolgen van verzuim, moet ook in die</para>
        <para>context worden bezien. Haar toezegging is achterhaald gebleken, vast staat inmiddels dat</para>
        <para>eerst op 25 augustus 2008 is geleverd. [eiseres] heeft er voor gekozen niet op deze briefte</para>
        <para>reageren, mogelijk omdat zij vanwege de toezegging van [gedaagde] in de veronderstelling was</para>
        <para>dat binnen enkele dagen toch geleverd zou worden. Wat daar ook van zij, uit het enkele feit</para>
        <para>dat [eiseres] niet op de brief heeft gereageerd, kan [gedaagde] niet afleiden dat [eiseres]</para>
        <para>ermee heeft ingestemd dat zij in het geheel zou afzien van de door haar aangezegde</para>
        <para>consequenties en dat zij op een nieuwe ingebrekestellingstermijn mocht rekenen als ook 18</para>
        <para>juni 2008 of 20 juni 2008 niet zou worden gehaald. Dit had [eiseres] uitdrukkelijk aan</para>
        <para>haar moeten bevestigen. Het had op de weg van [gedaagde] gelegen hierover duidelijkheid te</para>
        <para>verkrijgen en het er niet op aan te laten komen tot 25 augustus 2008.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <parablock>
        <para>Daarnaast heeft [gedaagde] in dit kader nog aangevoerd dat op 25 augustus 2008 de</para>
        <para>verkochte percelen slechts deels zijn geleverd en dat [eiseres] daarom geen aanspraak kan</para>
        <para>maken op de boetes. Dat niet alle gronden op 25 augustus 2008 zijn geleverd is kennelijk</para>
        <para>tussen partijen, nadat de koopovereenkomst was gesloten, zo overeengekomen. Partijen</para>
        <para>hebben de leveringsakte waarin dit is vastgelegd, ondertekend. Door [gedaagde] is niet gesteld</para>
        <para>dat zij de leveringsakte weliswaar heeft ondertekend, maar dat de leveringsakte</para>
        <para>verbintenissen bevat - namelijk gedeeltelijke levering van wat zij heeft gekocht - die zij niet</para>
        <para>heeft gewild. [gedaagde] kan [eiseres] dan ook niet verwijten dat zij vanwege de</para>
        <para>gedeeltelijke levering de koopovereenkomst niet is nagekomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hoogte van de boete</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <parablock>
        <para>De slotsom is dan ook dat [eiseres] ter zake de boetebepaling op 18 juni 2008 in</para>
        <para>verzuim is gekomen. Immers, in de ingebrekestelling van 9 juni wordt [gedaagde] 8 dagen</para>
        <para>gegund om alsnog na te komen. Deze termijn eindigt derhalve op 17 juni 2008. Ingevolge</para>
        <para>artikel 14 lid 2 sub a kan [eiseres] vanaf 18 juni 2008 tot en met 24 augustus (68 dagen)</para>
        <para>aanspraak op een boete maken van drie pro mille van de koopprijs per dag, te weten</para>
        <para>€ 7.050,00 per dag (3% van de koopprijs van € 2.350.000,00). De rechtbank ziet geen</para>
        <para>aanknopingspunt voor het verweer van [gedaagde] dat de boete niet berekend moet worden</para>
        <para>over de koopprijs, maar over het ten tijde van het transport verschuldigde bedrag.</para>
        <para>De totale boete komt dan ook neer op een bedrag van € 479.400,00. [eiseres] heeft echter</para>
        <para>niet meer gevorderd dan € 472.350,00 en dit bedrag is in beginsel toewijsbaar.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Schadevergoeding naast boete</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiseres] vordert naast een boete ook een schadevergoeding als gevolg van het</para>
        <para>niet op de afgesproken datum transporteren van de gronden. In artikel 14 lid 3 van de</para>
        <para>overeenkomst is bepaald dat de boete in mindering strekt op eventueel verschuldigde</para>
        <para>schadevergoeding met rente en kosten.</para>
        <para>De rechtbank ziet geen aanleiding [eiseres] te volgen in haar uitleg dat artikel 14 lid 3 in</para>
        <para>onderhavige zaak in het geheel niet van toepassing is. Volgens [eiseres] heeft artikel 14</para>
        <para>lid 3 slechts betrekking op artikel 14 lid 2 sub b, te weten de situatie dat de overeenkomst</para>
        <para>ontbonden wordt en dat de partij die tekortschiet in de nakoming van de overeenkomst 10%</para>
        <para>van de koopprijs aan boete is verschuldigd, onverminderd het recht op verdere</para>
        <para>schadevergoeding. Als partijen dát hadden bedoeld, dan hadden zij het bepaalde in artikel</para>
        <para>14 lid 3 eenvoudigweg kunnen toevoegen aan het bepaalde in artikel 14 lid 2 sub b. Volgens</para>
        <para>de rechtbank is artikel 14 lid 3 dan ook van toepassing op artikel 14 lid 2 sub a, hetgeen in</para>
        <para>onderhavige zaak aan de orde is.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <parablock>
        <para>Verder wordt - volledigheidshalve - overwogen dat [eiseres] ten aanzien van de</para>
        <para>schade reeds vanaf 30 mei 2008 aansprakelijk gesteld kan worden. Uitleg van artikel 14 lid</para>
        <para>1 van de overeenkomst leidt tot het oordeel dat partijen alleen met betrekking tot de boete</para>
        <para>een specifieke verzuimregeling zijn overeengekomen, die in artikel 14 lid 2 van de</para>
        <para>overeenkomst is uitgewerkt. Nu voor de aansprakelijkheid van schade als gevolg van</para>
        <para>wanprestatie geen specifieke regeling is overeengekomen, zal aansluiting worden gezocht</para>
        <para>bij de verzuimregeling van het Burgerlijk Wetboek. Niet in geschil is dat [gedaagde] aan</para>
        <para>
          [eiseres] heeft medegedeeld dat zij op 30 mei 2008 de financiering niet rond zou krijgen</para>
        <para>als gevolg waarvan de levering die datum nog niet zou plaatsvinden, zodat [gedaagde] is</para>
        <para>tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst en zij op grond van artikel</para>
        <para>6:83 sub c BW in ieder geval op 30 mei 2008 in verzuim is geraakt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13.</nr>
      <parablock>
        <para>Hierna zullen de door [eiseres] gestelde schadeposten B tot en met G</para>
        <para>achtereenvolgens worden besproken. De gevorderde wettelijke handels rente zal aan het slot</para>
        <para>van de beoordeling worden behandeld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">B Waarborgsom € 150.000.00</emphasis>
        </para>
        <para>
          [eiseres] heeft gesteld dat zij een voormalige wasserij heeft gekocht en dat zij de</para>
        <para>koopsom hiervan niet eerder kon voldoen dan nadat zij de koopsom van [gedaagde] zou</para>
        <para>ontvangen. Omdat [gedaagde] kort voor 30 mei 2008 had verzocht de overdracht korte tijd uit</para>
        <para>te stellen, had [eiseres] eveneens tijdelijk uitstel gekregen van de verkoper van de</para>
        <para>voormalige wasserij, aldus [eiseres]. Omdat het vervolgens veel langer duurde dan enkele</para>
        <para>dagen voordat [eiseres] de koopsom van [gedaagde] had ontvangen en [eiseres] hierdoor</para>
        <para>de voormalige wasserij niet kon betalen, heeft de verkoper van de wasserij [eiseres] in</para>
        <para>gebreke gesteld en vervolgens de koopovereenkomst met betrekking tot de wasserij</para>
        <para>ontbonden (zie 2.11). De verkoper van de wasserij maakte hierbij aanspraak op de onder de</para>
        <para>notaris berustende waarborg van € 150.000,00. Volgens [eiseres] is er een causaal</para>
        <para>verband tussen de tekortkoming van [gedaagde] om haar tijdig te betalen en het verlies van de</para>
        <para>waarborgsom.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] heeft als verweer gevoerd dat [eiseres] haar nooit heeft verteld dat [eiseres] de</para>
        <para>koopsom wilde aanwenden om zelf een perceel te kunnen kopen en dat een causaal verband</para>
        <para>tussen het later opleveren van de percelen die [eiseres] aan [gedaagde] heeft verkocht en het</para>
        <para>niet kunnen betalen van de aankoopsom van een andere transactie niet is aangetoond.</para>
        <para>
          [gedaagde] wordt hierin door de rechtbank gevolgd. Nog afgezien van de vraag voor wiens</para>
        <para>risico en rekening het moet komen dat [eiseres] is betrokken in meerdere grondtransacties</para>
        <para>die door [eiseres] volledig van elkaar afhankelijk zijn gemaakt, is er geen enkele</para>
        <para>onderbouwing van de stelling dát [eiseres] de voormalige wasserij niet heeft kunnen</para>
        <para>afnemen vanwege de uitgestelde levering van de percelen die [eiseres] aan [gedaagde] had</para>
        <para>verkocht. [eiseres] heeft slechts een brief overgelegd van notaris Blok van 22 december</para>
        <para>2008 waarin [eiseres] wordt geïnformeerd over het verlies van een waarborgsom.</para>
        <para>Kennelijk heeft die brief betrekking op de aankoop door [eiseres] van de voormalige</para>
        <para>wasserij. Maar [eiseres] heeft uiteindelijk op 25 augustus 2008 aan [gedaagde] kunnen</para>
        <para>leveren en had op die dag de beschikking over de door [gedaagde] te betalen koopsom.</para>
        <para>
          [eiseres] heeft op geen enkel wijze aangetoond dat zij toen al te laat was met het betalen</para>
        <para>van de koopsom van de voormalige wasserij. Dat de brief van notaris Blok op 22 december</para>
        <para>2008 is geschreven is juist een aanwijzing dat er geruime tijd is verstreken tussen de</para>
        <para>levering die tussen partijen heeft plaatsgevonden en het tijdstip dat [eiseres] haar</para>
        <para>verplichtingen ter zake de koopovereenkomst van de voormalige wasserij moest nakomen.</para>
        <para>Kortom, [eiseres] heeft niet aan haar stelplicht voldaan en aan bewijslevering wordt dan</para>
        <para>ook niet toegekomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">C Rente € 57.495,36</emphasis>
        </para>
        <para>Volgens [eiseres] was de verkoper van de wasserij in eerste instantie bereid uitstel van</para>
        <para>betaling te verlenen, maar op voorwaarde dat door [eiseres] rente zou worden vergoed.</para>
        <para>Volgens [eiseres] belopen de rentekosten een bedrag van € 57.495,36 exclusief BTW en</para>
        <para>is dit aan te merken als schade die direct het gevolg is van de wanprestatie van [gedaagde].</para>
        <para>Met betrekking tot deze vordering is, nog afgezien van het ontbreken van het vereiste</para>
        <para>causale verband zoals hiervoor reeds is besproken, geen enkele onderbouwing geleverd van</para>
        <para>de gestelde afspraak over rentekosten. Ook dit deel van de vordering zal worden afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">D Opslagruimte</emphasis>
        </para>
        <para>
          [eiseres] heeft gesteld dat zij door het wegvallen van het perceel van de wasserij elders</para>
        <para>ruimte diende te huren voor opslag van bedrijfsgoederen. De huurkosten van deze opslag</para>
        <para>zijn opgelopen tot € 53.040,00. Volgens [eiseres] had zij deze kosten niet hoeven betalen</para>
        <para>als [gedaagde] de koopovereenkomst was nagekomen. Naar het oordeel van de rechtbank geldt</para>
        <para>hiervoor hetzelfde als hiervoor bij de bespreking van de rentepost is besproken. Zowel</para>
        <para>onderbouwing van het gestelde causale verband als van de schadepost ontbreken volledig,</para>
        <para>zodat dit deel van de vordering zal worden afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">E Rente over lening Van Dijk</emphasis>
        </para>
        <para>
          [eiseres] stelt dat zij door de tekortkoming van [gedaagde] een lening heeft moeten afsluiten</para>
        <para>bij de heer van Dijk van € 90.000,00 met een looptijd van één jaar en dat zij hierover een</para>
        <para>bedrag van € 4.500,00 aan rente heeft moeten betalen. De rechtbank is van oordeel dat</para>
        <para>
          [eiseres] heeft nagelaten op enige wijze te onderbouwing dat deze lening is gesloten en</para>
        <para>dat zij deze lening bovendien heeft moeten sluiten als gevolg van het niet tijdig afnemen van</para>
        <para>de gronden door [gedaagde].</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">F Advocaten-/deurwaarderskosten</emphasis>
        </para>
        <para>
          [eiseres] stelt een bedrag van € 3.279,22 aan advocaat- en deurwaarderskosten te hebben</para>
        <para>gemaakt. Volgens [eiseres] gaat het hier om schade in de zin van artikel 14 lid 1 van de</para>
        <para>koopovereenkomst en dient [gedaagde] deze aan haar te vergoeden. De rechtbank ziet geen</para>
        <para>aanleiding advocaatkosten en betekeningskosten door de deurwaarder buiten de</para>
        <para>proceskostenvergoeding om als schadepost toe te kennen en zal op grond van artikel</para>
        <para>238 lid 2 Rv de proceskostenvergoeding vaststellen (zie 4.28.). De rechtbank zal overige</para>
        <para>gerechtsdeurwaarderskosten betrekken bij haar beslissing over de buitengerechtelijke</para>
        <para>incassokosten onder G.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">G Buitengerechtelijke incassokosten</emphasis>
        </para>
        <para>
          [eiseres] heeft een bedrag aan buitengerechtelijke (incasso-)kosten gevorderd.</para>
        <para>De rechtbank hanteert het uitgangspunt dat dergelijke kosten alleen voor vergoeding in</para>
        <para>aanmerking komen, indien zij betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan</para>
        <para>een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard)</para>
        <para>schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze</para>
        <para>samenstellen van het dossier.</para>
        <para>
          [eiseres] heeft weliswaar gesteld dat de gevorderde kosten geen betrekking hebben op</para>
        <para>verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling een vergoeding pleegt in te sluiten,</para>
        <para>maar uit de gegeven omschrijving van deze werkzaamheden dient het tegendeel te worden</para>
        <para>afgeleid. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke (incasso-)kosten moet daarom</para>
        <para>worden afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.14.</nr>
      <parablock>
        <para>Gelet op al het bovenstaande, is niet gebleken dat [eiseres] schade heeft geleden</para>
        <para>als gevolg van de wanprestatie van [gedaagde] die er uit bestond dat zij op 30 mei 2008 niet</para>
        <para>gereed was voor levering.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Matiging boete</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.15.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] heeft de rechtbank verzocht de boete te matigen. Voorop staat dat matiging</para>
        <para>alleen aan de orde is als toepassing van een boetebeding in de gegeven omstandigheden tot</para>
        <para>een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt. Daarbij zal niet alleen moeten</para>
        <para>worden gelet op de verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete, maar</para>
        <para>ook op de aard van de overeenkomst, de inhoud en de strekking van het beding en de</para>
        <para>omstandigheden waaronder het is ingeroepen. .</para>
        <para>Door [gedaagde] is in dit kader gewezen op de buitensporigheid van de boete ten opzichte van</para>
        <para>de vertraging en op de omstandigheid dat aan [eiseres] factoren zijn toe te rekenen die de</para>
        <para>vertraging hebben veroorzaakt. In de enkele omstandigheid dat de schade (€ 0,00) en de</para>
        <para>boete € 472.350,00 ver uiteenlopen, ziet de rechtbank geen aanleiding de boete te matigen.</para>
        <para>Dat de vertraging in de levering eveneens aan [eiseres] is toe te rekenen, is onvoldoende</para>
        <para>door [gedaagde] onderbouwd. In dit kader wordt verwezen naar hetgeen reeds is overwogen ter</para>
        <para>zake het niet geslaagde beroep door [gedaagde] op schuldeisersverzuim (zie 4.5.). De slotsom is</para>
        <para>dat de vordering in conventie onder 1 zal worden toegewezen tot het reeds genoemde bedrag</para>
        <para>van € 472.350,00.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Rente over boete</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.16.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiseres] heeft onder H wettelijke handelsrente gevorderd over onder meer de</para>
        <para>boete. Nu hierboven is komen vast te staan dat [gedaagde] deze boete verschuldigd is, is zij</para>
        <para>wettelijke handelsrente verschuldigd vanaf de dag dat de boete opeisbaar is geworden. Uit</para>
        <para>de door partijen overgelegde stukken volgt dat [eiseres] op 9 maart 2009 een</para>
        <para>ingebrekestelling aan [gedaagde] heeft gezonden wegens het niet betalen van de boete en heeft</para>
        <para>zij [gedaagde] een termijn tot I april 2009 gegeven om alsnog na te komen. [gedaagde] is dan ook</para>
        <para>wettelijke handelsrente verschuldigd over een bedrag van € 472.3 50,00 vanaf 1 april 2009.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">In conventie: de vordering onder 2</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">In reconventie: de vorderingen onder 1 en 2</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.17.</nr>
      <parablock>
        <para>De beantwoording van de vraag of [eiseres] de geldleningsovereenkomst mocht</para>
        <para>opzeggen, hangt samen met de beoordeling van de reconventionele vorderingen 1 en 2. De</para>
        <para>rechtbank zal de conventionele vordering onder 2 dan ook in samenhang met de</para>
        <para>reconventionele vorderingen onder 1 en 2 behandelen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.18.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiseres] heeft ter zitting bezwaar gemaakt tegen het indienen van de eis in</para>
        <para>reconventie door [gedaagde].</para>
        <para>De rechtbank heeft tijdens de zitting beslist dat zij met het oog op de goede procesorde af</para>
        <para>zal wijken van hetgeen is vastgelegd in artikel 137 Rv. Door de rechtbank is immers niet</para>
        <para>eerder dan in het tussenvonnis van 26 juni 2013 bepaald dat de eisvermeerdering van</para>
        <para>
          [eiseres], waartegen [gedaagde] bezwaar had gemaakt en waarover een akte-uitwisseling</para>
        <para>heeft plaatsgevonden, is toegestaan. Vanaf dat moment stond de omvang van het geschil in</para>
        <para>conventie vast en kon [gedaagde] bepalen of zij een met de eisvermeerdering samenhangende</para>
        <para>reconventionele eis wenste in te dienen. Zou de rechtbank het indienen van een</para>
        <para>reconventionele vordering in deze specifieke situatie niet hebben toegestaan, dan zou dit tot</para>
        <para>gevolg hebben gehad dat [gedaagde] een nieuwe procedure had moeten starten en zou het debat</para>
        <para>over de betreffende kwestie versnipperd hebben plaatsgevonden. Deze uitkomst heeft de</para>
        <para>rechtbank met het oog op de goede procesorde onwenselijk geacht. Het beginsel van hoor en</para>
        <para>wederhoor is bij de beslissing de reconventionele vordering toe te staan, niet geschonden, nu</para>
        <para>
          [eiseres] werd toegestaan na de comparitie schriftelijk te reageren op de eis in</para>
        <para>reconventie, van welke mogelijkheid [eiseres] uitgebreid gebruik heeft gemaakt.</para>
        <para>Bovendien is tijdens de comparitie ook reeds inhoudelijk debat gevoerd over de vordering in</para>
        <para>reconventie. Voor zover [eiseres] met haar stelling dat zij zich haar rechten ter zake</para>
        <para>voorbehoudt, heeft willen betogen dat zij nog in de gelegenheid moet worden gesteld zich</para>
        <para>nader uit te laten over de reconventionele vordering, zal dit, gelet op het bovenstaande, niet</para>
        <para>worden toegestaan.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.19.</nr>
      <parablock>
        <para>Overwogen wordt voorts dat de reconventionele vordering onder 1 in zoverre</para>
        <para>onbegrijpelijk is dat daarin van levering van 11 bouwkavels wordt gesproken, terwijl in de</para>
        <para>conclusie van antwoord tevens eis in reconventie uitgebreid door [gedaagde] is toegelicht dat</para>
        <para>betaling van de resterende koopsom/aflossing van de lening samenhangt met 5 van 13 nog</para>
        <para>door te verkopen bouwkavels. Gelet op het hiernavolgende oordeel, is er echter geen</para>
        <para>noodzaak om hierover verduidelijking te krijgen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.20.</nr>
      <parablock>
        <para>Waar partijen in de aanvullende koopovereenkomst van 3 maart 2008 nog met</para>
        <para>elkaar hadden afgesproken dat [gedaagde] het restant van de koopsom (5/13e deel) pas later</para>
        <para>hoefde te betalen, hebben partijen deze afspraak in de akte van levering zodanig gewijzigd</para>
        <para>dat het niet-betaalde deel van de koopsom werd omgezet in een geldlening van [eiseres]</para>
        <para>aan [gedaagde].</para>
        <para>Tevens is in de akte van levering vastgelegd dat een deel van de verkochte percelen nog niet</para>
        <para>is geleverd. Van het perceel kadastraal bekend gemeente Hazerswoude, [kadastraalnummer]</para>
        <para>, wordt 1,29 van de in totaal verkochte 3,02 are geleverd en van het aangesloten perceel</para>
        <para>kadastraal bekend gemeente Hazerswoude, [kadastraalnummer], wordt 17,94 are van de</para>
        <para>in totaal verkochte 21,50 are geleverd. In de akte van levering is verder opgenomen dat de</para>
        <para>niet geleverde gedeeltes van het verkochte ter indicatie van de locatie schetsmatig met</para>
        <para>schuinarcering zijn aangegeven op een aan de leveringsakte gehechte en door partijen</para>
        <para>gewaarmerkte situatietekening. In zoverre snijdt het verweer van [eiseres] dat [gedaagde] er</para>
        <para>niet in is geslaagd te specificeren welke onroerende zaken niet zijn geleverd, geen hout.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.21.</nr>
      <parablock>
        <para>Partijen hebben in de leveringsakte geen expliciete koppeling gemaakt tussen de</para>
        <para>geldlening en de niet geleverde gronden. Niet duidelijk is of de vijf woonkavels waarvoor</para>
        <para>de geldleningsovereenkomst is verstrekt, in feite de niet-geleverde percelen zijn, zoals</para>
        <para>hierboven beschreven. In de leveringsakte is ook overigens niet vastgelegd wanneer en/of</para>
        <para>op grond van welke voorwaarden [eiseres] alsnog de nog niet geleverde gronden aan</para>
        <para>
          [gedaagde] dient te leveren en of een eventuele levering samenhangt met de afbetaling van de</para>
        <para>geldlening.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.22.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank begrijpt uit de reconventionele vordering onder I dat [gedaagde] de</para>
        <para>levering van de tot nu toe niet-geleverde percelen wél koppelt aan betaling door haar aan</para>
        <para>
          [eiseres] van een nader te betalen bedrag.</para>
        <para>Kennelijk heeft [gedaagde] hierbij voor ogen dat als de koopprijs door de rechtbank in de</para>
        <para>koopovereenkomst verlaagd wordt - op grond van onvoorziene omstandigheden als bedoeld</para>
        <para>in artikel 6:258 BW - naar een bedrag tussen € 451.923,00 en nihil, dientengevolge het op</para>
        <para>grond van de geldleningsovereenkomst door [gedaagde] aan [eiseres] verschuldigde bedrag</para>
        <para>ook wordt verlaagd naar een bedrag van maximaal € 451.923,00 tot nihil, én dat [gedaagde]</para>
        <para>deze lening pas hoeft afte lossen, als zij de bouwkavels kan doorleveren aan kopers/derden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.23.</nr>
      <parablock>
        <para>De vordering onder 2 is met enige moeite - de bewoordingen in het petitum zijn</para>
        <para>minst genomen vaag - te begrijpen als een vordering geënt op de in brief van 3 maart 2008</para>
        <para>als tweede genoemde mogelijkheid in het geval de kavels na vijf jaar nog niet zijn</para>
        <para>doorverkocht. Hierbij stelt [gedaagde] zich op het standpunt dat nu [eiseres] de onbebouwde</para>
        <para>percelen niet heeft teruggekocht, [eiseres] is tekortgeschoten in de nakoming van de</para>
        <para>aanvullende koopovereenkomst en dat [gedaagde] daarom recht heeft op een schadevergoeding</para>
        <para>ten hoogte van de waarde van de kavels, inclusief heiwerk en begane grondvloer.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De brief  </emphasis>3 <emphasis role="italic">maart 2008</emphasis></para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.24.</nr>
      <parablock>
        <para>In de brief van 3 maart 2008 zijn aanvullende afspraken ter zake de</para>
        <para>koopovereenkomst vastgelegd. In zoverre is de brief een aanvullende overeenkomst. Naar</para>
        <para>het oordeel van de rechtbank zijn de mogelijkheden die aan het slot van die brief worden</para>
        <para>genoemd, voor het geval [gedaagde] na vijf jaar niet alle woningen heeft verkocht, niet langer</para>
        <para>juridisch afdwingbaar. Ten tijde van de ondertekening van de brief hadden partijen voor</para>
        <para>ogen dat [gedaagde] een deel van de koopsom pas later zou voldoen. Daar is de tekst van deze</para>
        <para>passage op toegeschreven. Dit uitgangspunt is achterhaald geworden ten tijde van de</para>
        <para>levering, omdat toen is vastgelegd dat de koopsom door [gedaagde] is voldaan, maar dat een</para>
        <para>deel van de koopsom is gefinancierd door een lening van [eiseres] aan [gedaagde]. Dat de</para>
        <para>betreffende passage in de brief van 3 maart 2008 hierdoor achterhaald is geworden, wordt</para>
        <para>nog eens ondersteund door de omstandigheid dat partijen in de definitieve akte van levering</para>
        <para>weliswaar hebben verklaard dat de afspraken van de brief van 3 maart 2008 blijven gelden,</para>
        <para>maar vervolgens bij het citeren van die brief (in de akte van levering), de passage over de</para>
        <para>situatie dat na 5 jaar nog niet alle woningen zijn verkocht, achterwege hebben gelaten.</para>
        <para>
          [gedaagde] kan naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet na vijf jaar met een beroep op de</para>
        <para>afspraken in de brief van 3 maart 2008 van [eiseres] vorderen dat de koopsom verlaagd</para>
        <para>dient te worden met 50 tot 100%. De koopsom is immers al voldaan. Evenmin kan [gedaagde]</para>
        <para>
          [eiseres] na vijf jaar [eiseres] verplichten het veelvoudige van de koopprijs in 2008 aan</para>
        <para>
          [gedaagde] te betalen om de percelen terug te kopen en [eiseres] aansprakelijk stellen voor de</para>
        <para>schade als [eiseres] hier niet toe overgaat, zoals [gedaagde] nu heeft gedaan in haar vordering</para>
        <para>onder 2.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.25.</nr>
      <parablock>
        <para>Een en ander laat onverlet dat [gedaagde] uiteindelijk recht heeft op nakoming van de</para>
        <para>koopovereenkomst, voor wat betreft de levering van het restant van de gekochte percelen.</para>
        <para>
          [gedaagde] heeft echter onvoldoende gesteld dat de levering reeds nu zonder meer opeisbaar is.</para>
        <para>
          [gedaagde] heeft in dit kader immers zelf de afbetaling van de lening/koopsom gekoppeld aan</para>
        <para>de levering.</para>
        <para>Een dergelijke vordering is, in tegenstelling tot wat [eiseres] heeft aangevoerd, nog niet</para>
        <para>verjaard. Het betreft immers een vordering van onbepaalde tijd, die pas verjaart na verloop</para>
        <para>van twintig jaar na aanvang van de dag, volgende op die waartegen de opeising op zijn</para>
        <para>vroegst mogelijk was. Deze termijn is niet voor 2028 verstreken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Opzeggen leningsovereenkomst</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.26.</nr>
      <parablock>
        <para>Dan resteert de vraag of [eiseres] de geldleningsovereenkomst in haar brief van</para>
        <para>14 mei 2013 (zie 2.17) mocht opzeggen. Naar het oordeel van de rechtbank mocht zij dit</para>
        <para>doen. De kern van een overeenkomst van geldlening is, dat op enig moment de geleende</para>
        <para>geldsom terugbetaald dient te worden. Ware het anders, dan zou [eiseres] altijd</para>
        <para>afhankelijk blijven van de inspanningen van [gedaagde] om de woonkavels door te verkopen</para>
        <para>aan derden en hiermee de geldleningsovereenkomst afte betalen. In theorie kan dan een</para>
        <para>situatie ontstaan dat de lening helemaal niet meer afgelost gaat worden. Dit is naar het</para>
        <para>oordeel van de rechtbank in strijd met het uitgangspunt dat een duurovereenkomst die voor</para>
        <para>onbepaalde tijd is aangegaan en waarin niet is voorzien in opzegging, in beginsel opzegbaar</para>
        <para>is. Wel is de rechtbank van oordeel dat uit de eisen van de redelijkheid en billijkheid</para>
        <para>voortvloeit dat in onderhavige zaak een ruimere opzegtermijn dan twee maanden dient te</para>
        <para>worden gehanteerd. Een deel van de koopsom is immers omgezet in een geldlening omdat</para>
        <para>
          [gedaagde] pas in staat was die te voldoen, op het moment dat de percelen door haar</para>
        <para>doorverkocht zouden worden aan derden. Partijen zijn deze afspraak aangegaan in de</para>
        <para>verwachting dat binnen enkele jaren de percelen konden worden ontwikkeld en</para>
        <para>doorverkocht. Partijen hadden dan ook gezamenlijk belang bij een succesvolle uitvoering</para>
        <para>van het woonproject: [eiseres] vanwege de nog aan haar afte lossen geldlening en</para>
        <para>
          [gedaagde] in verband met de door haar beoogde winst. Nu - mogelijk vanwege de financiële</para>
        <para>crisis - de huizenverkoop sterk is achtergebleven bij de verwachtingen die partijen destijds</para>
        <para>hadden, zal [gedaagde] gelet op deze achtergrond een redelijke termijn gegund moeten worden</para>
        <para>om alsnog aan haar verplichtingen te voldoen. De rechtbank acht een termijn van een jaar</para>
        <para>redelijk, hetgeen betekent dat de geldlening vanaf 14 mei 2014 opeisbaar is. Dat zij naast</para>
        <para>terugbetaling van de geleende geldsom recht heeft op wettelijke rente als schadevergoeding</para>
        <para>zolang terugbetaling uitblijft, is niet meer dan redelijk en kan niet met een beroep op de</para>
        <para>beperkende werking van redelijkheid en billijkheid worden afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.27.</nr>
      <parablock>
        <para>De slotsom is dat de vordering in conventie onder 2 zal worden toegewezen, te</para>
        <para>weten betaling door [gedaagde] aan [eiseres] van € 903.846,00, te vermeerderen met de</para>
        <para>wettelijke rente vanaf 14 mei 2014 en dat de vorderingen in reconventie onder 1 en 2 zullen</para>
        <para>worden afgewezen. Gelet op deze toewijzing heeft [eiseres] geen rechtens te respecteren</para>
        <para>belang meer bij de onder 21 en 21 (zie 3.1.) gevorderde verklaringen voor recht, zodat de</para>
        <para>rechtbank deze niet zal uitspreken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">In conventie: proceskostenveroordeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.28.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiseres] zal in conventie als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten</para>
        <para>worden veroordeeld. De rechtbank begroot de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] op:</para>
      </parablock>
      <para>- dagvaarding 	 € 		     92,82</para>
      <para>- griffierecht 			3.715,00</para>
      <para>- beslagkosten 			   606,28</para>
      <para>- salaris advocaat  <emphasis role="underline">€                         9.633,00 (3 punten x tarief3.21 1.00)</emphasis></para>
      <para>Totaal 		  € 	            14.047,10</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">In reconventie: de vordering onder 3</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">sloop- en saneringskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.29.</nr>
      <parablock>
        <para>Dan is het ten slotte de vraag of [eiseres] sloop- en saneringskosten ten hoogte</para>
        <para>van € 98.773,77 aan [gedaagde] dient te voldoen. [eiseres] betwist niet langer dat [gedaagde] de</para>
        <para>sanering voor rekening van [eiseres] mocht uitvoeren, maar wel de hoogte van de</para>
        <para>gestelde kosten. Volgens [eiseres] is zij eerder akkoord gegaan met een offerte van de</para>
        <para>firma Anton van Dijk Sloopwerken, die € 46.900,00 exclusief BTW zou rekenen. De</para>
        <para>uiteindelijke saneringskosten zijn verdubbeld en bovendien door een ander bedrijf, te weten</para>
        <para>Bot en Van der Ham B.V. uitgevoerd. [eiseres] vermoedt, nu zij de onderliggende</para>
        <para>stukken van de eindfactuur niet kent, dat ook andere saneringskosten in de factuur zijn</para>
        <para>meegenomen. [eiseres] wil daarom inzage in stortbonnen en facturen van aannemers.</para>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank heeft [gedaagde], behoudens tegenbewijs, reeds voldoende</para>
        <para>aannemelijk gemaakt dat zij een bedrag van € 98.773,77 aan saneringskosten uitsluitend</para>
        <para>voor de betreffende percelen heeft moeten betalen. Zij heeft een factuur van de firma</para>
        <para>overgelegd waarin gedetailleerd staat beschreven welke werkzaamheden zijn verricht</para>
        <para>volgens de oorspronkelijke planning en welke meerwerkzaamheden noodzakelijk zijn</para>
        <para>geweest. [eiseres] zal daarom worden toegelaten tot het leveren van tegenbewijs tegen de</para>
        <para>voorshands bewezen stelling dat [gedaagde] een bedrag van € 97.436,01 aan Bot en Van der</para>
        <para>Ham B.V. heeft betaald, uitsluitend ten behoeve van de sloop- en saneringswerkzaamheden,</para>
        <para>verricht op de percelen aan de Dorpsstraat te Hazerwoude die [eiseres] op 14 december</para>
        <para>2004 aan [gedaagde] heeft verkocht.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.30.</nr>
      <parablock>
        <para>Indien [eiseres] het tegenbewijs (mede) wenst te leveren door schriftelijke</para>
        <para>stukken of andere gegevens, dient zij deze afzonderlijk bij akte in het geding te brengen.</para>
        <para>Indien [eiseres] het bewijs wil leveren door het doen horen van getuigen, dient zij dit in</para>
        <para>de akte te vermelden en de verhinderdata op te geven van alle partijen en van de op te</para>
        <para>roepen getuigen. De rechtbank zal dan vervolgens een dag en uur voor een getuigenverhoor</para>
        <para>bepalen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.31.</nr>
      <parablock>
        <para>Partijen moeten bij de getuigenverhoren rechtsgeldig vertegenwoordigd zijn.</para>
        <para>Indien een partij zonder gegronde reden niet verschijnt, kan dit nadelige gevolgen voor die</para>
        <para>partij hebben.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.32.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank verwacht dat het verhoor per getuige 60 minuten zal duren. Als</para>
        <para>
          [eiseres] verwacht dat het verhoor van een getuige langer zal duren dan de hiervoor</para>
        <para>vermelde duur, kan dat in de te nemen akte worden vermeld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 472.350,00</para>
        <para>(vierhonderdtweeënzeventig duizend driehonderdvijftig euro), te vermeerderen met de</para>
        <para>wettelijke handelsrente vanaf 1 april 2009 als bedoeld in art. 6: 119a BW tot de dag van</para>
        <para>volledige betaling;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] uiterlijk op 13 juli 2014 te betalen een</para>
        <para>bedrag van € 903.846,00 (negenhonderddrieduizend achthonderdzesenveertig euro), te</para>
        <para>vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 14 juli 2014 als bedoeld in art. 6: 119a</para>
        <para>BW tot de dag van volledige betaling;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden</para>
        <para>begroot op € 14.047,10, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf</para>
        <para>veertien dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in </emphasis>reconventie</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <parablock>
        <para>draagt [eiseres] op tegenbewijs te leveren van de voorshands (afdoende) door</para>
        <para>
          [gedaagde] bewezen stelling dat [gedaagde] een bedrag van € 97.436,01 aan Bot en Van der Ham</para>
        <para>B.V. heeft betaald, uitsluitend ten behoeve van de sloop- en saneringswerkzaamheden,</para>
        <para>verricht op de percelen aan de Dorpsstraat te Hazerwoude, die [eiseres] op 14 december</para>
        <para>2004 aan [gedaagde] heeft verkocht;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <parablock>
        <para>verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 28 mei 2014 teneinde [eiseres]</para>
        <para>in de gelegenheid te stellen bij akte aan te geven op welke wijze zij bewijs wil leveren;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <parablock>
        <para>bepaalt dat, indien [eiseres] (mede) bewijs wil leveren door middel van</para>
        <para>schriftelijke bewijsstukken, zij die stukken op die rolzitting in het geding moet brengen;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.9.</nr>
      <parablock>
        <para>bepaalt dat, [eiseres] bewijs wil leveren door middel van het horen van getuigen,</para>
        <para>zij op die rolzitting:</para>
      </parablock>
      <para>- de namen en woonplaatsen van de getuigen dient op te geven;</para>
      <para>- moet opgeven op welke dagen alle partijen, hun (eventuele) advocaten/gemachtigden en de</para>
      <parablock>
        <para>getuigen in de drie maanden nadien verhinderd zijn; zij dient bij die opgave ten minste</para>
        <para>vijftien dagdelen vrij te laten waarop het getuigenverhoor zou kunnen plaatsvinden;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.10.</nr>
      <para>bepaalt dat:</para>
      <para>- voor het opgeven van verhinderdata geen uitstel zal worden verleend;</para>
      <para>- indien [eiseres] geen gebruik maakt van de mogelijkheid om verhinderdata op te geven</para>
      <parablock>
        <para>de rechter eenzijdig een datum zal bepalen waarvan dan in beginsel geen wijziging meer</para>
        <para>mogelijk is;</para>
      </parablock>
      <para>- het getuigenverhoor zal kunnen worden bepaald op een niet daarvoor opgegeven dagdeel,</para>
      <para>indien bij de opgave minder dan het hiervoor verzochte aantal dagdelen zijn vrijgelaten;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.11.</nr>
      <parablock>
        <para>bepaalt dat de datum van het getuigenverhoor in beginsel niet zal worden gewijzigd</para>
        <para>nadat daarvoor dag en tijdstip zijn bepaald;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.12.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Loots en in het openbaar uitgesproken op 30 april 2014.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>