<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2014:2825</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T03:55:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-07-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-07-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/16/370905 / KG ZA 14-418</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2014:2825">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2014:2825</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-07-11T16:48:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-07-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2014:2825 Rechtbank Midden-Nederland , 11-07-2014 / C/16/370905 / KG ZA 14-418</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2014:2825:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering van huurder tot opheffing van het door verhuurder gelegde conservatoire derdenbeslag en verhuurder te verbieden om ter zake van de door hem in de hoofdzaak ingestelde geldvordering conservatoir beslag te leggen. De voorzieningenrechter wijst de vordering af. Verhuurder heeft in aanloop naar de zitting uit eigen beweging het gelegde beslag opgeheven. Dat verhuurder tegen die achtergrond opnieuw verlof zal vragen en beslag gaat leggen is daarom niet voldoende aannemelijk gemaakt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2014:2825:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Civiel recht</para>
      <para>handelskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/16/370905 / KG ZA 14-418</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 11 juli 2014</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser 1]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>advocaat mr. M.B. Appel,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. S. Eernstman.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiser 1] en [gedaagde] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 26 juni 2014 met producties 1 tot en met 11</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de faxbrieven van [eiser 1] van 2 en 3 juli 2014 met daarbij producties 12 en 13</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling op 4 juli 2014</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de pleitnota van [gedaagde].</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser 1] als huurder en [gedaagde] als verhuurder hebben een huurovereenkomst gesloten met betrekking tot woonruimte aan de [adres] te [woonplaats]. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op 24 april 2014 heeft [gedaagde] [eiser 1] gedagvaard in een bodemprocedure en daarbij gevorderd - in de kern genomen - ontbinding van de huurovereenkomst en betaling van achterstallige huur over het kwartaal april, mei en juni 2014 (in hoofdsom). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Nadat [gedaagde] daartoe op 29 april 2014 verlof van de voorzieningenrechter in deze rechtbank heeft verkregen, heeft hij op 30 april 2014 onder ING Bank conservatoir beslag gelegd ten laste van [eiser 1] voor de hiervoor bedoelde vordering. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Samengevat betwist [eiser 1] dat sprake is van een huurachterstand, omdat - anders dan [gedaagde] ten grondslag legt aan zijn vordering - geen betaling per kwartaal maar per maand is overeengekomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Op 2 juli 2014 heeft de voorzieningenrechter in de rechtbank Midden-Nederland vonnis uitgesproken in een procedure tussen [gedaagde] als gedaagde en een andere huurder van het adres [adres], de heer [eiser 2], als eiser. [eiser 2] vorderde in die procedure, net als [eiser 1], opheffing van door [gedaagde] gelegd conservatoir beslag op gronden die vergelijkbaar zijn aan de gronden die [eiser 1] in deze procedure heeft aangevoerd. De voorzieningenrechter heeft in dat vonnis - zakelijk weergegeven - het conservatoire beslag opgeheven en [gedaagde] geboden om een afschrift van dat vonnis over te leggen aan de voorzieningenrechter indien hij (opnieuw) een verzoek indient tot het leggen van conservatoir beslag ten laste van [eiser 2].  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser 1] vordert - samengevat - bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde] te veroordelen tot opheffing van het door hem gelegde conservatoire derdenbeslag</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde] te verbieden om ter zake van de door hem in de hoofdzaak ingestelde geldvordering ten laste van [eiser 1] conservatoir beslag te leggen, althans een zodanige beslissing te nemen als de voorzieningenrechter in goede justitie meent te behoren </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Ter zitting heeft de raadsman van [gedaagde] aangevoerd dat hij op 3 juli 2014 naar aanleiding van het hiervoor onder 2.5 genoemde vonnis de ING Bank heeft verzocht het ten laste van [eiser 1] gelegde beslag op te heffen. De raadsman van [eiser 1] heeft erkend dat hij via de raadsman van [gedaagde] van dat verzoek heeft kennisgenomen. Bij die stand van zaken is de voorzieningenrechter van oordeel dat [eiser 1] onvoldoende heeft toegelicht dat hij nog een belang heeft bij de gevorderde opheffing. Het enkele feit de ING Bank de opheffing nog niet heeft bevestigd is daarvoor onvoldoende, omdat - zonder nadere toelichting, die ontbreekt - niet valt in te zien dat de ING Bank geen gehoor zal geven aan het verzoek van [gedaagde].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Verder is de voorzieningenrechter van oordeel dat [eiser 1] in het licht van het voorgaande onvoldoende heeft toegelicht welke concrete feiten en omstandigheden maken dat hij nog belang heeft bij het door hem gevorderde verbod, dan wel het door de voorzieningenrechter op 2 juli 2014 uitgesproken gebod. [gedaagde] heeft naar aanleiding van het vonnis van 2 juli 2014 immers uit eigen beweging de ING Bank benaderd voor de opheffing van het beslag. Dat [gedaagde] tegen die achtergrond opnieuw verlof zal vragen en beslag gaat leggen is daarom niet voldoende aannemelijk gemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De conclusie is dat de vorderingen zullen worden afgewezen. [eiser 1] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op:</para>
      <para>- griffierecht	€ 	282,00</para>
      <para>- salaris advocaat	€<emphasis role="underline">	527,00</emphasis></para>
      <para>Totaal	€ 	809,00</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser 1] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 809,00,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Eelkema en in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2014.<footnote-ref linkend="_75eb3fb8-8ac0-4188-9d81-39b1ce423da3" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_75eb3fb8-8ac0-4188-9d81-39b1ce423da3" label="1">
    <para>type: EW</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>