<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2014:1183</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T02:42:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-03-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-03-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 13-5131</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2014:1183">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2014:1183</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-04-23T14:15:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-04-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2014:1183 Rechtbank Midden-Nederland , 26-03-2014 / UTR 13-5131</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2014:1183:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Waarde woning na bezwaar verminderd tot een bedrag van € 228.000,-. In beroep is slechts in geschil de hoogte van de door verweerder vastgestelde proceskostenvergoeding. Verweerder heeft ten onrechte de wegingsfactor 0,5 gehanteerd. Geen grond voor oordeel dat zaak van licht gewicht moet worden beschouwd nu ten tijde van de vaststelling van de Woz-waarde een transactiecijfer van de woning bekend was. Voorts heeft verweerder ten onrechte de kosten van de door eiser ingeschakelde deskundige niet vergoed. Niet kan worden ingezien dat verweerder aan eiser tegenwerpt dat het inschakelen van een deskundige niet redelijk was.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2014:1183:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 13/5131</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 maart 2014 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiseres], te [woonplaats], eiseres</para>
      <para>(gemachtigde: S. Smis-van Dijk)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de heffingsambtenaar van de gemeente Amersfoort, verweerder</para>
      <para>(gemachtigde: B.H.G. Jonker)</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 31 januari 2013 heeft verweerder op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet woz) de waarde van de woning [adres](de woning) voor het belastingjaar 2013 vastgesteld op € 243.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2012. Verweerder heeft bij deze beschikking aan eiseres als eigenaar van de woning ook een aanslag onroerendezaakbelastingen opgelegd, waarbij deze waarde als heffingsgrondslag is gehanteerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij uitspraak op bezwaar van 16 augustus 2013 (de bestreden uitspraak op bezwaar) heeft verweerder het door eiseres gemaakte bezwaar gegrond verklaard en de bij de beschikking vastgestelde waarde van de woning verminderd tot een bedrag van € 228.000,-. De aanslag onroerendezaakbelastingen is met toepassing van die nieuwe waarde  verminderd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen de bestreden uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift en een taxatierapport ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 maart 2014. Eiseres is verschenen bij haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, vergezeld door J.J. Drost, taxateur.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <parablock>
        <para>De woning is een in 2011 gebouwd appartement met inpandige berging, een parkeerplaats en een inhoud van 357 m3. De door verweerder vastgestelde waarde is na bezwaar verminderd tot een bedrag van € 228.000,-. In geschil is slechts of verweerder de voor de bezwaarfase toegekende proceskostenvergoeding, te weten € 235,-, tot de juiste hoogte heeft vastgesteld.</para>
        <para>Verweerder is op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht tot dit bedrag gekomen door 1 punt te rekenen voor het indienen van een bezwaarschrift, 1 punt voor het bijwonen van de hoorzitting, een wegingsfactor te hanteren van 0,5 en het voorgeschreven bedrag van € 235,- aan te houden. Tevens heeft verweerder geweigerd de kosten van de door eiseres ingeschakelde deskundige te vergoeden. Verweerder heeft daarbij overwogen dat eiseres had kunnen volstaan met de vermelding van de transactieprijs van de woning, aangezien die prijs een juiste indicatie geeft van de waarde van de woning. Ten slotte heeft verweerder ook de kosten voor kadastrale uittreksels niet vergoed.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>Eiseres kan zich in beroep niet verenigen met de door verweerder gehanteerde wegingsfactor van 0,5. Naar de mening van eiseres is het vaste jurisprudentie dat een wegingsfactor van 1 wordt gehanteerd, tenzij er redenen zijn om daarvan af te wijken. Naar de mening van eiseres zijn die redenen in dit geval niet aanwezig. Verder heeft eiseres aangevoerd dat het inschakelen van een deskundige om een taxatierapport op te stellen onder omstandigheden wel degelijk redelijk kan zijn, ondanks de aanwezigheid van een eigen verkoopcijfer. Eiseres verzoekt dan ook die kosten eveneens voor vergoeding in aanmerking te brengen. Ten slotte verzoekt eiseres de gemaakte kadastrale kosten voor vergoeding in aanmerking te brengen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt met betrekking tot de kosten van de door eiseres ingeschakelde deskundige als volgt.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.1</nr>
        <para>Op grond van artikel 7:15, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) worden de kosten, die de belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, door het bestuursorgaan uitsluitend vergoed op verzoek van de belanghebbende voor zover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. In de woorden ‘redelijkerwijs heeft moeten maken’ wordt tot uitdrukking gebracht dat niet slechts de kosten zelf redelijk moeten zijn om voor vergoeding in aanmerking te komen, maar ook dat het inroepen van bijstand redelijk moet zijn geweest. </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op grond van artikel 1, aanhef en onder b, van het Besluit proceskosten bestuursrecht kan een veroordeling als bedoeld in artikel 7:15, tweede lid, van de Awb betrekking hebben op de kosten van een deskundige die aan een partij verslag heeft uitgebracht. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2</nr>
        <para>Ter bepaling of het inroepen van een deskundige redelijk was, kan in het algemeen als maatstaf worden gehanteerd of degene die deze deskundige heeft ingeroepen, gezien de feiten en omstandigheden zoals die bestonden ten tijde van de inroeping, ervan uit mocht gaan dat de deskundige een relevante bijdrage zou leveren aan een voor hem gunstige beantwoording van een voor de uitkomst van het bezwaar mogelijk relevante vraag.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3</nr>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat eiseres ervan uit mocht gaan dat de deskundige met zijn taxatierapport een relevante bijdrage zou kunnen leveren die zou kunnen leiden tot een verlaging van de Woz-waarde. De Woz-waarde van de woning was bij beschikking van 31 januari 2013 vastgesteld op € 243.000,-. Daarmee heeft verweerder de Woz-waarde van de woning in eerste instantie te hoog vastgesteld, terwijl hij in beroep juist betoogt dat deze waarde, gelet op het gerealiseerde verkoopcijfer, betrekkelijk eenvoudig kon worden vastgesteld. Onder deze omstandigheden kan niet worden ingezien dat verweerder aan eiseres tegenwerpt dat het inschakelen van een deskundige niet redelijk was. De beroepsgrond van eiseres slaagt dan ook.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.</nr>
      <para>Met betrekking tot de door verweerder gehanteerde wegingsfactor overweegt de rechtbank als volgt.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.1</nr>
        <para>Verweerder heeft de wegingsfactor 0,5 gehanteerd,  op de grond dat de zaak van licht gewicht moet worden beschouwd nu ten tijde van de vaststelling van de Woz-waarde een transactiecijfer van de woning bekend was. De complexiteit en de bewerkelijkheid van de zaak is om die reden naar de mening van verweerder gering.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2</nr>
        <parablock>
          <para>De rechtbank ziet voor de benadering van verweerder geen steun in het Besluit proceskosten bestuursrecht. Aan de proceshandeling van het indienen van een bezwaarschrift en het bijwonen van een hoorzitting wordt in de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht 1 punt toegekend. Een andere wegingsfactor dan 1 wordt slechts gehanteerd bij een van het gemiddelde afwijkende juridische en/of feitelijke complexiteit van de zaak. Daarvan is de rechtbank niet gebleken. De enkele omstandigheid dat het transactiecijfer van de woning van eiseres bekend was ten tijde van de vaststelling van de Woz-waarde, maakt vorenstaande niet anders. De rechtbank tekent daarbij aan dat die omstandigheid voor verweerder kennelijk ook geen aanleiding is geweest om de waarde van de woning van eiseres direct op het bedrag van € 228.000,- dan wel op de bekende transactieprijs van </para>
          <para>€ 210.000,- vast te stellen.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.</nr>
      <para>Met betrekking tot de kosten voor kadastrale uittreksels overweegt de rechtbank als volgt.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>5.1</nr>
        <para>Op grond van artikel 1, onder e, van het Besluit proceskosten bestuursrecht komen de kosten van uittreksels uit de openbare registers voor vergoeding in aanmerking. Door verweerder wordt niet betwist dat eiseres voor kadastrale uittreksels kosten heeft gemaakt.  De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder die kosten, te weten € 6,40, had moeten vergoeden. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.</nr>
      <parablock>
        <para>Gelet op het voorgaande concludeert de rechtbank dat verweerder ten onrechte de door eiseres gemaakte proceskosten in bezwaar aan de hand van de wegingsfactor ‘licht’ heeft vastgesteld en de kosten van de door eiseres ingeschakelde deskundige en voor de kadastrale uittreksels niet heeft vergoed. Het beroep moet dan ook gegrond worden verklaard en de bestreden uitspraak moet worden vernietigd voor zover het de beslissing omtrent de proceskosten betreft. De rechtbank ziet aanleiding met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb zelf in de zaak te voorzien door verweerder met toepassing van artikel 7:15, tweede lid, van de Awb te veroordelen in de door eiseres in verband met de behandeling van het bezwaar gemaakte proceskosten, berekend aan de hand van de wegingsfactor ‘gemiddeld’. Deze kosten zijn met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 470,- als kosten voor verleende rechtsbijstand (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift en 1 punt voor het bijwonen van de hoorzitting, wegingsfactor 1).</para>
        <para>Voor wat betreft de kosten van het opgestelde taxatierapport acht de rechtbank, in overeenstemming met de Richtlijn van de belastingkamers van de gerechtshoven inzake vergoeding van proceskosten bij Woz-taxaties, een tarief van € 50,- per uur exclusief omzetbelasting voor een totaal van vier uur redelijk. Er komt dan ook een bedrag van € 200,-verhoogd met 21% omzetbelasting is € 242,-, voor vergoeding in aanmerking. Tevens komt een bedrag van € 6,40 voor vergoeding in aanmerking, zijnde de kosten van kadastrale uittreksels. Totaal komt derhalve een bedrag van € 718,40 voor vergoeding in aanmerking.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.</nr>
      <para>Nu het beroep gegrond is, ziet de rechtbank bovendien aanleiding verweerder te veroordelen in de proceskosten van eiseres. De rechtbank begroot deze kosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht op € 487,- voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de beroepsfase (1 punt voor het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, waarde per punt € 487, wegingsfactor 0,5). Tevens dient verweerder het griffierecht te vergoeden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart het beroep gegrond,</para>
    <para>- vernietigt de uitspraak op bezwaar van 16 augustus 2013, voor zover deze betrekking heeft op de toekenning van de proceskostenvergoeding,</para>
    <para>- voorziet zelf in de zaak en veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres in de bezwaarfase ten bedrage van € 718,40 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de uitspraak op bezwaar voor zover vernietigd,</para>
    <para>- veroordeelt verweerder in de kosten van dit geding ten bedrage van € 487,-,</para>
    <para>- bepaalt dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 44,- aan eiseres vergoedt.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. Spelt, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>W.B. Lakeman, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier									rechter		</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. </para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>