<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2014:1084</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T10:25:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-03-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-03-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/16/14/7 R</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2014:1084">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2014:1084</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-03-20T16:52:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-03-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2014:1084 Rechtbank Midden-Nederland , 17-03-2014 / C/16/14/7 R</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2014:1084:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Faillissementswet. Verzoek tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling op grond van art. 350 lid 3 sub c Fw. Grond voor beëindiging: intimiderend gedrag schuldenaar, gevaarlijke situatie voor de bewindvoerder, geen andere bewindvoerder benoemd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2014:1084:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling Civiel recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: C/16/14/7 R</para>
      <para>nummer verklaring: CDS1300108886</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vonnis van 17 maart 2014 op grond van artikel 350 lid 3 van de Faillissementswet </para>
      <para>(“tussentijdse beëindiging schuldsanering”)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">enkelvoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [schuldenaar],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [1983] te [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende te [woonplaats ],</para>
      <para>voorheen handelend onder de naam Invicta Sales &amp; Promotions,</para>
      <para>voorheen gevestigd [adres], [woonplaats ], onder nummer [nummer],</para>
      <para>hierna: de schuldenaar,</para>
      <para>advocaat: mr. M.P. Hilhorst.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>het verzoek bij faxbericht van 31 januari 2014 van de bewindvoerder, welk verzoek door de rechter-commissaris is ondersteund, </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>het faxbericht van 26 februari 2014 van de advocaat van de schuldenaar,</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>de behandeling van het verzoek ter terechtzitting op 3 maart 2014, op welke terechtzitting de bewindvoerder, de schuldenaar en zijn advocaat zijn verschenen, </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>het financieel eindverslag annex salarisverzoek d.d. 3 maart 2014 van de bewind- voerder. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De rechtbank heeft bij vonnis d.d. 7 januari 2014 ten aanzien van de schuldenaar de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken. Mr. A.K. Korteweg is tot rechter-commissaris benoemd en A.M.J.G. van der Westen tot bewindvoerder. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De schuldenaar heeft de bewindvoerder tijdens haar bezoek op 17 januari 2014 aan zijn woning aan de [adres] te [woonplaats ], hierna het eerste huisbezoek te noemen, de toegang tot zijn slaapkamer ontzegd.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De bewindvoerder heeft haar aanvangsverslag ex artikel 318 van de  Faillissementswet op 23 januari 2014 uitgebracht.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De bewindvoerder heeft op 31 januari 2014 in het gezelschap van [X], senior-handhavingsspecialist bij W&amp;I gemeente Utrecht een tweede huisbezoek bij de schuldenaar afgelegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>In het verslag tweede huisbezoek van 31 januari 2014 vermeldt [X] onder meer: "In de woonkamer heb ik hem (de schuldenaar, toevoeging rechtbank) nogmaals verteld dat ik van de afdeling handhaving ben en dat wij kwamen voor een huisbezoek. Daarop begon belanghebbende (de schuldenaar, toevoeging rechtbank) een tirade waarin hij duidelijk maakte dat hij aan niemand toestemming zou geven om zijn slaapkamer te betreden, omdat deze slaapkamer van hem en zijn vriendin was en daar zou hij niemand toelaten. Tijdens deze tirade zag ik dat hij steeds meer agressie uit ging stralen. Na die tirade gebood hij ons om zijn woning direct te verlaten. Daaraan hebben wij gevolg gegeven. Nadat wij de woning hadden verlaten gooide hij de voordeur dermate hard achter ons dicht dat de ruit naast de voordeur aan diggelen ging."</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewindvoerder heeft verzocht de toepassing van de schuldsaneringsregeling te beëindigen. Vanwege de weigering van de schuldenaar om de bewindvoerder tot de slaapkamer in zijn woning toe te laten, kan de bewindvoerder niet beoordelen of tot de boedel behorende goederen van waarde in de woning aanwezig zijn. De bewindvoerder heeft door deze weigering evenmin inzicht gekregen in de persoonlijke omstandigheden van de schuldenaar. Zo is de bewindvoerder niet duidelijk of de schuldenaar met zijn partner samenwoont. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De schuldenaar verzocht heeft verzocht het verzoek af te wijzen, omdat de schuldsanerings- regeling voor hem de enige mogelijkheid is om zijn schulden te saneren. Verder heeft de advocaat gesteld dat de schuldenaar bereid is zijn verplichtingen uit de schuldsanerings- regeling na te komen. De advocaat heeft namens de schuldenaar verzocht een andere bewindvoerder te benoemen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De bewindvoerder is op grond van de Faillissementswet belast met o.a. het toezicht op de naleving door de schuldenaar van diens verplichtingen die uit de schuldsanerings- regeling voortvloeien. De schuldenaar dient zijn verplichtingen na te leven teneinde de bewindvoerder in staat te stellen genoemd toezicht goed uit te oefenen. De bewindvoerder staat wat betreft het vervullen van de taken die de Faillissementswet haar opdraagt onder het toezicht van de rechter-commissaris. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De schuldenaar verschaft geen, althans geen door de bewindvoerder te controleren, informatie over zijn persoonlijke omstandigheden en inboedel, zodat voldoende vaststaat dat hij niet voldoet aan zijn verplichting tot het verschaffen van inlichtingen die voor een goed verloop van zijn schuldsaneringsregeling van belang zijn. Aangezien de rechter tijdens de zitting van 6 januari 2014 en de bewindvoerder tijdens het eerste huisbezoek de schuldenaar hebben gewezen op zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling, is de schuldenaar van zijn tekortschieten wat betreft het verschaffen van inlichtingen een verwijt te maken. Het verwijtbaar niet voldoen aan de informatieverplichting is op zich voldoende reden de toepassing van de schuldsaneringsregeling te beëindigen.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para> Uit de verklaringen die de schuldenaar en zijn advocaat ter zitting hebben afgelegd, is niet af te leiden dat de schuldenaar bereid is de bewindvoerder toegang tot zijn slaap-kamer te verlenen. De schuldenaar heeft ter zitting zijn standpunt herhaald dat de slaapkamer zijn privékamer is die de bewindvoerder niet mag betreden. Zodoende belemmert de schuldenaar zonder geldige reden de uitvoering van de schuldsaneringsregeling. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De schuldenaar heeft ter zitting van 3 maart 2014 blijk gegeven zich er onvoldoende van bewust te zijn dat hij door zijn gedrag de uitvoering van de schuldsaneringsregeling frustreert. Voor zover de schuldenaar met de bij het schuldsaneringsverzoek gevoegde schriftelijke verklaring van 27 november 2013 en zijn mededelingen ter zitting van 6 januari 2014 heeft willen aantonen dat hij in staat is zijn agressie op adequate wijze te reguleren, is hij daar, gelet op zijn onder 2.5. vermelde verbaal intimiderende gedrag tijdens het tweede huisbezoek, niet in geslaagd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Bovendien heeft de schuldenaar met zijn herhaaldelijk agressief gedrag een voor de bewindvoerder en (later) haar collega een gevaarlijke omgeving geschapen, waarin zij haar werkzaamheden zou moeten uitvoeren. Dat kan van de bewindvoerder, of welke bewindvoerder dan ook, niet worden verlangd. De benoeming van een andere bewindvoerder is derhalve door het door de schuldenaar vertoonde gedrag uitgesloten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Het vorenstaande in aanmerking nemend, zal de toepassing van de schuldsanerings- regeling op grond artikel 350 lid 3 sub c van de Faillissementswet worden beëindigd. Aangezien niet is gebleken dat er voldoende baten zijn om naast het salaris van de bewind- voerder en het salaris van een eventueel te benoemen curator vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen, blijft verificatie van de vorderingen, alsmede het opmaken van de uitdelingslijst, achterwege en eindigt de schuldsanering één maand na het in kracht van gewijsde gaan van het vonnis. De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Aangezien de schuldsaneringsregeling ten aanzien van de schuldenaar beëindigd zal worden en de bewindvoerder de schuldsaneringsregeling alleen nog (administratief) moet afwikkelen, bestaat geen reden de bewindvoerder te ontslaan en haar door een ander te vervangen. Overigens is noch uit de stukken noch ter zitting gebleken dat de bewindvoerder haar taken niet naar behoren heeft vervuld. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para> beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling met ingang van één maand na het in kracht van gewijsde gaan van het vonnis;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>stelt het looptijd onafhankelijke bedrag van het salaris van de bewindvoerder vast op € 2.314,00, inclusief btw, het looptijd afhankelijke bedrag van dat salaris op € 154,50, inclusief  btw, de portokosten op € 187,00 en de reiskosten op € 3,70.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.F. van Vugt en in het openbaar uitgesproken op </para>
        <para>17 maart 2014.<footnote-ref linkend="_434c6b24-97b7-4eb0-81b3-726b03545f13" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_434c6b24-97b7-4eb0-81b3-726b03545f13" label="1">
    <para>
      <emphasis role="bold">Hoger beroep tegen dit vonnis kan slechts worden ingesteld door een advocaat, bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De termijn van hoger beroep is acht dagen, te rekenen na de dag van de uitspraak van het vonnis. </emphasis>
    </para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>