<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2014:1005</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T23:09:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-03-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-03-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16-701033-12</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2014:1005">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2014:1005</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-03-20T11:53:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-03-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2014:1005 Rechtbank Midden-Nederland , 12-03-2014 / 16-701033-12</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2014:1005:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak voor witwassen auto. Onvoldoende duidelijk dat verdachte in het bezit is geweest van vermogen dat geen legale herkomst kan hebben.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2014:1005:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Strafrecht</para>
      <para>Zittingslocatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/701033-12 (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige strafkamer van 12 maart 2014</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [1989],</para>
      <para>ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres </para>
      <para>
        [adres], [woonplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 26 februari 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en zijn advocaat, mr. Y. Bouchikhi, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de periode van 1 januari 2012 tot en met 27 april 2012 een auto heeft witgewassen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig en deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie ter zake van het ten laste gelegde niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat de politie onderzoekshandelingen heeft verricht zonder dat verdachte op basis van concrete feiten en omstandigheden als verdachte kon worden aangemerkt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verwerpt dit verweer. Niet is gebleken dat er sprake is van ernstige inbreuken op de beginselen van een behoorlijke procesorde, waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekort gedaan. Het verweer van de verdediging is niet gericht op de toepassing van een specifieke (dwang)bevoegdheid. Nog daargelaten op welk moment een redelijk vermoeden van schuld is ontstaan, is er geen rechtsregel die opsporingsambtenaren verbiedt opsporing te doen naar strafbare feiten zonder dat er sprake is van een redelijk vermoeden van schuld. </para>
      <para>Gelet op het voorgaande is er geen grond de officier van justitie niet-ontvankelijk te achten in haar vervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen te verklaren. De officier van justitie heeft daartoe aangevoerd dat uit het dossier blijkt dat verdachte de auto, die volgens het koopcontract voor € 9.500,- is aangeschaft, niet heeft kunnen betalen uit legale middelen, aangezien hij sinds 2011 al geen enkele vorm van inkomsten meer heeft. De verklaring van verdachte dat hij de auto nog niet had betaald, is, mede gelet op zijn inconsistente verklaringen, volstrekt onaannemelijk.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft betoogd dat verdachte van het ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. De auto is aan verdachte geleverd onder eigendomsvoorbehoud. Aangezien verdachte de koopsom nog niet had voldaan, was hij dus nog geen eigenaar van de auto. Ook kan uit het dossier niet worden afgeleid dat de auto middellijk of onmiddellijk uit misdrijf afkomstig zou zijn. Daarbij komt dat de inkomsten van verdachte over de afgelopen jaren de waarde van de auto ver overstijgen. Ten slotte is het enkele voorhanden hebben van de auto onvoldoende, nu het openbaar ministerie suggereert dat verdachte de auto heeft gekocht met geld dat hij uit eigen misdrijf had verworven.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank overweegt dat uit het koopcontract kan worden afgeleid dat de Volkswagen Golf R32, met kenteken [kenteken], aan verdachte is verkocht voor € 9.500,-. De rechtbank kan echter met onvoldoende mate van zekerheid vaststellen dat verdachte dit bedrag heeft betaald en aldus heeft beschikt over vermogen dat niet met legale middelen kan zijn opgebouwd. Gelet hierop kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte voornoemde auto heeft witgewassen. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het ten laste gelegde. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Door de raadsman is ter terechtzitting verzocht de behandeling van de zaak aan te houden voor het horen van getuige [getuige]. Gelet op de beslissing van de rechtbank, dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend kan worden bewezen, is de verdediging door het niet horen van voornoemde getuige niet in haar belangen geschaad. De rechtbank wijst het verzoek om die reden af.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Het beslag</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De eis van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd de onder verdachte in beslag genomen Volkswagen Golf R32 ([kenteken]) verbeurd te verklaren.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft verzocht de onder verdachte in beslag genomen auto terug te geven aan de rechthebbende, te weten [getuige].</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Aangezien verdachte van het tenlastegelegde wordt vrijgesproken, is er geen grond voor verbeurdverklaring van de auto. </para>
        <para>Verdachte heeft verklaard dat niet hij de rechthebbende is, maar [getuige], aangezien hij, verdachte, de koopsom van de auto niet heeft voldaan. Gelet hierop zal de rechtbank de teruggave gelasten van de Volkswagen Golf R32 ([kenteken]) aan de rechthebbende [getuige].</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voorvragen </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging van verdachte; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="bold">spreekt verdachte vrij van het ten laste gelegde;</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beslag </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- gelast de teruggave van de Volkswagen Golf R32, kenteken [kenteken] (goednummer: [nummer]) aan de rechthebbende, te weten: [getuige];</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Verzoek</emphasis>
        <?linebreak?>
        <?linebreak?>- wijst af het verzoek tot het horen van de getuige [getuige].</para>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J. Ebbens, voorzitter, mr. R.P. den Otter en mr. N.H.J.M. Veldman-Gielen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. van Reenen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 12 maart 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BIJLAGE : De tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 27 april 2012, te</para>
      <para>Utrecht, althans in Nederland en/of in Frankrijk, een voorwerp, te weten</para>
      <para>(personen)auto (merk Volkswagen, type Golf R32 met [Frans] kenteken</para>
      <para>
        [kenteken]), heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of</para>
      <para>omgezet, althans van een voorwerp, te weten voornoemde (personen)auto, gebruik</para>
      <para>heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat</para>
      <para>bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig</para>
      <para>misdrijf;</para>
      <para>art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>